De roeping van Jozua als leider (Jozua 1:1-18)

Inleiding

Tom was 34 jaar oud toen zijn wereld instortte. Zijn vader, Jan, had altijd gezond geleefd, maar een onverwachte hartaanval maakte een abrupt einde aan zijn leven. Jan was niet alleen Toms vader, maar ook de spil van het familiebedrijf dat al meer dan zestig jaar bestond. Een transportbedrijf, opgericht door Toms grootvader met één vrachtwagen, was inmiddels uitgegroeid tot een bloeiende onderneming met twintig vrachtwagens, een magazijn en een team van dertig medewerkers. Het bedrijf was een symbool van hun familie-erfenis, een droom die generaties lang gekoesterd werd.

     De weken na de begrafenis voelden voor Tom als een draaikolk van emoties en verplichtingen. Familieleden, medewerkers en zakelijke contacten bleven hem benaderen met vragen en verwachtingen. Het was duidelijk: als oudste zoon werd van Tom verwacht dat hij zijn vaders plek zou innemen. Maar diep vanbinnen knaagde de twijfel. Tom had altijd in het bedrijf gewerkt, maar nooit in een leidinggevende rol. Zijn vader was degene geweest die de grote beslissingen nam, die onderhandelde met klanten en die het personeel motiveerde. Tom kende het werk en had ervaring op de vloer, maar hij voelde zich niet klaar om de eindverantwoordelijkheid te dragen. Hoe zou hij het bedrijf overeind houden? Zou het personeel hem wel respecteren als leider? Wat als hij zou falen?

     Eenmaal thuis, na een lange dag van overleg met het personeel, plofte Tom uitgeput op de bank. Zijn vrouw, Sophie, zette een kop thee voor hem neer en ging naast hem zitten. ‘Hoe voel je je?’ vroeg ze zacht. Tom haalde zijn schouders op. ‘Ik weet het niet,’ zei hij. ‘Iedereen verwacht dat ik dit doe. Maar wat als ik het niet kan? Wat als ik alles verpest wat papa en opa hebben opgebouwd?’ Sophie keek hem aan. ‘Je vader geloofde in jou. En ik geloof ook in je. Maar je hoeft het niet alleen te doen, Tom. Misschien kun je hulp vragen, een mentor zoeken? En vergeet niet waar je kracht vandaan komt.’

     Die nacht lag Tom wakker en dacht aan zijn vader. Hij herinnerde zich hoe Jan ooit tegen hem had gezegd: ‘Tom, in het leven gaat het niet altijd om wat je al kunt. Het gaat erom dat je vertrouwen hebt en bereid bent om het aan te pakken. De rest komt wel.’ Die woorden klonken nu zwaarder dan ooit.

     Misschien herken je Toms situatie wel. Niet letterlijk, maar dat gevoel van verantwoordelijkheid die ineens op je schouders rust. Dat moment waarop je moet beslissen of je het aandurft, terwijl je diep vanbinnen twijfelt aan jezelf. Wat doe je dan? Waar vind je de moed en de kracht om door te gaan? Jozua, een van de grote leiders in de Bijbel, stond voor een soortgelijke uitdaging. Na de dood van Mozes moest hij de leiding overnemen en een heel volk naar het beloofde land brengen. Geen gemakkelijke taak. Wat gaf hem de moed om deze opdracht te aanvaarden? En wat kunnen wij daarvan leren? Laten we lezen uit Jozua 1:1-18.

Bijbeltekst (NBV21)

Jozua 1

Opdracht van de HEER aan Jozua

[1] Na de dood van Mozes, de dienaar van de HEER, zei de HEER tegen Jozua, de zoon van Nun en de rechterhand van Mozes: [2] ‘Nu mijn dienaar Mozes is gestorven, moet jij je gereedmaken om met heel dit volk de Jordaan over te trekken en het land binnen te gaan dat Ik het volk van Israël zal geven. [3] Elk stuk grond dat jullie zullen betreden geef Ik jullie, zoals Ik Mozes heb beloofd. [4] Jullie gebied zal zich uitstrekken van de woestijn tot aan de Libanon, en van de grote rivier, de Eufraat, met het land van de Hethieten, tot aan de Grote Zee in het westen. [5] Zolang je leeft zal niemand tegen je kunnen standhouden. Zoals Ik Mozes heb bijgestaan, zo zal Ik ook jou bijstaan. Ik zal niet van je zijde wijken en je niet verlaten. [6] Wees vastberaden en standvastig, want onder jouw leiding zal dit volk het land verkrijgen dat Ik hun voorouders onder ede heb beloofd. [7] En houd je vóór alles vastberaden en standvastig aan de wet waarin mijn dienaar Mozes je heeft onderwezen. Wijk daar op geen enkele manier van af, opdat je in alles wat je doet zult slagen. [8] Leg dat wetboek geen moment terzijde en verdiep je er dag en nacht in, opdat je je aan alles houdt wat erin geschreven staat. Dan zal alles wat je onderneemt voorspoedig verlopen. [9] Ik gebied je dus: wees vastberaden en standvastig, laat je door niets weerhouden of ontmoedigen, want waar je ook gaat, de HEER, je God, staat je bij.’

[10] Jozua gaf toen de schrijvers van het volk de opdracht: [11] ‘Ga het hele kamp door en zeg tegen het volk dat het voor proviand moet zorgen. Het zal over drie dagen de Jordaan overtrekken om het land in bezit te nemen dat de HEER, hun God, hun zal geven.’ [12] Tegen de stammen Ruben en Gad en de eerste helft van de stam Manasse zei hij: [13] ‘Denk aan wat Mozes, de dienaar van de HEER, u heeft voorgehouden: “De HEER, uw God, zal u rust schenken en u dit gebied geven.” [14] Uw vrouwen, kinderen en vee mogen in dit gebied blijven, dat Mozes u aan deze zijde van de Jordaan heeft toegewezen. Maar alle weerbare mannen onder u moeten hun broeders in slagorde voorgaan in de strijd om ze te steunen, [15] totdat de HEER u allemaal rust geeft en ook zij het gebied in bezit hebben genomen dat de HEER, uw God, hun geeft. Pas dan mag u teruggaan en uw eigen gebied in bezit nemen dat Mozes, de dienaar van de HEER, u ten oosten van de Jordaan heeft toegewezen.’ [16] Zij antwoordden Jozua: ‘We zullen alles doen wat u ons bevolen hebt en overal naartoe gaan waar u ons heen stuurt. [17] Zoals we naar Mozes hebben geluisterd, zo zullen we naar u luisteren. Moge de HEER, uw God, u dan bijstaan, zoals Hij Mozes heeft bijgestaan. [18] Iedereen die niet naar u luistert en zich tegen uw bevelen verzet, tegen welk bevel dan ook, zal worden gedood. Wees vastberaden en standvastig.’

 

© 2021 Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

Exegetische uitleg

Nu we de bijbeltekst hebben gelezen, gaan we verder met de exegetische uitleg van Jozua 1:1-18. In dit gedeelte onderzoeken we de tekst stap voor stap, verdeeld in kleinere eenheden. Het doel van deze uitleg is om de historische en theologische lagen van de tekst te verkennen, zodat we dieper kunnen begrijpen wat deze woorden in hun context betekenen. Deze uitleg vormt de basis voor het formuleren van de kernboodschap, die ons helpt om de relevantie van dit bijbelgedeelte voor ons eigen leven te ontdekken.

 

Jozua 1:1. De Heer spreekt tot Jozua 

In dit vers lezen we: ‘Na de dood van Mozes, de dienaar van de Heer, zei de Heer tegen Jozua, de zoon van Nun en de rechterhand van Mozes.’ Met deze woorden opent een nieuw hoofdstuk in de geschiedenis van Israël. Mozes, de grote leider die het volk uit Egypte had geleid en veertig jaar lang hun wegwijzer was, is overleden. Zijn dood markeert een moment van onzekerheid. Het volk verliest niet alleen zijn vertrouwde leider, maar ook de man die in directe verbinding met God stond. Toch laat God zien dat Zijn plannen niet stoppen met de dood van Mozes. Dit vers zet de toon: waar menselijke leiding faalt of eindigt, gaat God onverstoorbaar door.

