Getuigenis van Johannes de Doper (Johannes 3:22-36)

Inleiding

Elisa, 24 jaar, groeide op in een klein dorp in Friesland, waar iedereen elkaar kende en waar de buurvrouw altijd klaarstond met een pan soep als er iemand ziek was. Vanaf jonge leeftijd had Elisa het gevoel dat ze een verschil wilde maken in het leven van anderen. Haar moeder had haar vaak verteld hoe belangrijk het was om niet alleen aan jezelf te denken, maar je in te zetten voor het welzijn van anderen. Dat zette haar aan om verpleegkunde te gaan studeren. 

     De eerste jaren gingen soepel. Elisa had goede cijfers en haar stage in een verpleeghuis bevestigde dat ze op de juiste plek zat. Maar alles veranderde toen ze begon in een groot, druk ziekenhuis. Haar dagen waren gevuld met eindeloze rijen patiënten, snelle beslissingen en nauwelijks tijd om stil te staan bij wat ze eigenlijk aan het doen was. En telkens weer die vraag die als een vervelende mug in haar gedachten bleef rondzoemen: ‘Maakt het eigenlijk wel uit? Wat betekent mijn werk nu echt in deze chaos?’

     Het dieptepunt kwam op een regenachtige dinsdagmiddag. Elisa zat in haar pauze in de kantine, met een lauwe kop koffie in haar handen. De gesprekken om haar heen gingen over medische doorbraken, heroïsche reddingsacties en indrukwekkende diagnoses. Collega’s leken vol trots over zichzelf te spreken, terwijl Elisa zich steeds kleiner voelde worden. ‘Wat stelt mijn werk nou eigenlijk voor?’ dacht ze. ‘Een schouderklopje hier, een verbandje daar. Het is niets vergeleken met wat zij doen.’

     Die avond, thuis bij haar ouders, luchtte ze haar hart. Haar moeder luisterde geduldig terwijl Elisa vertelde hoe ze zich voelde: klein, onbelangrijk, alsof alles wat ze deed uiteindelijk niets veranderde. Toen haar moeder eindelijk sprak, klonk er een rust die Elisa niet had verwacht. ‘Lieve schat,’ zei ze, ‘je doet niet wat je doet om zelf groot te worden. Jij mag klein zijn, juist zodat iets of Iemand anders groter kan worden. Weet je nog wat Johannes de Doper zei? “Hij moet groter worden en ik kleiner.” Misschien is dat wel precies wat je nu mag leren.’

     Elisa bleef die woorden herhalen in haar hoofd. ‘Hij moet groter worden en ik kleiner.’ Wat bedoelde Johannes de Doper daar precies mee? En hoe kon dat haar situatie veranderen? 

     Misschien herken je je wel in Elisa. Misschien vraag jij je ook weleens af of jouw inzet, jouw werk of zelfs jouw leven wel verschil maakt. Waarom doen we wat we doen, als het zo klein lijkt in het grote geheel? Het bijbelgedeelte waarin Johannes deze woorden spreekt, helpt ons antwoorden te vinden op die vragen. Johannes stond voor een grote overgang, een tijd waarin zijn rol leek te verdwijnen. Toch zag hij daarin iets groters, iets dat zijn leven betekenis gaf. Laten we samen Johannes 3:22-36 lezen en ontdekken wat dat voor ons vandaag betekent. 

Bijbeltekst (NBV21)

Getuigenis van Johannes de Doper

[22] Daarna ging Jezus met zijn leerlingen naar Judea. Daar bleef Hij enige tijd en Hij doopte er. [23] Johannes doopte toen ook, in Enon, dicht bij Salim, een waterrijk gebied. Daar kwamen de mensen naartoe om zich te laten dopen. [24] Johannes was immers nog niet gevangengezet. [25] Er ontstond een discussie tussen de leerlingen van Johannes en een Jood over het reinigingsritueel. [26] Ze gingen naar Johannes en zeiden tegen hem: ‘Rabbi, de man die bij u aan de overkant van de Jordaan was, over wie u een getuigenis afgelegd hebt, is aan het dopen en iedereen gaat naar Hem toe!’ [27] Johannes antwoordde: ‘Een mens kan alleen ontvangen wat hem door de hemel gegeven wordt. [28] Jullie kunnen van mij getuigen dat ik gezegd heb: “Ik ben de messias niet, maar ik ben voor Hem uit gezonden.” [29] De bruidegom krijgt de bruid; de vriend van de bruidegom staat te luisteren en is blij als hij de stem van de bruidegom hoort. Zo vergaat het ook mij: mijn vreugde is volkomen. [30] Hij moet groter worden en ik kleiner.

     [31] Hij die van boven komt staat boven allen, wie uit de aarde voortkomt is aards en spreekt de taal van de aarde. Hij die uit de hemel komt en boven allen staat, [32] getuigt van wat Hij gezien en gehoord heeft, en toch wordt zijn getuigenis door niemand aanvaard. [33] Wie zijn getuigenis wel aanvaardt, bevestigt daarmee dat God betrouwbaar is. [34] Hij die door God gezonden is, spreekt de woorden van God, en God schenkt de Geest in overvloed. [35] De Vader heeft de Zoon lief en heeft alle macht aan Hem overgedragen. [36] Wie in de Zoon gelooft heeft eeuwig leven, wie de Zoon niet wil gehoorzamen zal dat leven niet kennen; integendeel, Gods toorn blijft op hem rusten.’

Exegetische uitleg

Nu we het bijbelgedeelte Johannes 3:22-36 hebben gelezen, is het tijd om dieper in te gaan op de tekst. In deze exegetische uitleg bespreken we het gedeelte vers voor vers of in kleine samenhangende eenheden. Dit helpt ons om de boodschap van dit verhaal beter te begrijpen en de kern ervan helder te krijgen. Na de exegetische uitleg zullen we deze inzichten gebruiken om de kernboodschap van dit bijbelgedeelte te formuleren en te reflecteren op de betekenis ervan voor ons leven vandaag.

