Hieronder staan de leespreken weergegeven volgens de volgorde van publicatie op de website. Op de pagina's 'Oude Testament' en 'Nieuwe Testament' staan de leespreken gerangschikt per bijbelboek.

Gods verborgen leiding (1 Samuël 9:1-27)

In 2004 stond ik voor een belangrijke keuze: wat ga ik studeren? Ik was 26 jaar oud en het voelde alsof deze beslissing bepalend zou zijn voor de rest van mijn leven. Er waren talloze mogelijkheden, maar niets leek echt vanzelfsprekend. Uiteindelijk koos ik, misschien meer intuïtief dan rationeel, voor Nederlandse taal en cultuur aan de Universiteit Leiden. Ik dacht: dit is een mooie studie, ik houd van taal en literatuur en wie weet waar het me brengt. Op dat moment voelde het niet alsof ik een grootse of levensveranderende keuze maakte. Het was gewoon een stap vooruit, in een periode waarin ik het idee had dat ik vooral moest dóórgaan. Maar nu, jaren later, zie ik hoe die keuze meer was dan alleen een praktische beslissing. Het bracht me op een pad dat ik nooit had kunnen voorzien. De studie opende een wereld van ideeën, van diepgaande gesprekken en bijzondere ontmoetingen. Het legde de basis voor wie ik nu ben en wat ik doe. Het is alsof ik pas achteraf de hand van God in die keuze herken. Terwijl het toen gewoon een praktische stap leek, was het de start van iets wat ik nu niet anders kan zien dan een door God geleid proces.

Lees meer »

Israël vraagt een koning (1 Samuël 8:1-22)

Een paar weken geleden zat ik aan de keukentafel met een vriendin die al jaren als teamleider werkt in een groot bedrijf. Ze had een kop koffie in haar hand en een vermoeide blik in haar ogen. ‘Weet je,’ zei ze, ‘soms is het bijna onmogelijk om iedereen tevreden te houden. Sommigen willen meer vrijheid, anderen willen juist strakkere regels. En hoe je het ook doet, iedereen verwacht dat ik de knopen doorhak. Maar als het misgaat? Dan ben ik degene die het moet uitleggen.’ Ze glimlachte flauw en voegde eraan toe: ‘Soms denk ik: laat iemand anders het maar doen. Laat er een manager boven mij komen, iemand die alles beslist. Dan is het in ieder geval niet meer mijn verantwoordelijkheid.’ We lachten even, maar haar opmerking bleef hangen. Hoe vaak verlangen wij niet naar iemand die alle lastige keuzes voor ons maakt? Iemand die het allemaal voor ons regelt, zodat wij gewoon verder kunnen gaan met ons leven?

Lees meer »

Bekering en bevrijding (1 Samuël 7:1-17)

Het gebeurde op een doodgewone donderdagmiddag. Ik stond langs de kant van de weg met een fiets die niet meer vooruit wilde. Een kapotte ketting, precies halverwege mijn route. Eerst keek ik een beetje hulpeloos om me heen, hopend dat iemand zou stoppen. Maar er kwam niemand. De frustratie borrelde op: waarom nu en waarom moet dit mij overkomen? Ik probeerde de ketting terug te leggen, maar niets hielp. Totdat ik me realiseerde dat ik niets anders kon doen dan wachten. In die stilte, terwijl ik zat te rommelen met mijn fietsketting, had ik een moment van bezinning. Waarom probeerde ik altijd alles zelf op te lossen? Waarom is het zo moeilijk om hulp te vragen – aan mensen, maar ook aan God? Dit kleine voorval maakte me bewust van een groter patroon in mijn leven. Hoe vaak blijf ik zelf vechten en proberen, terwijl de oplossing ligt in overgave? 

Lees meer »

De ark keert terug (1 Samuël 6:1-21)

Ik hoorde eens een verhaal van een gezin dat tijdens een verhuizing een oude doos vond op zolder. De doos stond er waarschijnlijk al jaren, stoffig en half verborgen achter andere spullen. Uit nieuwsgierigheid maakten ze hem open. In de doos vonden ze een stapel vergeelde documenten, sieraden en een oud dagboek. Wat aanvankelijk gewoon een oude doos leek, bleek een familie-erfstuk met bijzondere waarde. Het dagboek hoorde toe aan een verre overgrootmoeder en bevatte verhalen over haar leven, haar strijd en haar geloof. De sieraden bleken antiek, waardevol en vol van emotionele betekenis. Maar wat hen nog het meest raakte, was de gedachte dat al die tijd, al die jaren, iets zo bijzonders gewoon had liggen verstoffen. Niemand had zich ooit de moeite getroost om ernaar te kijken, laat staan de waarde ervan te beseffen. Pas toen ze dit ontdekten, begonnen ze te beseffen hoe belangrijk het was om dit erfstuk met zorg te behandelen en te bewaren. 

Lees meer »

Jezus en de Vader (Johannes 5:19-47)

Mark (42) liep gespannen heen en weer in de wachtruimte van het ziekenhuis. De geur van ontsmettingsmiddel en het zachte gezoem van apparatuur brachten hem weinig rust. Zijn vrouw Sophie lag verderop, aangesloten op allerlei monitoren. Al weken voerde ze een strijd tegen een mysterieuze ziekte. De artsen deden hun best, maar niemand leek precies te weten wat er aan de hand was. Mark voelde zich compleet machteloos. Hij bad – voor de eerste keer in jaren – dat God zou ingrijpen. ‘Als U echt bestaat, doe dan iets. Geef ons een teken,’ fluisterde hij, terwijl hij door het kleine raam naar de grijze lucht buiten staarde. Maar er kwam geen stem uit de hemel, geen plotseling wonder. Het wachten ging door. Elke seconde leek een eeuwigheid en Mark vroeg zich af of zijn gebed wel gehoord was. Hoe wist je eigenlijk zeker dat God je hoorde? Dat Hij écht iets deed? De twijfel vrat aan hem. Hoe vaak had hij niet verhalen gehoord over mensen die wonderen meemaakten? Maar wat als hij niet ‘goed genoeg’ was? Of als hij de verkeerde woorden gebruikte in zijn gebed? Het idee dat hij niets kon doen, maakte hem bijna wanhopig. Die nacht, terwijl hij in de ziekenhuisstoel naast Sophies bed zat, schoot een oude herinnering door zijn hoofd. Een verhaal uit de Bijbel, dat hij ooit als kind had gehoord. Iets over Jezus die sprak over de Vader. Dat ze samen werkten, altijd. Dat Jezus zei dat de Vader zelfs doden kon opwekken. ‘Werkelijk, Ik verzeker u, de Zoon kan niets uit zichzelf doen,’ herinnerde hij zich de woorden vaag. Maar wat had dat met hem te maken? Hij dacht aan Sophie, haar bleke gezicht, de ritmische piepjes van de monitor. Hoe wist je of Jezus daar nu ook iets mee te maken had? 