     Mozes wordt hier beschreven als ‘de dienaar van de Heer’. Dit benadrukt zijn nederige rol: hij was een instrument in Gods handen, trouw in zijn opdracht. Het woord ‘dienaar’ laat zien dat het niet Mozes’ eigen kracht was die zijn leiderschap bijzonder maakte, maar zijn toewijding aan Gods wil. Tegelijkertijd wijst deze titel de lezer erop dat de echte Leider altijd God zelf is. Deze gedachte biedt troost, vooral in tijden van verandering of verlies.

     Vervolgens verschuift de aandacht naar Jozua, de zoon van Nun. Hij wordt geïntroduceerd als ‘de rechterhand van Mozes’. Jozua was niet zomaar een volger; hij was een vertrouweling en erfgenaam van Mozes’ leiderschap. Hij had het volk al eerder geleid, zoals in de strijd tegen Amalek (Exodus 17:9-13), en hij was een van de verspieders geweest die het beloofde land met geloof en moed zagen (Numeri 14:6-9). Deze ervaringen hadden hem voorbereid op wat nu komen ging. Maar ondanks zijn achtergrond was de uitdaging die voor hem lag enorm. Hoe zou hij Mozes kunnen vervangen? Hoe kon hij een volk leiden dat vaak eigenwijs en wispelturig was?

    Wat dit vers bijzonder maakt, is dat de Heer zelf tot Jozua spreekt. Dit laat zien dat Jozua’s roeping niet voortkomt uit menselijke ambities, maar rechtstreeks uit Gods wil. Het is een herinnering dat Gods plannen altijd doorgaan, ongeacht menselijke beperkingen of verliezen. Het toont ook Gods persoonlijke betrokkenheid: Hij laat Jozua niet in onzekerheid achter, maar begint met een directe, duidelijke opdracht.

     Deze introductie roept vragen op die ook ons persoonlijk raken. Hoe gaan wij om met grote verantwoordelijkheden of onverwachte veranderingen in ons leven? Waar zoeken wij kracht en richting, vooral als we het gevoel hebben dat we tekortschieten? Jozua’s verhaal leert ons dat God niet alleen roept, maar ook de weg wijst en kracht geeft. Dit alles begint met één eenvoudige, maar veelzeggende actie: God spreekt. Wanneer Hij spreekt, begint iets nieuws.

 

Jozua 1:2-4. De opdracht en de belofte van het land 

In deze verzen geeft God een duidelijke opdracht aan Jozua: ‘Nu mijn dienaar Mozes is gestorven, moet jij je gereedmaken om met heel dit volk de Jordaan over te trekken en het land binnen te gaan dat Ik het volk van Israël zal geven. Elk stuk grond dat jullie zullen betreden geef Ik jullie, zoals Ik Mozes heb beloofd. Jullie gebied zal zich uitstrekken van de woestijn tot aan de Libanon, en van de grote rivier, de Eufraat, met het land van de Hethieten, tot aan de Grote Zee in het westen.’ Deze woorden markeren een oproep om in actie te komen en een belofte. Mozes is gestorven, maar Gods plan gaat onverminderd door. De taak om het volk naar het beloofde land te leiden, ligt nu bij Jozua.

     De opdracht om de Jordaan over te steken is niet zomaar een praktische handeling. De Jordaan fungeert als een symbolische grens tussen het verleden en de toekomst. Voor de Israëlieten markeert het de overgang van een leven van zwerven in de woestijn naar vestiging in het land dat hun was beloofd. Deze stap vraagt om vertrouwen, want de Jordaan was tijdens het regenseizoen een krachtige, onvoorspelbare rivier. Dit moment daagt Jozua en het volk uit: durven zij te geloven dat God hen daadwerkelijk zal leiden naar wat onmogelijk lijkt?

     Israël was de Jordaan nog niet overgestoken omdat de vorige generatie Israëlieten had geweigerd om God te vertrouwen. Veertig jaar eerder, kort na hun bevrijding uit Egypte, stond het volk aan de grens van het beloofde land. God had beloofd dat Hij hen het land zou geven, maar toen twaalf verspieders eropuit waren gestuurd om het land te verkennen, kwamen tien van hen terug met een ontmoedigend verslag. Ze spraken over sterke steden, goed bewapende legers en machtige reuzen en zeiden dat het onmogelijk was om het land te veroveren. Het volk raakte in paniek, begon te klagen en verlangde zelfs terug naar Egypte. Ze weigerden verder te gaan en verwierpen Gods belofte, ondanks de oproep van Jozua en Kaleb om op God te vertrouwen.

     Dit gebrek aan vertrouwen en hun opstandigheid tegen Gods plan hadden grote gevolgen. God strafte hun ongeloof door hen veertig jaar lang te laten zwerven in de woestijn. Deze tijd stond symbool voor een periode van oordeel en voorbereiding. Elke dag in de woestijn herinnerde hen eraan wat het betekent om niet op God te vertrouwen. Bovendien bepaalde God dat die generatie, die geweigerd had het land binnen te gaan, nooit de vervulling van de belofte zou zien. Ze stierven allemaal in de woestijn, met uitzondering van Jozua en Kaleb, de twee verspieders die wel op God vertrouwden. Pas toen deze generatie was gestorven en een nieuwe generatie was opgegroeid, stond God toe dat het volk opnieuw voor de Jordaan stond, klaar om de belofte die hun voorouders hadden verworpen, te ontvangen.

     Gods belofte aan Jozua is zowel specifiek als groots. Hij verzekert Jozua dat elk stuk grond dat het volk betreedt, aan hen zal worden gegeven. Deze belofte impliceert actie: de Israëlieten moeten nu alsnog zélf stappen zetten om Gods belofte te realiseren. Dit laat zien dat geloof en handelen hand in hand gaan. God voorziet, maar verwacht tegelijkertijd dat Zijn volk in gehoorzaamheid handelt. Het genoemde grondgebied, dat zich uitstrekt van de woestijn tot aan de Libanon en van de Eufraat tot de Grote Zee, is indrukwekkend in omvang. Het omvat een gebied dat Israël nooit volledig in bezit heeft genomen, wat Gods belofte nog groter en hoopvoller maakt. Tegelijkertijd benadrukt dit de menselijke beperkingen en de noodzaak om te vertrouwen op Gods timing.

      De verwijzing naar het land van de Hethieten roept ook de realiteit op dat dit gebied al bewoond was. Voor de Israëlieten betekende dit dat zij niet alleen moesten vertrouwen op Gods belofte, maar ook de moed moesten hebben om obstakels onder ogen te zien. Dit vooruitzicht maakt de opdracht zowel uitdagend als bemoedigend. God maakt duidelijk dat Hij degene is die het land geeft, ongeacht de huidige omstandigheden.

     Deze belofte roept ook herinneringen op aan Gods eerdere woorden aan Mozes. De opdracht om het land in te nemen is geen nieuw idee, maar een voortzetting van Gods plan. Dit benadrukt dat Gods trouw niet verandert, zelfs niet wanneer leiderschap overgaat van Mozes naar Jozua. Tegelijkertijd wijst het vooruit naar de bredere bijbelse boodschap. Het beloofde land wordt in het Nieuwe Testament vaak gezien als een beeld van Gods Koninkrijk. Zoals de Israëlieten op God moesten vertrouwen om het land in te nemen, worden wij vandaag geroepen om op Hem te vertrouwen bij de vervulling van Zijn beloften.

     Deze verzen laten zien hoe Gods plannen voortgaan, zelfs in tijden van onzekerheid. Ze herinneren ons eraan dat Gods trouw niet afhangt van menselijke prestaties of leiders. Net zoals Jozua werd geroepen om actie te ondernemen en op God te vertrouwen, worden wij vandaag uitgenodigd om onze eigen ‘Jordaan’ over te steken. Waar in jouw leven vraagt God je om te handelen in geloof, zelfs wanneer de uitdagingen groot lijken? Deze belofte aan Jozua is een krachtige herinnering dat Gods trouw altijd groter is dan onze angsten of beperkingen.