 

Johannes 3:22-24. Jezus en Johannes dopen naast elkaar 

In deze verzen lezen we over een unieke periode in de bediening van Jezus en Johannes de Doper. Het is een overgangsmoment, waarin beiden gelijktijdig werkzaam zijn. Jezus is net Zijn bediening begonnen en bevindt zich in Judea, waar Hij met Zijn leerlingen doopt. Hoewel pas later in Johannes 4:2 wordt vermeld dat Jezus zelf niet doopte, maar zijn leerlingen dat deden, is dit toch een belangrijk detail. Het benadrukt dat de focus niet ligt op degene die de doop uitvoert, maar op de betekenis van het ritueel zelf. De doop was in die tijd een bekend teken van bekering en reiniging, diep geworteld in de Joodse traditie van rituele wassingen. Door deze handeling riepen Johannes en Jezus mensen op tot een nieuw begin en een hernieuwde toewijding aan God.

     Johannes doopt in Enon, dicht bij Salim, een waterrijk gebied. Deze geografische plaatsaanduiding is meer dan een praktische notitie; het wijst op de symbolische kracht van water. In de Joodse traditie staat water symbool voor reiniging, vernieuwing en zelfs leven. Johannes gebruikt water om de mensen te wijzen op de noodzaak van innerlijke reiniging en de voorbereiding op de komst van de Messias. De overvloed aan water in Enon onderstreept de overvloedige genade van God, die voor iedereen beschikbaar is. Het feit dat Johannes blijft dopen, ondanks de opkomst van Jezus, toont zijn trouw aan zijn roeping. Hij begrijpt dat zijn taak nog niet volledig voltooid is en dat hij een dienende rol heeft in Gods grotere plan.

     Een opvallend detail in deze verzen is de opmerking dat Johannes nog niet gevangengezet was. Deze schijnbaar terloopse opmerking plaatst het verhaal in een bredere tijdslijn en herinnert de lezer eraan dat Johannes’ bediening eindig is. Dit vooruitwijzende element versterkt de boodschap dat de overgang naar Jezus’ bediening onvermijdelijk is. Johannes zal verdwijnen, maar zijn werk is niet voor niets geweest. Hij heeft de weg bereid voor degene die alle macht en autoriteit van de Vader heeft ontvangen.

     De interactie tussen Johannes en Jezus in deze periode laat iets bijzonders zien over de houding van Johannes. Terwijl zijn leerlingen zich zorgen maken over de groeiende invloed van Jezus, blijft Johannes gefocust op zijn eigen rol als wegbereider. Dit vraagt om een grote mate van nederigheid. Johannes begrijpt dat zijn werk uiteindelijk niet om hem draait, maar om de Messias die groter moet worden. Dit is een belangrijke les voor ons vandaag: kunnen wij, net als Johannes, onze eigen ambities en plannen ondergeschikt maken aan Gods plan?

     In de bredere context van het evangelie van Johannes zien we hoe deze verzen aansluiten bij het thema van licht en getuigenis. Johannes is niet zelf het licht, maar een getuige van het licht (Johannes 1:6-8). Dit patroon zien we hier terug: Johannes doopt nog steeds, maar het werk van Jezus begint steeds prominenter te worden. Deze overgang is niet alleen een historisch feit, maar een spirituele waarheid die ons uitdaagt om te reflecteren op onze eigen rol in Gods plan. Hoe reageren wij wanneer God ons vraagt om een stap terug te doen, zodat Hij groter kan worden in ons leven?

     Deze verzen bieden ons een beeld van Gods voortdurende werk in de geschiedenis. Johannes en Jezus werken samen, niet als rivalen, maar als delen van één plan. Dit plan heeft niet alleen gevolgen voor de mensen van toen, maar heeft zelfs invloed tot vandaag de dag. God nodigt ons uit om deel te nemen aan Zijn werk, niet door groot te worden in onze eigen ogen, maar door ons klein te maken voor Hem, zoals Johannes dat deed.

 

Johannes 3:25-26. Een discussie over reiniging en de vraag aan Johannes 

Deze verzen beschrijven een moment van spanning in de bediening van Johannes de Doper. Een discussie tussen zijn leerlingen en een anonieme Jood over het reinigingsritueel leidt tot onzekerheid en frustratie. Dit komt tot uiting in hun klacht: ‘Rabbi, de man die bij u aan de overkant van de Jordaan was, over wie u een getuigenis hebt afgelegd, is aan het dopen en iedereen gaat naar Hem toe!’

     Het reinigingsritueel speelde een centrale rol in het Joodse religieuze leven. Rituele wassingen waren bedoeld om fysieke onreinheid te verwijderen – zoals die veroorzaakt werd door contact met een dode of bepaalde ziekte – en geestelijke reinheid te symboliseren. Deze wassingen werden vaak uitgevoerd in een mikwe, een speciaal bad, en waren een vereiste om God te naderen, bijvoorbeeld in de tempel. Het doel was echter primair ceremonieel: het herstellen van de reinheid die de wet voorschreef. Johannes’ doop ging veel verder dan deze traditionele praktijken. Hij benadrukte niet slechts uiterlijke reiniging, maar een diepe innerlijke verandering. Zijn doop was een oproep tot bekering en een teken van vergeving van zonden. In plaats van alleen een rituele voorbereiding op de eredienst, markeerde Johannes’ doop een radicaal nieuw begin en een geestelijke heroriëntatie op Gods koninkrijk.

     De discussie tussen Johannes’ leerlingen en de Jood wijst mogelijk op een verschil van inzicht over deze nieuwe betekenis. Terwijl de traditionele wassingen deel uitmaakten van een bekend religieus systeem, introduceerde Johannes een doop die niet alleen ritueel, maar ook profetisch was. Dit maakte zijn boodschap krachtig en urgent. De kwestie die aan Johannes werd voorgelegd, was daarom niet alleen praktisch, maar raakte de kern van de spirituele verwachtingen in die tijd: hoe kon men werkelijk rein en voorbereid zijn op de komst van de Messias?

     De leerlingen van Johannes brengen hun zorgen vervolgens naar hem, maar hun woorden verraden een diepere worsteling. Ze noemen Jezus niet bij naam, maar spreken afstandelijk over ‘de man die bij u aan de overkant van de Jordaan was’. Dit taalgebruik suggereert niet alleen een zekere rivaliteit, maar ook dat ze Jezus’ werk niet volledig begrijpen. Ze zien Hem als een concurrent, niet als degene die Johannes heeft aangekondigd als ‘het Lam van God, dat de zonde van de wereld wegneemt’ (Johannes 1:29). Hun frustratie over het succes van Jezus legt een herkenbare menselijke emotie bloot: de neiging om ons eigen werk te vergelijken met dat van anderen en erkenning te zoeken in plaats van onze roeping te zien in het licht van Gods grotere plan.