Lees meer »

Genezing in het bad van Betzata (Johannes 5:1-18)

Martijn (54) zat in zijn stoel bij het raam, met zijn blik op de tuin gericht. De regen tikte zachtjes tegen het raam, maar hij hoorde het nauwelijks. Alles deed pijn. Zijn spieren waren al jaren verzwakt door een progressieve spierziekte en zelfs de kleinste beweging voelde als een loodzware inspanning. Eens was hij de sterkste man in de familie, degene die zonder moeite een kast kon verplaatsen of een muur kon verven. Nu kostte het hem al moeite om zijn kopje thee op te tillen. Vier jaar geleden was de diagnose gekomen. ‘Het is niet levensbedreigend,’ hadden de artsen gezegd. ‘Maar er is geen genezing mogelijk. Uw kracht zal langzaam afnemen.’ In het begin had hij hoop gehad. Hij probeerde elke nieuwe therapie die werd aanbevolen. Hij ging naar specialisten, slikte supplementen en deed trouw oefeningen. Maar de resultaten bleven uit. Langzaam maar zeker had hij de moed verloren. Zijn vrouw, Anna, kwam de kamer binnen met een bord soep. ‘Hier, probeer wat te eten,’ zei ze zacht. Maar Martijn schudde zijn hoofd. ‘Het hoeft niet,’ mompelde hij. Hij keek naar zijn trillende handen en zuchtte diep. ‘Waarom zou ik me nog druk maken? Het wordt toch niet beter.’ Anna ging naast hem zitten. ‘Misschien kunnen we die nieuwe kliniek in Duitsland proberen?’ stelde ze voorzichtig voor. Maar Martijn keek haar met een vermoeide blik aan. ‘Anna, stop. We hebben al genoeg geprobeerd. Het heeft geen zin meer.’ Zijn stem brak even, en hij keek weer naar buiten. ‘Ik moet gewoon accepteren dat dit mijn leven is nu.’

Lees meer »

Genezing in Kana (Johannes 4:43-54)

Mark, 37 jaar, was een man die gewend was om controle te hebben. Als eigenaar van een succesvol bouwbedrijf wist hij hoe hij problemen moest oplossen. Maar de laatste weken stond zijn wereld volledig op zijn kop. Zijn zoon Bas, twaalf jaar oud, lag in het ziekenhuis met een mysterieuze ziekte. Het begon onschuldig, met wat vermoeidheid en een lichte koorts. De dokter zei dat het een griepje was. Maar toen de koorts steeds hoger opliep en Bas nauwelijks meer uit bed kon komen, ging er iets knagen in Mark. Het voelde niet goed.

Lees meer »

Gesprek met een Samaritaanse vrouw (Johannes 4:1-42)

Luca was achttien en op het eerste gezicht had hij alles waar je als scholier van kon dromen. Hij was aanvoerder van het voetbalteam en speelde elke wedstrijd alsof hij in een stadion met duizenden fans stond. In de kantine werd hij altijd begroet met schouderklopjes van teamgenoten en gelach van vrienden. Luca was degene die je uitnodigde voor feestjes en als hij erbij was, leek het alsof alles een niveau leuker werd. Zijn Instagram stond vol foto’s van tropische vakanties met zijn ouders, selfies met zijn nieuwste vriendinnetje en video’s van spectaculaire doelpunten. Met meer dan drieduizend volgers voelde hij zich soms net een lokale beroemdheid.

Lees meer »

Getuigenis van Johannes de Doper (Johannes 3:22-36)

Elisa, 24 jaar, groeide op in een klein dorp in Friesland, waar iedereen elkaar kende en waar de buurvrouw altijd klaarstond met een pan soep als er iemand ziek was. Vanaf jonge leeftijd had Elisa het gevoel dat ze een verschil wilde maken in het leven van anderen. Haar moeder had haar vaak verteld hoe belangrijk het was om niet alleen aan jezelf te denken, maar je in te zetten voor het welzijn van anderen. Dat zette haar aan om verpleegkunde te gaan studeren. 

Lees meer »

Gesprek met Nikodemus (Johannes 2:23-3:21)

Sophie (34) zat aan de keukentafel, starend naar een lege koffiemok. Het was half elf ’s avonds. De vaatwasser bromde zachtjes op de achtergrond en boven hoorde ze het ritmische gesnurk van haar man. Ze had gehoopt dat het rustgevende geluid haar gedachten zou kalmeren, maar het maakte haar alleen maar onrustiger. Het was weer zo’n dag geweest. Een dag waarop alles gewoon doorging: opstaan, werken, koken, opruimen. Maar onder de oppervlakte voelde ze het steeds duidelijker: een knagend gevoel van onvrede. Alsof alles wat ze deed geen echt gewicht had, geen blijvende betekenis.

Lees meer »

Jezus in de tempel (Johannes 2:13-22)

Eva, 35 jaar, had alles goed voor elkaar. Haar bloemenzaak in het hart van de stad was een succes. Het was niet zomaar een bloemenwinkel; klanten kwamen er graag vanwege de warmte en persoonlijke aandacht die Eva uitstraalde. De winkel ademde sfeer: houten tafels vol kleurrijke boeketten, zachte muziek op de achtergrond en altijd een kopje koffie klaar voor vaste klanten. Eva genoot van haar werk, maar het runnen van de zaak was niet altijd makkelijk. Met de stijgende kosten voelde ze de druk om creatief te zijn in haar financiën.

Lees meer »

Bruiloft in Kana (Johannes 2:1-12)

Emma, 28 jaar, keek uit naar haar bruiloft. Maandenlang was ze in de weer geweest met de voorbereidingen. Alles moest perfect zijn: van de bloemen tot de muziek, van de gastenlijst tot het menu. Zij en haar verloofde, David, hadden niets aan het toeval overgelaten. Dit zou hun dag worden, de start van hun gezamenlijke toekomst.

Lees meer »

Getuigenissen (Johannes 1:19-51)

Thomas, 33 jaar, had een drukke week achter de rug. Zijn werk als projectmanager slokte al zijn energie op en de avonden waren gevuld met sociale verplichtingen waar hij eigenlijk nauwelijks zin in had. Hij voelde zich steeds leger. Op zondagochtend besloot hij het eens anders te doen. Hij trok zijn jas aan en liep naar het park. Het was vroeg en de stad leek nog te slapen. Het gras was bedekt met een dunne laag dauw en de lucht was fris, bijna koud. Hij had het park altijd een fijne plek gevonden om tot rust te komen, een plek waar de chaos van het dagelijkse leven even wegviel.

