




Inleiding
Lisa (32) staart naar de verhuisdozen in haar woonkamer. De gordijnen zijn al van de rails gehaald, de boekenkast is leeg en de muren lijken ineens kaal en koud. Morgen vertrekt ze. Niet omdat ze dat wil, maar omdat ze geen keuze heeft. Een half jaar geleden dacht ze nog dat haar leven op rolletjes liep. Een goede baan, een warm thuis met haar man David en toekomstplannen die vol hoop en verwachting waren. Ze wilden sparen voor een groter huis, misschien een gezin stichten. Maar toen kwam de klap. Eerst de reorganisatie op haar werk – plotseling stond ze op straat. Ze dacht nog: het komt wel goed, ik vind wel iets anders. Maar dat viel tegen. En toen werd ook David nog eens ziek. Wat begon als iets kleins bleek ongeneeslijk. Binnen een paar maanden veranderde haar leven in een draaikolk van ziekenhuisbezoeken, onzekerheid en uiteindelijk … verlies.
En nu? Nu staat ze hier, tussen dozen gevuld met herinneringen en een toekomst die als een leeg, mistig landschap voor haar ligt. Ze kan niet blijven. De huur van hun appartement is te hoog zonder Davids inkomen. Haar spaargeld is bijna op. Dus keert ze terug naar haar geboorteplaats, terug naar haar ouders. Terug naar een plek waar ze ooit dacht nooit meer naartoe te hoeven. Het voelt als een stap achteruit. Als falen.
Lisa voelt zich leeg, moe en vooral bitter. Ze heeft haar best gedaan. Ze heeft altijd hard gewerkt, verantwoordelijk geleefd, haar best gedaan in haar huwelijk. En toch is dit hoe het eindigt? Ze kan er niet bij. Als mensen goedbedoeld tegen haar zeggen ‘Je bent nog jong, je vindt wel weer iets nieuws’ of: ‘Misschien was het zo bedoeld’, voelt ze hoe haar maag zich omdraait. Ze wil helemaal niet ‘iets nieuws’. Ze wil gewoon terug naar hoe het was. Maar dat kan niet meer.
Misschien herken je iets van Lisa’s situatie. Misschien niet letterlijk, maar ken je de gevoelens die haar overspoelen: het verlies van zekerheid, de pijn van afscheid, het besef dat het leven niet altijd loopt zoals je had gehoopt. Wat doe je als je leven een wending neemt die je niet hebt gekozen? Als de plek waar je dacht gelukkig te zijn, je opeens niet meer kan vasthouden?
In het bijbelgedeelte van vandaag ontmoeten we een vrouw die in veel opzichten lijkt op Lisa. Naomi had alles: een man, zonen, een huis in Moab. En toen verloor ze alles. Haar man stierf. Haar zonen stierven. Haar toekomst viel in duigen. Alles wat haar leven kleur gaf, alles waar ze zich aan vast kon houden, was verdwenen. En net als bij Lisa, blijft er maar één optie over: terug naar huis. Terug naar Betlehem, naar een plek waar ze jaren geleden afscheid van had genomen.
Maar hoe keer je terug als je met lege handen staat? Hoe kom je mensen onder ogen als je leven zo anders is gelopen dan je had gehoopt? Naomi gaat niet alleen terug naar Betlehem, ze neemt iets mee: een zwaar hart en een naam die ze niet meer wil dragen. ‘Noem me geen Naomi meer’ zegt ze later in het hoofdstuk, ‘noem me Mara, want de Ontzagwekkende heeft mijn lot zeer bitter gemaakt’ (vers 20).
Toch is Naomi niet helemaal alleen. Terwijl ze zich voorbereidt op haar terugkeer, doet één van haar schoondochters iets onverwachts. Iets wat haar hele leven zal veranderen. En daarmee ook het verhaal van Naomi. Wat er precies gebeurt? Laten we het eerste hoofdstuk van het boek Ruth lezen.
Bijbeltekst (NBV21)
Ruth 1
[1] In de tijd dat de rechters het volk leidden, brak er een hongersnood uit in het land. Een man trok daarom met zijn vrouw en zijn twee zonen weg uit Betlehem in Juda, om als vreemdeling te gaan wonen in de vlakte van Moab. [2] De naam van de man was Elimelech, die van zijn vrouw Naomi, en zijn twee zonen heetten Machlon en Kiljon; het waren Efratieten uit Betlehem in Juda. Toen ze in de vlakte van Moab waren aangekomen, bleven ze daar wonen. [3] Na enige tijd stierf Elimelech, de man van Naomi, en zij bleef achter met haar twee zonen. [4] Zij trouwden allebei met een Moabitische vrouw. De naam van de ene was Orpa, die van de andere was Ruth. Nadat ze daar ongeveer tien jaar gewoond hadden, [5] stierven ook Machlon en Kiljon, en de vrouw bleef alleen achter, zonder haar twee zonen en zonder haar man.
[6] Toen Naomi hoorde, daar in Moab, dat de HEER zich het lot van zijn volk had aangetrokken en het weer brood had gegeven, maakte ze zich samen met haar twee schoondochters gereed om Moab te verlaten en terug te keren. [7] Samen met hen verliet ze de plaats waar ze gewoond had en ging terug naar Juda. Maar eenmaal onderweg [8] zei Naomi: ‘Gaan jullie nu maar allebei terug naar het huis van je moeder. Moge de HEER zo goed voor jullie zijn als jullie voor mij en mijn gestorven zonen zijn geweest. [9] Moge Hij ervoor zorgen dat jullie allebei geborgenheid vinden in het huis van een man,’ en ze kuste hen. Toen barstten zij in tranen uit [10] en zeiden: ‘Maar we willen met u terugkeren naar uw volk!’ [11] ‘Ga terug, mijn dochters,’ zei Naomi, ‘waarom zouden jullie met mij meegaan? Kan ik soms nog zonen krijgen die jullie mannen kunnen worden? [12] Ga toch terug, want ik ben te oud voor een man. Zelfs al zou ik nog hoop koesteren, zelfs al sliep ik vannacht nog met een man en al bracht ik nog zonen ter wereld – [13] zouden jullie dan wachten tot ze groot zijn en je ervan laten weerhouden met een andere man te trouwen? Nee, mijn dochters, mijn lot is te bitter voor jullie; de HEER heeft zich tegen mij gekeerd.’ [14] Opnieuw begonnen zij te huilen. Orpa kuste haar schoonmoeder vaarwel, maar Ruth week niet van haar zijde. [15] ‘Kijk, je schoonzus gaat terug naar haar volk en haar god,’ zei Naomi, ‘ga haar toch achterna!’ [16] Maar Ruth antwoordde: ‘Vraag me toch niet langer u te verlaten en terug te gaan, weg van u. Waar u gaat, zal ik gaan, waar u slaapt, zal ik slapen; uw volk is mijn volk en uw God is mijn God. [17] Waar u sterft, zal ook ik sterven, en daar zal ik begraven worden. Alleen de dood zal mij van u scheiden, en anders mag de HEER met mij doen wat Hij wil!’ [18] Naomi zag dat Ruth vastbesloten was om met haar mee te gaan en drong niet langer aan. [19] Zo gingen zij samen verder, tot in Betlehem.
Hun aankomst in Betlehem baarde veel opzien. Overal in de stad riepen de vrouwen: ‘Dat is toch Naomi?’ [20] Maar ze zei tegen hen: ‘Noem me niet Naomi, noem me Mara, want de Ontzagwekkende heeft mijn lot zeer bitter gemaakt. [21] Toen ik hier wegging had ik alles, maar de HEER heeft mij met lege handen laten terugkomen. Waarom mij nog Naomi noemen, nu de HEER zich tegen mij heeft gekeerd, nu de Ontzagwekkende me kwaad heeft gedaan?’ [22] Zo kwam Naomi terug uit Moab, samen met haar schoondochter Ruth, de Moabitische. Ze kwamen in Betlehem aan bij het begin van de gersteoogst.
© 2021 Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap
Exegetische uitleg
Nu we het eerste deel van het verhaal van Naomi en Ruth hebben gelezen, nemen we de tijd om dieper in te gaan op de tekst zelf. Wat gebeurt er precies in Ruth 1:1-22? Welke keuzes maken de hoofdpersonen en hoe worden die ingegeven door hun omstandigheden en geloof? In de komende uitleg bekijken we het bijbelgedeelte in samenhangende eenheden. We volgen Naomi’s reis van verlies naar een nieuw begin en zien hoe Ruth daarin een beslissende rol speelt. Door de tekst nauwkeurig te lezen en de historische en theologische lagen te belichten, leggen we een stevig fundament voor de kernboodschap die daarna volgt.