 

Jozua 1:5-6. Gods aanwezigheid en de oproep tot vastberadenheid 

In deze verzen lezen we een krachtige bemoediging van God aan Jozua: ‘Zolang je leeft zal niemand tegen je kunnen standhouden. Zoals Ik Mozes heb bijgestaan, zo zal Ik ook jou bijstaan. Ik zal niet van je zijde wijken en je niet verlaten. Wees vastberaden en standvastig, want onder jouw leiding zal dit volk het land verkrijgen dat Ik hun voorouders onder ede heb beloofd.’ Deze woorden markeren een belangrijk moment in Jozua’s leven en in de geschiedenis van Israël. Ze bevestigen niet alleen Gods trouw, maar leggen ook een grote verantwoordelijkheid bij Jozua.

     God begint met een belofte die zowel universeel als persoonlijk is: ‘Zolang je leeft zal niemand tegen je kunnen standhouden.’ Dit is niet zomaar een optimistische uitspraak, maar een verklaring van Gods soevereiniteit. ‘Niemand’ betekent dat geen enkele vijand of uitdaging groter is dan Gods kracht. Toch vereist deze belofte geloof en moed van Jozua, want hij zal te maken krijgen met echte vijanden en obstakels. Dit herinnert ons eraan dat Gods beloftes ons niet vrijwaren van uitdagingen, maar dat Hij ons te midden daarvan sterkt en leidt.

     De verwijzing naar Mozes is bemoedigend en symbolisch. Jozua had van dichtbij gezien hoe God Mozes bijstond tijdens de uittocht uit Egypte, de wonderen in de woestijn en de ontvangst van de wet. Deze woorden laten zien dat Gods trouw niet beperkt is tot één persoon of generatie, maar doorgaat in de levens van hen die Hem dienen. De herhaling van ‘Ik zal niet van je zijde wijken en je niet verlaten’ benadrukt Gods onwrikbare nabijheid (Deuteronomium 31:6, 8). Dit is een diepe bemoediging voor een leider die voor een immense taak staat.

     De oproep tot vastberadenheid en standvastigheid is belangrijk. Deze woorden komen meerdere keren in het hoofdstuk voor, wat hun belang onderstreept. Voor Jozua betekenden ze niet alleen dat hij moedig moest zijn, maar ook dat hij standvastig moest blijven in zijn geloof en gehoorzaamheid aan God, zelfs wanneer de situatie moeilijk of onzeker was. Het Hebreeuwse woord voor ‘standvastig’ draagt de betekenis van stevig en onwankelbaar zijn, alsof Jozua werd opgeroepen om als een rots te staan te midden van de stormen.

     God legt de nadruk op Jozua’s rol in het vervullen van Zijn belofte. Het volk zal het land ontvangen dat God aan hun voorouders heeft beloofd, maar Jozua is de instrumentele figuur in dit proces. Dit laat zien dat Gods plannen vaak door menselijke gehoorzaamheid en actie tot stand komen. De verwijzing naar de belofte aan de voorouders plaatst dit moment in de bredere context van het verbond met Abraham, Isaak en Jakob en herinnert ons eraan dat God altijd Zijn woord houdt, zelfs wanneer het lang lijkt te duren.

     Deze verzen hebben een belangrijke geestelijke betekenis voor ons vandaag. De belofte ‘Ik zal niet van je zijde wijken en je niet verlaten’ wordt in Hebreeën 13:5 opnieuw bevestigd, wat laat zien dat Gods trouw tijdloos is. Net zoals Jozua opgeroepen werd om vastberaden en standvastig te zijn, worden ook wij uitgenodigd om te vertrouwen op Gods aanwezigheid, zelfs wanneer de uitdagingen overweldigend lijken. Welke ‘vijanden’ staan er in jouw leven? Durf je op God te vertrouwen, zoals Jozua dat deed? Deze woorden herinneren ons eraan dat God ons niet alleen roept, maar ons ook versterkt en nooit in de steek laat.

 

Jozua 1:7-8. De wet als sleutel tot succes 

In deze verzen spreekt God direct tot Jozua en benadrukt Hij het belang van gehoorzaamheid aan Zijn wet. ‘Houd je vóór alles vastberaden en standvastig aan de wet waarin mijn dienaar Mozes je heeft onderwezen. Wijk daar op geen enkele manier van af, opdat je in alles wat je doet zult slagen. Leg dat wetboek geen moment terzijde en verdiep je er dag en nacht in, opdat je je aan alles houdt wat erin geschreven staat. Dan zal alles wat je onderneemt voorspoedig verlopen.’ Deze woorden zijn niet alleen een oproep tot trouw, maar ook een belofte van zegen als Jozua zich houdt aan Gods richtlijnen.

     De woorden ‘vastberaden en standvastig’ worden opnieuw herhaald, wat hun belang benadrukt (Deuteronomium 31:6-7, 23). Deze houding gaat hier specifiek over Jozua’s trouw aan de wet die Mozes had ontvangen. De wet, of Tora, was niet slechts een verzameling regels, maar een complete levenswijze die Israël moest onderscheiden van andere volken. Voor Jozua betekende dit dat zijn leiderschap niet kon worden losgekoppeld van gehoorzaamheid aan Gods openbaring. Hij moest niet alleen weten wat de wet zei, maar er ook naar leven en handelen, als voorbeeld voor het volk.

     God waarschuwt Jozua om niet ‘op enige manier af te wijken’. De beeldspraak van een recht pad dat bewandeld moet worden, roept op tot volledige toewijding. Afwijken naar links of rechts symboliseert de verleidingen die Jozua zou tegenkomen, zoals angst, eigenbelang of de invloed van omringende volken. In de Bijbel wordt het bewandelen van Gods pad vaak in verband gebracht met zegen en voorspoed, terwijl afdwalen leidt tot geestelijke en fysieke nederlagen.

     Het ‘wetboek’ speelt een centrale rol in deze verzen. God draagt Jozua op om het geen moment terzijde te leggen en er dag en nacht in te verdiepen. Dit wijst op een constante verbondenheid met Gods woorden, niet alleen door ze te lezen, maar ook door ze te overdenken en toe te passen. Voor Jozua was dit essentieel, omdat hij een volk moest leiden dat eerder had laten zien hoe snel het Gods richtlijnen vergat. Het ‘dag en nacht’ verdiepen in de wet benadrukt dat het niet gaat om een oppervlakkige kennis, maar om een leven dat volledig gevormd wordt door Gods wil.

     De belofte van voorspoed en succes is opvallend. Het succes dat God hier bedoelt, gaat niet alleen over militaire overwinningen of materiële welvaart. Het gaat vooral over het slagen in de vervulling van Gods plannen: het leiden van het volk naar het beloofde land en het vestigen van een rechtvaardige samenleving waarin God centraal staat. Deze voorspoed is een gevolg van gehoorzaamheid en niet van eigen kracht of strategie.

     Voor ons vandaag liggen in deze verzen duidelijke lessen. Hoe vaak verdiepen wij ons in Gods woord, niet alleen om het te lezen, maar om het ons eigen te maken? De oproep om het wetboek dag en nacht in ons hart te dragen, vraagt om discipline en toewijding. We leven in een wereld vol afleidingen die ons vaak naar ‘links’ of ‘rechts’ trekken. Wat zijn de verleidingen in jouw leven die je van Gods pad kunnen doen afwijken? Durf je jouw leven volledig te richten op Zijn woorden, zelfs wanneer dat betekent dat je keuzes moet maken die tegen de stroom ingaan?

