Gods roep in de duisternis (1 Samuël 3:1-21)

Inleiding

Iris was veertien en zat in de tweede klas van het gymnasium. Ze was een intelligente en plichtsgetrouwe leerling, iemand die altijd haar huiswerk op tijd af had en aan het einde van iedere les netjes in haar agenda noteerde wat er nog moest gebeuren. Maar dat was niet het enige dat haar bezighield. Iris had een sterk gevoel dat er méér was in het leven dan alleen school, vriendinnen en handbaltraining. Ze kon niet uitleggen waarom, maar sinds een paar weken voelde ze een soort onrust. Alsof er iemand iets van haar wilde, iets belangrijkers dan goede cijfers halen of winnen op het handbalveld.

     Op een woensdagavond, tijdens een jeugdbijeenkomst in de kerk, werd de vraag gesteld: ‘Hoe weet je of God iets van je wil? Hoe herken je Zijn stem?’ De vraag bleef haar de hele week achtervolgen. Wat als God iets van háár wilde? Maar hoe kon ze dat zeker weten? Iris was er niet het type naar om zomaar iets te geloven; ze hield van feiten en logica. Toch vroeg ze zichzelf steeds vaker af: wat als God mij echt roept? Hoe zou ik dat merken? En wat als ik Hem niet herken?

     Die zaterdagavond lag Iris al vroeg in bed. Ze was moe van een lange dag en had besloten een keer niet met haar telefoon naar bed te gaan, maar een boek te lezen. Het was een roman die haar moeder had aangeraden, een verhaal over iemand die in moeilijke omstandigheden leerde vertrouwen op God. Terwijl ze las, bleef een zin in haar hoofd hangen: ‘God spreekt tot wie luisteren wil.’ Ze legde het boek weg, sloot haar ogen en bad voor het eerst sinds lange tijd: ‘Heer, als U iets van mij wilt, help me dan om Uw stem te horen.’

     Die nacht droomde Iris. Ze stond in een grote, lege zaal, helemaal alleen. Een stem riep haar naam: ‘Iris.’ Ze keek om zich heen, maar er was niemand. Toen hoorde ze de stem opnieuw, duidelijker en dichterbij: ‘Iris.’ Ze wilde iets zeggen, maar haar keel voelde droog en haar hart klopte in haar keel. Toen werd ze wakker. Haar kamer was stil en donker, maar de droom voelde zó echt dat ze niet meer kon slapen.

     Misschien klinkt dit verhaal herkenbaar. Heb jij je weleens afgevraagd of God iets van je wil? Of Hij je misschien roept, zelfs al weet je niet precies hoe dat werkt? In 1 Samuël 3 lezen we over een jongen die ook zijn naam hoorde, en niet één keer, maar drie keer. Hij wist niet wie hem riep en moest leren hoe hij Gods stem kon herkennen. Laten we samen ontdekken hoe Samuël die nacht veranderde van een onwetende jongen in iemand die de stem van de Heer kon verstaan.

Bijbeltekst (NBV21)

Samuël geroepen

[1] De jonge Samuël diende dus de HEER, onder de hoede van Eli. Er klonken in die tijd zelden woorden van de HEER en er braken geen visioenen door. [2] Op zekere nacht lag Eli op zijn slaapplaats. Zijn ogen waren dof geworden, hij kon bijna niet meer zien. [3] Samuël lag te slapen in het heiligdom van de HEER, bij de ark van God. De godslamp was nog niet gedoofd. [4] Toen riep de HEER Samuël. ‘Ja, hier ben ik,’ antwoordde Samuël. [5] Hij liep snel naar Eli toe en zei: ‘Hier ben ik. U hebt me toch geroepen?’ Maar Eli antwoordde: ‘Ik heb je niet geroepen. Ga maar slapen.’ Toen Samuël weer lag te slapen, [6] riep de HEER hem opnieuw. Samuël stond op, ging naar Eli en zei: ‘Hier ben ik. U hebt me toch geroepen?’ Maar Eli antwoordde: ‘Ik heb je niet geroepen, mijn jongen. Ga maar weer slapen.’ [7] Samuël had de HEER nog niet leren kennen, want de HEER had zich niet eerder aan hem bekendgemaakt door het woord tot hem te richten. [8] Opnieuw riep de HEER Samuël, voor de derde keer. Samuël stond op, ging naar Eli en zei: ‘Hier ben ik. U hebt me toch geroepen?’ Toen begreep Eli dat het de HEER was die de jongen riep. [9] Hij zei tegen Samuël: ‘Ga maar weer slapen. Wanneer je wordt geroepen, moet je antwoorden: “Spreek, HEER, uw dienaar luistert.”’ Samuël legde zich weer te slapen, [10] en de HEER kwam bij hem staan en riep net als de voorgaande keren: ‘Samuël! Samuël!’ En Samuël antwoordde: ‘Spreek, uw dienaar luistert.’ [11] Toen zei de HEER tegen Samuël: ‘Let op! Ik ga in Israël iets doen waarvan ieder zo zal ophoren dat zijn beide oren tuiten! [12] Als die dag aanbreekt zal Ik alles, maar dan ook alles ten uitvoer brengen wat Ik Eli en zijn familie heb voorzegd. [13] Ik heb hem aangekondigd dat Ik onherroepelijk het vonnis over zijn familie zou voltrekken vanwege zijn wandaad: hoewel hij wist dat zijn zonen God lasterden, heeft hij hen niet terechtgewezen. [14] Daarom heb Ik Eli’s familie gezworen dat geen graan- of vredeoffer ooit hun schuld zal kunnen inlossen.’

     [15] Samuël bleef tot de ochtend liggen en opende toen de deuren van het heiligdom van de HEER. Hij zag ertegen op om Eli te vertellen wat hij in het visioen had gehoord. [16] Maar Eli riep hem bij zich: ‘Samuël, mijn jongen, kom eens hier!’ ‘Hier ben ik,’ antwoordde Samuël, [17] en Eli vroeg: ‘Wat heeft Hij tegen je gezegd? Probeer het niet voor me te verbergen. God mag met je doen wat Hij wil, als je ook maar iets achterhoudt van wat Hij tegen je heeft gezegd!’ [18] Zonder iets achter te houden vertelde Samuël hem alles wat God had gezegd, en Eli zei: ‘Hij is de HEER. Laat Hij doen wat Hij het beste vindt.’

     [19] Samuël groeide op. De HEER stond hem bij en liet al zijn woorden in vervulling gaan. [20] Daardoor kwam iedereen in Israël, van Dan tot Berseba, tot de erkenning dat Samuël door de HEER als profeet was aangewezen. [21] In de jaren daarna bleef de HEER in Silo verschijnen. Hij maakte zich daar aan Samuël bekend door het woord tot hem te richten.

Exegetische uitleg

Nu volgt de exegetische uitleg van 1 Samuël 3:1-21. Deze uitleg is bedoeld om het bijbelgedeelte stap voor stap te doorgronden en te begrijpen in de context waarin het is geschreven. We bekijken hoe de verschillende onderdelen samenhangen en wat hun betekenis is, zowel toen als nu. Dit is niet alleen een historische en theologische verkenning, maar ook een voorbereiding op het formuleren van de kernboodschap. Door eerst de tekst zorgvuldig te onderzoeken, kunnen we straks een boodschap formuleren die zowel trouw is aan de Schrift als relevant is voor ons leven vandaag.