Lees meer »

Het Woord is mens geworden (Johannes 1:1-18)

Mark was zestien en had een fascinatie voor licht. Niet zomaar licht, maar hoe het de wereld om hem heen kon veranderen. Als hij na school naar huis fietste, keek hij niet naar de weg voor zich, maar naar de lange schaduwen van de bomen en het gouden schijnsel van de zon dat de bladeren oplichtte. Zijn slaapkamer hing vol posters van sterrenstelsels, zonsondergangen en lantaarns die in de nacht hun licht verspreiden. Hij had zelfs een oude camera van zijn opa gekregen om het licht vast te leggen. ‘Licht laat je zien wat er echt is,’ zei hij vaak tegen zijn moeder. ‘Zonder licht zie je niks, snap je? Het maakt alles helder.’

Lees meer »

De val van Jericho (Jozua 5:13-6:27)

Sophie, 27 jaar, voelde haar telefoon trillen in haar hand terwijl ze door de gang van het ziekenhuis liep. Haar moeder belde alweer. ‘Mam, ik weet het niet,’ fluisterde ze, terwijl ze tegen de muur leunde. ‘De arts zei dat het nog uren kan duren. Ik weet niet eens zeker of ik hem ooit weer zie.’ Haar stem brak, en ze veegde snel een traan weg, alsof ze bang was dat iemand het zou zien. David, haar vriend, was net naar binnen gebracht voor een complexe hartoperatie. Ze hadden maar twee weken geleden gehoord dat er iets mis was en nu was alles ineens een wirwar van afspraken, scans en zenuwslopende gesprekken met artsen. ‘We doen alles wat we kunnen,’ had de chirurg gezegd, ‘maar dit is een risicovolle ingreep. Het kan goed gaan, maar het kan ook anders lopen.’ Dat laatste bleef in haar hoofd rondspoken: het kan ook anders lopen. Ze haatte die woorden.

Lees meer »

De schepping van hemel en aarde (Genesis 1:1-2:3)

Op een rustige donderdagmiddag stond Elise, een 37-jarige biologe, aan de rand van een uitgestrekt natuurgebied. Ze keek uit over een landschap waar ze al jaren onderzoek deed naar planten en dieren, ecosysteem en klimaatverandering. Elise had altijd al een fascinatie gehad voor de natuur. Als klein meisje hield ze urenlang mieren en kevers in glazen potjes, nieuwsgierig naar de wereld die ze daarbinnen ontdekte. Ze herinnerde zich nog goed de dag waarop haar vader haar meenam naar het bos en zei: ‘Elise, achter elke plant, elk dier en elk blaadje schuilt een verhaal. Probeer ze te ontdekken.’ Toch voelde vandaag anders dan anders. Elise was net terug van een conferentie, waar een felle discussie was ontstaan over de oorsprong en het doel van alles wat leeft. Als biologe kende ze uiteraard de wetenschappelijke verklaringen, theorieën over evolutie en kosmische toevalligheden. Maar tijdens die conferentie had een collega haar recht op de vrouw af gevraagd: ‘Elise, geloof jij eigenlijk nog dat er betekenis is in wat je onderzoekt? Of zijn we gewoon toevallige passanten in een eindeloze reeks van gebeurtenissen?’ Sindsdien spookte die vraag onafgebroken door haar hoofd. Terwijl Elise het natuurgebied inkeek, vroeg ze zich af of al het prachtige dat ze zag – de elegantie van een vliegende zwaluw, het delicate patroon op de vleugels van een vlinder, de precisie van hoe het ecosysteem functioneerde – nu echt puur toeval kon zijn. Ze merkte tot haar eigen verbazing dat de wetenschap, die altijd zoveel antwoorden bood, haar deze keer vooral met nieuwe vragen opzadelde.

Lees meer »

Omzwervingen van de ark (1 Samuël 5:1-12)

Enkele jaren geleden sprak ik een vrouw die met stralende ogen vertelde over een bijzonder erfstuk in haar familie: een oude, versleten bijbel, die al generaties lang werd doorgegeven. ‘Deze bijbel,’ zei ze, ‘is voor ons meer dan een boek. Het is een teken van Gods aanwezigheid in ons gezin. Zolang we hem hebben, weet ik dat we beschermd worden.’ Toen ik haar vroeg of ze hem zelf vaak las, glimlachte ze verlegen. ‘Eigenlijk niet,’ gaf ze toe. ‘Maar het geeft me een gevoel van zekerheid. Zolang die bijbel in huis is, voel ik dat God dichtbij is.’ Haar woorden bleven hangen. Hoe vaak zoeken wij niet naar tastbare dingen die ons geloof versterken of zekerheid geven? Misschien is het een symbool, een ritueel of zelfs een bepaald gevoel. Maar wat gebeurt er als dat tastbare verdwijnt? 

Lees meer »

De ark buitgemaakt (1 Samuël 4:1-22)

Sofie, een alleenstaande moeder van 36, had altijd een vast vertrouwen in God gehad. Haar leven was niet eenvoudig; sinds haar man haar plotseling had verlaten, had ze haar dagen gevuld met werken en zorgen voor haar vierjarige dochter Elise. Toch begon ze elke ochtend trouw met gebed. Ze bad voor kracht, voor bescherming en voor wijsheid om Elise op te voeden in het geloof. Sofie geloofde dat God haar leidde, zelfs in moeilijke tijden. Maar toen Elise plotseling ziek werd, veranderde alles. Wat begon als een onschuldige verkoudheid, leek maar niet over te gaan. Elise kreeg hoge koorts en begon moeilijk te ademen. Sofie bracht haar naar de huisarts, die haar direct doorstuurde naar het ziekenhuis. Daar kwam de schok: Elise had een ernstige infectie, die zich snel verspreidde. De artsen spraken over langdurige behandelingen, zware antibiotica en de mogelijkheid van blijvende schade. Sofies wereld stortte in. Hoe kon dit gebeuren? Waarom haar dochter?

Lees meer »

Gods roep in de duisternis (1 Samuël 3:1-21)

Iris was veertien en zat in de tweede klas van het gymnasium. Ze was een intelligente en plichtsgetrouwe leerling, iemand die altijd haar huiswerk op tijd af had en aan het einde van iedere les netjes in haar agenda noteerde wat er nog moest gebeuren. Maar dat was niet het enige dat haar bezighield. Iris had een sterk gevoel dat er méér was in het leven dan alleen school, vriendinnen en handbaltraining. Ze kon niet uitleggen waarom, maar sinds een paar weken voelde ze een soort onrust. Alsof er iemand iets van haar wilde, iets belangrijkers dan goede cijfers halen of winnen op het handbalveld.