     Deze verzen wijzen ook vooruit naar Jezus Christus, die de wet vervulde en zelf het levende Woord is. In Hem zien we hoe gehoorzaamheid aan Gods wil niet beperkt is tot regels, maar tot een diepgaande relatie met de Vader. Net zoals Jozua werd geroepen om Gods wet centraal te stellen, worden wij uitgenodigd om ons leven te bouwen op Christus, het fundament dat nooit wankelt. Zijn belofte van voorspoed en nabijheid geldt ook voor ons, wanneer we ervoor kiezen om trouw te blijven aan Zijn woord.

 

Jozua 1:9. Een hernieuwde oproep tot moed en vertrouwen 

In dit vers horen we een krachtige oproep van God aan Jozua: ‘Ik gebied je dus: wees vastberaden en standvastig, laat je door niets weerhouden of ontmoedigen, want waar je ook gaat, de Heer, je God, staat je bij.’ Deze woorden vormen de kern van Gods bemoediging aan Jozua. Ze herhalen niet alleen eerdere aansporingen, maar leggen extra nadruk op de absolute betrouwbaarheid van Gods aanwezigheid en de noodzaak van Jozua’s vertrouwen.

     God begint met een direct bevel: ‘Ik gebied je dus.’ Dit benadrukt dat moed en vastberadenheid geen suggesties zijn, maar essentiële voorwaarden voor het vervullen van Jozua’s opdracht. De autoriteit van deze woorden komt voort uit God zelf, die Jozua oproept om alle twijfel en angst terzijde te schuiven. Dit bevel is meer dan een persoonlijke aansporing; het weerspiegelt Gods verlangen dat Jozua zal wandelen in vertrouwen, wetend dat zijn taak deel uitmaakt van een groter goddelijk plan.

     De oproep tot vastberadenheid en standvastigheid wordt verder uitgewerkt met de woorden ‘laat je door niets weerhouden of ontmoedigen’. Dit impliceert dat Jozua obstakels zal tegenkomen, zowel van buitenaf (vijandige volken, zware omstandigheden) als van binnenuit (twijfel, angst). Gods woorden zijn bedoeld om Jozua te wapenen tegen deze uitdagingen door hem te richten op wat werkelijk van belang is: Gods beloften. Het is geen ontkenning van moeilijkheden, maar een oproep om verder te kijken dan wat zichtbaar is.

     De belofte die volgt, vormt de kern van Gods bemoediging: ‘waar je ook gaat, de Heer, je God, staat je bij.’ Deze woorden benadrukken Gods voortdurende aanwezigheid. Er is geen plek, hoe moeilijk of onbekend ook, waar God niet met Jozua zal zijn. Dit verwijst naar de diepe relatie tussen God en Zijn volk, die al zichtbaar was tijdens de uittocht uit Egypte, toen Hij hen leidde in een wolk- en vuurkolom. Voor Jozua, die nu zonder Mozes verder moest, was deze belofte een bron van zekerheid en kracht.

     Deze belofte reikt verder dan Jozua’s tijd. In het Nieuwe Testament horen we Jezus vergelijkbare woorden spreken: ‘Ik ben met jullie, alle dagen, tot aan de voltooiing van deze wereld’ (Matteüs 28:20). Net zoals God Jozua verzekerde van Zijn nabijheid, geeft Jezus ons de zekerheid dat we nooit alleen zijn, ongeacht de uitdagingen die we tegenkomen.

     Voor ons vandaag ligt in deze woorden een krachtige uitnodiging. Wat zijn de obstakels die jou ontmoedigen of tegenhouden om in vertrouwen te wandelen? Misschien voel je je soms overweldigd door de verantwoordelijkheden in je leven, net zoals Jozua dat moet hebben gevoeld. Gods woorden aan Jozua herinneren ons eraan dat we niet op onze eigen kracht hoeven te vertrouwen. Zijn nabijheid geeft ons de moed om door te gaan, zelfs wanneer de weg moeilijk lijkt.

     Deze verzen nodigen ons uit om de vraag te stellen: waar vertrouw ik op in tijden van onzekerheid? Durf ik te leven met de zekerheid dat God mij niet verlaat, wat er ook gebeurt? De belofte ‘waar je ook gaat, de Heer, je God, staat je bij’ is een anker van hoop, een herinnering dat we nooit alleen staan, hoe groot de uitdaging ook is. Jozua werd geroepen om moedig te zijn en op God te vertrouwen. Diezelfde roep klinkt vandaag, voor ieder van ons die Zijn nabijheid wil ervaren.

 

Jozua 1:10-11. Jozua’s bevel aan het volk 

In deze verzen lezen we hoe Jozua Gods woorden omzet in actie. ‘Jozua gaf toen de schrijvers van het volk de opdracht: “Ga het hele kamp door en zeg tegen het volk dat het voor proviand moet zorgen. Het zal over drie dagen de Jordaan overtrekken om het land in bezit te nemen dat de Heer, hun God, hun zal geven.”’ Deze verzen markeren een belangrijke overgang. Na de directe bemoediging van God begint Jozua zijn leiderschap te tonen door het volk op te roepen zich praktisch en geestelijk voor te bereiden op de komende gebeurtenissen.

     De rol van de schrijvers is hier essentieel. Deze functionarissen, verantwoordelijk voor het verspreiden van bevelen en het coördineren van praktische zaken, zorgden ervoor dat Jozua’s opdracht het hele kamp bereikte. Dit benadrukt de organisatie binnen het volk Israël, een noodzakelijke structuur voor een gemeenschap van deze omvang. Door zijn bevel aan hen geeft Jozua blijk van goed leiderschap: hij handelt doelgericht en neemt de verantwoordelijkheid op zich om het volk voor te bereiden.

    De opdracht om voor proviand te zorgen lijkt op het eerste gezicht een praktische kwestie, maar het heeft ook een diepere geestelijke betekenis. Door het volk op te roepen om voedsel te verzamelen, herinnert Jozua hen aan hun eigen verantwoordelijkheid. Gods belofte van het land vraagt om vertrouwen, maar ook om actie. Het verzamelen van proviand symboliseert een combinatie van geloof en voorbereiding: het volk maakt zich gereed voor een reis waarvan het succes uiteindelijk afhankelijk is van Gods leiding.

     Het tijdsbestek van drie dagen is zowel praktisch als symbolisch. Het geeft het volk voldoende tijd om zich fysiek voor te bereiden, maar het wijst ook op een overgangsperiode. In de Bijbel heeft het getal drie vaak een diepere betekenis, zoals de drie dagen tussen Jezus’ dood en opstanding of de drie dagen die Jona in de vis doorbracht. Hier wijst het op een moment van verwachting en voorbereiding op een nieuwe fase in Gods plan.

     De Jordaan oversteken is een belangrijk moment voor Israël. De rivier fungeert als een fysieke grens, maar ook als een symbolische scheiding tussen het verleden en de toekomst. Het volk stond op het punt de woestijn achter zich te laten en het land binnen te gaan dat God aan hen had beloofd. Dit vereist een daad van geloof. De Jordaan oversteken was niet zomaar een praktische handeling; het was een bevestiging van hun vertrouwen in Gods beloften en hun bereidheid om gehoorzaam te handelen, zelfs wanneer de toekomst onzeker leek.

     De opdracht eindigt met een verwijzing naar het land ‘dat de Heer, hun God, hun zal geven’. Deze woorden zijn een herinnering aan Gods trouw. Het land is niet iets dat het volk verdient door eigen inspanningen, maar een geschenk van God, gebaseerd op de belofte die Hij aan Abraham, Isaak en Jakob had gedaan. Tegelijkertijd roept het volk op om te handelen in overeenstemming met die belofte: ze moesten niet passief afwachten, maar zelf ook stappen durven zetten in geloof.

     Deze verzen bieden ook lessen voor ons vandaag. Ze herinneren ons eraan dat geloof altijd gepaard gaat met actie. Net zoals Israël zich moest voorbereiden om de Jordaan over te steken, roept God ons op om ons voor te bereiden op de taken die Hij ons toevertrouwt. Wat zijn de belangrijke voorbereidingen in jouw eigen leven? Hoe combineer je vertrouwen op Gods voorziening met je eigen verantwoordelijkheid? Deze woorden van Jozua nodigen ons uit om na te denken over de balans tussen geloof en actie.