     Het gebruik van de hyperbool ‘iedereen gaat naar Hem toe’ laat zien hoe bedreigd de leerlingen zich voelen. Hoewel het onwaarschijnlijk is dat letterlijk iedereen naar Jezus ging, benadrukt hun opmerking hun onzekerheid en loyaliteit richting Johannes. Ze hebben moeite om in te zien dat Johannes’ rol slechts tijdelijk is. Deze dynamiek geeft inzicht in een breder thema binnen het evangelie van Johannes: de uitdaging om Jezus te herkennen als de centrale figuur in Gods reddingsplan.

     In de bredere context van de Bijbel zien we hoe vaak Gods werk spanning oproept bij degenen die het niet volledig begrijpen. Denk aan Mozes, die herhaaldelijk werd geconfronteerd met het onbegrip en de weerstand van het volk Israël, of aan de profeten, die vaak te maken kregen met tegenstand. Johannes’ leerlingen bevinden zich in een soortgelijke situatie. Ze begrijpen nog niet dat Jezus het middelpunt is van Gods plan en dat Johannes’ taak erop gericht was om de weg voor Hem te bereiden.

     Deze verzen nodigen ons uit om ons eigen hart te onderzoeken. Hoe vaak voelen wij ons niet klein of bedreigd wanneer anderen succes lijken te hebben? En hoe vaak vergeten wij dat onze plaats in Gods plan niet draait om onze eigen glorie, maar om het verheerlijken van Jezus? Johannes begrijpt dit, zoals we in de volgende verzen zullen zien, maar zijn leerlingen worstelen ermee. Het vraagt een groot geloof en een diepe nederigheid om, zoals Johannes, met vreugde te erkennen dat wij kleiner mogen worden zodat Jezus groter kan worden.

     Deze verzen, ingebed in het evangelie van Johannes, biedt een tijdloze les over de menselijke neiging tot rivaliteit en het belang van erkenning van Jezus als het middelpunt van ons leven. Het herinnert ons eraan dat elke taak, hoe klein ook, betekenisvol wordt wanneer het deel uitmaakt van Gods grotere plan.

 

Johannes 3:27-30. Johannes erkent zijn rol en wijst naar Jezus 

Deze verzen bevatten de krachtige reactie van Johannes de Doper op de zorgen van zijn leerlingen over Jezus, die steeds meer mensen aantrekt. Johannes geeft in heldere en eenvoudige woorden aan dat alles wat een mens ontvangt, hem door de hemel wordt gegeven. Hij maakt duidelijk dat zijn eigen bediening, hoe succesvol die ook is geweest, altijd bedoeld was als een tijdelijke opdracht. Johannes bevestigt dat hij niet de Messias is, maar slechts degene die voor Hem uit is gezonden. Zijn vreugde is compleet nu de Messias gekomen is. Hij sluit af met de woorden: ‘Hij moet groter worden en ik kleiner.’

     Met de uitspraak dat een mens alleen kan ontvangen wat hem door de hemel gegeven wordt, benadrukt Johannes de soevereiniteit van God. Hij erkent dat zijn eigen invloed en bediening niet het gevolg zijn van persoonlijke verdiensten, maar een gave van God. Dit besef geeft Johannes de rust om zichzelf met vreugde terug te trekken nu Jezus’ bediening groeit. Deze woorden dagen ons uit om te reflecteren op onze eigen houding. Hoe gaan wij om met succes of juist met het moment waarop we een stap terug moeten doen? Kunnen wij, net als Johannes, accepteren dat onze rol soms slechts tijdelijk is en vreugde vinden in het groter worden van Christus?

     Johannes maakt gebruik van de beeldspraak van de bruidegom en de vriend van de bruidegom. In de Joodse huwelijksgebruiken speelde de vriend van de bruidegom een ondersteunende rol. Hij bereidde het huwelijk voor, bracht de bruid en bruidegom samen en zorgde dat alles goed verliep. Zijn taak was belangrijk, maar nooit het middelpunt. Johannes vergelijkt zichzelf met deze vriend en Jezus met de bruidegom. In de Bijbel is de bruidegom een beeld voor God of Christus, terwijl de bruid vaak symbool staat voor het volk van God, Israël in het Oude Testament en de kerk in het Nieuwe Testament. Door deze vergelijking te gebruiken, benadrukt Johannes dat zijn vreugde niet ligt in persoonlijke erkenning, maar in het succes van Jezus, de ware bruidegom. Zijn woorden herinneren ons eraan dat ware vreugde te vinden is in dienstbaarheid en in het zien van Gods plan dat tot vervulling komt.

     De uitspraak ‘Hij moet groter worden en ik kleiner’ is een van de meest krachtige en nederige uitspraken van Johannes de Doper. Het is niet slechts een praktische observatie – dat zijn eigen invloed afneemt en die van Jezus toeneemt – maar een diep geestelijke waarheid. Johannes begrijpt dat zijn leven niet draait om zijn eigen glorie, maar om het verheerlijken van Jezus. Dit principe is niet alleen van toepassing op Johannes, maar op elk van ons. Het roept ons op om onze eigen ambities en plannen ondergeschikt te maken aan Gods wil, zodat Christus centraal kan staan in ons leven.

     Deze verzen sluiten nauw aan bij het thema van het evangelie van Johannes: Jezus is het licht dat in de duisternis schijnt, het leven dat aan alle mensen gegeven wordt. Johannes de Doper begrijpt dat zijn taak is om naar dat licht te wijzen, niet om zelf in het middelpunt te staan. Zijn woorden wijzen ook vooruit naar Jezus’ eigen houding van nederigheid, die zichtbaar wordt in zijn bereidheid om zichzelf te geven voor de redding van de wereld.

     Deze verzen dagen ons uit om te reflecteren op onze eigen plek in Gods plan. Durven wij, net als Johannes, te erkennen dat alles wat we hebben een gave van God is? Zijn we bereid om een stap terug te doen en te zeggen: ‘Hij moet groter worden en ik kleiner’? Dit is geen gemakkelijke oproep, maar wel een die diepe vreugde kan brengen. Ware vervulling ligt niet in onze eigen grootheid, maar in het zien van Jezus’ werk dat groeit en bloeit in ons en door ons heen. Deze woorden nodigen ons uit om te leven in nederigheid en vreugde, in dienstbaarheid en toewijding aan de ware Bruidegom.