Ruth 1:1-5. Hongersnood en verlies in Moab
Het boek Ruth opent met een tijdsaanduiding die direct de historische achtergrond schetst: ‘In de tijd dat de rechters het volk leidden, brak er een hongersnood uit in het land.’ Dit plaatst het verhaal in een van de meest onstuimige periodes in Israëls geschiedenis: de tijd van de rechters. Deze periode, die volgde op de intocht in Kanaän onder leiding van Jozua, werd gekenmerkt door morele en geestelijke instabiliteit. Israël had geen koning en er was geen centrale overheid die orde en recht handhaafde. In plaats daarvan ontstond een herhalend patroon: het volk verviel in afgodendienst en moreel verval, waarna het werd onderdrukt door vijandige volken. In hun nood riepen de Israëlieten tot God, die hen telkens opnieuw een rechter gaf – een charismatische leider die niet alleen juridische taken vervulde, maar ook militaire redding bracht. Na de bevrijding volgde een periode van rust, maar zodra de rechter stierf, begon de cyclus opnieuw. De tijd van de rechters wordt in het bijbelboek Rechters getypeerd door de uitspraak: ‘In die tijd was er geen koning in Israël; iedereen deed wat goed was in zijn eigen ogen’ (Rechters 21:25). Dit morele relativisme leidde tot diepe crises en grote onzekerheid in het land.
De vermelding van een hongersnood is veelzeggend. In de Bijbel worden natuurrampen zoals hongersnoden vaak in verband gebracht met Gods oordeel of beproeving. Deuteronomium 28 waarschuwt dat gehoorzaamheid aan Gods geboden zegen brengt, terwijl ongehoorzaamheid leidt tot rampen zoals voedseltekorten.
In deze periode woont er een gezin in Betlehem, wat letterlijk ‘huis van brood’ betekent. Juist hier, in een stad die symbool staat voor overvloed, heerst nu tekort. Elimelech, wiens naam betekent ‘mijn God is koning’, besluit met zijn vrouw Naomi en hun twee zonen het land te verlaten. Hij trekt naar Moab, een gebied ten oosten van de Jordaan, buiten het beloofde land. Moab was geen toevallige bestemming. Dit volk, afstammelingen van Lot (Genesis 19:36-37), had een gespannen relatie met Israël. In de woestijntijd had Moab Israël verleid tot afgoderij (Numeri 25) en later verbood de wet dat Moabieten zich mochten aansluiten bij de gemeenschap van Israël (Deuteronomium 23:4-7).
Dat Elimelech ervoor kiest om zijn toevlucht te zoeken in een vijandig land, roept vragen op. Was het een daad van wantrouwen? Probeerde hij simpelweg zijn gezin te redden? De tekst laat het open, maar in de Bijbel leidt emigratie uit Israël zelden tot redding. Abraham trok bij hongersnood naar Egypte en raakte in de problemen (Genesis 12). Jakob verhuisde naar Egypte, maar zijn nageslacht eindigde in slavernij (Genesis 46, Exodus 1). Steeds blijkt dat echte redding niet buiten Gods verbond te vinden is.
In Moab loopt het anders dan Elimelech had gehoopt. Niet lang na aankomst sterft hij. Zijn weduwe Naomi blijft achter met haar twee zonen, Machlon en Kiljon. Hun namen betekenen mogelijk ‘ziekelijk’ en ‘kwijnend’, wat ironisch vooruit zou kunnen wijzen naar hun uiteindelijke lot. De zonen blijven in Moab en trouwen met Moabitische vrouwen: Orpa en Ruth. Dit is opmerkelijk, want het huwelijk met buitenlandse vrouwen werd in Israël meestal als problematisch gezien. De angst bestond dat zij de Israëlitische mannen tot afgoderij zouden verleiden, zoals later gebeurt onder koning Salomo (1 Koningen 11:1-6). Toch wordt Ruth nergens negatief beoordeeld, wat al een aanwijzing is voor haar bijzondere rol in Gods plan.
Tien jaar lang woont Naomi in Moab. Tien jaar waarin ze misschien hoop had op een toekomst, waarin ze kleinkinderen had kunnen verwachten. Maar dan treft haar een nieuwe tragedie: haar zonen sterven. De tekst vermeldt niet veel details: ‘Na enige tijd stierven ook Machlon en Kiljon, en de vrouw bleef alleen achter, zonder haar twee zonen en zonder haar man.’ Geen uitgebreide beschrijvingen van rouw, geen emotionele uitbarstingen, alleen een kille realiteit: Naomi is nu weduwe én kinderloos. In de oude wereld betekende dit een catastrofe. Zonder man of zonen had een vrouw geen economische zekerheid. Weduwen werden vaak afhankelijk van de gemeenschap, wat verklaart waarom de wet en de profeten zo sterk oproepen om hen te beschermen (Deuteronomium 10:18, Psalm 68:6, Jesaja 1:17).
Naomi bevindt zich in een uitzichtloze situatie. Ze vertrok uit Betlehem om het hongersnood te ontvluchten, maar heeft uiteindelijk alles verloren. En nu? Wat blijft er nog over? Toch is er een subtiel teken van hoop: ze is niet helemaal alleen. Haar schoondochters Orpa en Ruth zijn er nog. De vraag is: zullen zij haar steunen of zullen zij uiteindelijk hun eigen weg kiezen?
Deze eerste verzen zetten de toon voor het hele boek Ruth. Ze schilderen een wereld van verlies en bitterheid, maar ook van verborgen hoop. In de Bijbel begint redding vaak in de diepste duisternis. Zo begon Israël als een slavenvolk in Egypte, voor God hen bevrijdde. Zo begon Jezus’ komst in een wereld onder Romeinse bezetting, geboren in datzelfde Betlehem, het ‘huis van brood’. Het is nog niet zichtbaar, maar in dit verhaal bereidt God een verrassende ommekeer voor. Een ommekeer die begint met een keuze. Wat zal Naomi doen? Wat zal Ruth doen? In de volgende verzen ontdekken we hoe dit verhaal een onverwachte wending krijgt.
Ruth 1:6-7. Naomi’s besluit om terug te keren
Naomi zit al jaren in Moab, een land dat nooit echt haar thuis werd. Ze is hier gekomen vanwege de hongersnood in Israël, maar de hoop op een beter leven heeft plaatsgemaakt voor een lange periode van verlies. Eerst overleed haar man, Elimelech en daarna, na tien jaar van onzekerheid, stierven ook haar zonen. Wat resteert, is een eenzame vrouw zonder toekomstperspectief. Geen man, geen kinderen, geen reden om hier te blijven.
Maar dan gebeurt er iets wat haar blik verandert. De tekst zegt: ‘Toen Naomi hoorde, daar in Moab, dat de HEER zich het lot van zijn volk had aangetrokken en het weer brood had gegeven, maakte ze zich samen met haar twee schoondochters gereed om Moab te verlaten en terug te keren.’ Dit is het eerste moment van beweging in het verhaal. Tot nu toe leek Naomi alleen maar verliezen te lijden, nu zet ze de eerste stap richting een nieuw begin.
Wat ze hoort, is meer dan een eenvoudige mededeling. Het is een boodschap van hoop. De Heer heeft zich over Zijn volk ‘ontfermd’. Dit woord wordt vaak gebruikt in de Bijbel om Gods actieve betrokkenheid aan te duiden, Zijn bewogenheid met mensen in nood. De hongersnood is voorbij, Betlehem heeft weer brood. Dit is geen toevallige ontwikkeling, maar een teken van Gods genade.
De ironie is groot. Betlehem, dat ‘huis van brood’ betekent, was de plaats waar ooit geen voedsel was, waardoor Naomi en haar gezin moesten vluchten. Maar nu is er overvloed, terwijl Naomi in Moab met lege handen zit. Het contrast is scherp. Wat ooit zekerheid bood, blijkt een doodlopende weg. Wat verlaten moest worden, wordt opnieuw een bron van leven.
Hoe kwam dit nieuws bij Naomi? Er waren geen kranten, geen snelle communicatiemiddelen. Waarschijnlijk hoorde ze het nieuws via handelaren of reizigers, Israëlieten die op en neer trokken tussen de landen. En dat roept een vraag op: waarom raakt juist dit bericht haar? Ze heeft al zoveel verlies geleden. Waarom is dit het moment waarop ze besluit om te handelen? Misschien omdat het niet alleen een praktisch bericht is, maar een oproep. Naomi had kunnen blijven in Moab. Misschien had ze daar een bescheiden bestaan kunnen leiden, steun kunnen zoeken bij anderen. Maar iets in dit nieuws raakt haar hart.
Er is een diepere laag in de tekst. Het woord ‘terugkeren’, dat hier wordt gebruikt, betekent in het Hebreeuws niet alleen fysiek teruggaan naar een plaats, maar wordt in de Bijbel vaak gebruikt in de context van bekering. Het is een woord van ommekeer, van terugkeren naar God, naar het verbond, naar het leven zoals het bedoeld was. Naomi’s beslissing is dus meer dan een praktische keuze; het is een beweging richting herstel.
Naomi maakt zich gereed en vertrekt met haar twee schoondochters, Orpa en Ruth. Dit is opvallend. Weduwen in die tijd waren uiterst kwetsbaar. Ze hadden geen economische zekerheid en waren afhankelijk van familie om te overleven. Dat deze Moabitische vrouwen met Naomi meegaan, is geen vanzelfsprekendheid. Zij hadden kunnen kiezen om bij hun eigen familie te blijven, waar ze meer toekomstperspectief zouden hebben. Maar blijkbaar voelen ze zich zo met Naomi verbonden dat ze besluiten om met haar mee te reizen.