     Tegelijkertijd wijzen deze verzen vooruit naar de grotere vervulling van Gods plan in Christus. Net zoals Israël werd geroepen om een stap van geloof te zetten om het beloofde land binnen te gaan, worden wij uitgenodigd om in Christus een nieuw leven binnen te gaan. Zijn leiding is betrouwbaar en Zijn belofte is zeker. Durven wij, net als Jozua en het volk Israël, te handelen in vertrouwen en de uitdagingen van het moment met geloof tegemoet te treden? Deze verzen herinneren ons eraan dat Gods beloften altijd waar zijn, maar dat ze vaak gepaard gaan met de oproep om in actie te komen.

 

Jozua 1:12-15. Herinnering aan de afspraak met Ruben, Gad en Manasse 

In deze verzen richt Jozua zich tot de stammen Ruben, Gad en de helft van de stam Manasse. Deze stammen hadden tijdens de woestijnreis een bijzondere afspraak gemaakt met Mozes, die terug te vinden is in Numeri 32:1-33. Zij hadden gevraagd om het vruchtbare land aan de oostkant van de Jordaan als hun erfdeel. Dit verzoek kwam voort uit het feit dat dit gebied, waar onder andere Gilead en Basan lagen, zeer geschikt was voor hun grote kudden vee. Mozes stemde uiteindelijk in, maar onder één belangrijke voorwaarde: de weerbare mannen van deze stammen moesten meevechten met de rest van Israël om het land Kanaän, aan de westkant van de Jordaan, in bezit te nemen. Pas als dit hele land verdeeld zou zijn onder alle stammen, mochten zij terugkeren naar hun families en definitief het oostelijke gebied in bezit nemen.

     Het toegewezen gebied, gelegen tussen de rivieren Arnon en Jabbok en grenzend aan de Jordaan, werd veroverd op de Amorieten onder leiding van koning Sihon (Numeri 21:21-35) en koning Og van Basan (Deuteronomium 3:1-17). Het was een bewijs van Gods belofte en macht en het land werd beschouwd als de vervulling van een deel van Gods zegeningen.

     Nu, aan het begin van het boek Jozua, herinnert Jozua de stammen Ruben, Gad en de halve stam Manasse aan hun belofte. Hoewel zij al gevestigd zijn in een vruchtbaar en vredig gebied, is hun taak nog niet voltooid. De Heer heeft Israël als geheel geroepen om het land Kanaän te bezitten en dat betekent dat zij niet op eigen rust mogen vertrouwen voordat hun broeders hetzelfde hebben bereikt. De opdracht van Jozua benadrukt de verbondenheid van de twaalf stammen en het belang van gezamenlijk optrekken in gehoorzaamheid aan Gods plan.

     De belofte van rust en erfdeel, waaraan Jozua hier herinnert, heeft diepe geestelijke betekenis. Het verwijst niet alleen naar een fysieke rust na de strijd, maar ook naar de vervulling van Gods grotere beloften (vergelijk Deuteronomium 12:10 en Hebreeën 4:8-10). Door deze taak op zich te nemen, tonen deze stammen niet alleen trouw aan hun belofte, maar dragen zij ook bij aan het grotere doel van het volk: de vestiging van Gods volk in het land dat Hij hun heeft beloofd.

     De praktische opdracht om vrouwen, kinderen en vee achter te laten in het oostelijke gebied terwijl de mannen meevochten, weerspiegelt de sociale structuren van die tijd. Mannen waren verantwoordelijk voor militaire acties, terwijl vrouwen zorg droegen voor het thuisfront. Dit besluit moet voor de mannen een uitdaging zijn geweest; het achterlaten van hun gezinnen vroeg om een groot vertrouwen in God. Het laat zien dat gehoorzaamheid aan God soms offers vraagt, zowel persoonlijk als collectief.

     Wat ook opvalt in deze verzen, is de nadruk op solidariteit. Ruben, Gad en Manasse hadden hun land al ontvangen, maar hun taak was niet voltooid totdat het hele volk Israël rust had gevonden. Dit benadrukt de verbondenheid van Gods volk: niemand kon achterblijven terwijl anderen nog streden. Dit principe blijft ook vandaag relevant. Hoe vaak zijn wij geneigd om ons te richten op ons eigen welzijn, zonder oog te hebben voor de noden van anderen? Deze verzen herinneren ons eraan dat we geroepen zijn tot een gezamenlijke verantwoordelijkheid in Gods koninkrijk.

     Jozua’s woorden tonen ook zijn leiderschap. Hij moedigt de stammen aan om trouw te blijven aan hun belofte en brengt hen in herinnering dat hun gehoorzaamheid uiteindelijk gericht is op Gods grotere plan. Dit weerspiegelt een belangrijk thema in het boek Jozua: gehoorzaamheid aan God is niet alleen individueel, maar ook collectief. Het vraagt van iedereen om zijn plek in te nemen en samen te werken aan de vervulling van Gods beloften.

     Voor ons vandaag liggen de lessen van deze verzen in de combinatie van gehoorzaamheid, solidariteit en vertrouwen. Waar vraagt God van jou om op te staan en je verantwoordelijkheid te nemen, zelfs wanneer dat offers vraagt? Misschien vraagt Hij jou om anderen te ondersteunen, om te investeren in het welzijn van de gemeenschap of om stappen te zetten in geloof, zelfs wanneer je je al comfortabel voelt. Deze verzen nodigen ons uit om niet alleen te vertrouwen op Gods belofte van rust, maar ook trouw te zijn in onze roeping om anderen te dienen en Zijn plannen te ondersteunen. Net zoals Ruben, Gad en Manasse hun verantwoordelijkheid moesten nemen, roept God ons vandaag op om actief deel te nemen aan Zijn werk in de wereld. Durven wij, net als zij, onze persoonlijke belangen opzij te zetten voor het grotere geheel?

 

Jozua 1:16-18. Het volk bevestigt zijn trouw aan Jozua 

In deze verzen lezen we hoe het volk reageert op de oproep van Jozua. Ze zeggen: ‘We zullen alles doen wat u ons bevolen hebt en overal naartoe gaan waar u ons heen stuurt. Zoals we naar Mozes hebben geluisterd, zo zullen we naar u luisteren. Moge de Heer, uw God, u dan bijstaan, zoals Hij Mozes heeft bijgestaan. Iedereen die niet naar u luistert en zich tegen uw bevelen verzet, tegen welk bevel dan ook, zal worden gedood. Wees vastberaden en standvastig.’ Deze woorden vormen een krachtige belofte van gehoorzaamheid en toewijding, maar ze roepen ook vragen op over wat het betekent om trouw te blijven aan God en Zijn leiderschap.

     Het antwoord van het volk laat zien dat ze Jozua aanvaarden als de opvolger van Mozes. Door te zeggen ‘Zoals we naar Mozes hebben geluisterd, zo zullen we naar u luisteren’  erkennen ze Jozua’s gezag als door God aangesteld leider. Tegelijkertijd roept deze uitspraak enige spanning op, want het volk had in het verleden niet altijd trouw geluisterd naar Mozes. Denk bijvoorbeeld aan momenten van opstand in de woestijn, zoals bij het gouden kalf (Exodus 32). Hun belofte aan Jozua is daarom niet alleen een erkenning van zijn leiderschap, maar ook een oproep aan henzelf om trouw te blijven in een nieuwe fase van hun geschiedenis.

     De woorden ‘Moge de Heer, uw God, u dan bijstaan, zoals Hij Mozes heeft bijgestaan’ laten zien dat het volk begrijpt dat Jozua’s succes afhankelijk is van Gods aanwezigheid. Het is een gebed en een wens in één, waarin ze uitdrukken dat hun gehoorzaamheid aan Jozua zinloos zou zijn zonder Gods leiding. Dit onderstreept een belangrijke waarheid: ware leiderschap binnen Gods volk kan niet losstaan van afhankelijkheid van God. Dit thema wordt door de hele Bijbel heen herhaald en we zien het perfect vervuld in Jezus, die zei: ‘De Zoon kan niets uit zichzelf doen, Hij kan alleen doen wat Hij de Vader ziet doen’ (Johannes 5:19).