Lees meer »

Trouw te midden van verval (1 Samuël 2:12-36)

Peter, een succesvolle ondernemer van 58 jaar, heeft alles bereikt waar hij ooit van droomde. Dertig jaar geleden begon hij met een klein transportbedrijf, dat hij met veel toewijding en hard werken uitbouwde tot een van de meest gerespecteerde logistieke bedrijven in de regio. Zijn klanten waarderen hem om zijn eerlijkheid, betrouwbaarheid en persoonlijke betrokkenheid. ‘Een woord is een woord,’ zegt hij altijd. ‘Zo bouw je vertrouwen op.’

Lees meer »

Gehoorzaamheid en lof (1 Samuël 1:21-2:11)

Eva, 29 jaar, werkte sinds een jaar als vrijwilliger bij de lokale voedselbank. Wat begon als een manier om iets voor anderen te betekenen in haar vrije tijd, was inmiddels uitgegroeid tot een vast onderdeel van haar week. Elke woensdagavond stond ze klaar om dozen met voedsel samen te stellen en uit te delen aan de mensen die kwamen. Het was vaak druk, soms zelfs chaotisch. Maar wat Eva het meest raakte, waren de verhalen.

Lees meer »

Hanna’s gebed en Gods antwoord (1 Samuël 1:1-20)

Anne, 34 jaar, zat op de bank in haar gezellige woonkamer, een kop thee in haar handen geklemd. De muren waren versierd met foto’s van haar en haar man, Mark, lachend tijdens vakanties en feestjes. Maar geen kinderfoto’s. Er waren geen kleine voetjes die over de vloer trappelden, geen speelgoed dat her en der verspreid lag. De stilte in huis voelde soms als een ondraaglijk gewicht. Die middag had ze weer een zwangerschapsaankondiging van een vriendin gekregen. Het zoveelste kaartje op de koelkast. ‘We verwachten een kleintje!’ stond er in vrolijke letters boven een echo-afbeelding. Anne had haar best gedaan om enthousiast te reageren, maar zodra ze de telefoon had neergelegd, waren de tranen gekomen. Niet uit jaloezie, maar uit een diepe pijn, een gemis dat ze niemand durfde toe te vertrouwen. Op de babyshower van haar zus een week eerder voelde ze zich ook al een buitenstaander. De vrouwen om haar heen praatten over babykleding, slaaprituelen en de eerste tandjes. ‘En Anne?’ vroeg een oude buurvrouw op een gegeven moment, ‘Wanneer mogen we voor jou iets organiseren?’ De woorden waren onschuldig bedoeld, maar ze voelde zich alsof ze door de grond kon zakken. Ze had iets mompelend geglimlacht en zich snel naar de keuken teruggetrokken.

Lees meer »

Debora en Barak: overwinning op Sisera (Rechters 4:1-24)

David was elf jaar en dol op voetbal. Elke middag na school rende hij met zijn bal naar het pleintje om met zijn vrienden te spelen. Hij droomde ervan om ooit profvoetballer te worden, net als zijn grote voorbeeld. Maar die droom werd abrupt onderbroken toen hij zijn enkel brak tijdens een wedstrijd. Het was geen simpele breuk – de dokter zei dat het maanden zou duren voordat hij weer zou kunnen lopen, laat staan voetballen. David was radeloos. Hoe kon hij nu nog meedoen? Hij voelde zich buitengesloten en verloor zijn enthousiasme, niet alleen voor voetbal, maar ook voor andere dingen. Zijn moeder probeerde hem op te vrolijken. ‘Misschien kun je in de tussentijd iets anders doen, David,’ zei ze, terwijl ze zijn gipsbeen instopte onder een warme deken. Maar David schudde zijn hoofd. ‘Wat heeft het voor zin, mam? Ik kan toch niets.’ Hij keek naar zijn favoriete voetbalshirt dat aan de kastdeur hing, een pijnlijke herinnering aan wat hij niet meer kon.

Lees meer »

De eerste rechters: Otniël, Ehud, Samgar (Rechters 3:7-31)

Bram, 42 jaar, zat met een verslagen gezicht naast zijn auto, die half in de sloot hing. De rechterkant was zwaar beschadigd en de wielen stonden schuin. ‘Dit is de zoveelste keer,’ mompelde hij terwijl hij naar zijn handen staarde. Het begon allemaal twee jaar geleden, toen hij zijn baan verloor. Daarna stapelden de problemen zich op: financiële zorgen, ruzies thuis en een kort moment van hoop toen hij een nieuwe baan vond. Maar die hoop was van korte duur. Nu stond hij daar, letterlijk en figuurlijk aan de kant van de weg. Alles leek mis te gaan.

Lees meer »

Israëls afvalligheid en Gods reactie (Rechters 2:6-3:6)

Eva, 35 jaar, leefde een leven waar velen alleen maar van konden dromen. Ze had haar eigen marketingbureau, werkte samen met grote namen in de industrie en verdiende een inkomen waar ze vroeger alleen maar van had kunnen dromen. Haar dagen waren gevuld met vergaderingen, afspraken en sociale evenementen. Ze was regelmatig te zien op glanzende tijdschriftpagina’s en het aantal Instagramvolgers steeg met de dag. Luxe werd haar standaard: de nieuwste gadgets, designerjurken, etentjes in sterrenrestaurants en vakanties naar exclusieve bestemmingen. Voor de buitenwereld leek ze het perfecte leven te hebben. Maar wat de buitenwereld niet wist, was hoe hard Eva moest werken om dit imago in stand te houden. Elk succes voelde als een nieuwe verplichting. ‘Wat als mensen me vergeten?’ vroeg ze zich af. ‘Wat als ze merken dat ik niet zoveel voorstel zonder mijn werk?’ Ze was constant bezig met het volgende doel, de volgende mijlpaal, het volgende bewijs dat ze belangrijk was. Op een avond, na een lange werkdag en een gala waar ze zich doorheen had gesleept, kwam Eva thuis in haar prachtige appartement. Ze plofte neer op de bank en keek om zich heen. Alles was precies zoals ze het wilde: het interieur perfect gestyled, de nieuwste apparatuur in de keuken, een wand gevuld met prijzen en certificaten. Toch voelde ze zich leeg. Ze opende haar laptop en begon te scrollen door de foto’s van de avond. Het beeld van haar stralende glimlach op de rode loper vulde het scherm. Voor het eerst vroeg ze zich af: ‘Waarom doe ik dit eigenlijk? Ik heb alles, maar waarom voelt het alsof ik niets heb?’ De dagen daarna begon Eva bewuster naar haar leven te kijken. Ze merkte hoe moe ze was, hoe oppervlakkig haar relaties waren geworden, hoe lang het geleden was dat ze écht gelukkig was geweest. Het leek alsof al haar tijd en energie naar een eindeloos streven ging, zonder dat het haar vervulde. ‘Misschien is dit gewoon het leven,’ dacht ze, ‘of misschien heb ik ergens onderweg iets verloren …’ Wat Eva niet doorhad, was dat ze iets heel menselijks meemaakte. Zonder dat ze het doorhad, was haar streven naar succes, roem en bezit haar alles geworden. Ze had onbewust een god gemaakt van deze dingen, terwijl ze de God die haar ooit richting gaf volledig was vergeten.