 

1 Samuël 3:1. Geestelijke stilte in Israël 

Dit vers schetst een indringend beeld van Israël in een tijd van geestelijke leegte. ‘De jonge Samuël diende dus de Heer, onder de hoede van Eli. Er klonken in die tijd zelden woorden van de Heer en er braken geen visioenen door.’ Met deze woorden wordt de stilte van God voelbaar gemaakt. In een tijd waarin moreel verval en religieuze corruptie hoogtij vierden, bleef de stem van de Heer uit. Het heiligdom in Silo, waar Samuël diende, was het centrum van de eredienst, maar ook een plaats waar de heiligheid van de eredienst was bezoedeld door het gedrag van Eli’s zonen. Wat betekent het dat God in deze context stil bleef? En wat zegt dit over Zijn plan?

     Samuël, nog een jongen, wordt hier geïntroduceerd als iemand die trouw en eenvoudig de Heer diende. Het woord ‘diende’ benadrukt zijn nederigheid en toewijding, terwijl zijn jeugdige onervarenheid benadrukt dat hij de Heer nog niet persoonlijk kende. Zijn rol als dienaar contrasteert scherp met de corruptie van Eli’s zonen, Chofni en Pinechas. Deze tegenstelling versterkt het thema van hoop: God werkt vaak door onopvallende, trouwe dienaren, zelfs in tijden van duisternis.

     De vermelding dat er zelden woorden van de Heer klonken, wijst op een diepe breuk tussen God en Zijn volk. Deze stilte kan worden gezien als een vorm van oordeel, maar ook als een voorbereiding op iets nieuws. Stilte in de Bijbel heeft vaak een symbolische betekenis. Het kan een oproep zijn tot bezinning, een periode van wachten op Gods ingrijpen. In dit geval wijst de stilte vooruit naar de doorbraak die zal komen door Samuël, die later als profeet en rechter Israël zal leiden.

     De context van dit vers – de tijd van de rechters – laat zien hoe Israël steeds verder afdwaalde van Gods geboden. De priesterlijke leiding was zwak en het volk was blind voor Gods stem. Het heiligdom van Silo, dat bedoeld was als plaats van Gods aanwezigheid, was verworden tot een plek van schijnheiligheid en misbruik. Maar te midden van deze somberheid klinkt een sprankje hoop: de aanwezigheid van de jonge Samuël, die bereid is om te dienen en later Gods stem zal leren herkennen.

     Dit vers roept ook ons op tot reflectie. Hoe vaak ervaren wij stilte in ons eigen geestelijk leven? Zijn wij net als Israël, ongevoelig voor Gods stem door ons eigen falen of de drukte van het leven? Of zijn we, net als Samuël, trouw in onze dagelijkse dienst, zelfs als we nog niet alles begrijpen? Dit vers laat zien dat Gods stilte nooit het einde is. Het is vaak een voorbereiding op iets groters, een uitnodiging om te luisteren en te vertrouwen. Samuël wordt hier al neergezet als het begin van een nieuw hoofdstuk in Gods plan met Israël. Hoe reageer jij als God stil lijkt te zijn? En ben je bereid om trouw te blijven, zelfs als je Zijn stem nog niet hoort?

     Deze uitleg nodigt ons uit om niet alleen de stilte van God te begrijpen, maar ook om te leren hoe we kunnen reageren in onze eigen perioden van wachten. De gebeurtenissen die volgen laten zien dat God altijd spreekt, maar dat wij soms moeten leren luisteren om Hem te horen.

 

1 Samuël 3:2-3. De situatie in het heiligdom 

Deze verzen  brengen ons naar een nacht die allesbehalve gewoon blijkt te zijn. Eli, de oude priester, ligt op zijn slaapplaats. De tekst benadrukt dat zijn ogen dof zijn geworden en dat hij bijna niet meer kan zien. Deze fysieke beschrijving weerspiegelt ook zijn geestelijke toestand. Eli, die ooit een hoeder van het licht en de waarheid van God was, lijkt zijn helderheid en visie kwijtgeraakt te zijn. Zijn falen om de corruptie van zijn zonen Chofni en Pinechas aan te pakken, toont aan hoe deze blindheid ook zijn geestelijke leiding heeft aangetast.

     Tegelijkertijd zien we een ander beeld: Samuël, een jongen die trouw in het heiligdom dient, ligt te slapen bij de ark van God. De ark, het symbool van Gods aanwezigheid en trouw aan Israël, staat centraal in deze setting. Dat Samuël zo dicht bij de ark slaapt, benadrukt zijn nabijheid tot God, ook al kent hij Hem nog niet persoonlijk. Dit roept de vraag op: hoe dichtbij bevinden wij ons bij God, zelfs als we Hem nog niet duidelijk horen of begrijpen? Zijn we bereid ons leven dicht bij Hem te brengen, net zoals Samuël, zonder alle antwoorden te hebben?

     De vermelding van de godslamp die nog niet gedoofd was, biedt een krachtig beeld van hoop. Deze lamp, die ’s nachts in het heiligdom brandde volgens de instructies van Exodus 27:20-21, symboliseerde Gods voortdurende aanwezigheid. Hoewel de lamp bijna uitging, is het licht nog niet verdwenen. Dit symboliseert de standvastigheid van Gods trouw, zelfs in een tijd van verval. Het herinnert ons eraan dat God, ook in de duisternis, blijft werken. De lamp wijst vooruit naar Christus, het eeuwige licht, die in Johannes 8:12 zegt: ‘Ik ben het licht van de wereld.’ Net zoals de lamp bleef branden in Silo, bleef Christus als licht voor de wereld, zelfs in de diepste duisternis.

     De symboliek in deze verzen is ook nauw verbonden met de bredere context van het bijbelboek. Israël bevindt zich in een tijd van geestelijke armoede. De zeldzaamheid van Gods openbaringen en de afwezigheid van visioenen, zoals vermeld in vers 1, onderstrepen hoe groot de afstand tussen God en Zijn volk is geworden. Maar te midden van deze stilte zien we een teken van hoop: de jonge Samuël, die trouw blijft en zich beschikbaar stelt om door God gebruikt te worden. Zijn aanwezigheid in het heiligdom herinnert ons eraan dat God altijd mensen roept, zelfs in de donkerste tijden.

     Deze verzen nodigen ons uit om na te denken over onze eigen geestelijke toestand. Hoe vaak voelen wij ons als Eli, blind en vervreemd van Gods aanwezigheid? Of zijn we bereid om, net als Samuël, trouw te blijven en ons hart open te stellen, zelfs als we Gods stem nog niet duidelijk horen? De godslamp is een herinnering dat Gods licht altijd brandt, zelfs als het lijkt te verdwijnen. Zijn wij bereid om dat licht te zoeken en erop te vertrouwen dat Hij zal spreken wanneer de tijd rijp is? Deze nacht in het heiligdom markeert het begin van een doorbraak – niet alleen voor Samuël, maar voor heel Israël. God is trouw en Zijn licht blijft schijnen.