Waarom doen ze dit? Was het uit liefde? Uit plichtsgevoel? Omdat ze zelf geen betere opties zagen? De tekst geeft hier nog geen duidelijk antwoord op. Maar het feit dat ze meegaan, onderstreept hun loyaliteit. Naomi is op dit moment niet alleen in haar verdriet. Zelfs in haar rouw en haar wanhoop zijn er mensen die haar niet loslaten.
Toch rijst er een andere vraag: waarom kiest Naomi ervoor om terug te keren naar Israël in plaats van in Moab te blijven? In de cultuur van die tijd was het gebruikelijk dat een weduwe terugkeerde naar het huis van haar vader, waar ze opnieuw kon trouwen of onder de hoede van haar familie kon leven. Dit zou voor Naomi echter geen optie zijn geweest, want Moab was niet haar geboorteland – ze was afkomstig uit Betlehem in Juda en had daar haar wortels. Haar verblijf in Moab was slechts tijdelijk geweest, een gedwongen uitwijking vanwege de hongersnood. Nu haar man en zonen zijn overleden, is er voor haar niets meer wat haar in Moab houdt. De enige logische stap is terugkeren naar de plek waar ze ooit vandaan kwam. Haar beslissing is niet alleen praktisch, maar getuigt ook van een diepere verbondenheid met haar geboortegrond, haar volk en wellicht ook haar geloof. Ondanks haar bitterheid en het gevoel dat God zich tegen haar heeft gekeerd, zoekt ze haar toevlucht niet in het land van de Moabieten, maar in de gemeenschap waar zij oorspronkelijk toe behoorde.
Hier ligt een diepere boodschap verborgen. In de Bijbel is het thema van terugkeer een belangrijk motief. Het volk Israël werd keer op keer opgeroepen om terug te keren naar God. Denk aan de profeten, die opriepen tot bekering, tot het verlaten van afgoderij en het opnieuw zoeken van Gods aanwezigheid. Naomi’s reis past in dit patroon. Ze keert niet alleen terug naar een plaats, maar ook naar een gemeenschap, een volk dat leeft onder Gods zegen.
Wat hier begint, is nog maar het eerste hoofdstuk van een groter verhaal. Naomi vertrekt zonder te weten wat haar te wachten staat. Ze weet niet of ze haar huis nog zal herkennen, of de mensen haar zullen verwelkomen. Ze weet alleen dit: Moab is niet langer de plek waar ze hoort te zijn.
Dit roept een vraag op voor ons allemaal. Zijn er momenten in ons leven waarop we vastzitten in een situatie die ons geen toekomst meer biedt? Waarop we merken dat we op de verkeerde plaats zijn, maar niet weten of de weg terug nog openligt? Naomi’s verhaal herinnert ons eraan dat het altijd mogelijk is om terug te keren. Terug naar hoop, naar gemeenschap, naar God.
De reis begint hier, maar hoe zal het verdergaan? Hoe reageren haar schoondochters? En hoe zal Naomi zich voelen wanneer ze daadwerkelijk terugkeert naar Betlehem? In de volgende verzen zien we hoe deze beweging van terugkeer niet zonder strijd verloopt, maar uiteindelijk leidt tot iets groters dan Naomi zich ooit had kunnen voorstellen.
Ruth 1:8-13. Naomi’s oproep aan haar schoondochters
De reis is begonnen. Naomi heeft Moab achter zich gelaten en is op weg naar Juda, samen met haar twee schoondochters. Ze zijn nu met z’n drieën op pad, drie weduwen zonder zekerheid, zonder bescherming en zonder toekomst. Maar dan, ergens onderweg, stopt Naomi plotseling. Ze draait zich om en kijkt Ruth en Orpa aan. Het is een moment van bezinning, van inzicht. Ze beseft dat deze reis niet voor hen bedoeld is.
‘Gaan jullie nu maar allebei terug naar het huis van je moeder. Moge de HEER zo goed voor jullie zijn als jullie voor mij en mijn gestorven zonen zijn geweest. Moge Hij ervoor zorgen dat jullie allebei geborgenheid vinden in het huis van een man.’
Dit is een emotioneel geladen moment. Naomi laat haar schoondochters gaan, niet omdat ze hen niet wil, maar omdat ze het beste voor hen wil. Ze beseft dat de weg naar Israël voor hen geen toekomst biedt. In Moab hebben ze nog een kans om opnieuw te beginnen: hun familie is daar, hun cultuur, hun verleden. Ze kunnen misschien hertrouwen, opnieuw een gezin stichten. Wat wacht hen in Israël? Alleen een oude vrouw zonder middelen om voor hen te zorgen.
De woorden van Naomi zijn geen kille afwijzing, maar een zegen. ‘Moge de HEER zo goed voor jullie zijn.’ Ondanks haar eigen bitterheid spreekt ze de Heer aan, de God van Israël, en vraagt ze Hem om zijn goedheid te tonen aan deze vrouwen. Hier zien we Naomi’s hart. Ze worstelt met haar eigen verlies, maar ze is niet verbitterd tegenover Ruth en Orpa. Ze gunt hen een betere toekomst dan zijzelf heeft.
Opvallend is de zin ‘Ga terug naar het huis van je moeder’. Meestal wordt in de Bijbel gesproken over het huis van de vader. Dat hier de moeder wordt genoemd, kan betekenen dat in Moab de moeder een rol speelde bij het regelen van huwelijken. Het kan ook een intiemer, huiselijker beeld oproepen: Naomi stuurt hen niet zomaar terug, maar wenst hen de warmte en bescherming toe die zij zelf niet meer heeft.
Wat er dan gebeurt, is aangrijpend. ‘Toen barstten zij in tranen uit en zeiden: “Maar we willen met u terugkeren naar uw volk!”’ Dit is geen makkelijke beslissing voor Orpa en Ruth. Hun tranen laten zien hoe hecht hun band met Naomi is. Ze houden van haar. Ze willen haar niet achterlaten in haar verdriet. Hun reactie is spontaan en vol emotie: ‘We willen met u terugkeren.’ Niet naar Moab, niet naar hun eigen volk, maar met Naomi mee. Dit is opmerkelijk. Ze weten dat Naomi niets meer heeft. Ze weten dat Israël voor hen een onbekend land is. Toch kiezen ze in dit moment van emotie voor haar.
Maar Naomi dringt aan. ‘Ga terug, mijn dochters,’ zegt ze. ‘Waarom zouden jullie met mij meegaan? Kan ik soms nog zonen krijgen die jullie mannen kunnen worden?’ Op het eerste gezicht klinkt deze vraag vreemd, maar in de tijd van het Oude Testament had ze een duidelijke betekenis.
Volgens de wetten en gebruiken van Israël bestond er een traditie die bekendstond als het zwager- of leviraatshuwelijk (Deuteronomium 25:5-10). Deze wet was bedoeld om de naam en de erfenis van een overleden man te behouden. Wanneer een getrouwde man stierf zonder zonen na te laten, had zijn broer de verantwoordelijkheid om met de weduwe te trouwen. De eerste zoon die uit dat huwelijk werd geboren, zou dan officieel als erfgenaam van de overleden man gelden, zodat diens naam en bezit binnen de familie behouden bleven. Dit was niet alleen een praktische regeling, maar ook een manier om weduwen te beschermen. In een samenleving waarin vrouwen zonder man of zonen vaak kwetsbaar waren, bood het zwagerhuwelijk een vorm van zekerheid en voortzetting van de familie.
Naomi beseft echter dat deze oplossing voor Orpa en Ruth niet mogelijk is. Ze heeft geen andere zonen die hen kunnen trouwen. Zelfs als ze nu nog een man zou vinden en opnieuw kinderen zou krijgen, zouden Orpa en Ruth tientallen jaren moeten wachten voordat die zonen oud genoeg zouden zijn om met hen te trouwen – een absurde gedachte. Naomi wijst hen dus op de harde realiteit: zij kan hen geen toekomst bieden in Israël. Daarom dringt ze er bij hen op aan om terug te keren naar hun eigen volk, waar ze misschien wél een nieuwe echtgenoot kunnen vinden en opnieuw een toekomst kunnen opbouwen.
Haar woorden laten zien hoe hopeloos ze haar eigen situatie inschat. Ze heeft niet alleen haar man en zonen verloren, maar ook elk gevoel van perspectief. In haar ogen rest haar niets anders dan terugkeren naar Betlehem als een gebroken vrouw. En ze wil niet dat haar schoondochters dat lot met haar delen.
Naomi probeert hen niet alleen los te laten, maar hen ook te overtuigen dat zij niets voor hen kan betekenen. Ze gebruikt harde, bijna cynische woorden: ‘Nee, mijn dochters, mijn lot is te bitter voor jullie; de HEER heeft zich tegen mij gekeerd.’ Hier zien we haar diepste pijn. Naomi is niet alleen een weduwe; ze voelt zich door God verlaten. Ze ervaart haar verlies als een teken dat God zich van haar heeft afgekeerd. Dit is geen theologisch betoog, maar een emotionele uitroep van iemand die rouwt.