     De harde uitspraak dat iedereen die Jozua’s bevelen negeert, gedood zal worden, kan confronterend overkomen. In de context van Israël op dat moment is deze strengheid echter begrijpelijk. Het volk stond op de drempel van het beloofde land en zou te maken krijgen met zware uitdagingen en vijanden. Eenheid en gehoorzaamheid waren essentieel om te overleven en Gods opdracht te vervullen. Deze woorden herinneren ons eraan dat Gods opdrachten soms strikte gehoorzaamheid vereisen, niet uit angst, maar uit een diep besef van de ernst van Zijn missie.

     Het antwoord van het volk eindigt met een herhaling van Gods eerdere oproep aan Jozua: ‘Wees vastberaden en standvastig.’ Dit is zowel een bemoediging als een bevestiging van hun verwachting dat Jozua deze houding zal aannemen. Ze begrijpen dat moed en standvastigheid niet alleen nodig zijn voor de leider, maar ook voor het hele volk, omdat ze voor grote uitdagingen staan. Deze herhaling onderstreept het centrale thema van dit hoofdstuk: vertrouwen op Gods aanwezigheid en handelen in geloof.

     Voor ons vandaag bieden deze verzen een spiegel. Hoe reageren wij op Gods oproep om gehoorzaam te zijn, zelfs wanneer de weg moeilijk lijkt? Net zoals het volk afhankelijk was van Jozua’s leiderschap, zijn wij geroepen om Jezus te volgen, die ons leidt naar een leven van geloof en gehoorzaamheid. Maar ook wij moeten ons afvragen: zijn we bereid om samen te werken als gemeenschap van gelovigen, trouw te blijven aan God en onze verantwoordelijkheid te nemen binnen Zijn Koninkrijk?

     Deze verzen herinneren ons eraan dat gehoorzaamheid aan God niet altijd eenvoudig is. Het vraagt om vertrouwen, moed en een bereidheid om ons eigen comfort op te geven. Tegelijkertijd bieden ze een krachtige bemoediging: net zoals God met Jozua was, zo is Hij ook met ons. Waar vraagt God jou vandaag om gehoorzaam te zijn? Hoe kun je anderen bemoedigen om vastberaden en standvastig te blijven in hun geloof? Net zoals het volk Jozua aanmoedigde, worden wij uitgenodigd om elkaar te steunen en te inspireren, zodat we samen de weg kunnen bewandelen die God voor ons heeft uitgezet.

Kernboodschap

De kernboodschap van Jozua 1:1-18 is: ware moed ontstaat wanneer we onze onzekerheden aan God overgeven, op Zijn trouw bouwen en de uitdagingen van het leven aangaan met een vastberaden vertrouwen dat Hij altijd met ons meegaat.

     In dit bijbelgedeelte zien we een duidelijke oproep van God aan Jozua om moedig en standvastig te zijn. Deze oproep komt voort uit de situatie waarin Jozua zich bevindt: hij staat op het punt een immense verantwoordelijkheid op zich te nemen als opvolger van Mozes. Mozes, de leider die Israël door de woestijn heeft geleid, is overleden, en Jozua wordt nu geroepen om het volk naar het beloofde land te leiden. Dit is geen gemakkelijke taak. Het volk had eerder laten zien wispelturig en moeilijk te zijn en de uitdagingen die hen in het beloofde land te wachten staan, zijn aanzienlijk.

     Toch benadrukt God in dit hoofdstuk keer op keer dat Jozua niet op zijn eigen kracht hoeft te vertrouwen. Hij belooft hem dat niemand tegen hem zal standhouden zolang hij leeft en dat Hij Jozua nooit zal verlaten. Deze beloftes bieden een krachtige basis voor de oproep aan Jozua om moedig en standvastig te zijn. Maar moed en standvastigheid worden niet als optionele kwaliteiten gepresenteerd; ze zijn noodzakelijk om Gods opdracht te vervullen. Het vraagt van Jozua niet alleen een vertrouwen in Gods belofte, maar ook een actieve overgave van zijn eigen onzekerheden en angsten. Zijn moed moet geworteld zijn in Gods trouw, niet in zijn eigen kunnen.

     Deze kern van vertrouwen en overgave zien we ook terug in de reactie van het volk. Ze bevestigen hun loyaliteit aan Jozua, maar tegelijkertijd spreken ze hun wens uit dat de Heer met Jozua zal zijn zoals Hij met Mozes was. Dit laat zien dat het volk begrijpt dat Jozua’s succes uiteindelijk afhangt van Gods aanwezigheid. Hun bemoediging aan Jozua om ‘vastberaden en standvastig’ te blijven, sluit aan bij Gods woorden en laat zien hoe belangrijk dit thema is in het hoofdstuk.

     Het leven vandaag kent zijn eigen uitdagingen. We worden geconfronteerd met onzekerheden, verlies en verantwoordelijkheden die ons soms overweldigen. Net zoals Jozua worden ook wij opgeroepen om in die momenten niet te vertrouwen op onze eigen kracht, maar op de trouw van God. Zijn belofte om bij ons te zijn, is niet veranderd. In Matteüs 28:20 zegt Jezus: ‘Ik ben met jullie, alle dagen, tot aan de voltooiing van deze wereld.’ Deze belofte is een anker van hoop, net zoals het dat voor Jozua was.

    Tegelijkertijd roept deze kernboodschap ons op tot actie. Vertrouwen op God betekent niet dat we passief achterover kunnen blijven leunen. Net zoals Jozua de Jordaan moest oversteken en het volk moest voorbereiden, worden wij uitgenodigd om onze eigen ‘Jordaan’ over te steken – om de uitdagingen die voor ons liggen met geloof en vastberadenheid tegemoet te treden. Dit kan betekenen dat we verantwoordelijkheid nemen in onze families, op onze werkplekken of in onze relaties. Het betekent ook dat we ons niet laten weerhouden door onze angsten of onzekerheden, omdat we weten dat God ons niet alleen laat.

     Deze boodschap is zowel een bemoediging als een uitdaging. Het bemoedigt ons dat we niet alleen staan, maar het daagt ons ook uit om onze onzekerheden over te geven aan God en in geloof te handelen. Net zoals Jozua werden wij niet geroepen om perfect te zijn, maar om trouw te zijn. En die trouw begint met het vertrouwen dat God met ons meegaat, wat er ook gebeurt.

Theologische reflectie

Deze theologische reflectie op Jozua 1:1-18 heeft als doel om de diepere spirituele, theologische en praktische betekenis van dit bijbelgedeelte te verkennen. Waar de exegetische uitleg zich richtte op de historische en tekstuele context, gaat deze reflectie in op de implicaties voor ons geloofsleven, onze relatie met God en de bredere boodschap van de Bijbel. Het biedt handvatten om de kernboodschap te verbinden met de wezenlijke vragen van ons leven en geloof.

 

Het karakter van God

In Jozua 1:1-18 wordt Gods karakter op een krachtige en troostrijke manier geopenbaard. Allereerst zien we Zijn trouw. God blijft Zijn belofte aan Israël nakomen, zelfs nu Mozes, de grote leider, is overleden. Dit laat zien dat Gods plan niet afhankelijk is van menselijke leiders. Hij vervult Zijn beloften aan Abraham, Isaak en Jakob en toont zo dat Hij onveranderlijk en betrouwbaar is. Zijn trouw overstijgt de generaties en onze menselijke beperkingen.