 

1 Samuël 3:4-6. De eerste en tweede roeping van Samuël 

In deze verzen lezen we hoe de Heer Samuël voor het eerst bij zijn naam roept. ‘Toen riep de Heer Samuël. “Ja, hier ben ik,” antwoordde Samuël.’ Deze persoonlijke en directe benadering laat zien hoe intiem Gods roeping is. Hij kent Samuël bij naam, zoals Hij ook anderen in de Bijbel heeft geroepen – denk aan Abraham, Mozes en later Maria. God spreekt rechtstreeks tot een jongen die Hem nog niet kent, wat Zijn genade en bereidheid laat zien om zich te openbaren, zelfs in een tijd van geestelijke droogte.

     Samuëls reactie is veelzeggend. Hij antwoordt onmiddellijk met ‘Ja, hier ben ik’ en gaat direct naar Eli. Dit toont zijn gehoorzaamheid en bereidheid om te dienen, ook al begrijpt hij niet wie hem roept. Zijn verwarring – het idee dat Eli degene is die hem roept – is begrijpelijk, gezien het feit dat hij de Heer nog niet kent (zoals vers 7 verder toelicht). Dit benadrukt de zeldzaamheid van Gods openbaringen in die tijd en de mate waarin Samuël, ondanks zijn nabijheid tot de ark, nog moet leren om Gods stem te onderscheiden.

     Eli’s reactie, daarentegen, is kort en zonder verdere overweging. Hij stuurt Samuël terug naar bed met de woorden: ‘Ik heb je niet geroepen.’ Dit gebrek aan inzicht weerspiegelt zijn afnemende geestelijke scherpte. Hoewel hij de Heer jarenlang heeft gediend, lijkt hij vervreemd te zijn geraakt van Gods actieve spreken. Deze interactie tussen Samuël en Eli roept een vraag op: hoe vaak zijn wij, zoals Eli, blind voor de manieren waarop God spreekt in ons leven? Herkennen wij Zijn roep of beschouwen we het als iets onbeduidends?

     De herhaling in deze verzen – Samuël wordt twee keer geroepen en gaat beide keren naar Eli – is van grote betekenis. Het toont Gods geduld en volharding in Zijn roeping. Zelfs wanneer Samuël Hem niet herkent, blijft God spreken. Dit is een krachtige herinnering dat Gods roeping niet afhankelijk is van onze perfecte gehoorzaamheid of begrip. Hoe vaak falen wij erin om Zijn stem te herkennen? En toch blijft Hij ons uitnodigen om te luisteren en te antwoorden.

     De setting van deze gebeurtenis is ook diep symbolisch. Samuël slaapt in de nabijheid van de ark van God, het symbool van Zijn aanwezigheid en trouw aan Israël. Dat hij daar is, benadrukt niet alleen zijn fysieke nabijheid tot het heilige, maar ook zijn toekomstige rol als profeet. Tegelijkertijd contrasteert dit sterk met Eli, die zich op afstand bevindt, zowel fysiek als geestelijk. Dit roept ons op om na te denken over onze eigen plaats: zijn wij dicht bij Gods aanwezigheid of leven we op afstand?

     Deze verzen wijzen ook vooruit naar Jezus Christus, die in het Nieuwe Testament zegt: ‘Ik ben de goede herder. Ik ken mijn schapen en mijn schapen kennen mij’ (Johannes 10:14). Net zoals Samuël bij naam werd geroepen, roept Jezus Zijn volgelingen persoonlijk. Dit onderstreept de intieme relatie die God wil aangaan met degenen die Hem volgen. Het verhaal van Samuël herinnert ons eraan dat God ons blijft roepen, zelfs wanneer wij Zijn stem niet onmiddellijk herkennen.

     Uiteindelijk nodigt dit gedeelte ons uit tot reflectie. Hoe reageren wij wanneer God ons roept? Zijn we bereid om, zoals Samuël, gehoorzaam te zijn, zelfs zonder alles te begrijpen? Of laten we, zoals Eli, kansen voorbijgaan door onze eigen blindheid? Gods geduld en trouw schitteren in deze verzen. Hij roept ons bij naam, keer op keer, wachtend tot wij leren luisteren en Zijn roep beantwoorden. Misschien is de vraag vandaag: hoor jij Hem roepen? En zo ja, hoe reageer jij?

 

1 Samuël 3:7-9. Eli’s inzicht en instructie aan Samuël 

In deze verzen lezen we hoe Samuël, na twee eerdere oproepen, opnieuw door de Heer wordt geroepen. ‘Samuël had de Heer nog niet leren kennen, want de Heer had zich niet eerder aan hem bekendgemaakt door het woord tot hem te richten.’ Dit vers legt uit waarom Samuël de stem van de Heer niet herkende. Hoewel hij trouw in het heiligdom diende, had hij geen persoonlijke ervaring met Gods directe openbaring. Het woord ‘kennen’ wijst hier op een intieme relatie, zoals we die later ook bij andere profeten zien. Dit benadrukt dat kennis van God niet louter theoretisch is, maar voortkomt uit een persoonlijke ontmoeting met Hem.

     God roept Samuël opnieuw, voor de derde keer, en opnieuw reageert Samuël door naar Eli te gaan. Deze herhaling is veelzeggend. Het toont niet alleen Samuëls bereidheid om te luisteren, maar ook Gods geduld en volharding. Hoe vaak hebben wij diezelfde herhaling nodig voordat we Gods roep herkennen? Gods genade komt hier duidelijk naar voren: zelfs als wij aarzelen of falen om Zijn stem te begrijpen, blijft Hij ons uitnodigen om te luisteren.

     Eli speelt in deze verzen een sleutelrol. Hoewel hij aanvankelijk niet beseft dat het de Heer is die Samuël roept, begrijpt hij bij de derde keer dat God tot de jongen spreekt. Zijn instructie aan Samuël – ‘Spreek, Heer, uw dienaar luistert’ – getuigt van wijsheid en ervaring. Ondanks zijn eigen falen als priester toont Eli hier dat hij Samuël kan begeleiden in het herkennen van Gods stem. Dit roept de vraag op: hoe kunnen wij anderen helpen om Gods stem te verstaan? En hebben wij mensen in ons leven die ons op die manier kunnen leiden?

     De symboliek in deze verzen is krachtig. De herhaalde roep van de Heer onderstreept Zijn geduld en verlangen om Zichzelf bekend te maken, zelfs in een tijd van geestelijke droogte. Dit past in het bredere thema van het bijbelboek, waarin God door middel van trouwe dienaren zoals Samuël Zijn volk blijft leiden. De instructie om te antwoorden met ‘Spreek, Heer, uw dienaar luistert’ is ook diep symbolisch. Het is een gebed van overgave en openheid, een houding die ieder van ons zou moeten nastreven.

     Deze verzen wijzen vooruit naar de manier waarop Jezus Zijn discipelen bij naam roept. In Johannes 10:27 zegt Hij: ‘Mijn schapen luisteren naar mijn stem, Ik ken ze en zij volgen Mij.’ Net zoals Samuël leerde luisteren naar Gods stem, worden wij uitgenodigd om Jezus’ stem te herkennen en te volgen. Dit maakt de roeping van Samuël niet alleen een historisch moment, maar ook een persoonlijk voorbeeld voor ons eigen leven.