Toch is deze uitspraak opvallend. Naomi spreekt wél over God. Ze gelooft niet dat Hij niet bestaat, maar ze ziet Hem als degene die haar getroffen heeft. In haar beleving is Hij niet afwezig, maar actief in haar lijden. Ze begrijpt niet waarom, maar ze erkent dat haar lot niet toevallig is. Hoe vaak ervaren mensen dit gevoel? Wanneer alles tegenzit, wanneer pijn zich opstapelt, lijkt het soms alsof God zich heeft teruggetrokken of zelfs tegen ons is. Maar zoals we later in het verhaal zullen zien, is God niet afwezig. Hij werkt, zelfs in het verlies. Naomi ziet dat nog niet, maar de lezer krijgt al een vermoeden.
Wat Orpa en Ruth op dit moment voelen, blijft onbenoemd, maar hun reactie zal bepalend zijn. Naomi heeft hen een rationele uitweg geboden. Orpa zal die nemen, Ruth niet. Dit moment is meer dan een praktische keuze. Het is een beslissing over trouw, over identiteit, over geloof.
Naomi’s pleidooi om Orpa en Ruth terug te laten gaan, lijkt op het eerste gezicht logisch en verstandig. Maar in de grotere lijn van het boek Ruth zien we dat Gods plannen vaak verder reiken dan de logische keuzes van mensen. Waar Naomi alleen bitterheid ziet, is God al bezig om iets nieuws te bouwen. De keuze die Ruth hierna maakt, zal niet alleen haar leven veranderen, maar ook dat van Naomi. En uiteindelijk zal het gevolgen hebben voor heel Israël.
Hoe vaak staan wij voor een keuze waarin we niet weten wat de toekomst brengt? Soms lijkt de logische weg de veiligste. Maar soms roept God ons op om iets te doen wat niet logisch is, iets wat tegen de verwachtingen ingaat. Ruth zal dat doen. Maar zover zijn we nog niet. Eerst moet er nog een afscheid plaatsvinden.
Ruth 1:14-18. Ruths onvoorwaardelijke toewijding
Ze staan op de weg die hen naar Israël leidt. Naomi, Orpa en Ruth. Drie weduwen, drie vrouwen zonder zekerheid. Naomi heeft hen gevraagd terug te keren naar Moab. Daar wacht een toekomst met familie, met misschien een nieuw huwelijk, met meer zekerheid dan een reis naar een onbekend land. De logische keuze zou zijn om naar huis te gaan.
Dan gebeurt er iets wat het verhaal een nieuwe richting geeft. ‘Opnieuw begonnen zij te huilen. Orpa kuste haar schoonmoeder vaarwel, maar Ruth week niet van haar zijde.’ Dit is een belangrijk moment. Tot nu toe hebben Orpa en Ruth samen gereageerd, samen gehuild, samen geaarzeld. Maar hier splitst hun wegen zich.
Orpa maakt de keuze om terug te keren. Dit betekent niet dat ze liefdeloos is. Ze heeft gehuild, ze heeft overwogen om mee te gaan, maar uiteindelijk kiest ze voor de meest verstandige weg. Naomi had haar immers aangeraden terug te keren. Ze kiest niet tegen Naomi, maar voor haar eigen toekomst. Haar afscheid is liefdevol: ze kust Naomi vaarwel. Daarna verdwijnt ze uit het verhaal. De Bijbel vertelt ons niet wat er verder met haar gebeurt.
Ruth doet iets totaal anders. De tekst zegt: ‘maar Ruth week niet van haar zijde’. Dit is meer dan blijven staan. In het Hebreeuws wordt hier een woord gebruikt wat ‘vastklampen’ betekent. Dit is hetzelfde woord dat in Genesis 2:24 wordt gebruikt voor de diepe verbondenheid in een huwelijk: ‘Daarom maakt een man zich los van zijn vader en moeder en hecht hij zich aan zijn vrouw, en zij zullen één lichaam zijn.’ Ruth klampt zich vast aan Naomi, niet alleen fysiek, maar met haar hele wezen. Dit is niet een impulsieve emotionele reactie; dit is een bewuste keuze.
Naomi probeert haar nogmaals op andere gedachten te brengen. ‘Kijk, je schoonzus gaat terug naar haar volk en haar god,’ zei Naomi, ‘ga haar toch achterna!’ Hier voegt Naomi iets toe wat ze eerder niet expliciet had gezegd: Orpa keert niet alleen terug naar haar familie, maar ook naar haar goden. Dit laat zien dat teruggaan naar Moab niet alleen een praktische, maar ook een geestelijke beslissing is. Het betekent terugkeren naar de religie van Moab, waarin de god Kemosj werd vereerd.
En dan spreekt Ruth. Haar woorden zijn misschien wel de beroemdste uit het boek Ruth, en niet zonder reden. ‘Vraag me toch niet langer u te verlaten en terug te gaan, weg van u. Waar u gaat, zal ik gaan, waar u slaapt, zal ik slapen; uw volk is mijn volk en uw God is mijn God. Waar u sterft, zal ook ik sterven, en daar zal ik begraven worden. Alleen de dood zal mij van u scheiden, en anders mag de HEER met mij doen wat Hij wil!’
Deze belofte heeft een bewuste opbouw. Eerst spreekt Ruth over fysieke nabijheid: ‘Waar u gaat, zal ik gaan.’ Dan over haar levenswijze: ‘Waar u slaapt, zal ik slapen.’ Daarna over haar identiteit: ‘Uw volk is mijn volk.’ En uiteindelijk over haar geloof: ‘Uw God is mijn God.’ Het hoogtepunt komt hierna: ‘Waar u sterft, zal ook ik sterven, en daar zal ik begraven worden.’ Dit is enorm radicaal. In de oude wereld wilde men begraven worden in het land van de voorouders. Ruth laat zelfs die verbondenheid los.
Vervolgens bekrachtigt Ruth haar woorden met een eed: ‘Alleen de dood zal mij van u scheiden, en anders mag de HEER met mij doen wat Hij wil!’ In de oorspronkelijke Hebreeuwse tekst wordt hier de naam van de Heer gebruikt: JHWH. Dit is belangrijk. Ruth roept niet de Moabitische goden aan, maar de God van Israël. Dit is een geloofsbelijdenis. Ruth verlaat niet alleen Moab als land, maar ook de goden van Moab.
Naomi reageert niet enthousiast. ‘Naomi zag dat Ruth vastbesloten was om met haar mee te gaan en drong niet langer aan.’ Dit is een vreemde stilte. Naomi zou zich kunnen verblijden over de trouw van Ruth, maar ze doet dat niet. Ze accepteert Ruths keuze, maar zonder vreugde. Naomi zit nog steeds vast in haar bitterheid.
Maar de lezer ziet al meer. Dit is niet zomaar een emotioneel moment tussen twee vrouwen. Dit is een schakelpunt in Gods plan. Ruth, een buitenlandse vrouw uit Moab, zal een plaats krijgen in Israël. Niet als buitenstaander, maar als een voorouder van koning David, en uiteindelijk van Jezus.
Wat we hier zien, is de essentie van ware toewijding. Ruth kiest niet voor de makkelijkste weg. Ze kiest voor trouw, zelfs als dat onzekerheid betekent. Dit is hoe God werkt. Hij bouwt Zijn koninkrijk niet op wat logisch lijkt, maar op geloof, op toewijding, op mensen die bereid zijn om alles achter te laten voor Hem.
Hoe vaak staan wij voor een keuze waarin de makkelijke weg voor de hand ligt? Waarin alles in ons zegt: ga terug, kies voor zekerheid? Ruth laat zien dat trouw soms betekent dat je een onzekere weg inslaat, zonder te weten waar die eindigt. Maar haar verhaal leert ons ook: God laat dat nooit zonder zegen.
Dit moment markeert het echte begin van Ruths reis. Ze heeft haar keuze gemaakt. Nu is er geen weg terug. Maar wat op dat moment een sprong in het duister lijkt, zal later een plaats krijgen in Gods grote verhaal. Soms zien wij het plan niet, maar God ziet het wel. En wie op Hem vertrouwt, zal nooit tevergeefs kiezen.
Ruth 1:19-21. Naomi’s bittere terugkeer naar Betlehem
Naomi en Ruth naderen Betlehem. Ze hebben de lange reis vanuit Moab achter zich, een reis die voor Naomi aanvoelt als een tocht van verlies. Wat ooit een vlucht uit de hongersnood was, eindigt in een terugkeer met lege handen.
De stad is in rep en roer. Betlehem is geen grote plaats; iedereen kent elkaar. Naomi was ooit een bekende figuur in de gemeenschap, als vrouw van Elimelech. Maar nu is ze terug, en haar komst baart opschudding. ‘Dat is toch Naomi?’ fluisteren de vrouwen van de stad onder elkaar.
Er klinkt verbazing in hun stem. Misschien zien ze het aan haar houding: haar schouders gebogen onder de last van haar verdriet. Misschien is het haar gezicht, waar het verlies diep in gegroefd staat. De vrouw die ooit vertrok met haar gezin, keert terug als weduwe, vergezeld door een Moabitische vrouw. Dit is niet het soort thuiskomst waar mensen op hopen.