 

Johannes 3:31-34. De hemelse oorsprong en autoriteit van Jezus 

Deze verzen benadrukken op krachtige wijze de hemelse oorsprong en unieke autoriteit van Jezus. Johannes de Doper getuigt hier van Jezus als degene die ‘van boven komt’ en daarom boven alle aardse beperkingen staat. Hij contrasteert Jezus met degenen die ‘uit de aarde voortkomen’, zoals hijzelf, die slechts afgeleide kennis van God hebben. Deze woorden laten niet alleen zien hoe Johannes zichzelf ziet, maar leggen ook een diepere waarheid bloot: Jezus is niet zomaar een leraar of profeet, maar de Zoon van God, gezonden om Gods woorden rechtstreeks te spreken.

     De uitdrukking ‘Hij die van boven komt, staat boven allen’ benadrukt Jezus’ absolute soevereiniteit. In tegenstelling tot Johannes en andere profeten, die door God geroepen worden om te getuigen, is Jezus zélf de bron van de waarheid. Hij spreekt niet als een boodschapper die iets heeft gehoord, maar als iemand die uit eigen ervaring spreekt. Dit sluit aan bij Johannes 1:1, waar Jezus wordt geïntroduceerd als het Woord dat bij God was en zelf God is. Jezus’ getuigenis komt rechtstreeks uit de hemel en daarom heeft het een uniek gezag. Toch voegt Johannes hieraan toe dat ‘zijn getuigenis door niemand wordt aanvaard’. Deze paradox laat zien hoe diep de menselijke weerstand tegen het licht is. Hoewel Jezus volkomen betrouwbaar is, kiezen velen ervoor om in duisternis te blijven leven, zoals ook wordt benadrukt in Johannes 1:10-11: ‘[Hij] was in de wereld, de wereld is door Hem ontstaan en toch kende de wereld Hem niet.’

     Johannes maakt echter duidelijk dat er ook een andere kant is. ‘Wie zijn getuigenis wel aanvaardt, bevestigt daarmee dat God betrouwbaar is.’ Wie gelooft in Jezus, verklaart daarmee dat Gods woorden en daden waarachtig zijn. Het is een krachtige oproep tot geloof: door Jezus te aanvaarden, erkennen we dat God zelf spreekt. Deze erkenning is niet alleen een intellectuele instemming, maar een daad van vertrouwen en overgave.

     In vers 34 benadrukt Johannes opnieuw de unieke relatie tussen Jezus en God: ‘Hij die door God gezonden is, spreekt de woorden van God, en God schenkt de Geest in overvloed.’ Jezus spreekt niet slechts menselijke wijsheid, maar de woorden van God zelf. Het gebruik van ‘de Geest in overvloed’ wijst op de volheid van de Heilige Geest die op Jezus rust. In het Oude Testament ontvingen profeten en koningen de Geest vaak tijdelijk of in beperkte mate, maar Jezus is volledig doordrongen van Gods Geest. Dit sluit aan bij Johannes 1:32, waar de Geest op Jezus neerdaalt en op Hem blijft. Door deze volheid van de Geest worden Jezus’ woorden niet alleen waar, maar ook levensgevend. Ze zijn bedoeld om ons te vernieuwen en te transformeren.

     Deze verzen maken duidelijk dat Jezus niet slechts een boodschapper is, maar de volledige openbaring van God. Hij vervult de profetieën van het Oude Testament, zoals in Jesaja 61:1, waar de Geest van de Heer rust op de Messias. Tegelijkertijd wijst dit vooruit naar het werk van de Geest in de kerk, zoals Jezus later belooft in Johannes 14:26 en 16:13. Door te geloven in Jezus worden wij uitgenodigd om deel te krijgen aan deze volheid van de Geest en de waarheid van Gods woorden te ervaren in ons eigen leven.

     Deze verzen roepen ons op om te reflecteren op onze reactie op Jezus’ getuigenis. Zijn we bereid om ons hart open te stellen voor Zijn woorden of blijven we vasthouden aan onze eigen aardse perspectieven? Deze verzen dagen ons uit om te erkennen dat Jezus niet slechts een deel van ons leven mag zijn, maar het middelpunt. Zoals Johannes de Doper getuigt van Jezus’ hemelse autoriteit, worden wij uitgenodigd om te leven in het licht van Zijn waarheid en ons vertrouwen volledig op Hem te stellen. In een wereld vol onzekerheden is dit een boodschap van diepe hoop: Jezus spreekt niet alleen de woorden van God, Hij brengt ons ook in verbinding met de volheid van Gods Geest, die ons leidt naar waarheid en leven.

 

Johannes 3:35-36. De liefde van de Vader en de keuze voor eeuwig leven 

In deze verzen sluit Johannes de Doper zijn getuigenis over Jezus af met woorden die de kern van het evangelie samenvatten. Hij benadrukt de unieke relatie tussen de Vader en de Zoon en laat zien dat iedere mens wordt uitgenodigd om deel te krijgen aan het eeuwige leven door in Jezus te geloven. Tegelijkertijd waarschuwt hij voor de ernstige gevolgen van het afwijzen van de Zoon. Deze verzen leggen niet alleen de fundamenten van het geloof bloot, maar confronteren ons ook met de vraag: hoe reageren wij op Jezus?

     Johannes begint met de woorden: ‘De Vader heeft de Zoon lief en heeft alle macht aan Hem overgedragen.’ Deze uitspraak opent een diep inzicht in de relatie binnen de drie-eenheid. De liefde van de Vader voor de Zoon is niet slechts een emotie, maar een actieve toewijding die zichtbaar wordt in het overdragen van alle macht. Jezus wordt hier gepresenteerd als de absolute vertegenwoordiger van de Vader op aarde. Alles wat Hij zegt en doet, weerspiegelt Gods wil en wezen. Dit sluit aan bij Johannes 5:22-23, waar Jezus zelf verklaart dat de Vader het oordeel volledig aan Hem heeft toevertrouwd, zodat iedereen de Zoon eert zoals ze de Vader eren.

     De macht die de Vader aan de Zoon overdraagt, omvat zowel redding als oordeel. Dit wordt direct zichtbaar in vers 36, waar de tegenstelling tussen geloof en ongehoorzaamheid centraal staat. Johannes zegt: ‘Wie in de Zoon gelooft heeft eeuwig leven.’ Het woord ‘geloven’ in het Johannesevangelie verwijst niet slechts naar een intellectueel vertrouwen, maar naar een actieve, voortdurende relatie met Jezus. Het eeuwige leven begint niet pas na de dood, maar al in het heden. Het is een leven dat wordt gekenmerkt door gemeenschap met God, vervuld van Zijn vrede, vreugde en leiding. Voor Johannes de Doper is het duidelijk: Jezus is de bron van dit leven en door in Hem te geloven, worden we deel van Gods reddingsplan.