     Voor ons vandaag zijn deze verzen een uitnodiging tot reflectie. Hoe vaak herkennen wij Gods stem niet, omdat we niet weten hoe die klinkt? Zijn wij bereid om te luisteren, zelfs als we het niet direct begrijpen? En hebben wij de nederigheid om, zoals Samuël, te zeggen: ‘Spreek, Heer, uw dienaar luistert’? God roept ons nog steeds, vaak op onverwachte manieren. Misschien is het tijd om stil te worden en opnieuw te luisteren. Wat zou Hij vandaag tegen jou willen zeggen?

 

1 Samuël 3:10. De derde roeping en Samuëls antwoord 

In 1 Samuël 3:10 bereikt het verhaal van Samuëls roeping een hoogtepunt: ‘De Heer kwam bij hem staan en riep net als de voorgaande keren: “Samuël! Samuël!” En Samuël antwoordde: “Spreek, uw dienaar luistert.”’ Dit moment markeert niet alleen een persoonlijke ontmoeting tussen God en Samuël, maar ook het begin van een nieuw hoofdstuk in Gods relatie met Zijn volk.

     De beschrijving dat de Heer bij Samuël kwam staan, benadrukt Gods persoonlijke en directe aanwezigheid. Dit is meer dan alleen een stem; het is een fysieke nabijheid die duidelijk maakt dat deze roeping geen toeval is. In de Bijbel is staan vaak een teken van vastberadenheid en intentie, wat Gods toewijding aan deze ontmoeting onderstreept. Het laat zien dat de Heer bereid is om Samuël te begeleiden, zelfs in zijn onervarenheid.

     De dubbele roep, ‘Samuël! Samuël!’, wijst op urgentie en intimiteit. Dit patroon komt vaker voor in de Schrift, zoals bij Abraham en Mozes, en benadrukt zowel de persoonlijke betrokkenheid van God als het belang van het moment. Het herhalen van Samuëls naam is een teken dat God hem volledig kent en bewust kiest. Dit roept de vraag op: hoe ervaren wij Gods persoonlijke betrokkenheid? Horen wij Hem onze naam noemen?

     Samuëls antwoord, ‘Spreek, uw dienaar luistert’, is eenvoudig maar krachtig. Het woord ‘dienaar’ getuigt van nederigheid en een bereidheid om te gehoorzamen, zelfs zonder te weten wat de Heer zal zeggen. Dit moment markeert de overgang van een jongen die God nog niet kende naar een profeet die Zijn stem zal doorgeven. Het laat zien dat luisteren naar God niet alleen betekent horen, maar ook bereid zijn te handelen. Hoe vaak zijn wij bereid om te luisteren zonder voorwaarden of terughoudendheid?

     De symboliek in deze verzen reikt verder dan Samuëls persoonlijke ervaring. Luisteren wordt in de Bijbel vaak gekoppeld aan gehoorzaamheid. Jezus zegt in Johannes 10:27: ‘Mijn schapen luisteren naar mijn stem, Ik ken ze en zij volgen Mij.’ Dit moment in Samuëls leven is een voorafschaduwing van hoe Jezus Zijn volgelingen oproept om te luisteren en te reageren. Het laat zien dat Gods roeping altijd persoonlijk is, maar ook vraagt om een bewuste keuze om te antwoorden.

     De historische context geeft extra diepte aan dit vers. In een tijd waarin Gods stem zeldzaam werd gehoord, zoals vers 1 aangeeft, markeert deze openbaring een nieuw begin. Het toont Gods verlangen om opnieuw tot Zijn volk te spreken, zelfs in een periode van geestelijke droogte. Samuël, jong en onervaren, wordt door God geroepen om een sleutelrol te spelen in de geschiedenis van Israël. Dit laat zien dat God niet afhankelijk is van menselijke kwalificaties, maar Zijn kracht toont door wie bereid is te luisteren.

     Voor ons vandaag biedt dit vers een uitdaging en een uitnodiging. Zijn wij bereid om stil te worden en Gods stem te zoeken? Durven wij te antwoorden, zelfs zonder te weten wat Hij van ons vraagt? Misschien roept God ook jou vandaag, net zoals Hij Samuël riep. Hoe zou jouw leven veranderen als je, net als Samuël, zou antwoorden met: ‘Spreek, Heer, uw dienaar luistert’? God spreekt nog steeds. De vraag is: luisteren wij?

 

1 Samuël 3:11-14. Gods boodschap aan Samuël over Eli 

In deze verzen geeft de Heer Samuël een zware boodschap om door te geven. Hij zegt: ‘Let op! Ik ga in Israël iets doen waarvan ieder zo zal ophoren dat zijn beide oren tuiten.’ Deze krachtige inleiding benadrukt de ernst en omvang van wat volgt: een definitief oordeel over Eli en zijn familie. Het oordeel, dat eerder door een anonieme profeet was aangekondigd (1 Samuël 2:27-36), zal nu zonder uitstel worden uitgevoerd. Het is een boodschap die niet alleen Eli, maar heel Israël zal schokken.

     Gods woorden leggen de nadruk op Eli’s nalatigheid. Hoewel hij wist dat zijn zonen, Chofni en Pinechas, de eredienst misbruikten en Gods naam lasterden, heeft hij hen niet gecorrigeerd. Eli’s verantwoordelijkheid als priester en vader wordt hier scherp belicht. Het falen om zijn zonen te disciplineren maakte hem medeverantwoordelijk voor hun zonden. Deze situatie roept een bredere vraag op: hoe gaan wij om met de verantwoordelijkheden die God ons geeft? Hoe vaak negeren wij problemen die ons vertrouwen schaden in plaats van ze recht te zetten?

     De woorden ‘geen graan- of vredeoffer zal ooit hun schuld kunnen inlossen’ benadrukken de ernst van hun zonden. In het Oude Testament waren offers bedoeld om verzoening te brengen, maar hier wordt duidelijk dat rituelen zonder bekering betekenisloos zijn. Dit herinnert ons eraan dat verzoening niet slechts een ceremonie is; het vraagt om een oprecht hart en een leven in gehoorzaamheid. De boodschap van de Heer toont zowel Zijn rechtvaardigheid als Zijn heiligheid: zonde kan niet blijven bestaan in Zijn aanwezigheid.

     Voor Samuël is dit moment een vuurproef. Als jonge jongen ontvangt hij een boodschap die niet alleen moeilijk te begrijpen is, maar ook zwaar om door te geven. Toch kiest God ervoor om juist hem te roepen. Dit laat zien dat Gods roeping niet afhankelijk is van leeftijd of ervaring, maar van bereidheid en gehoorzaamheid. Hoe vaak voelen wij ons ongeschikt voor een taak die God ons geeft, terwijl Hij ons juist wil gebruiken omdat wij beschikbaar zijn?

     De bredere context van deze passage laat zien dat dit oordeel niet alleen over Eli’s familie gaat, maar ook een keerpunt markeert in Israëls geschiedenis. God is bezig met het voorbereiden van een nieuw begin, waarin Samuël een centrale rol zal spelen als profeet en rechter. Dit thema van vernieuwing en zuivering zien we ook elders in de Bijbel, zoals bij Jezus’ reiniging van de tempel in Johannes 2:13-17. Het laat zien dat God niet toestaat dat corruptie en onrecht blijven bestaan in Zijn huis.