De manier waarop de vrouwen reageren is veelzeggend. Ze vragen niet hoe het met haar gaat. Ze vragen niet naar haar familie. Ze roepen slechts: ‘Dat is toch Naomi?’ Er ligt iets pijnlijks in die woorden. Ze herkennen haar en toch ook niet. Ze lijkt niet meer op de vrouw die ze kenden.
Naomi’s reactie is rauw en intens. ‘Noem me niet Naomi, noem me Mara, want de Ontzagwekkende heeft mijn lot zeer bitter gemaakt.’ Hier zien we hoe diep haar pijn zit. Haar naam, Naomi, betekent ‘liefelijkheid’, ‘aangenaamheid’, maar ze voelt zich allesbehalve aangenaam. Ze wil een andere naam dragen: Mara, wat ‘bitterheid’ betekent.
Dit is een krachtig moment. In de Bijbel zijn namen geen toevallige labels, maar weerspiegelen ze iemands identiteit en levensweg. Jakob werd Israël, Abram werd Abraham, Sarai werd Sara. Maar in tegenstelling tot deze voorbeelden, waarbij een naamverandering een teken van zegen is, is Naomi’s verandering een uiting van haar pijn. Zij kiest haar nieuwe naam niet als een roeping van God, maar als een afspiegeling van hoe ze zich voelt.
Ze wijst op de reden van haar bitterheid: ‘De Ontzagwekkende heeft mijn lot zeer bitter gemaakt.’ Ze gebruikt hier de naam Shaddai, een van de oudste namen voor God in het Oude Testament. Shaddai benadrukt Gods macht en soevereiniteit, maar ook zijn vermogen om te geven en te nemen. Naomi erkent dat haar situatie niet toevallig is. Ze gelooft nog steeds dat God regeert, maar ze worstelt met Zijn handelen. Dit maakt haar woorden verwant aan die van Job, die na groot verlies uitriep: ‘De HEER heeft gegeven, de HEER heeft genomen, de naam van de HEER zij geprezen.’ (Job 1:21). Maar waar Job nog ruimte hield voor lofprijzing, voelt Naomi alleen bitterheid.
Ze gaat verder: ‘Toen ik hier wegging had ik alles, maar de HEER heeft mij met lege handen laten terugkomen.’ Dit is haar beleving. Ze vertrok met haar man en zonen, ze had een toekomst. Nu heeft ze niets meer. Maar hier zit een ironie in. Ze zegt dat ze met lege handen terugkomt, terwijl Ruth naast haar staat. Ruth, die zojuist een onvoorwaardelijke belofte van trouw heeft afgelegd. Naomi ziet het niet, maar de lezer ziet het wel: ze is niet zo leeg als ze denkt.
Haar laatste woorden in deze verzen zijn aangrijpend: ‘Waarom mij nog Naomi noemen, nu de HEER zich tegen mij heeft gekeerd, nu de Ontzagwekkende me kwaad heeft gedaan?’ Dit is een zware aanklacht. Naomi voelt zich niet alleen verlaten, maar ook actief tegengewerkt door God. Ze ervaart haar lijden niet als een toevalligheid, maar als iets wat door de hand van de Heer zelf is gebracht.
Toch is er een subtiele spanning in haar woorden. Ze spreekt nog steeds over de Heer (JHWH). Ze heeft Hem niet losgelaten. Dit is niet de houding van iemand die God heeft afgezworen, maar van iemand die Hem niet begrijpt. Haar worsteling lijkt op die van de psalmdichter David die uitroept: ‘Hoe lang nog, HEER, zult U mij vergeten, hoe lang nog verbergt U voor mij uw gelaat?’ (Psalm 13:2)
Op dit moment zit Naomi nog volledig vast in haar pijn. Ze ziet haar toekomst als leeg en haar verleden als een mislukking. Maar de lezer weet dat er meer speelt. God is al bezig iets te doen wat ze niet kan zien. De trouw van Ruth is daar al een eerste teken van.
Hoe vaak ervaren wij dit niet in ons eigen leven? Dat we denken dat alles verloren is, dat God zich tegen ons heeft gekeerd, terwijl Hij op de achtergrond een plan heeft dat we nog niet kunnen bevatten? Naomi staat in het donker, maar er is al een licht dat ze nog niet opmerkt.
Ze is aangekomen in Betlehem. De stad van brood. De stad waar later koning David geboren zal worden. De stad waar eeuwen later Jezus, het brood des levens, geboren zal worden. Wat Naomi niet weet, is dat haar verhaal nog maar net begonnen is.
Voor nu ziet ze alleen Mara – bitterheid. Maar de lezer weet: Naomi’s naam is niet voorgoed veranderd. Haar verhaal is nog niet af. God heeft haar niet losgelaten. Wat nu voelt als het einde, zal uiteindelijk blijken een nieuw begin te zijn.
Ruth 1:22. Een nieuw begin bij de gersteoogst
De reis is ten einde. Naomi en Ruth hebben de lange tocht vanuit Moab achter zich gelaten en staan nu in Betlehem. Naomi’s terugkeer is omgeven door emotie: de vrouwen van de stad herkennen haar, maar zij herkent zichzelf nauwelijks meer. De vrouw die ooit vertrok met een gezin, komt terug als weduwe. Haar eigen woorden drukken haar toestand pijnlijk uit: ‘Noem me niet Naomi, noem me Mara, want de Ontzagwekkende heeft mijn lot zeer bitter gemaakt.’ (vers 20).
En dan volgt dit slotvers van hoofdstuk 1, een schijnbaar eenvoudige samenvatting: ‘Zo kwam Naomi terug uit Moab, samen met haar schoondochter Ruth, de Moabitische. Ze kwamen in Betlehem aan bij het begin van de gersteoogst.’ Op het eerste gezicht lijkt dit een afronding van Naomi’s reisverhaal. Maar de woorden die hier gebruikt worden, geven subtiele hints dat haar verhaal nog niet ten einde is.
Het eerste belangrijke detail in dit vers is de herhaling van Ruths identiteit: ‘Ruth, de Moabitische’. De tekst had gewoon kunnen zeggen dat Naomi niet alleen terugkwam, maar noemt Ruth expliciet bij naam en afkomst. Dit is geen toeval. Moabieten waren in de ogen van de Israëlieten vreemdelingen, zelfs vijanden. Volgens Deuteronomium 23:4-7 mochten Moabieten niet zomaar deel uitmaken van de gemeenschap van Israël. Dit benadrukt de kwetsbare positie waarin Ruth zich bevindt. Ze is niet alleen een weduwe, maar ook een buitenstaander in een land waar zij van nature geen rechten heeft.
Voor Naomi is Ruth op dit moment waarschijnlijk geen teken van hoop, maar een herinnering aan haar verlies. Ruth is de weduwe van haar gestorven zoon, een symbool van wat er niet meer is. Hoe kijkt Naomi naar deze jonge vrouw die haar trouw is gevolgd? Is ze dankbaar of voelt ze zich nog steeds leeg? De tekst laat het open. Maar de lezer weet al meer: Ruth zal niet zomaar een passieve bijfiguur blijven.
Dan komt de slotzin: ‘Ze kwamen in Betlehem aan bij het begin van de gersteoogst.’ Dit is veelzeggend. De oogsttijd in Israël was een periode van hoop en belofte. Na maanden van wachten en afhankelijkheid van regen en groei, brak het moment aan waarop de eerste vruchten werden verzameld. De gersteoogst was de eerste oogst van het seizoen, gevolgd door de tarweoogst en uiteindelijk het Wekenfeest (Pinksteren). In Leviticus 23:10-11 wordt beschreven hoe de eerste schoof van de gersteoogst moest worden aangeboden als een dankoffer aan de Heer.
In symbolische zin zegt deze opmerking dat Naomi niet alleen terugkeert naar Betlehem, maar ook in een seizoen van overvloed aankomt. Waar zij zelf leegte ervaart, laat de tekst doorschemeren dat er een nieuw begin mogelijk is. Dit contrast is treffend: Naomi noemt zichzelf Mara, bitter, maar ze arriveert precies op het moment dat de velden vol staan met nieuw leven.
Voor de lezer is dit een belangrijk spanningsveld. Naomi ziet enkel haar verlies. Ze ziet de dode aarde van haar leven, maar ze merkt niet dat God al bezig is met iets nieuws. Terwijl zij spreekt over de Heer die haar leeg heeft gemaakt, geeft de tekst een subtiele hint: de oogst is begonnen.
Dit moment in het verhaal is als een stil gebed dat nog niet uitgesproken is. De eerste tekenen van Gods voorzienigheid liggen verborgen in de omstandigheden. Naomi kan ze nog niet zien, maar de lezer begint het al te vermoeden. Ruth staat naast haar, een vrouw die een keuze heeft gemaakt die alles zal veranderen. De velden zijn vol, de oogst is begonnen en de geschiedenis is klaar om zich te ontvouwen. Maar voor nu staat Naomi nog in het donker. Ze denkt dat haar verhaal voorbij is. Maar wij weten beter: dit is nog maar het begin.