     Tegenover deze belofte staat een serieuze waarschuwing. Johannes zegt: ‘Wie de Zoon niet wil gehoorzamen zal dat leven niet kennen; integendeel, Gods toorn blijft op hem rusten.’ Het woord ‘gehoorzamen’ laat zien dat geloof niet passief is, maar vraagt om een levensstijl die in overeenstemming is met Jezus’ woorden en voorbeeld. Het afwijzen van Jezus is niet zonder gevolgen. De ‘toorn van God’ is een ongemakkelijke term, maar in de Bijbel verwijst deze naar Gods heilige reactie op zonde en rebellie. Het is niet een impulsieve boosheid, maar een rechtvaardig oordeel dat voortkomt uit Zijn wezen als een heilige en rechtvaardige God. Deze woorden herinneren aan de ernst van onze keuzes: geloven in Jezus betekent leven, maar het afwijzen van Hem betekent blijven in een toestand van scheiding van God.

     Deze verzen vormen een krachtige samenvatting van de boodschap van het Johannesevangelie. Ze laten de liefde van God zien, die Zijn Zoon stuurde om de wereld te redden (Johannes 3:16), maar maken ook duidelijk dat deze liefde een antwoord vraagt. Het eeuwige leven dat Jezus biedt, is geen automatische beloning, maar een geschenk dat met geloof en gehoorzaamheid ontvangen moet worden. Dit sluit aan bij de bredere bijbelse boodschap, zoals in Deuteronomium 30:19, waar God Zijn volk oproept om het leven te kiezen.

     Deze woorden zijn ook vandaag nog relevant. Ze nodigen ons uit om na te denken over onze eigen reactie op Jezus. Hebben wij Hem volledig aanvaard als degene die alle macht heeft gekregen van de Vader? Leven wij in gehoorzaamheid aan Zijn woorden of proberen we nog steeds ons eigen pad te volgen? Johannes’ woorden herinneren ons eraan dat er geen middenweg is. Het eeuwige leven begint hier en nu, wanneer we ons toevertrouwen aan Jezus. Maar de keuze om Hem af te wijzen, brengt ons buiten de levensgemeenschap met God.

     Deze verzen laten ons zien dat Jezus het middelpunt is van Gods reddingsplan. Door in Hem te geloven, ontvangen we een leven dat nu al vervulling geeft en dat door de dood heen reikt naar de eeuwigheid. De keuze is aan ons: leven in de overvloed van Zijn genade of blijven in een toestand van scheiding. Deze verzen nodigen ons uit om Jezus te zien zoals Hij werkelijk is: de Zoon van God, vol liefde, macht en genade, die het leven zelf aan ons geeft.

Kernboodschap

De kernboodschap van Johannes 3:22-36 is: Gods reddingsplan draait niet om onze eigen ambities of invloed, maar om Jezus, die door de Vader alle macht heeft ontvangen. Alleen door Hem te erkennen, geloven en gehoorzamen, krijgen we deel aan het leven dat nu begint en de eeuwigheid omvat; wie dit afwijst, blijft gescheiden van God.

     Dit bijbelgedeelte biedt een helder beeld van de unieke rol die Jezus inneemt in Gods reddingsplan. Johannes de Doper herinnert ons eraan dat alles wat we ontvangen, inclusief onze roeping, afkomstig is van God. Dit legt de basis voor de kern van het evangelie: het draait niet om ons, maar om Jezus. Johannes wijst naar de soevereine liefde van de Vader, die niet alleen alle macht aan de Zoon heeft overgedragen, maar ons ook uitnodigt om in Jezus het eeuwige leven te vinden. Tegelijkertijd benadrukt hij de ernst van de keuze: wie Jezus afwijst, blijft gescheiden van God en ervaart niet het leven dat Hij biedt.

     De kernboodschap komt duidelijk naar voren in Johannes’ reactie op zijn leerlingen. Ze zien Jezus als een bedreiging, maar Johannes herkent juist dat zijn eigen bediening slechts een voorbereiding was op iets groters. Hij gebruikt de beeldspraak van de bruidegom en de vriend van de bruidegom om zijn vreugde te beschrijven: zijn taak is volbracht nu de Messias is gekomen. Deze nederigheid en bereidheid om zichzelf kleiner te maken, weerspiegelen een diep inzicht in Gods plan. Alles draait om Jezus, die door de Vader is gezonden en in wie we het leven vinden. Dit wordt verder uitgewerkt in de verklaring dat de Zoon boven alles staat en rechtstreeks de woorden van God spreekt. Dit is geen symbolische macht; het is een totale overdraging van autoriteit die ons vraagt om te geloven, te gehoorzamen en ons aan Hem over te geven.

     Wat deze kernboodschap voor ons vandaag betekent, is niet minder ingrijpend. In een wereld die ons voortdurend uitnodigt om onszelf te promoten, onze eigen invloed te vergroten en ons succes te meten aan de hand van onze prestaties, daagt dit bijbelgedeelte ons uit om een totaal andere houding aan te nemen. Het herinnert ons eraan dat het leven niet draait om wat wij kunnen bereiken, maar om wat Jezus al heeft gedaan. Net als Johannes worden wij uitgenodigd om Jezus te erkennen als het middelpunt van Gods plan en ons eigen leven daarop af te stemmen. Dit betekent niet alleen dat we in Hem geloven, maar ook dat we onze ambities en plannen ondergeschikt maken aan Zijn wil.

     Daarnaast confronteert deze boodschap ons met de vraag of we bereid zijn om onszelf klein te maken, zodat Jezus groter kan worden. Dit vraagt om een houding van nederigheid en gehoorzaamheid, die haaks staat op de zelfgerichtheid die onze tijd vaak kenmerkt. Het eeuwige leven dat Johannes beschrijft, begint niet pas in de toekomst, maar is een realiteit die nu al onze levens kan transformeren. Door Jezus te erkennen en te volgen, ontdekken we een leven dat vervuld is van betekenis, vreugde en vrede, juist omdat het niet draait om ons, maar om Hem.