     Voor ons vandaag biedt deze tekst een indringende boodschap. Hoe serieus nemen wij Gods heiligheid? Zijn wij bereid om verantwoording af te leggen voor de rollen die Hij ons geeft of laten we dingen op hun beloop, zoals Eli deed? En hoe reageren wij als God ons roept om moeilijke waarheden te spreken? Deze passage daagt ons uit om trouw te blijven aan Gods woord, zelfs als dat ongemakkelijk of confronterend is. Misschien roept God jou vandaag op om op te staan, om gerechtigheid te zoeken en Zijn heiligheid te weerspiegelen in jouw leven. Ben je bereid om, zoals Samuël, te luisteren én te handelen?

 

1 Samuël 3:15-18. Samuël deelt Gods boodschap met Eli 

In 1 Samuël 3:15-18 lezen we hoe Samuël omgaat met de zware boodschap die hij van de Heer heeft ontvangen. Na een nacht waarin God hem direct heeft toegesproken, blijft Samuël in het heiligdom. Hij opent de deuren van het huis van de Heer, een handeling die zowel praktisch als symbolisch is. Het markeert niet alleen het begin van een nieuwe dag, maar ook een nieuwe fase in Samuëls leven. Hij is niet langer alleen een dienaar, maar wordt geroepen om als profeet Gods woorden te verkondigen, hoe moeilijk die ook zijn.

     De tekst legt nadruk op Samuëls innerlijke strijd. Hij ziet ertegenop om Eli te vertellen wat hij in het visioen heeft gehoord. Dit is niet verwonderlijk; hij is jong en onervaren en de boodschap die hij moet overbrengen, is hard. Toch blijft Samuël trouw aan zijn roeping. Deze aarzeling maakt zijn gehoorzaamheid des te indrukwekkender. Hoe vaak voelen wij diezelfde spanning als we een moeilijke waarheid moeten delen? Zijn wij bereid om trouw te blijven aan wat God ons vraagt, zelfs als dat ongemakkelijk is?

     Eli’s reactie op Samuëls terughoudendheid is opmerkelijk. Hij roept Samuël en dringt erop aan dat hij niets achterhoudt: ‘God mag met je doen wat Hij wil, als je ook maar iets achterhoudt van wat Hij tegen je heeft gezegd.’ Deze woorden tonen Eli’s berusting in Gods oordeel. Hoewel hij eerder faalde als vader en priester, aanvaardt hij hier zijn verantwoordelijkheid en toont hij een opmerkelijke houding van overgave: ‘Hij is de Heer. Laat Hij doen wat Hij het beste vindt.’ Dit moment van berusting biedt een glimp van Eli’s geloof, zelfs in het aangezicht van het oordeel.

     De interactie tussen Samuël en Eli is diep menselijk en ontroerend. Samuël, nog maar een jongen, moet een boodschap overbrengen die het leven van zijn mentor zal veranderen. Eli, op zijn beurt, toont moed door de waarheid onder ogen te zien, hoe pijnlijk die ook is. Deze dynamiek laat zien dat gehoorzaamheid aan God vaak vraagt om moeilijke keuzes en eerlijke confrontaties. Het roept ons op om na te denken: hoe gaan wij om met moeilijke waarheden, zowel in het spreken als in het ontvangen ervan?

     De bredere context van deze passage benadrukt de rol van profeten in het Oude Testament. Profeten werden vaak geroepen om ongemakkelijke waarheden te spreken, ongeacht de gevolgen. Samuëls bereidheid om Eli de volledige waarheid te vertellen, hoe moeilijk ook, bevestigt zijn roeping als profeet. Dit moment wijst ook vooruit naar andere profeten, zoals Jeremia en Jesaja, die met vergelijkbare uitdagingen werden geconfronteerd. Het laat zien dat ware gehoorzaamheid aan God vraagt om moed en trouw, ongeacht persoonlijke ongemakken.

     Voor ons vandaag biedt deze passage waardevolle lessen. Hoe vaak voelen wij ons, net als Samuël, geroepen om een ongemakkelijke waarheid te spreken? En hoe reageren wij, zoals Eli, wanneer we geconfronteerd worden met een boodschap die ons uitdaagt of corrigeert? Deze verzen nodigen ons uit om eerlijk te zijn tegenover God en elkaar en om te vertrouwen op Zijn rechtvaardigheid en goedheid, zelfs wanneer dat moeilijk is. Misschien vraagt God jou vandaag om op te staan en een waarheid te spreken die je liever vermijdt. Durf je dat aan? En ben je, zoals Eli, bereid om de waarheid te ontvangen, hoe pijnlijk die ook is? Deze passage daagt ons uit om trouw te blijven aan Gods woord, in spreken én in luisteren.

 

1 Samuël 3:19-21. Samuël groeit als profeet van de Heer

In deze verzen wordt Samuël bevestigd als een ware profeet van de Heer. ‘Samuël groeide op. De Heer stond hem bij en liet al zijn woorden in vervulling gaan.’ Deze zin benadrukt niet alleen Samuëls persoonlijke groei, maar ook de directe betrokkenheid van God bij zijn leven en bediening. Samuëls succes als profeet komt niet voort uit zijn eigen kracht, maar uit Gods nabijheid en trouw. Dit thema, dat ook terugkomt in het leven van Mozes en andere profeten, herinnert ons eraan dat God degenen die Hij roept, ook bekrachtigt.

     De belofte dat ‘al zijn woorden in vervulling gingen’ is een teken van Samuëls betrouwbaarheid als profeet. In Deuteronomium 18:21-22 wordt duidelijk gemaakt dat een ware profeet herkenbaar is aan het feit dat zijn woorden overeenkomen met Gods wil en werkelijkheid worden. Dit maakte Samuël een bron van vertrouwen voor het volk en gaf Israël een nieuw ankerpunt in een tijd van geestelijke onzekerheid.

     De geografische verwijzing ‘van Dan tot Berseba’ benadrukt de nationale impact van Samuëls bediening. Deze uitdrukking, die het hele grondgebied van Israël aanduidt, laat zien dat zijn invloed niet beperkt bleef tot één regio, maar werd erkend door het hele volk. Dit is opmerkelijk in een tijd waarin Israël vaak verdeeld was. Samuël werd een verbindende figuur, een profeet die het volk samenbracht door het woord van de Heer.

     De tekst vermeldt ook dat ‘de Heer in de jaren daarna in Silo bleef verschijnen’ en zich aan Samuël bekendmaakte ‘door het woord tot hem te richten’. Dit markeert een tijd van hernieuwde openbaring, waarin God weer direct tot Zijn volk spreekt via een profeet. Silo, waar de ark van het verbond zich bevond, blijft het geestelijke centrum van Israël. Tegelijkertijd roept dit de vraag op hoe Israël met deze hernieuwde nabijheid van God zal omgaan, een vraag die verder wordt uitgewerkt in de latere hoofdstukken.

     De rol van Samuël wijst vooruit naar Jezus Christus, de ultieme profeet en bemiddelaar tussen God en mens. Net zoals Samuël als profeet door heel Israël werd erkend, werd Jezus erkend als de Zoon van God, die Gods wil volledig openbaarde. Johannes 1:14 benadrukt dit: ‘Het Woord is mens geworden en heeft in ons midden gewoond.’ Deze vooruitwijzing laat zien hoe Samuël een voorafschaduwing is van Christus’ bediening, waarin Gods woord niet alleen gesproken, maar ook volledig belichaamd werd.