     Daarnaast openbaart dit bijbelgedeelte Gods soevereiniteit. Hij is de absolute leider van Israël en de eigenaar van het land dat zij zullen binnentrekken. Hoewel Jozua de menselijke leider is, maakt God duidelijk dat Hij degene is die het land geeft en dat Hij degene is die hen zal leiden. Deze soevereiniteit betekent niet alleen macht, maar ook betrokkenheid. Hij laat Jozua niet aan zijn lot over, maar spreekt hem persoonlijk moed in en belooft: ‘Ik zal niet van je zijde wijken en je niet verlaten’ (vers 5). Dit toont ook Gods liefdevolle nabijheid, een aspect dat vaak wordt vergeten bij Zijn soevereiniteit. Hij is niet alleen machtig, maar ook persoonlijk betrokken bij de levens van Zijn volk.

     Ten slotte zien we in dit hoofdstuk de rechtvaardigheid van God. Hij stelt duidelijke voorwaarden voor het succes van Israël: gehoorzaamheid aan Zijn wet. Deze voorwaarden zijn geen willekeurige eisen, maar een weerspiegeling van Gods karakter. Door trouw aan Zijn geboden te eisen, nodigt Hij Israël uit om deel te nemen aan Zijn heilige en rechtvaardige plannen. Zijn rechtvaardigheid wordt hier gecombineerd met genade, want hoewel Hij volledige toewijding vraagt, voorziet Hij ook in de kracht en aanwezigheid die nodig zijn om deze toewijding mogelijk te maken.

 

Verwijzing naar Christus

Jozua 1:1-18 wijst op meerdere manieren vooruit naar Jezus Christus. Allereerst zien we Jozua zelf als een voorafschaduwing van Christus. Zijn naam, Yehoshua, betekent ‘de Heer redt’ en is dezelfde naam als Jezus in het Hebreeuws. Net zoals Jozua Israël het beloofde land binnenleidt, leidt Jezus ons naar het Koninkrijk van God. Waar Jozua een fysieke verovering leidt, brengt Jezus een geestelijke bevrijding en geeft Hij ons toegang tot een eeuwige rust (Hebreeën 4:8-10).

     De belofte van Gods nabijheid aan Jozua vindt haar vervulling in Jezus’ woorden aan Zijn discipelen: ‘Ik ben met jullie, alle dagen, tot aan de voltooiing van deze wereld’ (Matteüs 28:20). Net zoals Jozua werd verzekerd van Gods aanwezigheid, belooft Jezus dat Hij ons nooit zal verlaten, zelfs in de moeilijkste tijden. Bovendien zien we in Gods oproep tot gehoorzaamheid aan de wet een verwijzing naar Jezus als het levende Woord. Jezus vervult de wet volledig (Matteüs 5:17) en maakt een nieuwe weg mogelijk waarin Gods wil niet alleen wordt nageleefd, maar ook in ons hart wordt geschreven door de Heilige Geest (Jeremia 31:33).

 

Relevantie voor ons geloofsleven

Dit bijbelgedeelte biedt een diepgaande les over vertrouwen, moed en gehoorzaamheid. Voor ons vandaag blijft de oproep ‘wees vastberaden en standvastig’ (vers 9) even relevant. Het leven is vol onzekerheden, uitdagingen en momenten waarop we worden geconfronteerd met onze eigen beperkingen. Net zoals Jozua op God moest vertrouwen om zijn taak te vervullen, worden wij uitgenodigd om onze angsten en onzekerheden over te geven aan God en in geloof te handelen.

     De belofte dat God met Jozua meegaat, herinnert ons eraan dat wij niet alleen staan in onze strijd. God vraagt van ons niet dat we alles zelf doen, maar dat we op Hem vertrouwen en ons afhankelijk opstellen. Dit betekent niet dat uitdagingen verdwijnen, maar wel dat we ze met een andere houding kunnen benaderen. Wat zijn de ‘Jordaan-rivieren’ in ons leven die we moeten oversteken? En hoe reageren we op Gods uitnodiging om vastberaden en standvastig te blijven in geloof?

 

Verband met andere bijbelteksten

Jozua 1:1-18 staat in directe verbinding met de bredere bijbelse boodschap van Gods trouw en redding. De belofte van het beloofde land herinnert ons aan Gods verbond met Abraham (Genesis 15:18-21), waarin Hij beloofde het land aan zijn nakomelingen te geven. Deze belofte wordt in het Nieuwe Testament verdiept: het beloofde land wordt een beeld van het Koninkrijk van God, waar Jezus ons toegang toe geeft (Hebreeën 11:16).

     Daarnaast sluit de oproep tot gehoorzaamheid aan de wet aan bij teksten zoals Psalm 1, waar de vreugde en zegen van het mediteren op Gods wet worden benadrukt. In het Nieuwe Testament wordt dit principe herhaald in Jakobus 1:25, waar de wet van vrijheid wordt geprezen als een bron van zegen voor degenen die haar naleven.

     De opdracht om moedig en standvastig te zijn, vinden we ook terug in Paulus’ brieven, zoals in 1 Korintiërs 16:13: ‘Wees waakzaam, volhard in het geloof, wees moedig en sterk.’ Dit thema loopt als een rode draad door de Schrift en herinnert ons eraan dat God ons oproept om niet op onze eigen kracht te vertrouwen, maar op Zijn kracht en trouw.

 

Andere relevante theologische thema’s

Een belangrijk thema in Jozua 1:1-18 is Gods plan van redding. Dit bijbelgedeelte laat zien dat Gods reddingsplan niet stopt met de dood van Mozes. Het is een herinnering dat Zijn plan groter is dan één persoon of generatie. Dit thema herhaalt zich in het Nieuwe Testament, waar Jezus de discipelen uitzendt om de wereld in te gaan (Matteüs 28:19-20). Net zoals Jozua deel uitmaakte van een groter plan, worden ook wij vandaag uitgenodigd om onze plek in Gods reddingsplan in te nemen.

     Een ander thema in dit bijbelgedeelte is discipelschap en leiderschap. Jozua wordt geroepen tot een vorm van leiderschap die afhankelijk is van God. Dit leiderschap wordt gekenmerkt door gehoorzaamheid, moed en een diep vertrouwen op Gods beloften. Voor ons vandaag betekent dit dat discipelschap niet alleen gaat over volgen, maar ook over leiden waar God ons roept. Dit kan binnen onze gezinnen, gemeenschappen of op andere plekken waar we invloed hebben.

     Een laatste thema in dit bijbelgedeelte is de rol van de Heilige Geest. Hoewel de Heilige Geest niet expliciet wordt genoemd in Jozua 1:1-18, is Zijn werk impliciet aanwezig. God belooft Zijn aanwezigheid en in het Nieuwe Testament wordt duidelijk dat deze nabijheid tot uitdrukking komt door de Heilige Geest, die in ons woont (Johannes 14:16-17). De Geest geeft ons kracht en moed, net zoals God Jozua bemoedigde om Zijn opdracht te vervullen.

 

Deze theologische reflectie nodigt ons uit om stil te staan bij wie God is, wat Hij van ons vraagt en hoe Zijn trouw en nabijheid ons kunnen inspireren om te leven met moed en vertrouwen, wetend dat Hij altijd met ons meegaat.

Praktische toepassing

De kernboodschap van Jozua 1:1-18 daagt ons uit om onze onzekerheden aan God over te geven, op Zijn trouw te bouwen en uitdagingen aan te gaan met vastberaden vertrouwen. Voor ons kan deze boodschap concreet vorm krijgen in het dagelijks leven. Hierna volgen vier uitdagende, verrassende en praktische richtlijnen die eenvoudig toepasbaar zijn en die helpen om deze kernboodschap te leven.