     Deze boodschap vraagt ook om een keuze. Johannes benadrukt dat wie de Zoon afwijst, buiten de gemeenschap met God blijft. Dit is geen lichte waarschuwing, maar een oproep tot een bewuste en volledige overgave aan Jezus. Het is een herinnering dat er geen neutraliteit is in onze relatie met Hem: we geloven en gehoorzamen óf we blijven gescheiden van God. Deze keuze is even relevant vandaag als toen Johannes deze woorden sprak. Ze nodigen ons uit om niet langer te vertrouwen op ons eigen vermogen, maar om in Jezus de bron van leven en hoop te vinden.

     De kernboodschap van Johannes 3:22-36 is zowel een uitdaging als een uitnodiging. Het vraagt ons om een leven te leiden dat niet gericht is op eigen glorie, maar op het verheerlijken van Jezus. Het is een boodschap van diepe nederigheid en grote vreugde, die ons oproept om onze plaats in Gods plan te erkennen en met vreugde te leven in de wetenschap dat Hij het middelpunt is.

Theologische reflectie

Deze theologische reflectie is bedoeld om de diepere spirituele, theologische en praktische betekenis van Johannes 3:22-36 te verkennen. Dit bijbelgedeelte onthult onder andere  belangrijke waarheden over het karakter van God, de persoon en het werk van Jezus Christus en ons leven als gelovigen. Door systematisch stil te staan bij deze aspecten willen we niet alleen beter begrijpen wat deze tekst betekent, maar ook hoe deze ons vandaag de dag aanspreekt en uitdaagt.

 

Het karakter van God

Johannes 3:22-36 openbaart op een unieke manier het wezen van God. In dit bijbelgedeelte zien we de intieme en volmaakte relatie tussen de Vader en de Zoon. De Vader heeft de Zoon lief en draagt Hem alle macht over. Dit geeft ons een diep inzicht in Gods liefde, die niet alleen gericht is op de Zoon, maar via de Zoon ook op de wereld. Deze liefde is volmaakt, wederzijds en actief. Ze ligt ten grondslag aan Gods reddingsplan en motiveert de gave van de Zoon aan de wereld, zoals eerder in Johannes 3:16 wordt benadrukt.

     Tegelijkertijd openbaart dit gedeelte Gods soevereiniteit. De machtsoverdracht van de Vader aan de Zoon laat zien dat God het universum bestuurt met een plan dat volledig onder Zijn controle staat. Deze soevereiniteit wordt niet gedreven door willekeur, maar door een volmaakte combinatie van liefde en rechtvaardigheid. God biedt eeuwig leven aan wie in de Zoon gelooft, maar behoudt Zijn rechtvaardige oordeel voor degenen die weigeren Hem te gehoorzamen. Dit aspect van Gods karakter benadrukt dat Zijn liefde nooit losstaat van Zijn heiligheid en rechtvaardigheid.

     De zinsnede ‘Gods toorn blijft op hem rusten’ roept misschien ongemak op, maar het weerspiegelt Gods heilige reactie op zonde. Zijn toorn is niet impulsief of onredelijk, maar een uitdrukking van Zijn volmaakte rechtvaardigheid. Deze passage herinnert ons eraan dat Gods liefde en genade ons uitnodigen tot geloof en gehoorzaamheid, maar dat afwijzing van Zijn Zoon consequenties heeft. Het karakter van God dat hier naar voren komt, is daarom niet alleen dat van een liefhebbende Vader, maar ook van een heilige en rechtvaardige Rechter.

 

De verwijzing naar Christus

In dit bijbelgedeelte wordt Jezus gepresenteerd als het absolute middelpunt van Gods reddingsplan. Hij is degene die ‘van boven komt’ en daarom boven alles en iedereen staat. Dit verwijst naar Zijn goddelijke oorsprong en benadrukt Zijn unieke autoriteit. Johannes de Doper beschrijft Jezus als de Zoon die door de Vader is gezonden en aan wie alle macht is overgedragen. Deze macht omvat zowel de redding als het oordeel, wat ons herinnert aan Jezus’ dubbele rol als Verlosser en Rechter.

     De titel ‘Zoon’ benadrukt niet alleen Jezus’ unieke relatie met de Vader, maar ook Zijn volledige vertegenwoordiging van God. Jezus spreekt de woorden van God en is volledig vervuld met de Geest. Dit sluit aan bij Johannes 1:14, waar Jezus wordt beschreven als het Woord dat vlees is geworden en onder ons heeft gewoond. Zijn woorden en daden zijn niet slechts menselijke inspanningen, maar de openbaring van God zelf. Door te geloven in Jezus, ontvangen we niet alleen redding, maar ook een leven in gemeenschap met de Vader door Hem.

     De beeldspraak van de bruidegom, zoals gebruikt door Johannes de Doper, wijst ook indirect op Christus’ rol. Jezus wordt hier voorgesteld als de ware Bruidegom, die gekomen is om de bruid – Zijn volk – tot zich te nemen. Dit beeld wordt verder uitgewerkt in andere bijbelgedeelten, zoals Efeziërs 5:25-27 en Openbaring 19:7-9, en benadrukt Jezus’ liefdevolle toewijding aan Zijn volgelingen.

 

Relevantie voor ons geloofsleven

Dit bijbelgedeelte biedt ons belangrijke lessen voor ons geloofsleven. Ten eerste daagt het ons uit om, net als Johannes de Doper, een houding van nederigheid aan te nemen. Johannes’ woorden ‘Hij moet groter worden en ik kleiner’ vormen een oproep tot een leven dat gericht is op het verheerlijken van Christus in plaats van onszelf. In een tijd waarin zelfverheffing vaak de norm is, nodigt dit ons uit om onze ambities en plannen ondergeschikt te maken aan Gods wil.

     Daarnaast roept dit bijbelgedeelte ons op tot geloof en gehoorzaamheid. Geloof in Jezus is geen passieve instemming, maar een actieve overgave die zich uit in een levensstijl van gehoorzaamheid. Dit betekent dat we niet alleen vertrouwen op Zijn redding, maar ook Zijn woorden serieus nemen en ons leven richten op Zijn voorbeeld. De belofte van eeuwig leven begint niet in de toekomst, maar is een realiteit die nu al invloed heeft op onze dagelijkse keuzes en relaties.

     De waarschuwing dat wie Jezus afwijst onder Gods toorn blijft, benadrukt de ernst van onze keuzes. Het maakt duidelijk dat er geen middenweg is in onze relatie met Jezus. Dit nodigt ons uit om regelmatig ons hart te onderzoeken: leven we werkelijk in afhankelijkheid van Christus of proberen we nog steeds onze eigen weg te gaan?