     Historisch gezien markeren deze verzen een nieuw tijdperk in Israël. Na een periode van geestelijke droogte en corruptie binnen het priesterschap begint met Samuël een tijd waarin Gods stem opnieuw helder klinkt. Dit is een herinnering aan Gods geduld en trouw, ondanks de gebrokenheid van Zijn volk. Het laat zien dat Hij altijd manieren vindt om Zijn volk te leiden, zelfs in de donkerste tijden.

     Voor ons vandaag biedt deze passage diepe lessen. Hoe kunnen wij, net als Samuël, groeien in onze relatie met God en ons laten leiden door Zijn woord? Zijn wij bereid om Hem te vertrouwen en gehoorzaam te zijn, zelfs als de taak groot lijkt? En hoe reageren wij wanneer we zien dat God anderen roept en gebruikt om Zijn wil te openbaren? Deze tekst nodigt ons uit om stil te staan bij onze eigen roeping en te reflecteren op hoe we deel kunnen uitmaken van Gods werk in de wereld. Misschien roept Hij jou vandaag om, net als Samuël, een licht te zijn in een tijd van onzekerheid. Hoe zal jij antwoorden?

Kernboodschap

De kernboodschap van dit bijbelgedeelte is: God roept mensen in tijden van geestelijke stilte en verval, niet omdat zij al geschikt zijn, maar omdat Hij hen wil vormen tot een kanaal van Zijn stem en licht.

     De kernboodschap komt op indrukwekkende wijze tot uiting in het bijbelgedeelte van 1 Samuël 3:1-21. Het verhaal speelt zich af in een tijd van geestelijke droogte en moreel verval in Israël. De stilte van Gods stem, zoals beschreven in vers 1, weerspiegelt een volk dat vervreemd is geraakt van Zijn aanwezigheid. In deze context roept God niet een ervaren leider of een invloedrijk priester, maar een jonge jongen, Samuël. Dit is een opvallende keuze die benadrukt dat Gods roeping niet gebaseerd is op menselijke kwalificaties, maar op Zijn soevereine plan. Samuël, nog onervaren en zonder een persoonlijke relatie met de Heer, wordt geroepen om te dienen als profeet en om Gods stem opnieuw hoorbaar te maken voor Israël.

     De kernboodschap wordt zichtbaar in de dynamiek tussen Gods roeping en Samuëls reactie. Samuël herkent Gods stem aanvankelijk niet, wat zijn onervarenheid onderstreept. Toch blijft God geduldig en volhardend. Drie keer roept Hij Samuël, en pas na begeleiding door Eli begrijpt Samuël hoe hij moet antwoorden. Dit illustreert hoe Gods roeping een proces is waarin Hij mensen vormt en voorbereidt, zelfs als zij aanvankelijk aarzelen of falen om Hem te begrijpen. Samuëls uiteindelijke antwoord, ‘Spreek, uw dienaar luistert’, markeert het begin van een transformatie van een dienaar naar een profeet. Gods keuze voor Samuël in een tijd van stilte en verval laat zien dat Hij werkt door degenen die bereid zijn om te luisteren, ongeacht hun startpunt.

     Vandaag heeft deze kernboodschap diepe betekenis. Wij leven in een tijd waarin veel mensen geestelijke stilte ervaren, hetzij door persoonlijke omstandigheden, hetzij door de drukte en chaos van de wereld. Het kan lijken alsof God niet spreekt, alsof Zijn stem verloren is gegaan in de storm van onze tijd. Toch roept God ook nu mensen, vaak op onverwachte manieren en momenten, om Zijn licht te verspreiden in een wereld die het zo hard nodig heeft. Zoals bij Samuël, is het niet onze geschiktheid die bepaalt of we Gods roep horen en beantwoorden, maar onze bereidheid om te luisteren en ons te laten vormen.

     Deze boodschap is ook een uitdaging. Het roept ons op om ons hart open te stellen voor Gods stem, zelfs wanneer we ons ongeschikt voelen of denken dat anderen beter gekwalificeerd zijn. Het daagt ons uit om niet stil te blijven in tijden van geestelijke duisternis, maar ons door God te laten gebruiken als een kanaal van Zijn licht en waarheid. Hoe vaak wachten wij op een perfect moment of een duidelijk teken, terwijl God ons juist roept in onze onvolmaaktheid, zoals Hij Samuël riep?

     Door deze kernboodschap leren we dat Gods roeping geen beloning is voor onze geschiktheid, maar een uitnodiging om te groeien in gehoorzaamheid en vertrouwen. Zijn keuze om Samuël te roepen in een tijd van verval laat zien dat Hij werkt door trouwe dienaren om Zijn stem hoorbaar te maken in een wereld die hunkert naar hoop. Deze boodschap nodigt ons uit om na te denken: hoe kunnen wij vandaag, in onze context, beschikbaar zijn om Gods stem te horen en door te geven?

Theologische reflectie

Deze theologische reflectie dient om dieper na te denken over de kernboodschap van 1 Samuël 3:1-21. Het is een uitnodiging om het karakter van God en Zijn handelen in dit bijbelgedeelte beter te begrijpen. Daarnaast verkennen we hoe deze tekst naar Christus verwijst, wat de implicaties zijn voor ons geloofsleven en hoe de kernboodschap aansluit bij andere delen van de Schrift. Door deze reflectie verdiepen we onze relatie met God en worden we uitgedaagd om Zijn roep in ons eigen leven te herkennen en te beantwoorden.

 

Het karakter van God: soeverein en nabij

In dit bijbelgedeelte wordt het karakter van God op prachtige wijze onthuld. Hij is een God die niet zwijgt, zelfs niet in tijden van geestelijk verval. De geestelijke droogte en de morele corruptie in Israël hadden de indruk kunnen wekken dat God zich van Zijn volk had teruggetrokken, maar niets is minder waar. Zijn roeping van Samuël laat zien dat God betrokken blijft, trouw aan Zijn belofte om Zijn volk te leiden. Hij is soeverein en kiest om door een jongen, die Hem nog niet kende, een nieuw begin te maken in de geschiedenis van Israël. Gods geduld en genade komen krachtig naar voren. Hij roept Samuël niet slechts één keer, maar drie keer, en blijft spreken totdat Samuël begrijpt wie tot hem spreekt. Dit toont Gods verlangen om zichzelf kenbaar te maken aan mensen, zelfs aan degenen die Hem nog niet herkennen. Zijn nabijheid wordt onderstreept in vers 10, waar staat dat Hij bij Samuël kwam staan. Dit is niet alleen een bevestiging van Zijn directe betrokkenheid, maar ook een teken van Zijn bereidheid om een persoonlijke relatie aan te gaan. God is niet afstandelijk; Hij zoekt de nabijheid van Zijn volk, zelfs in tijden van vervreemding.

 

De verwijzing naar Christus: de ultieme profeet

Het verhaal van Samuël is een voorafschaduwing van Christus, de ultieme profeet en bemiddelaar tussen God en mens. Net zoals Samuël door God werd geroepen om Zijn woorden door te geven aan Israël, zo kwam Christus als het vleesgeworden Woord van God om Zijn wil volledig te openbaren. Johannes 1:14 zegt: ‘Het Woord is mens geworden en heeft in ons midden gewoond.’ Waar Samuël een kanaal was van Gods stem, is Christus de belichaming van Gods stem.