Kernboodschap
De kernboodschap van Ruth 1:1-22 is: wanneer alles verloren lijkt, is Gods plan vaak al in beweging. Waar wij leegte en bitterheid ervaren, werkt Hij stilletjes aan een toekomst die wij nog niet kunnen vermoeden – soms door onverwachte mensen, soms op ongewone wegen, maar altijd met een doel dat groter is dan ons eigen verhaal.
Wanneer we dit bijbelgedeelte lezen, is het verleidelijk om alleen de menselijke tragedie te zien: een gezin dat vlucht voor hongersnood, een vrouw die haar man en kinderen verliest, een terugkeer vol bitterheid. Het hoofdstuk ademt verlies, leegte en onzekerheid. Naomi zelf vat dit samen in haar eigen woorden: ‘Toen ik hier wegging had ik alles, maar de HEER heeft mij met lege handen laten terugkomen.’ Dit is haar beleving. Dit is haar werkelijkheid. Maar is het ook de volle waarheid?
Wat Naomi niet ziet, en wat de lezer al begint te vermoeden, is dat God al bezig is met een nieuw begin. Zijn plan is niet zichtbaar in een wonderbaarlijke ingreep of een directe openbaring, maar werkt stilletjes door de omstandigheden en door mensen. Ruth is daar een eerste teken van. Zij is de onverwachte figuur die Naomi niet met lege handen laat terugkeren, al ervaart Naomi dat zelf nog niet zo. En ook de tijd van hun aankomst in Betlehem – precies bij het begin van de gersteoogst – is meer dan een toevallige bijkomstigheid. Wij zien iets wat Naomi nog niet kan zien: haar toekomst is niet zo leeg als zij denkt.
Dit is een patroon dat we vaker in de Bijbel tegenkomen. Jozef werd door zijn broers verkocht en zat jarenlang gevangen, zonder te weten dat God hem voorbereidde om Egypte en zijn eigen familie van de hongersnood te redden (Genesis 50:20). Het volk Israël zat vast in Egypte, zonder te beseffen dat God Mozes al aan het vormen was als hun bevrijder (Exodus 2). De discipelen zagen Jezus sterven aan het kruis en dachten dat alles voorbij was, terwijl juist daar de weg naar redding werd geopend.
Ruth 1:1-22 plaatst ons in een soortgelijk spanningsveld. Naomi’s gevoel van leegte is begrijpelijk, haar pijn is echt. Maar de waarheid is groter dan haar gevoel. De beweging van haar terugkeer naar Betlehem, de aanwezigheid van Ruth en de tijd van de oogst laten zien dat God al aan het werk is, nog voordat Naomi het beseft.
Dit bijbelgedeelte is eeuwen oud, maar de dynamiek is herkenbaar. Hoe vaak ervaren wij momenten waarop we denken dat alles verloren is? Dat we vastzitten in een situatie zonder uitweg? Misschien zijn er tijden geweest waarin je geloof leek te wankelen, waarin je je afvroeg waar God was in je leven. Misschien voelde je, net als Naomi, een leegte die niet zomaar op te vullen was.
Dit bijbelgedeelte herinnert ons eraan dat God vaak werkt op manieren die wij pas later begrijpen. We willen God vaak zien ingrijpen op een directe, duidelijke manier – een wonder, een onmiddellijke verandering. Maar de geschiedenis van de Bijbel laat zien dat God vaak werkt in de stilte, via mensen en omstandigheden die op het eerste gezicht niet bijzonder lijken. Een ontmoeting, een beslissing, een klein gebaar van trouw kan de eerste steen zijn van een heel nieuw hoofdstuk.
Net zoals Naomi had jij misschien een plan voor je leven dat niet is uitgekomen. Misschien had je een verwachting van hoe God in jouw leven zou werken, maar liep alles anders. Misschien kijk je om je heen en zie je alleen maar verlies, alleen maar Mara, bitterheid. Maar wat als er al iets in beweging is, wat als God allang bezig is, zelfs als jij dat nog niet ziet?
De uitdaging die dit bijbelgedeelte ons stelt, is om niet alleen op onze eigen beperkte waarneming te vertrouwen. Naomi dacht dat ze met lege handen terugkwam, maar de lezer ziet al dat er een diepere werkelijkheid is. Soms moeten we de moed hebben om open te staan voor de mogelijkheid dat God al bezig is, nog voordat wij het kunnen bevatten.
En misschien betekent dat wel dat de mensen om je heen – mensen die je misschien niet direct als een zegen ziet – door God zijn geplaatst om jou verder te helpen. Naomi had Ruth niet gevraagd om mee te gaan. Misschien had ze haar aanwezigheid zelfs liever niet gehad, omdat het haar herinnerde aan haar verlies. Maar juist Ruth zou degene worden die Naomi’s toekomst opnieuw zou vullen met hoop. Soms werkt God via mensen die wij niet verwachten, soms spreekt Hij door wegen die wij niet zelf hadden gekozen.
Dit bijbelgedeelte daagt ons uit om na te denken over de manier waarop wij naar ons eigen leven kijken. Vertrouwen wij alleen op wat wij op dit moment voelen en zien? Of durven wij te geloven dat God al bezig is met een plan, zelfs als wij het nog niet overzien? Ruth 1:1-22 nodigt ons uit om de mogelijkheid open te houden dat wat nu voelt als een einde, misschien wel het begin is van iets nieuws.
Theologische reflectie
Nu we de tekst zorgvuldig hebben geanalyseerd en de kernboodschap hebben geformuleerd, is het tijd om dieper te graven en na te denken over de theologische betekenis van dit bijbelgedeelte. Deze theologische reflectie helpt ons om niet alleen te begrijpen wat er in de tekst gebeurt, maar ook om te ontdekken wat dit openbaart over Gods wezen, hoe dit verband houdt met Jezus Christus en welke lessen dit ons kan leren over ons geloofsleven. Daarnaast plaatsen we dit bijbelgedeelte in de bredere context van de Bijbel en verkennen we enkele theologische thema’s die hier naar voren komen. Dit stelt ons in staat om Ruth 1:1-22 niet slechts als een oud verhaal te lezen, maar als een levende en betekenisvolle boodschap die ons vandaag de dag raakt.
Het karakter van God
Een van de opvallendste kenmerken van Ruth 1 is dat God op geen enkel moment direct aan het woord komt of zichtbaar handelt. Toch is Zijn aanwezigheid in alles voelbaar. Dit leert ons iets fundamenteels over Gods karakter: Hij is een God die werkt in de verborgenheid. Naomi ziet alleen haar verlies en spreekt zelfs uit dat God zich tegen haar heeft gekeerd. Haar ervaring is dat de Heer haar leeg heeft gemaakt, dat Hij haar Mara – bitterheid – heeft gegeven. Maar de lezer krijgt al subtiele hints dat dit niet het hele verhaal is. Ruth is met haar meegekomen en de tijd van hun aankomst – bij het begin van de gersteoogst – wijst op hoop.
Gods soevereiniteit komt tot uiting in de manier waarop Hij via schijnbaar gewone gebeurtenissen Zijn plan uitvoert. Hij gebruikt een buitenlandse vrouw, een periode van hongersnood en een weduwe zonder toekomst om uiteindelijk de geschiedenis van Israël en de komst van de Messias voor te bereiden. Dit toont dat God niet alleen werkzaam is in spectaculaire wonderen, maar juist ook in de kleine details van het leven. Zijn leiding is er, zelfs wanneer wij die niet herkennen. Dit is een kernaspect van Gods genade: Hij werkt door onze gebrokenheid heen en brengt hoop waar wij alleen verlies zien.
De verwijzing naar Christus
Ruth is in veel opzichten een voorafschaduwing van Christus. Haar keuze om haar eigen land en volk achter te laten en zich onvoorwaardelijk te verbinden aan Naomi is een beeld van de zelfopofferende liefde die Jezus zou tonen. Waar Orpa kiest voor zekerheid en teruggaat naar Moab, kiest Ruth voor een onzekere toekomst en maakt zij zichzelf kwetsbaar. Haar beroemde woorden, ‘Uw volk is mijn volk en uw God is mijn God’, tonen een volledige overgave en een diep vertrouwen in de God van Israël.
In deze toewijding zien we de contouren van wat Christus later volmaakt zou vervullen. Jezus verliet de heerlijkheid van de hemel om mens te worden, om te leven onder ons, net zoals Ruth haar Moabitische identiteit achter zich laat om een nieuw leven in Israël te beginnen. Jezus identificeerde zich volledig met de mensheid, droeg onze lasten en bracht ons verlossing – net zoals Ruth Naomi’s lot op zich neemt en later een sleutelrol zal spelen in haar herstel.
Daarnaast kunnen we in Ruth 1:1-22 een diepere lijn zien naar het evangelie. Naomi ziet zichzelf als leeg en verlaten, maar de komst van Ruth betekent haar redding, ook al beseft ze dat nog niet. Op dezelfde manier zag Israël lange tijd niet dat hun ware hoop lag in een Redder die zou komen uit een onverwachte hoek – niet als een machtige koning, maar als een nederige dienaar. Jezus werd geboren in Betlehem, dezelfde plaats waar Naomi en Ruth arriveren, en Hij bracht een overvloedige oogst van redding die de grenzen van Israël overstijgt.