Lees meer »

Ontrouw na de dood van Jozua (Rechters 1:1-2:5)

Marleen (42) voelde zich uitgeput terwijl ze voor het buurthuis stond. Als coördinator had ze ooit vol enthousiasme haar taak op zich genomen: activiteiten organiseren, vrijwilligers aansturen en ervoor zorgen dat alles soepel verliep. Maar de laatste maanden liep alles stroever. De kerstmarkt was een succes geweest, maar de planning voor de voorjaarsactiviteiten kwam nauwelijks van de grond. De flyeractie was niet uitgevoerd, de materialen voor de knutselmiddagen waren niet ingekocht en een van de vrijwilligers had zich al drie keer afgemeld voor een vergadering. ‘Misschien moet je gewoon om meer hulp vragen,’ had haar vriendin Esther voorgesteld. ‘Je hoeft het niet allemaal zelf te doen.’ Maar Marleen had haar hoofd geschud. ‘Wat als niemand zich verantwoordelijk voelt? Of als het niet goed gebeurt? Ik ben uiteindelijk degene die ervoor moet zorgen dat alles loopt.’ Toch besefte ze dat ze niet meer zo door kon gaan. Tijdens de vrijwilligersvergadering besloot ze haar trots opzij te zetten. ‘We hebben iemand nodig die de activiteitenplanning op zich neemt,’ zei ze. Het voelde ongemakkelijk om die woorden uit te spreken. Maar tot haar opluchting stak Linda, een nieuwe vrijwilliger, meteen haar hand op. ‘Ik wil dat wel doen,’ zei ze enthousiast. Voor een moment voelde Marleen zich minder alleen, maar het knagende gevoel bleef. De flyers werden alsnog niet uitgedeeld en een deel van de vrijwilligers bleef onbetrokken. De activiteiten kwamen niet op gang zoals ze had gehoopt. Marleen vroeg zich af: waarom blijft er zoveel liggen, zelfs wanneer je hulp vraagt?

Lees meer »

De besnijdenis en het Pascha in Gilgal (Jozua 5:1-12)

Anneke (32) had het allemaal prima voor elkaar, tenminste, dat dacht iedereen. Een goede baan, een gezellig huis, vrienden om haar heen. Maar als je goed keek, zag je het: die schaduw in haar ogen. Het begon twee jaar geleden, toen ze vanuit het niets te horen kreeg dat haar moeder ernstig ziek was. Het zette alles op z’n kop. Ze was altijd die sterke vrouw geweest, degene die alles regelde, die er altijd stond. Maar nu voelde ze zich ... leeg. Alsof alles wat haar vroeger hielp vooruit te komen, ineens weg was. Ze vertelde me: ‘Het is alsof je door een woestijn loopt, zonder te weten waar je naartoe gaat. Je ziet de horizon, maar het voelt onbereikbaar. En onderweg raak je alles kwijt waarvan je dacht dat het je definieerde.’

Lees meer »

De gedenkstenen bij de Jordaan (Jozua 4:1-24)

Sophie, 37 jaar, woont in een dorp aan de rand van de Veluwe. Elke zomer maakt ze met haar gezin dezelfde wandeling. Het is geen spectaculaire tocht, maar een eenvoudig rondje door het bos naar een open plek waar een oude, scheve eik staat. ‘Waarom lopen we eigenlijk altijd naar die boom?’ vroeg haar dochtertje Nora vorig jaar, terwijl ze met haar kleine handje naar een tak wees die zich grillig naar de hemel uitstrekte. Sophie moest lachen, maar ze begreep dat de vraag eerlijk was. ‘Die boom,’ zei ze, ‘herinnert me altijd aan opa.’ Haar dochter keek haar vragend aan. ‘Opa en ik wandelden hier elke zaterdag,’ vervolgde Sophie. ‘Hij vertelde me dan verhalen over vroeger, over hoe hij hier als jongen speelde. En toen ik ouder werd, vertelde hij me over hoe hij God leerde kennen. Hij zei dat deze boom, met zijn dikke wortels en sterke takken, hem deed denken aan hoe God ons draagt, hoe diep Zijn trouw geworteld is.’ Terwijl ze daar samen stonden, voelde Sophie een steek van heimwee. Ze wist dat ze deze wandeling niet alleen voor zichzelf maakte, maar ook voor haar kinderen. Niet vanwege de boom zelf, maar vanwege het verhaal dat eraan verbonden was. Iets wat ze wilde doorgeven, zodat haar kinderen ooit hetzelfde zouden doen met hún kinderen.

Lees meer »

Het wonder van de Jordaanoversteek (Jozua 3:1-17)

Suzan, 34 jaar, stond op het perron te wachten. Het was een frisse maandagochtend en een koude wind speelde met de bladeren langs de rails. Ze trok haar jas wat dichter om zich heen. Over een paar minuten zou de trein arriveren die haar naar haar nieuwe baan zou brengen. Haar eerste werkdag. Alles wat ze de afgelopen maanden had gedaan – de sollicitaties, de zenuwslopende gesprekken, het afscheid nemen van haar oude team – had haar hier gebracht. Maar nu het moment daar was, voelde ze vooral twijfel.

Lees meer »

Verkenning van Jericho en de trouw van Rachab (Jozua 2:1-24)

Miriam, 29 jaar, woont in een achterstandswijk aan de rand van de stad. Haar appartement ligt op de bovenste verdieping van een oud flatgebouw, waar de verf van de muren bladdert en de lift vaker niet werkt dan wel. Ze werkt als schoonmaakster in een hotel, maar het meeste van wat ze verdient gaat naar de huur en het afbetalen van oude schulden. Miriam kent iedereen in de buurt, maar vertrouwen is hier schaars. Veel mensen leven met een eigen agenda, en geheimen hebben een prijs.

Lees meer »

De worsteling met genade (Jona 4:1-11)

Anne, 34 jaar, zat op het terras van haar favoriete koffietentje. Ze had net haar laatste deadline gehaald en eindelijk tijd om na te denken over wat er de afgelopen weken was gebeurd. Twee maanden geleden had ze een grote promotie gekregen op haar werk, iets waar ze jaren naar had toegewerkt. Iedereen om haar heen was enthousiast en trots, maar Anne voelde vooral leegte. Ze had verwacht dat dit moment haar gelukkig zou maken, dat het de beloning zou zijn voor haar harde werken. Maar in plaats daarvan had ze het gevoel dat het allemaal niets uitmaakte. Wat het nog erger maakte, was dat haar collega Bas – die ze niet bepaald hoog had zitten – dezelfde promotie kreeg. ‘Bas! Hoe kan dat nou?’ had ze boos tegen een vriendin gezegd. Bas werkte minder hard, was minder betrokken en toch kreeg hij dezelfde erkenning. Anne had het gevoel dat het leven oneerlijk was. Waarom zou ze zich nog inspannen als de beloning toch niet kwam zoals ze had gehoopt? Die gedachten bleven aan haar knagen. Ze voelde zich boos, gefrustreerd, en bovenal teleurgesteld. Maar hoe langer ze erover nadacht, hoe meer ze zich afvroeg: ‘Waarom voel ik me zo? Ligt dit wel echt aan Bas? Of zit er iets diepers achter?’