     De roeping van Samuël wijst ook vooruit naar Jezus’ eigen bediening. Jezus werd door de Vader gezonden in een tijd van geestelijke leegte en religieuze corruptie, net zoals Samuël werd geroepen in een periode van moreel verval in Israël. Christus roept, net als God in 1 Samuël 3, mensen persoonlijk bij naam en nodigt hen uit om Hem te volgen. In Johannes 10:27 zegt Hij: ‘Mijn schapen luisteren naar mijn stem, Ik ken ze en zij volgen Mij.’ De intimiteit van deze roeping weerspiegelt de manier waarop God tot Samuël sprak en benadrukt dat Gods werk door de geschiedenis heen consistent is.

 

Relevantie voor ons geloofsleven

Dit bijbelgedeelte daagt ons uit om na te denken over hoe wij reageren op Gods roep in ons eigen leven. Samuëls bereidheid om te luisteren, ondanks zijn jeugd en onervarenheid, toont dat gehoorzaamheid niet afhangt van onze geschiktheid, maar van ons vertrouwen in Gods vermogen om ons te vormen. Het verhaal laat zien dat God niet zoekt naar perfectie, maar naar beschikbaarheid. Hij roept ons, zoals Hij Samuël riep, om een kanaal van Zijn stem te zijn in een wereld die Zijn waarheid en licht nodig heeft.

     Daarnaast nodigt dit verhaal ons uit om stil te worden en te leren luisteren. In een tijd waarin we vaak overspoeld worden door afleidingen, is het een uitdaging om Gods stem te onderscheiden. Toch toont dit verhaal dat God volhardend is in Zijn roeping. Hij blijft spreken, zelfs wanneer wij Hem niet onmiddellijk herkennen. Dit biedt hoop en moedigt ons aan om open te staan voor de manieren waarop God in ons leven spreekt, zelfs in tijden van onzekerheid en stilte.

 

Verbinding met andere bijbelteksten

Dit bijbelgedeelte sluit naadloos aan bij andere delen van de Schrift die Gods roeping en trouw benadrukken. Het herinnert ons aan de roeping van Mozes bij de brandende braamstruik (Exodus 3), waarin God op persoonlijke wijze zichzelf kenbaar maakte aan een onzekere dienaar. Net zoals Mozes aarzelde en twijfelde aan zijn geschiktheid, toont Samuël aanvankelijk verwarring en onervarenheid. Toch zien we in beide verhalen dat Gods roeping krachtig en doelgericht is.

     De profetische bediening van Samuël wijst ook vooruit naar andere profeten, zoals Jesaja en Jeremia, die door God werden geroepen om moeilijke boodschappen te brengen. Jeremia 1:7-8 herinnert ons eraan dat God zelfs de jongste en meest onervaren dienaren bekrachtigt: ‘Zeg niet: “Ik ben te jong.” Richt je tot iedereen naar wie Ik je zend en zeg alles wat Ik je opdraag. Wees voor niemand bang, want Ik zal je terzijde staan en je redden – spreekt de Heer.’ Deze woorden resoneren met Samuëls ervaring en laten zien dat Gods patroon van roeping door de Bijbel heen consistent blijft.

     Tot slot vinden we in het Nieuwe Testament talloze echo’s van 1 Samuël 3. Jezus’ uitnodiging aan Zijn discipelen om Hem te volgen is een directe voortzetting van Gods roeping van mensen om deel te nemen aan Zijn plan. De boodschap van gehoorzaamheid en beschikbaarheid, die centraal staat in Samuëls roeping, wordt versterkt in Jezus’ eigen woorden: ‘Wie achter Mij aan wil komen, moet zichzelf verloochenen, zijn kruis op zich nemen en Mij volgen’ (Matteüs 16:24).

 

Conclusie van de reflectie

Deze theologische reflectie laat zien hoe 1 Samuël 3:1-21 niet alleen een verhaal is over de roeping van een jongeling, maar ook een diepgaande openbaring van Gods karakter, een vooruitwijzing naar Christus en een krachtige boodschap voor ons geloofsleven. Het is een herinnering dat God trouw blijft spreken, zelfs in tijden van stilte, en dat Hij ons uitnodigt om deel te nemen aan Zijn plan, ongeacht onze beperkingen. Dit verhaal nodigt ons uit om te luisteren, te vertrouwen en bereid te zijn om ons leven in dienst van Zijn koninkrijk te stellen.

Praktische toepassing

Dit bijbelgedeelte daagt ons uit om in tijden van geestelijke stilte en verval open te staan voor Gods roeping en ons door Hem te laten vormen tot een kanaal van Zijn stem en licht. Dit vereist gehoorzaamheid, vertrouwen en een bewuste keuze om te luisteren naar Gods stem, zelfs als die niet direct herkenbaar is. Hierna volgen vier richtlijnen die je eenvoudig kunt toepassen in je dagelijks leven.

 

  1. Creëer een moment van absolute stilte in je dag en oefen je in luisteren.

In een wereld vol geluid en afleiding is het leren luisteren naar Gods stem een bewuste oefening. Net zoals Samuël zich open moest stellen om de stem van de Heer te herkennen, kun jij dagelijks een moment van absolute stilte zoeken. Zet je telefoon uit, sluit je ogen en luister. Vraag God om tot je te spreken en wees niet bang voor de stilte. Je kunt bijvoorbeeld een specifieke vraag of situatie in gedachten nemen en die voorleggen aan God zonder direct een antwoord te verwachten. Het kan uitdagend zijn om niets te zeggen en alleen maar te luisteren, maar deze oefening helpt je om gevoeliger te worden voor de zachte fluistering van Zijn stem. Veel mensen vinden stilte ongemakkelijk, maar het is in die stilte dat Gods stem vaak hoorbaar wordt. Zoals het volk Israël moest leren wachten op God in tijden van geestelijke droogte, zo mogen wij leren dat Gods aanwezigheid vaak het sterkst wordt ervaren in het ontbreken van afleidingen.

 

  1. Herken Gods roeping in de onverwachte en ongewone situaties van je leven.

God roept vaak mensen die dat niet verwachten, zoals Samuël. Kijk in je eigen leven naar momenten waarop je onverwacht een verantwoordelijkheid, uitdaging of kans krijgt die groter lijkt dan jij aankunt. Zie dit niet als een toevalligheid, maar als een mogelijke uitnodiging van God. Vraag Hem in gebed of Hij je wil leiden in deze situatie en wees bereid om uit je comfortzone te stappen. Een voorbeeld kan zijn: neem een mentorrol op je in je kerk of gemeenschap, ook al voel je je ongeschikt. Of bied hulp aan een collega of buur die worstelt, zelfs als dat ongemakkelijk aanvoelt. Net zoals Samuël geroepen werd in een tijd waarin hij zichzelf waarschijnlijk niet zag als Gods instrument, kun jij Gods stem herkennen in situaties die je normaal misschien zou ontwijken. God gebruikt je niet omdat je al volledig voorbereid bent, maar omdat je bereid bent om te luisteren en te handelen.