 

Verband met andere bijbelteksten

Johannes 3:22-36 sluit naadloos aan bij andere teksten in de Bijbel die dezelfde thema’s behandelen. De machtsoverdracht van de Vader aan de Zoon weerspiegelt Psalm 2:7-8, waarin de Messias wordt beschreven als degene die door God wordt gezalfd en aan wie de naties worden gegeven. Het thema van Jezus als bron van eeuwig leven komt ook terug in Johannes 6:35, waar Hij zichzelf beschrijft als het brood des levens, en in Johannes 14:6, waar Hij verklaart de weg, de waarheid en het leven te zijn.

     Het contrast tussen geloof en ongehoorzaamheid sluit aan bij Deuteronomium 30:19, waar het volk Israël wordt opgeroepen om te kiezen tussen leven en dood. Ook in Romeinen 6:23 wordt duidelijk dat de zonde leidt tot de dood, maar dat Gods gave eeuwig leven is in Christus Jezus. Deze verbindingen laten zien hoe Johannes 3:22-36 onderdeel is van een bredere bijbelse boodschap over Gods plan van redding en de noodzaak van een bewuste keuze voor Hem.

 

Andere relevante theologische thema’s

Een belangrijk thema in dit bijbelgedeelte is discipelschap. Dit thema wordt schitterend verbeeld door Johannes de Doper, die zichzelf bewust naar de achtergrond verplaatst om Jezus te verheerlijken. Zijn uitspraak ‘Hij moet groter worden en ik kleiner’ is niet slechts een praktische erkenning van Jezus’ groeiende invloed, maar een diep spirituele houding. Discipelschap betekent dat we niet langer ons eigen belang centraal stellen, maar ons richten op de missie van Christus. Dit vraagt om nederigheid en overgave, wat niet altijd gemakkelijk is in een wereld die zelfverheffing en autonomie waardeert. Toch toont Johannes ons dat echte vreugde te vinden is in het dienen van Gods plan, zoals de vriend van de bruidegom blij is wanneer hij ziet dat de bruidegom en de bruid samenkomen. Discipelschap is niet alleen een taak, maar een bron van diepe vervulling en vreugde, omdat het ons in lijn brengt met Gods eeuwige doelen.

     Een ander belangrijk thema in dit bijbelgedeelte is getuigenis. Johannes de Doper wijdt zijn hele bediening aan het wijzen op Jezus. Getuigenis betekent dat we niet onszelf promoten, maar de aandacht vestigen op Christus. Dit is een oproep aan iedere gelovige om Jezus zichtbaar te maken in woorden én daden. Johannes laat zien dat getuigenis niet zonder weerstand komt; zijn leerlingen worstelen met de groeiende invloed van Jezus en ervaren de neiging tot rivaliteit. Dit herinnert ons eraan dat ons getuigenis vaak wordt getest in situaties van twijfel, onbegrip of zelfs afwijzing. Toch is het essentieel om, net als Johannes, trouw te blijven aan onze roeping om Jezus groot te maken. Ons leven en onze woorden moeten laten zien dat Hij het middelpunt is van alles, niet wijzelf. Dit getuigenis heeft kracht wanneer het voortkomt uit een hart dat vervuld is van de waarheid en liefde van God.

     Een laatste belangrijk thema in dit bijbelgedeelte is het werk van de Heilige Geest. Johannes benadrukt dat Jezus door God gezonden is en spreekt met de volheid van de Geest, wat Hem onderscheidt van alle andere profeten. De Geest wordt ‘in overvloed’ aan Jezus gegeven, wat niet alleen Zijn unieke autoriteit bekrachtigt, maar ook wijst op het werk dat de Geest wil doen in ons leven. Door geloof in Jezus worden wij uitgenodigd om deel te krijgen aan deze overvloedige Geest, die ons niet alleen leidt, maar ook verandert. Dit bijbelgedeelte herinnert ons eraan dat de Geest ons helpt om Jezus te erkennen, Gods woorden te begrijpen en krachtig te leven volgens Zijn wil. De volheid van de Geest in Jezus is een model en belofte voor ons: een uitnodiging om ons open te stellen voor de vernieuwing en leiding van de Geest, die ons niet slechts tijdelijk, maar voortdurend in staat stelt om Gods waarheid te belijden en te leven.

 

Johannes 3:22-36 nodigt ons uit tot een dieper begrip van Gods liefde, soevereiniteit en rechtvaardigheid en benadrukt de centrale plaats van Jezus in Gods reddingsplan. Het herinnert ons aan onze roeping om te getuigen, te gehoorzamen en ons leven volledig op Christus te richten. Door deze passage te overdenken, worden we uitgedaagd om nederig te leven, te groeien in geloof en onze rol in Gods grote verhaal met vreugde te vervullen.

Praktische toepassing

Dit bijbelgedeelte herinnert ons eraan dat Jezus het middelpunt is van Gods reddingsplan en dat ons leven erop gericht moet zijn Hem te verheerlijken, niet onszelf. Hierna volgen vier concrete richtlijnen die je helpen deze kernboodschap praktisch toe te passen in je dagelijks leven. Deze richtlijnen zullen je helpen om te groeien in je persoonlijke geloof en in de navolging van Christus.

 

  1. Oefen in actieve nederigheid door elke dag bewust iemand anders te verheffen.

Johannes de Doper gaf een krachtig voorbeeld van nederigheid toen hij verklaarde: ‘Hij moet groter worden en ik kleiner.’ In een wereld die ons aanspoort om onszelf te promoten, is het een geestelijke oefening om bewust anderen in de schijnwerpers te zetten. Dit kan door een collega te complimenteren voor zijn of haar inzet, een familielid te laten weten wat je in hem of haar bewondert of iemand in de kerk te bemoedigen door een kaartje te sturen. Door dagelijks iemand anders te verheffen, leer je jezelf kleiner te maken en de focus te verleggen van je eigen prestaties naar het opbouwen van anderen. Dit weerspiegelt de houding van Johannes en helpt je te groeien in nederigheid.