Lees meer »

Bekering in Nineve (Jona 3:1-10)

Henk (68) was inmiddels drie jaar met pensioen. Hij had zijn werk altijd met passie gedaan, als aannemer in de bouw. Het gaf hem structuur, een doel en het gevoel dat hij iets bijdroeg. Maar sinds hij gestopt was, voelde elke dag leeg. Hij begon de dagen te vullen met het lezen van de krant, het kijken van het journaal en zo nu en dan een wandeling naar de supermarkt. Maar het nieuws dat hij las en hoorde, maakte hem vaak somber. Overal leek de wereld in brand te staan: oorlogen, corruptie, onrecht. Henk kon het niet helpen zich af te vragen: ‘Wat maakt mijn leven nu eigenlijk nog uit in het grote geheel? Wat kan ik hieraan veranderen?’

Lees meer »

Gebed in de diepte (Jona 2:1-11)

Mark, 42 jaar, was nooit iemand die snel het overzicht verloor. Als zelfstandig ondernemer had hij geleerd om met druk om te gaan en oplossingen te vinden, zelfs in de meest complexe situaties. Maar de afgelopen maanden was alles anders. Een grote klant had onverwachts zijn contract opgezegd, een juridische strijd met een leverancier liep volledig uit de hand en zijn banksaldo begon gevaarlijk laag te worden. Het was alsof alles tegelijk kwam. En toen kwam de klap die hij niet had zien aankomen. Mark kreeg te horen dat zijn moeder ernstig ziek was. ‘Het voelde alsof ik in een draaikolk werd meegezogen,’ vertelde hij later. Hij deed zijn best om sterk te blijven voor zijn gezin en zijn moeder, maar ’s nachts, als alles stil was, kwam de wanhoop. Hoe moest hij dit ooit oplossen?  ‘Op een avond zat ik in de auto voor het huis van mijn moeder,’ vertelde Mark. ‘Ik was op, helemaal leeg. Ik voelde me alsof ik vastzat in een donkere tunnel zonder uitgang. Voor het eerst in mijn leven bad ik echt. Ik wist niet eens wat ik moest zeggen. Ik riep gewoon: “God, als U er bent, help me.”’ 

Lees meer »

De vlucht van de profeet (Jona 1:1-16)

Tom, een vijftiger met een drukke baan in de IT, had altijd het gevoel dat hij zijn leven goed op orde had. Hij woonde in een comfortabel huis, reed in een degelijke auto en had een stabiele relatie. Maar op een ochtend, terwijl hij onderweg was naar een belangrijke vergadering, brak er iets in hem. Het begon met een simpele gedachte: wat ben ik eigenlijk aan het doen? Die gedachte liet hem niet meer los. Thuisgekomen deelde hij zijn onrust met zijn vrouw, maar zij wuifde het weg. ‘Je werkt gewoon te hard,’ zei ze. ‘Neem een paar dagen vrij, dan komt het wel goed.’ Maar dat was niet het probleem. Het zat dieper. Elke keer als hij nadacht, hoorde hij dezelfde innerlijke stem: ‘Je moet stoppen, dit is niet waar God je wil hebben.’

Lees meer »

De verlossing door Boaz en de zegen van Obed (Ruth 4:1-22)

Jeroen (38) had zijn boekhandel opgebouwd vanaf de grond. Jarenlang had hij geïnvesteerd, niet alleen in boeken, maar ook in relaties. Klanten kwamen niet alleen voor een nieuw boek, maar ook voor een praatje. Voor advies over welke roman hen door een moeilijke periode zou helpen of welk theologisch werk hun geloofsleven zou verdiepen. De winkel was zijn trots, zijn toekomst, zijn zekerheid. Maar tijden veranderen. De concurrentie van online verkoop groeide, grote ketens drukten de kleintjes uit de markt en de huur steeg elk jaar. Jeroen probeerde vol te houden, tot de dag dat de klap kwam: de eigenaar van het pand besloot te verkopen. Binnen drie maanden moest hij weg. Hij zocht naar oplossingen, maar elke mogelijkheid strandde. Andere panden waren te duur, te ver weg of simpelweg ongeschikt. Banken wilden geen lening verstrekken. Subsidies golden niet voor kleine ondernemers zoals hij. Er was geen uitweg. Wat hij had opgebouwd, leek verloren te gaan. 

Lees meer »

Ruths verzoek om verlossing bij Boaz (Ruth 3:1-18)

Sophie (29) keek naar zichzelf in de spiegel. Ze streek haar handen over haar jurk, twijfelde even en pakte toen het flesje parfum van haar nachtkastje. Eén druppel achter haar oor. Niet te veel, niet te weinig. Ze haalde diep adem. Was dit een goed idee? Het was haar moeder die het had voorgesteld en eerlijk gezegd had ze het eerst weggewuifd. ‘Misschien moet jij eens de eerste stap zetten,’ had haar moeder gezegd. ‘Laat hem merken dat je beschikbaar bent.’ Sophie had gelachen. ‘Mam, we leven niet in de tijd van vroeger. Ik ga mezelf toch niet zomaar aanbieden?’ Maar haar moeder had haar indringend aangekeken. ‘Soms is een subtiele stap nodig om iemand de kans te geven jou te kiezen.’

Lees meer »

Ruth ontmoet Boaz op de akker (Ruth 2:1-23)

Marlies (28) kende de kunst van overleven als geen ander. Ze had nooit iets cadeau gekregen. Haar jeugd was een aaneenschakeling van moeilijke momenten: een vader die vertrok toen ze tien was, een moeder die worstelde met depressies en geldzorgen. Al jong leerde ze dat je nergens op kon rekenen. Na haar middelbare school was er geen geld voor een vervolgopleiding. Dus ging ze werken, overal waar ze een kans kreeg. Schoonmaakwerk, een baantje in de catering, vakken vullen in de supermarkt. Ze was niet te beroerd om haar handen uit de mouwen te steken. Maar overal hetzelfde verhaal: tijdelijke contracten, minimale zekerheid. De ene maand was er genoeg geld voor de huur, de andere maand niet. En hoe hard ze ook werkte, een toekomstperspectief was er nauwelijks. 