 

  1. Zeg regelmatig hardop: ‘Spreek, Heer, uw dienaar luistert’.

Maak deze woorden van Samuël tot een vast onderdeel van je dag. Het uitspreken van deze zin, misschien tijdens je ochtendgebed of voordat je een belangrijke beslissing neemt, helpt je om je hart open te stellen voor Gods leiding. Wees vervolgens alert op de manieren waarop God tot je spreekt: door de Bijbel, door anderen of zelfs door onverwachte omstandigheden. Dit is geen magische formule, maar een bewuste houding van gehoorzaamheid en beschikbaarheid. Het uitspreken van deze woorden helpt je om een concrete, dagelijkse herinnering te hebben aan je bereidheid om te luisteren naar Gods wil. Net zoals Samuël zijn hart moest openen voor een boodschap die hij niet verwachtte, kan dit jou helpen om je bewust te worden van Gods roeping in jouw leven.

 

  1. Wees een kanaal van Gods licht door bewust kleine daden van genade te tonen.

Net zoals Samuël werd geroepen om een profeet te zijn in een tijd van geestelijke duisternis, kun jij Gods licht laten schijnen door kleine, oprechte daden van genade. Dit kan betekenen dat je bewust tijd vrijmaakt voor iemand die zich eenzaam voelt, dat je bemoedigende woorden spreekt tot iemand die ontmoedigd is of dat je een praktische behoefte van iemand vervult zonder daar iets voor terug te verwachten. Denk bijvoorbeeld aan een buurman die hulp nodig heeft bij boodschappen, een collega die onder druk staat of iemand in je kerk die zich verloren voelt. Deze kleine daden zijn misschien niet spectaculair, maar ze weerspiegelen Gods licht in een wereld die dat zo hard nodig heeft. Net zoals Samuël uiteindelijk Gods woord doorgaf aan heel Israël, kun jij door kleine daden van trouw en liefde een groot verschil maken in je omgeving.

 

Laat je door deze richtlijnen inspireren om in je dagelijks leven ruimte te maken voor Gods stem en Zijn roeping te beantwoorden. Door stil te worden, alert te zijn op onverwachte kansen, je bewust open te stellen en kleine daden van genade te tonen, kun je een kanaal van Zijn stem en licht worden in een wereld die verlangt naar hoop en waarheid. Welke stap zet jij vandaag om deze roeping in jouw leven vorm te geven?

Afsluiting

Laten we nog even terugkeren naar de inleiding. Op dat moment wist Iris niet wat ze met haar droom moest. Het leek zo echt en toch vroeg ze zich af of het niet gewoon haar verbeelding was. Maar de woorden die ze in haar droom hoorde – haar naam, zo duidelijk en persoonlijk – lieten haar niet los. Ze besloot er met haar jeugdleider over te praten. Tot haar verbazing werd ze niet raar aangekeken, maar aangemoedigd om door te blijven bidden en te vragen of God Zijn roeping duidelijk wilde maken. Haar jeugdleider zei: ‘God roept niet altijd met een hoorbare stem. Soms gebruikt Hij mensen, bijbelteksten of gebeurtenissen om je te laten zien wat Hij van je vraagt. Het belangrijkste is dat je je hart openhoudt en bereid bent om te luisteren.’

     Die week las Iris elke avond een stukje uit haar Bijbel en bad ze: ‘Heer, laat mij weten wat U van mij wilt.’ Langzaam begon ze rust te vinden in het idee dat ze niet alles meteen hoefde te begrijpen. Ze hoefde alleen maar bereid te zijn om te luisteren en kleine stappen van gehoorzaamheid te zetten. Een paar maanden later voelde ze een sterk verlangen om meer te doen in de kerk. Ze meldde zich aan als vrijwilliger bij de kinderopvang en ontdekte dat ze een gave had om met kinderen te werken. Ze voelde zich nuttig en betrokken, alsof ze eindelijk een plek had gevonden waar ze echt iets kon betekenen. Iris had geleerd dat Gods roeping niet altijd groot en spectaculair is, maar vaak begint met een bereid hart en eenvoudige stappen van gehoorzaamheid.

     Het verhaal van Iris lijkt op dat van Samuël. Beide werden geroepen op een onverwacht moment en beide moesten leren hoe ze Gods stem konden herkennen. Net zoals God Samuël riep in een tijd van geestelijke stilte, roept Hij ons vandaag om licht te zijn in een vaak donkere wereld. Zijn roeping is niet afhankelijk van onze geschiktheid, maar van onze bereidheid om te luisteren en te volgen.

     Vergeet niet dat God altijd spreekt, ook in tijden van stilte. Hij kent jouw naam, Hij kent jouw hart en Hij heeft een plan voor jouw leven. Net zoals Hij Samuël vormde tot een kanaal van Zijn stem en licht, wil Hij ook jou gebruiken om Zijn liefde en waarheid te verspreiden. Wees bemoedigd door Gods woorden in Jesaja 43:1: ‘Wees niet bang, want Ik zal je vrijkopen, Ik heb je bij je naam geroepen, je bent van Mij!’ Ga deze week in de wetenschap dat God je roept, dat Hij je zal leiden en dat Hij trouw is in al Zijn beloften. Zijn stem is niet altijd luid of duidelijk, maar Hij spreekt tot wie bereid is te luisteren. Durf jij te antwoorden zoals Samuël deed: ‘Spreek, Heer, uw dienaar luistert’? God is met je, vandaag en alle dagen die komen.

Reflectievragen bij 1 Samuël 3:1-21

Reflectievragen voor persoonlijk gebruik

  1. Wat is volgens jou de belangrijkste boodschap uit 1 Samuël 3:1-21 over Gods roeping en hoe Hij Zich bekendmaakt? Hoe spreekt dit tot jouw leven?
  2. Hoe kun jij jezelf openstellen om Gods stem te horen in jouw dagelijks leven? Welke stappen kun je zetten om hierin te groeien?
  3. Wat betekent het voor jou dat God ervoor kiest om een jonge Samuël te roepen in een tijd van geestelijke duisternis? Hoe motiveert dit jou om beschikbaar te zijn voor Gods werk?
  4. Wat leert deze tekst je over de rol van gehoorzaamheid en nederigheid in het beantwoorden van Gods roeping? Hoe kun je dit toepassen in je eigen geloofsleven?
  5. Wanneer heb jij ervaren dat God tot je sprak, bijvoorbeeld door Zijn Woord, gebed of een andere situatie? Hoe heeft dit je relatie met Hem veranderd?

 

Reflectievragen voor groepsdiscussie

  1. Wat valt jullie op aan de manier waarop Samuël leert Gods stem te herkennen? Hoe kunnen wij elkaar helpen om Gods leiding te verstaan?
  2. Hoe kunnen wij als gemeenschap leren om trouw te zijn aan Gods roeping, zelfs in een tijd waarin geestelijke leiders soms tekortschieten?
  3. Wat leert de boodschap die Samuël ontvangt over Gods heiligheid en rechtvaardigheid? Hoe kan deze boodschap ons als groep helpen om trouw te blijven aan Gods wil?
  4. Welke parallellen zien jullie tussen de geestelijke situatie in Israëls tijd en de uitdagingen die de kerk vandaag de dag tegenkomt? Hoe kunnen we hierop reageren?
  5. Hoe kunnen wij elkaar inspireren om, net als Samuël, te zeggen: ‘Spreek, Heer, uw dienaar luistert’? Wat kunnen we praktisch doen om elkaar hierin te ondersteunen?

 

Copyrights Marjolein Gommers

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.