Relevantie voor ons geloofsleven
In ons eigen leven ervaren we vaak momenten waarop we, net als Naomi, alleen leegte en bitterheid zien. Misschien voelen we ons verlaten door God, vragen we ons af waarom dingen ons overkomen of worstelen we met onzekerheid over de toekomst. Ruth 1:1-22 laat ons zien dat God al bezig kan zijn met iets nieuws, zelfs als wij dat nog niet zien. De uitdaging is om, zoals Ruth, te vertrouwen en de weg te gaan zonder alle antwoorden te hebben.
Deze tekst daagt ons uit om ons perspectief te verbreden. We leven in een wereld waarin we graag controle willen hebben, waarin we succes en voorspoed als tekenen van Gods zegen zien. Maar wat als Gods plan zich juist in de gebrokenheid ontvouwt? Wat als het proces van verliezen en opnieuw beginnen de manier is waarop Hij ons vormt?
Het geloof vraagt soms om het durven loslaten van wat vertrouwd is, zoals Ruth haar geboorteland verlaat en een stap zetten in het onbekende. Geloven is niet altijd weten, maar vasthouden aan de belofte dat God bezig is, ook als wij het niet zien. Dit bijbelgedeelte moedigt ons aan om in tijden van leegte en onzekerheid te blijven vertrouwen op Gods verborgen aanwezigheid.
Verband met andere bijbelteksten
Ruth 1:1-22 sluit thematisch aan bij veel andere bijbelgedeelten waarin God werkt door onwaarschijnlijke mensen en situaties. Denk aan Abraham, die werd geroepen om alles achter te laten en op weg te gaan naar een land dat God hem zou wijzen (Genesis 12:1). Ook hij moest handelen zonder zekerheid, net zoals Ruth dat doet.
Het boek Job biedt eveneens een diepere laag van begrip voor Naomi’s ervaring. Job verloor alles en worstelde met de vraag waarom God dit toeliet. Ook hij klaagde over de bitterheid van zijn lot, maar uiteindelijk leerde hij dat Gods plannen groter waren dan zijn begrip kon bevatten. Net zoals Job ontdekt dat God zijn leven op een diepere manier herstelt, zal Naomi later ervaren dat haar verhaal niet eindigt in leegte, maar in overvloed.
In het Nieuwe Testament sluit deze thematiek nauw aan bij Romeinen 8:28: ‘Wij weten dat voor wie God liefhebben, voor wie volgens zijn voornemen geroepen zijn, alles bijdraagt aan het goede.’ Dit betekent niet dat alles makkelijk zal zijn, maar dat God uiteindelijk zijn plan tot voltooiing brengt, zelfs door gebrokenheid en pijn heen.
Andere relevante theologische thema’s
Een van de belangrijkste thema’s in Ruth 1:1-22 is Gods voorzienigheid. Hij werkt op de achtergrond en leidt gebeurtenissen zonder dat de personages dit direct beseffen. Dit laat zien dat Gods plan niet afhankelijk is van menselijke controle, maar dat Hij Zijn wil uitvoert, zelfs door menselijke beslissingen heen. Naomi en Ruth maken keuzes, maar binnen die keuzes werkt God op een diepere laag.
Daarnaast staat het thema van trouw centraal. Ruths keuze om bij Naomi te blijven is een voorbeeld van chesed, het Hebreeuwse woord voor onveranderlijke, loyale liefde. Dit is de liefde die God heeft voor zijn volk – een liefde die niet gebaseerd is op omstandigheden, maar op een bewuste toewijding. Ruth weerspiegelt deze goddelijke liefde door trouw te blijven, zelfs als ze niets terugkrijgt.
Tenslotte zien we in dit bijbelgedeelte een vroege aankondiging van de inclusiviteit van Gods redding. Ruth is een Moabitische, een buitenstaander. Maar juist zij wordt opgenomen in Gods volk en zal uiteindelijk een voorouder worden van David en Jezus. Dit is een vroege hint naar het feit dat Gods genade niet beperkt is tot Israël alleen, maar openstaat voor alle volken. Dit vindt zijn vervulling in het Nieuwe Testament, waar Paulus schrijft in Galaten 3:28: ‘Er zijn geen Joden of Grieken meer, slaven of vrijen, mannen of vrouwen – u bent allen één in Christus Jezus.’
Ruth 1:1-22 is meer dan een verhaal over verlies en rouw. Het is een diepgaande theologische boodschap over Gods verborgen werk, Zijn trouw en de manier waarop Hij door onverwachte wegen een toekomst opent. We zien in dit bijbelgedeelte hoe Gods plan zich langzaam ontvouwt, hoe Ruth een voorafschaduwing is van Christus en hoe wij worden uitgedaagd om te vertrouwen, zelfs wanneer wij Gods werk nog niet kunnen zien. Dit bijbelgedeelte leert ons dat waar wij bitterheid ervaren, God al een nieuw begin voorbereidt. Het vraagt van ons een geloof dat durft te hopen, zelfs wanneer wij nog niet begrijpen hoe het verhaal zal aflopen.
Praktische toepassing
De kernboodschap van Ruth 1:1-22 daagt ons uit om te beseffen dat Gods plan vaak al in beweging is, ook wanneer wij dat niet zien. Waar wij leegte en bitterheid ervaren, werkt Hij stilletjes aan een toekomst die wij nog niet kunnen vermoeden – soms door onverwachte mensen, soms via ongewone wegen, maar altijd met een doel dat groter is dan ons eigen verhaal. Dit besef vraagt om een manier van leven die niet alleen gericht is op wat wij nu zien, maar ook op vertrouwen in wat God al doet. Maar hoe pas je dit praktisch toe? Hierna volgen vier uitdagende, verrassende en niet-alledaagse manieren om de kernboodschap van dit bijbelgedeelte op een vernieuwende manier toe te passen in het dagelijks leven.
- Leer om ‘Ruth-momenten’ te herkennen in je leven.
In het verhaal van Ruth lijkt alles verloren voor Naomi. Ze voelt zich leeg en bitter. Maar juist naast haar staat Ruth, een vrouw die haar trouw blijft, zelfs wanneer Naomi het zelf niet ziet. In ons eigen leven kunnen wij ook ‘Ruth-momenten’ hebben: mensen of situaties die wij over het hoofd zien omdat wij gefocust zijn op wat ontbreekt. Hoe vaak zijn er in je leven mensen die jou trouw blijven, terwijl je zelf denkt dat je alleen staat? Hoe vaak ontmoet je iemand die je helpt of steunt, zonder dat je direct beseft dat God misschien juist door deze persoon werkt? Een ‘Ruth-moment’ is een situatie waarin je je verliest in je eigen perspectief van pijn of teleurstelling, terwijl God al iets nieuws brengt via een ander. Om deze ‘Ruth-momenten’ te herkennen, kun je een nieuwe gewoonte ontwikkelen: stel jezelf aan het einde van de dag de vraag: waarin heeft God mij vandaag al geholpen, zelfs als ik het op het moment zelf niet zag? Dit kan een kleine ontmoeting zijn, een onverwacht gesprek, een inzicht dat je kreeg, of zelfs een stilte die je hielp om dingen op een rijtje te zetten. Het vraagt om een nieuwe manier van kijken: niet gefocust zijn op wat je mist, maar op wat er al in beweging is.
- Maak een onlogische keuze die alleen op vertrouwen gebaseerd is.
Ruth had een logische keuze kunnen maken: terugkeren naar Moab, naar veiligheid en zekerheid. Maar ze koos een weg die menselijk gezien onbegrijpelijk was: meegaan met Naomi, zonder toekomstperspectief. In ons eigen leven maken we vaak veilige keuzes, gebaseerd op wat logisch is, wat zekerheid biedt, wat ‘verstandig’ lijkt. Maar wat als God ons soms uitdaagt om een keuze te maken die niet past in het veilige plaatje? Durf eens een beslissing te nemen die je niet rationeel kunt onderbouwen, maar die je diep vanbinnen voelt als een stap in geloof. Dit kan betekenen dat je een onverwacht aanbod aanneemt, een nieuwe richting inslaat in je werk of relaties of een stap zet naar iets waar je nog geen zekerheid over hebt. Vraag jezelf af: ben ik bereid om iets te doen, puur op basis van vertrouwen, zelfs als het onlogisch voelt? Dit betekent niet dat je roekeloos beslissingen moet nemen, maar wel dat je open moet staan voor wegen die niet altijd voor de hand liggen. Soms werkt God juist in keuzes die we niet met ons verstand kunnen beredeneren, maar waar ons hart toch naar uitgaat. Misschien is dat wel precies het pad waar Hij al mee bezig is.
- Wees iemands Ruth – kies bewust om trouw te blijven waar anderen afhaken.