Lees meer »

De keuze van Ruth en het verlaten van Moab (Ruth 1:1-22)

Lisa (32) staart naar de verhuisdozen in haar woonkamer. De gordijnen zijn al van de rails gehaald, de boekenkast is leeg en de muren lijken ineens kaal en koud. Morgen vertrekt ze. Niet omdat ze dat wil, maar omdat ze geen keuze heeft. Een half jaar geleden dacht ze nog dat haar leven op rolletjes liep. Een goede baan, een warm thuis met haar man David en toekomstplannen die vol hoop en verwachting waren. Ze wilden sparen voor een groter huis, misschien een gezin stichten. Maar toen kwam de klap. Eerst de reorganisatie op haar werk – plotseling stond ze op straat. Ze dacht nog: het komt wel goed, ik vind wel iets anders. Maar dat viel tegen. En toen werd ook David nog eens ziek. Wat begon als iets kleins bleek ongeneeslijk. Binnen een paar maanden veranderde haar leven in een draaikolk van ziekenhuisbezoeken, onzekerheid en uiteindelijk … verlies. 

Lees meer »

De Heer van de sabbat en de roeping van de twaalf (Lucas 6:1-49)

Op een koude herfstmiddag in Rotterdam gebeurde er iets bijzonders in een stadspark dat normaal gesproken gedomineerd wordt door de haast van alledag. Terwijl de bladeren in warme tinten van oranje en rood langzaam naar beneden dwarrelden, viel Mark (41) iets op wat hij eerst even terzijde wilde schuiven. Midden in de drukte zag hij een oudere dame, gehuld in een versleten jas, worstelen met een tas vol boodschappen die duidelijk zwaarder bleek dan ze aankon. Normaal gesproken zou iemand in zo'n drukte snel langslopen, maar Mark voelde iets in zich dat hem aanspoorde even stil te staan.

Lees meer »

De roeping van de eerste discipelen en Jezus’ autoriteit (Lucas 5:1-39)

David (38) heeft zijn leven goed op orde. Hij werkt al vijftien jaar als projectmanager in de logistiek. Een drukke, verantwoordelijke baan, maar hij heeft er altijd voldoening uit gehaald. Hij is getrouwd met Esther, ze hebben twee kinderen, een fijn huis in een rustige wijk. Financieel gaat het goed, de auto’s staan voor de deur en vakanties worden ruim op tijd geboekt. Alles loopt volgens plan. Maar toch …  De laatste maanden voelt hij zich leeg. Zijn werk geeft hem nauwelijks nog voldoening. De dagen lijken op elkaar en elke nieuwe opdracht voelt als een herhaling van zetten. Hij weet hoe het werkt, hij kent de spelregels, maar de passie is verdwenen. Soms vraagt hij zich af: is dit het nou?

Lees meer »

Jezus’ eerste verkondiging en afwijzing in Nazaret (Lucas 4:14-44)

Jesse (38) stapte uit de auto en keek even om zich heen. De klinkerweggetjes, de bakkerij op de hoek, het oude stadhuis – veel was nog zoals hij het zich herinnerde. Maar tegelijk voelde alles anders. Dit was de stad waar hij was opgegroeid, waar hij als jongen door de straten rende, waar hij zijn eerste baantje had bij de supermarkt en op zaterdag voetbalde met zijn vrienden. En nu keerde hij terug. Niet als de jongen die hij ooit was, maar als burgemeester. Toen hij enkele maanden geleden werd gekozen, voelde het als een bekroning op zijn jarenlange inzet. Hij had in grote steden gewerkt, beleidsplannen geschreven, crises opgelost. En nu mocht hij iets betekenen voor zijn eigen geboorteplaats. De stad waar hij als kind van droomde, maar die hij als volwassene lang niet had bezocht. Toen het nieuws bekend werd, stroomden de felicitaties binnen. ‘Wat geweldig, Jesse!’ ‘Eindelijk een burgemeester die begrijpt hoe het hier werkt!’ Maar nu hij voor het eerst écht naar buiten trad als burgemeester, begon hij te merken dat het niet alleen maar waardering was die hem te wachten stond. 

Lees meer »

De roeping en voorbereiding van Jezus’ bediening (Lucas 3:1-4:13)

Mark haalde diep adem en zette zijn eerste stap op het bospad. De kou prikte in zijn gezicht, en zijn adem vormde wolkjes in de ijle lucht. Voor hem lag een uitgestrekt wandelpad dat dwars door de Schotse Hooglanden liep. Geen bebouwing, geen bereik, alleen de wind die over de heuvels joeg. Dit was het moment. Twee maanden geleden had hij zijn uniform ingeleverd. Tien jaar lang had hij als militair gediend, missies uitgevoerd in gevaarlijke gebieden, onder extreme omstandigheden overleefd. Maar na tien jaar was hij weer thuis, in Nederland, en alles voelde vreemd. De drukte van de stad, de gesprekken over koetjes en kalfjes, de leegte van een dag zonder doel. Hij miste de adrenaline, de kameraadschap, maar bovenal miste hij zichzelf. Wie was hij, nu zijn missie voorbij was? Zijn gedachten bleven malen: ‘Je stelt niets meer voor, Mark. Zonder je functie ben je niemand.’ De nachten waren het ergst. Slapen lukte nauwelijks. Soms hoorde hij nog de echo van bevelen in zijn hoofd, voelde hij de spanning alsof hij elk moment in actie moest komen. Hij had geprobeerd afleiding te zoeken: sporten, lezen, zelfs bidden. Maar God leek stil te blijven. En dus had hij dit besloten: een solotocht van veertig dagen. Alleen hij en de wildernis. Geen telefoon, geen afleiding. Alleen zijn gedachten en God. Misschien vond hij in de eenzaamheid een antwoord. Misschien werd het een tijd van helderheid. Of misschien ... zou hij breken.

Lees meer »

De geboorte en jeugd van Jezus (Lucas 2:1-52)

Joep wrijft met zijn handen over zijn gezicht en haalt diep adem. Zijn ogen voelen zwaar, zijn schouders nog zwaarder. Hij zit op een ongemakkelijke ziekenhuisstoel, de klok aan de muur tikt onverstoorbaar verder. Maar hij heeft geen besef van tijd. Alles is een waas sinds vannacht. Acht uur geleden reden ze met gierende banden het parkeerterrein van het ziekenhuis op. Zijn vrouw Nelleke kreunde van de pijn, haar hand had zijn vingers bijna fijngeknepen. ‘Het gaat beginnen,’ had de verloskundige gezegd. En toen was alles in een stroomversnelling gegaan. Hij had haar geholpen, haar moed ingesproken, maar eerlijk? Hij had zich nog nooit zo machteloos gevoeld. En nu ligt ze daar, uitgeput maar met een zachte glimlach. In haar armen ligt hun dochter. Hannah. Een naam die ze met zorg hadden gekozen. Het betekent ‘genade’. Ze wilden een naam met betekenis, iets dat meer was dan alleen mooi klinken. Hannah, een kind dat puur geschenk was. Joep buigt zich voorover en streelt voorzichtig het kleine handje dat uit de doeken piept. Zo klein. Zo kwetsbaar. Zijn hart zwelt op van liefde, maar tegelijk sluipt er iets anders binnen: verantwoordelijkheid. Dit kind is aan hén toevertrouwd. Hoe zullen ze haar opvoeden? Welke wereld zal ze tegemoet gaan? Nelleke kijkt naar hem en glimlacht. ‘We hebben haar naam uitgesproken,’ zegt ze zacht. ‘Nu gaat het beginnen.’ Joep knikt, maar in zijn hoofd blijft die ene gedachte hangen: wie zal ze worden?