 

  1. Breng je talenten en ambities in gebed bij Jezus en vraag Hem hoe je ze kunt inzetten voor Zijn glorie.

We leven in een tijd waarin we worden aangemoedigd om onze talenten te benutten voor zelfverwezenlijking. Dit bijbelgedeelte nodigt je echter uit om je talenten en ambities te onderwerpen aan Jezus en Hem te vragen hoe je ze kunt inzetten voor Zijn koninkrijk. Neem bijvoorbeeld een moment in de week om bewust je plannen en dromen in gebed bij Jezus te brengen. Vraag Hem: ‘Hoe kan ik dit gebruiken om U groter te maken en mijzelf kleiner?’ Dit kan betekenen dat je een stap terug doet in een competitieve situatie of dat je je vaardigheden inzet voor een doel dat verder reikt dan jezelf, zoals vrijwilligerswerk of een bediening binnen je kerk.

 

  1. Kies ervoor om je identiteit niet te baseren op je prestaties, maar op je relatie met Jezus.

De leerlingen van Johannes worstelden met gevoelens van rivaliteit toen ze zagen dat Jezus’ invloed groeide. Ook wij kunnen onszelf verliezen in de drang om succes te behalen of erkend te worden. Neem daarom een vast moment in je dag – bijvoorbeeld tijdens een ochtendgebed of avondoverdenking – om jezelf te herinneren aan wie je bent in Christus. Herhaal voor jezelf woorden zoals: ‘Mijn waarde ligt niet in wat ik doe, maar in wat Jezus voor mij heeft gedaan.’ Dit kan je helpen om innerlijke rust te vinden en om je identiteit niet te laten bepalen door prestaties, maar door je verbondenheid met de Zoon van God.

 

  1. Creëer ruimte in je leven om getuige te zijn van Jezus’ grootsheid.

Johannes de Doper gebruikte zijn leven als een platform om op Jezus te wijzen. Ook jij bent geroepen om met je leven en woorden een getuige te zijn. Dit vraagt om bewuste keuzes om ruimte te maken voor Jezus in je gesprekken en interacties. Overweeg bijvoorbeeld om een moment in je week te wijden aan het delen van je geloof – dit kan door een buurman uit te nodigen voor een kop koffie en een gesprek over zingeving of door een vriend uit te nodigen voor een bijbelstudiegroep. Het getuigen van Jezus hoeft niet groots of opzichtig te zijn, maar het vraagt wel dat je met intentie leeft. Laat je woorden en daden wijzen op Zijn grootheid, zodat anderen Hem kunnen zien.

 

Door dagelijks te oefenen in nederigheid, je talenten aan Jezus toe te vertrouwen, je identiteit in Hem te vinden en bewust te getuigen, breng je de kernboodschap van dit bijbelgedeelte tot leven. Dit zijn geen simpele stappen, maar ze hebben de kracht om niet alleen jouw leven te transformeren, maar ook dat van de mensen om je heen. Jezus centraal stellen is niet slechts een abstract ideaal, maar een concrete levenshouding die zichtbaar wordt in alles wat je doet.

Afsluiting

Laten we nog even terugkeren naar de inleiding. Elisa's verhaal kreeg een onverwachte wending. Nadat haar moeder die avond had gesproken over Johannes de Doper en zijn woorden ‘Hij moet groter worden en ik kleiner,’ bleef Elisa nadenken over wat dat voor haar betekende. De volgende ochtend, tijdens haar dienst, viel haar iets op. Terwijl ze een patiënt hielp met iets ogenschijnlijk kleins – een kussen opschudden en een vriendelijk woord spreken – hoorde ze de woorden van haar moeder weer in haar gedachten. Ze besefte dat deze kleine momenten niet onbelangrijk waren, maar juist de manier waarop ze iets van Gods liefde kon laten zien. Elisa besloot haar werk niet langer te zien als iets wat haar groot moest maken, maar als een manier om een ander te dienen en zo Jezus groot te maken.

     En dat veranderde alles. De dagen waren nog steeds druk en soms chaotisch, maar ze voelde geen innerlijke strijd meer. Het gaf haar vreugde om haar patiënten te helpen, juist in de kleine dingen. Elisa ontdekte dat haar werk niet om haar ging, maar dat ze een kanaal mocht zijn voor iets groters. Haar eigen rol voelde niet langer klein of onbelangrijk, maar juist zinvol, omdat ze wist dat haar inzet deel was van een groter geheel.

     Net zoals Elisa mogen ook wij leren dat onze waarde niet ligt in hoeveel aandacht of erkenning we krijgen, maar in hoe we anderen dienen en Jezus verheerlijken. Wat we doen, hoe klein het ook lijkt, kan een groot verschil maken als we het met de juiste houding doen: niet om onszelf te verheffen, maar om Jezus zichtbaar te maken.

     Het leven dat God ons geeft, gaat niet om ons eigen groot worden, maar om het laten groeien van Zijn licht in ons en door ons heen. Johannes de Doper wist dit en Elisa leerde het op haar eigen manier. Jezus nodigt ons allemaal uit om onze focus te verleggen van onszelf naar Hem, en daarin vreugde en vervulling te vinden. Vergeet niet dat jouw kleinste gebaren, woorden en daden waarde hebben in Gods ogen wanneer ze uit liefde en gehoorzaamheid komen. Zoals Paulus schrijft in Kolossenzen 3:23: ‘Wat u ook doet, doe het van harte, alsof het voor de Heer is en niet voor de mensen.’

     Ga deze week in de wetenschap dat God groot is, dat Zijn trouw jou draagt en dat jouw leven een deel mag zijn van Zijn grotere plan. Vertrouw op Hem, maak jezelf klein zodat Hij groot kan worden en ervaar de vreugde van een leven dat gericht is op Zijn glorie.

Reflectievragen bij Johannes 3:22-36

  1. Welke les uit Johannes 3:22-36 raakt je het meest en waarom? Hoe daagt deze tekst je uit in je eigen geloofsleven?
  2. Hoe kun jij in je dagelijks leven praktisch invulling geven aan de woorden ‘Hij moet groter worden en ik kleiner’? Wat betekent dat concreet in jouw werk, gezin of relaties?
  3. In welke situaties ervaar jij de neiging om jezelf te verheffen of erkenning te zoeken? Hoe kan het voorbeeld van Johannes de Doper je helpen om daar anders mee om te gaan?
  4. Wat zegt dit bijbelgedeelte over Gods soevereiniteit en hoe je daarop mag vertrouwen? Hoe kun je dit vertrouwen laten groeien in momenten van twijfel of strijd?
  5. Wanneer heb jij in je eigen leven ervaren dat iets kleins, zoals een eenvoudig gebaar of een nederige houding, een groot verschil maakte? Hoe kun je dit vaker bewust toepassen?


Copyright Marjolein Gommers

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.