Veel mensen in onze samenleving leven vanuit het idee van ‘doet het me nog iets?’ – zodra een situatie of relatie niet meer prettig is, stappen we eruit. Ruth deed precies het tegenovergestelde: ze bleef, zelfs toen alles tegenzat. Hoe zou het eruitzien als wij als christenen deze houding aannemen? Kies er bewust voor om ergens trouw aan te blijven, juist als het moeilijk is. Dit kan betekenen dat je een vriendschap niet opgeeft, ook al is het lastig. Dat je in contact blijft met iemand die in een moeilijke periode zit, terwijl anderen zich terugtrekken. Dat je ervoor kiest om iemand bij te staan zonder direct iets terug te verwachten. De kunst is om trouw te zijn op een manier die niet vanzelfsprekend is. Het is makkelijk om loyaal te zijn aan mensen die ons goed behandelen, maar trouw betekent ook dat je iemand vasthoudt als het ingewikkeld wordt. Vraag jezelf af: voor wie kan ik op dit moment een Ruth zijn? Wie in mijn omgeving heeft mijn trouw nodig, juist nu het moeilijk is? Soms vraagt dat dat je actief in iemands leven blijft, zelfs als diegene zich terugtrekt. Soms betekent het dat je geduldig blijft luisteren, ook als het gesprek stroef loopt. Maar altijd betekent het dat je een bewuste keuze maakt om niet weg te lopen. Want wie weet? Misschien ben jij wel degene die God gebruikt als een teken van hoop in iemands leven, zonder dat je het zelf doorhebt.
- Sta jezelf toe om opnieuw te beginnen, zelfs als je nog geen eindpunt ziet.
Naomi dacht dat haar leven voorbij was. Ze noemde zichzelf Mara, bitterheid, omdat ze geloofde dat er geen toekomst meer was. Maar de Bijbel laat zien dat juist wanneer wij denken dat iets voorbij is, God nog een nieuwe weg kan openen. Dit vraagt van ons de moed om opnieuw te beginnen, ook als we het einde nog niet kunnen zien. Wat als je zou leven met de vrijheid om opnieuw te beginnen, zelfs als je niet weet waar het naartoe gaat? Misschien betekent dat dat je eindelijk een oud patroon loslaat dat je vasthoudt. Misschien betekent het dat je stopt met jezelf definiëren door het verleden en openstaat voor iets nieuws. Misschien betekent het dat je durft te geloven dat er iets voor je klaarligt, zelfs als je nu nog geen richting hebt. Een concrete manier om dit in praktijk te brengen, is door een fysiek gebaar van herstart te maken. Dit kan iets symbolisch zijn, zoals het schrijven van een brief aan jezelf over wat je achter je wilt laten en wat je opnieuw wilt beginnen. Of je kunt een nieuwe stap zetten – een nieuwe plek bezoeken, een nieuwe vaardigheid leren, een nieuw ritueel invoeren in je dag. God werkt niet alleen in ons verleden, maar ook in ons toekomstperspectief. Net zoals Naomi dacht dat haar verhaal voorbij was, terwijl er een hele nieuwe toekomst voor haar klaarlag, mogen wij ook durven geloven dat er iets nieuws komt. De uitdaging is: ben je bereid om ruimte te maken voor een nieuw begin, zelfs als je nog niet weet hoe het zal eindigen?
De boodschap van Ruth 1:1-22 is niet alleen een oud verhaal over trouw en verlies, maar ook een spiegel voor ons eigen leven. Het daagt ons uit om anders te kijken naar de situaties waarin wij ons bevinden. God werkt vaak in stilte, in onopvallende keuzes, in mensen die wij misschien over het hoofd zien. Maar om dat te ontdekken, moeten wij bereid zijn om anders te leven. Dat betekent: bewust leren kijken naar waar God misschien al bezig is. Een keuze durven maken op basis van vertrouwen, in plaats van zekerheid. Trouw blijven, zelfs als dat niet de makkelijke weg is. En de moed hebben om opnieuw te beginnen, zelfs als het einde nog niet in zicht is. Het leven in geloof is geen vaststaand pad, maar een weg die zich vaak pas ontvouwt wanneer we erop durven stappen. Net zoals Ruth niet wist waar haar keuze haar zou brengen, weten wij niet altijd waar onze stappen toe zullen leiden. Maar misschien is dat juist de kern van geloof: vertrouwen dat God al bezig is, lang voordat wij het kunnen zien.
Afsluiting
Laten we nog even terugkeren naar de inleiding. Lisa had gedacht dat haar toekomst vaststond, dat haar leven een duidelijke richting had. Maar toen alles om haar heen instortte – haar werk, haar huwelijk, haar financiële zekerheid – bleef er niets anders over dan terugkeren naar de plek waar ze ooit afscheid van had genomen. Toen ze de laatste verhuisdoos in de auto zette en de voordeur achter zich sloot, voelde het alsof ze zichzelf verloor. Alsof ze niet alleen haar huis, maar ook haar identiteit achterliet.
Maar iets veranderde toen ze eenmaal terug was. De eerste weken waren zwaar. Bekende gezichten stelden pijnlijke vragen: ‘Hoe gaat het nu met je?’ En soms kon ze alleen maar knikken, omdat ze geen antwoord had. Maar langzaam, bijna onmerkbaar, begon er iets te verschuiven. Haar ouders boden haar niet alleen een huis, maar ook een thuis. Een oude vriendin nodigde haar uit voor een wandeling, zonder vragen, zonder verwachtingen. En op een dag vond ze een baan – niet wat ze vroeger deed, maar iets nieuws, iets onverwachts. Lisa’s leven kwam niet ‘terug’ zoals het was, maar er ontstond een nieuw begin. Een toekomst die zij nog niet kon zien toen ze tussen de verhuisdozen stond. Het was niet de weg die ze zelf had gekozen, maar ze ontdekte dat zelfs in verlies, er een pad vooruit kon zijn.
Zo was het ook met Naomi. Zij dacht dat haar verhaal voorbij was, dat God zich van haar had afgekeerd. Ze noemde zichzelf Mara, bitterheid. Maar wat ze niet zag, was dat er iemand naast haar stond die haar toekomst zou veranderen. Ruth, de vrouw die niet wegliep, die trouw bleef, die een nieuw begin bracht waar Naomi alleen een einde zag. En wat Naomi al helemaal niet kon weten, was dat dit kleine, schijnbaar onbeduidende verhaal over een weduwe en haar schoondochter uiteindelijk zou leiden tot de komst van koning David. En nog verder … tot de komst van Jezus zelf.
Misschien sta jij, net als Lisa of Naomi, op een kruispunt waarvan je niet weet waar het naartoe leidt. Misschien voelt de toekomst leeg en onzeker. Misschien voel je, zoals Naomi, dat God ver weg is, dat Hij je leeg heeft achtergelaten. Maar wat als Hij al bezig is, zelfs nu, om iets nieuws te laten groeien?
De geschiedenis van Ruth begint in bitterheid, maar eindigt in overvloed. Dat betekent niet dat het leven altijd makkelijk zal zijn of dat pijn zomaar verdwijnt. Maar het betekent wél dat Gods verhaal met jou nog niet af is. Dat er een toekomst is, ook als je die nu niet kunt zien.
Denk aan de woorden van Jeremia 29:11: ‘Mijn plan met jullie staat vast – spreekt de HEER: Ik heb jullie geluk voor ogen, niet jullie ongeluk; Ik zal je een hoopvolle toekomst geven.’ Zelfs wanneer onze plannen instorten, blijft God trouw aan Zijn belofte.
Ga deze week met dat besef: dat jouw verhaal nog niet is afgelopen. Dat God, zelfs als je Hem niet ziet, bezig is om iets nieuws te laten groeien. Misschien in een onverwachte ontmoeting. Misschien in een deur die opent, juist als je dacht dat alles gesloten was. Misschien in iemand die blijft, zoals Ruth, als teken dat je niet alleen bent.
Durf te vertrouwen, ook als je het einde van de weg nog niet kunt zien. Want waar wij leegte ervaren, is God vaak al bezig met de eerste zaden van een nieuwe toekomst.
Reflectievragen
- Welke momenten in je leven hebben je het gevoel gegeven dat alles instortte en hoe ben je daarmee omgegaan?
- Naomi noemde zichzelf ‘Mara’ omdat ze zich bitter voelde over haar verlies. In hoeverre herken je dat in je eigen leven – zijn er situaties waarin je jezelf misschien een andere naam zou geven dan God voor jou bedoeld heeft?
- Ruth koos ervoor om trouw te blijven, zelfs toen dat onzekerheid en risico met zich meebracht. Welke relaties of situaties in jouw leven vragen op dit moment om een keuze tot trouw, zelfs als het niet de makkelijke weg is?
- Naomi dacht dat haar verhaal voorbij was, maar God werkte al aan een toekomst die ze nog niet kon zien. Kun je een moment noemen waarop je later ontdekte dat God iets aan het doen was, terwijl je het toen niet doorhad?
- Wat betekent ‘terugkeren’ voor jou? Zijn er gebieden in je leven waarin je merkt dat je misschien weer een stap moet zetten naar hoop, vertrouwen of een nieuwe richting die je niet had verwacht?
Copyrights Marjolein Gommers
Reactie plaatsen
Reacties