Lees meer »

De aankondiging van Jezus’ komst (Lucas 1:1-80)

Tineke (42) stond in de badkamer en keek naar de zwangerschapstest in haar hand. Het was niet de eerste test die ze deed. Niet de vijfde. Niet de tiende. Maar misschien wel de vijftigste. Ze durfde niet meer te tellen. Haar handen trilden terwijl ze wachtte op het streepje dat haar leven zou veranderen. Ze haalde diep adem. Dit keer voelde het anders. Haar lichaam had zich vreemd gedragen de laatste weken. Ze had zich vaker moe gevoeld, soms zelfs een beetje misselijk. Stiekem had ze een sprankje hoop toegelaten, hoezeer ze zichzelf ook had voorgenomen om dat niet meer te doen. Ze keek naar de test. Eén streepje. Negatief. De moed zakte in haar schoenen. Weer niet. Op dat moment ging de deur open en verscheen Dirk in de deuropening. ‘En?’ vroeg hij voorzichtig. Maar toen hij haar gezicht zag, wist hij het al. Tineke legde de test voorzichtig op de wastafel en draaide zich om. ‘Ik weet niet hoe lang ik dit nog volhoud,’ zei ze met een stem die trilde van ingehouden tranen. Dirk zuchtte en wreef met zijn hand door zijn haar. ‘Misschien moeten we gewoon accepteren dat het niet gaat gebeuren,’ zei hij zacht. Maar accepteren… hoe doe je dat? Hoe laat je iets los wat zo diep in je hart zit? Hoe geef je je neer bij iets waar je al jaren voor bidt? 

Lees meer »

De roeping van Jozua als leider (Jozua 1:1-18)

Tom was 34 jaar oud toen zijn wereld instortte. Zijn vader, Jan, had altijd gezond geleefd, maar een onverwachte hartaanval maakte een abrupt einde aan zijn leven. Jan was niet alleen Toms vader, maar ook de spil van het familiebedrijf dat al meer dan zestig jaar bestond. Een transportbedrijf, opgericht door Toms grootvader met één vrachtwagen, was inmiddels uitgegroeid tot een bloeiende onderneming met twintig vrachtwagens, een magazijn en een team van dertig medewerkers. Het bedrijf was een symbool van hun familie-erfenis, een droom die generaties lang gekoesterd werd.

Lees meer »

Verantwoordelijkheid van de Levieten (Numeri 3:1-51)

Mark, een docent biologie van 39 jaar, stond op een rustige donderdagmiddag voor de klas. Hij was bezig met een les over ecosysteembeheer – een onderwerp dat hem altijd fascineerde. Tijdens de les merkte hij dat zijn studenten wat afgeleid waren, dus besloot hij een experiment voor te stellen. Hij liet de klas een ingewikkelde kettingreactie bouwen met allerlei materialen: dominosteentjes, knikkers, trechtertjes en houten balkjes. Het doel? De hele keten moest samenwerken om een bel te laten rinkelen. De leerlingen vonden het geweldig. Er werd gebouwd, getest, en soms ook gefrustreerd gezucht als er iets omviel. Maar uiteindelijk werkte het. Mark drukte op het eerste steentje en tot zijn grote vreugde – en die van de klas – rinkelde de bel precies zoals gepland. Iedereen juichte. Maar Mark bleef achter met een gedachte die hem niet losliet. Hoe kon het dat een paar missende onderdelen de hele opzet hadden laten mislukken? Waarom werkte het nu wel, terwijl het eerder niet lukte? Later die avond, terwijl Mark in zijn woonkamer een kop thee dronk, bleef het experiment door zijn hoofd spelen. Het leek zo’n simpele les in oorzaak en gevolg, maar het raakte aan iets groters. Hoe vaak voelen we ons in het leven niet als een los dominosteentje? Klein, onbeduidend, alsof ons aandeel er niet echt toe doet. En toch – zonder dat steentje – valt het hele bouwwerk in duigen.

Lees meer »

Heiligheid en nabijheid in de woestijn (Numeri 2:1-34)

Jonathan, 36 jaar, weet hoe het voelt om alles te willen ordenen en tegelijk overweldigd te worden door de chaos. Hij werkt als projectmanager bij een groot bedrijf en moet dagelijks een team van twintig mensen aansturen. Jonathan houdt van overzicht: schema’s, deadlines, duidelijke lijnen. Maar toen hij een maand geleden op maandagmorgen zijn computer opstartte, voelde hij meteen dat de week verkeerd begon. Het begon met een simpele vergissing: een mailtje dat naar de verkeerde persoon werd gestuurd. Daarna volgde een storm van misverstanden. Teamleden die elkaar verkeerd begrepen, deadlines die ineens verschoven, klanten die klaagden. Terwijl hij probeerde de schade te herstellen, hoorde hij een collega fluisteren: ‘Jonathan heeft het niet meer onder controle.’ De woorden prikten. Had hij het niet meer in de hand? Waar was zijn grip op de zaak? Die avond, terwijl hij thuis op de bank zat, vroeg Jonathan zich af: ‘Wat doe ik verkeerd? Alles lijkt langs me heen te glippen. Waarom kan ik het niet gewoon oplossen?’ Hij voelde zich niet alleen gefrustreerd, maar ook klein. Hij verlangde naar een moment van rust, van orde. Een moment waarop alles op zijn plek viel.

Lees meer »

De volkstelling van Israël (Numeri 1:1-54)

Jeroen, 32 jaar oud, heeft altijd een duidelijke roeping gevoeld. Als kind wilde hij dokter worden. Zijn kamer hing vol met posters van medische doorbraken en hij spaarde speelgoedstethoscopen. Iedereen om hem heen moedigde hem aan. ‘Jij gaat levens redden,’ zei zijn moeder trots. Maar toen Jeroen eenmaal zijn studie geneeskunde begon, merkte hij dat het allemaal anders liep dan hij had gedacht. Anatomieboeken, urenlang blokken voor tentamens en het bijhouden van een strak rooster voelden soms overweldigend.

Lees meer »