 

  1. Identificeer jouw ‘Jordaan’ en neem een geloofsstap.

Iedereen heeft een ‘Jordaan’ in zijn leven – een uitdaging of obstakel dat angst oproept of overweldigend lijkt. Dit kan een moeilijke relatie zijn, een loopbaanbeslissing of zelfs het vinden van een plek om je geloof uit te oefenen. Neem de tijd om na te denken over wat jouw ‘Jordaan’ is. Bid en vraag God om duidelijkheid over hoe je deze uitdaging moet benaderen. Net zoals Jozua en het volk actie moesten ondernemen om het beloofde land binnen te gaan, vraagt God ook van ons om stappen in geloof te zetten, zelfs als we ons onzeker voelen. Dit kan betekenen dat je dat moeilijke gesprek aangaat met een familielid, een project oppakt waarvan je niet zeker weet of het zal slagen of je tijd en middelen geeft aan een zaak waarvan je gelooft dat God je ertoe roept. Het belangrijkste is niet de uitkomst, maar je bereidheid om in vertrouwen te handelen.

 

  1. Creëer jouw eigen ‘rustplek’ voor God.

In de tekst wordt rust beloofd aan het volk wanneer ze het beloofde land binnengaan. Voor ons als moderne christenen kan dit worden vertaald naar het bewust creëren van momenten van rust en verbinding met God. Stel een vast moment in je dag in waarop je stilstaat bij Gods aanwezigheid, zoals een korte wandeling, een moment van stilte of een specifieke activiteit waarin je Hem kunt ontmoeten. Een voorbeeld: voor veel christenen die niet meer verbonden zijn met een kerk, kan het moeilijk zijn om een ritme van aanbidding en reflectie te vinden. Een rustplek creëren kan je helpen om Gods nabijheid te ervaren te midden van de chaos van het dagelijks leven. Denk bijvoorbeeld aan een dagboek bijhouden, een kaars aansteken als symbool van Gods licht of luisteren naar inspirerende muziek terwijl je reflecteert op je dag.

 

  1. Zoek een medegelovige om te bemoedigen.

Net zoals het volk Jozua aanmoedigde met de woorden ‘Wees vastberaden en standvastig’, kun jij anderen bemoedigen om hun geloof te versterken. Dit kan een vriend, collega, familielid of buur zijn die ook op zoek is naar een dieper geloofsleven. Deel iets wat jou heeft geïnspireerd, bied aan om voor iemand te bidden of stuur een berichtje met woorden van hoop. In een tijd waarin velen zich geïsoleerd voelen, is bemoediging een krachtig middel om Gods liefde te laten zien. Door iemand anders aan te moedigen, leef je de kernboodschap van Jozua 1:1-18 uit: je bouwt niet alleen op Gods trouw voor jezelf, maar helpt ook anderen om hun ‘Jordaan’ over te steken. Dit kan zelfs betekenen dat je iemand begeleidt in zijn of haar geloofsreis, zonder dat daar een formele kerkomgeving voor nodig is.

 

  1. Maak een levensplan met God als centraal uitgangspunt.

God geeft Jozua duidelijke instructies over hoe hij succes kan bereiken: door zich te richten op Gods wet en deze niet uit het oog te verliezen. Voor ons kan dit vertaald worden naar het maken van een levensplan waarin je bewuste keuzes maakt die gebaseerd zijn op jouw geloof. Stel je doelen niet alleen in termen van carrière of materiële zaken, maar vraag jezelf af: hoe kan ik groeien in mijn relatie met God en anderen? Welke stappen moet ik zetten om meer zoals Christus te worden? Een levensplan maken kan verrassend praktisch en transformerend zijn. Neem een blanco blad en verdeel het in drie kolommen: (1) Waar ik nu ben, (2) Waar ik wil zijn, en (3) Hoe God hierin centraal kan staan. Dit helpt je om bewust keuzes te maken die jouw geloof verdiepen en je leven betekenisvoller maken. Of je nu overweegt vrijwilligerswerk te doen, een nieuwe studie te beginnen of simpelweg meer tijd wilt doorbrengen met geliefden, maak ruimte om Gods stem te zoeken in je plannen.

 

Deze richtlijnen nodigen je uit om je geloof handen en voeten te geven. Ze dagen je uit om bewust stappen in vertrouwen te zetten, rust te zoeken in Gods aanwezigheid, anderen te bemoedigen en je leven te plannen met Hem als uitgangspunt. Dit alles vraagt om moed en vastberadenheid, net zoals bij Jozua, maar de belofte is dezelfde: God zal met je meegaan, waar je ook gaat.

Afsluiting

Laten we nog even terugkeren naar de inleiding. Tom zat na een paar maanden vol ongeloof in zijn kantoor. Het leek een wonder hoe alles in de juiste richting was gegaan. De eerste weken waren zwaar geweest, vol twijfels en angst om te falen. Maar Sophies woorden en de herinnering aan zijn vader bleven hem bij. Hij had contact gezocht met een ervaren ondernemer die hem als mentor op weg hielp. Ook had hij geleerd om vertrouwen te hebben in het team en om beslissingen te nemen, zelfs wanneer hij niet zeker wist hoe het zou aflopen.

     Toen hij terugdacht aan de eerste grote klus die het bedrijf na zijn vaders overlijden aannam, voelde hij een glimlach opkomen. Alles had tegengezeten: vertragingen, een boze klant en een vrachtwagen die onderweg defect raakte. Maar ondanks de chaos was het uiteindelijk goed gekomen. Hij had ontdekt dat vertrouwen, zelfs te midden van onzekerheid, kracht gaf om door te gaan. De woorden van zijn vader – ‘Het gaat erom dat je vertrouwen hebt en bereid bent om het aan te pakken’ – waren waarheid geworden.

     Tom ontdekte, net als Jozua, dat de grootste uitdagingen draaglijk worden wanneer we leren vertrouwen op de kracht die buiten onszelf ligt. Hij had zijn onzekerheden niet alleen kunnen overwinnen, maar had ook een fundament gelegd voor de toekomst van het familiebedrijf.

     Wat je uitdaging ook is, vergeet niet dat je niet alleen bent. Gods belofte aan Jozua is ook voor jou: ‘Wees vastberaden en standvastig, laat je door niets weerhouden of ontmoedigen, want waar je ook gaat, de Heer, je God, staat je bij’ (Jozua 1:9). Hij is trouw en gaat met je mee, ook in de moeilijkste momenten. Wanneer je twijfelt, wanneer je niet weet wat de volgende stap is, mag je erop vertrouwen dat Hij je de kracht geeft om door te gaan.

     Onthoud dat moed niet de afwezigheid van angst is, maar het kiezen om door te gaan, ondanks je onzekerheid. Net zoals Jozua en Tom hun taak niet alleen konden volbrengen, roept God ons op om niet in onze eigen kracht te vertrouwen, maar op Zijn trouw en leiding.

     Ga deze week in de wetenschap dat God met je meegaat. Of je nu voor een grote beslissing staat, een nieuwe fase in je leven ingaat, of worstelt met onzekerheden, weet dat Hij je nooit alleen laat. Zijn Woord is een lamp voor je voet en een licht op je pad (Psalm 119:105). Laat dat licht je moed en richting geven, net zoals het Jozua en Tom inspireerde om in geloof te handelen. Durf te vertrouwen, durf te handelen en weet dat je niet alleen bent.

Reflectievragen

  1. Hoe ga jij om met momenten van onzekerheid en twijfel? Waar zoek jij je kracht en moed?
  2. Zijn er gebieden in je leven waarin je voelt dat God je oproept om vastberaden en standvastig te zijn? Hoe reageer je daarop?
  3. Hoe kun je Gods aanwezigheid meer bewust ervaren in de dagelijkse uitdagingen die je tegenkomt?
  4. Welke ‘Jordaan’ in jouw leven vraagt om een stap van geloof en vertrouwen? Wat houdt je tegen om die stap te zetten?
  5. Op welke manieren kun je anderen bemoedigen en ondersteunen in hun geloofsreis, zoals het volk Jozua aanmoedigde?

 

Copyrights Marjolein Gommers

Reactie plaatsen

Reacties

Maria Adriana
10 dagen geleden

Bedankt voor deze leespreek. Je hebt wat mij betreft je doel bereikt: meer diepang dan tijdens een preek vanaf de kansel op zondag mogelijk is. Een groot pluspunt zijn de reflectievragen. Ik blijf je volgen.