Inleiding
Suzan, 34 jaar, stond op het perron te wachten. Het was een frisse maandagochtend en een koude wind speelde met de bladeren langs de rails. Ze trok haar jas wat dichter om zich heen. Over een paar minuten zou de trein arriveren die haar naar haar nieuwe baan zou brengen. Haar eerste werkdag. Alles wat ze de afgelopen maanden had gedaan – de sollicitaties, de zenuwslopende gesprekken, het afscheid nemen van haar oude team – had haar hier gebracht. Maar nu het moment daar was, voelde ze vooral twijfel.
Suzan was goed in haar vorige baan. Ze wist precies wat ze deed, was een bekend gezicht en voelde zich gewaardeerd. Maar door reorganisaties was haar afdeling verdwenen en nu begon ze opnieuw. Een andere branche, andere collega’s, een nieuwe stad. ‘Waarom moet ik deze weg gaan?’ vroeg ze zich af. Het liefst zou ze zich omdraaien en teruggaan naar wat vertrouwd was – als dat nog had gekund.
Haar moeder had haar vorige week nog bemoedigd. ‘Suzan,’ had ze gezegd, ‘je hebt hier zo hard voor gebeden. Dit is een kans. Misschien zie je het nu nog niet, maar God heeft je op deze plek gebracht. Hij zal je de kracht geven om verder te gaan. Vertrouw erop dat Hij een weg opent.’
Maar daar, op het perron, leek dat vertrouwen ver weg. Suzan keek naar de horizon. In de verte hoorde ze het zachte gerommel van de trein die naderde. De deuren zouden straks open gaan. Een knoop trok zich samen in haar maag, maar diep vanbinnen wist ze: ik moet instappen. Hoe alles ook zal gaan, ik kan nu niet blijven staan.
Herken je dat? Een moment waarop je weet dat er iets nieuws voor je ligt, maar je niet ziet hoe je daar moet komen? Misschien voel je je overweldigd door de obstakels. Je hebt geen idee hoe je verder moet. Het lijkt alsof je voor een rivier staat die je niet kunt oversteken. Het volk Israël stond ooit letterlijk op zo’n plek. Voor hen lag de Jordaan, breed en onstuimig, en aan de overkant lonkte het beloofde land. God riep hen om te vertrouwen – om op weg te gaan, zelfs als de weg onzichtbaar was. Laten we samen lezen hoe zij die overtocht maakten, en ontdekken wat wij daar vandaag van kunnen leren.
Bijbeltekst (NBV21)
Jozua 3
Overtocht over de Jordaan
[1] De volgende ochtend vroeg trok Jozua met het hele volk weg uit Sittim. Ze kwamen tot aan de Jordaan, waar ze drie dagen bleven voor ze overtrokken. [2] Toen die drie dagen voorbij waren, gingen de schrijvers het kamp door [3] om het volk te zeggen: ‘Wanneer u de Levitische priesters de ark van het verbond met de HEER, uw God, ziet dragen, dan moet u het kamp opbreken en de ark volgen. [4] Maar blijf op grote afstand, ongeveer tweeduizend el, kom niet dichterbij. Dan kunt u zien welke weg u moet volgen, want u bent hier nooit eerder geweest.’ [5] En Jozua zei tegen het volk: ‘Reinig u, want morgen zal de HEER in uw midden wonderen verrichten.’
[6] De volgende dag gaf hij de priesters de opdracht: ‘Ga met de ark van het verbond voor het volk uit.’ De priesters namen toen de ark van het verbond op en gingen voor het volk uit, [7] en de HEER zei tegen Jozua: ‘Vanaf vandaag zal Ik je aanzien bij de Israëlieten verhogen, zodat ze weten dat Ik je bijsta, zoals Ik Mozes heb bijgestaan. [8] Zeg tegen de priesters die de ark van het verbond dragen dat ze, zodra ze bij de oever van de Jordaan zijn gekomen, in het water moeten blijven staan.’ [9] Jozua riep toen het volk bij elkaar en zei: ‘Luister naar de woorden van de HEER, uw God.’ En hij vervolgde: [10] ‘U zult merken dat de levende God in uw midden is en beseffen dat Hij het is die de Kanaänieten en de Hethieten, de Chiwwieten en de Perizzieten, de Girgasieten, de Amorieten en de Jebusieten voor u verdrijft. [11] De ark van het verbond met de Heer van de hele aarde gaat immers voor u uit de Jordaan in. [12] Kies nu twaalf mannen, één uit elke stam van Israël. [13] De priesters dragen de ark van de HEER, de Heer van de hele aarde. Zodra hun voeten het water van de Jordaan raken, zal de stroom tot stilstand komen en zal het water oprijzen als een dam.’
[14] Toen het volk het kamp had opgebroken om de Jordaan over te trekken, gingen de priesters die de ark van het verbond droegen voor het volk uit. [15] Zodra de priesters bij de Jordaan waren gekomen en hun voeten door het water werden omspoeld – de Jordaan stond de hele oogsttijd buiten haar oevers –, [16] kwam het water tot stilstand en vormde het een dam, heel in de verte bij de stad Adam, die vlak bij Saretan ligt. Hierdoor werd de stroom in de richting van de Dode Zee, ofwel de Zoutzee, volledig afgesneden en kon het volk ter hoogte van Jericho oversteken. [17] De priesters die de ark van het verbond met de HEER droegen bleven precies in het midden van de rivierbedding staan, terwijl heel Israël overstak, tot iedereen aan de overkant van de Jordaan was.
© 2021 Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap
Exegetische uitleg
Nu we de tekst van Jozua 3:1-17 hebben gelezen, richten we ons op de exegetische uitleg. In deze uitleg verdiepen we ons in de betekenis van de verschillende gedeelten van dit bijbelgedeelte, waarbij we stilstaan bij de historische context, de symboliek en de boodschap voor het volk Israël. Deze analyse helpt ons om de kern van het verhaal te begrijpen en vormt de basis voor het formuleren van de kernboodschap, die aansluit bij ons leven vandaag. Laten we de tekst stap voor stap doorlopen.
Jozua 3:1-2. Voorbereiding aan de oever
Deze verzen beschrijven een belangrijk moment in de geschiedenis van Israël. Het volk, geleid door Jozua, breekt vroeg in de ochtend het kamp op in Sittim en reist naar de oever van de Jordaan. Daar blijven ze drie dagen wachten voordat ze verder trekken. Dit vertrek markeert een overgangsfase: achter hen ligt de woestijn, vol herinneringen aan hun omzwervingen, en voor hen ligt het beloofde land. Maar tussen deze twee ligt een onoverkomelijke hindernis – de Jordaan, die in deze tijd van het jaar buiten haar oevers is getreden.
Deze korte verzen vertellen meer dan alleen een historische gebeurtenis. Het vertrek uit Sittim toont een daad van gehoorzaamheid en vertrouwen. Jozua neemt het volk mee, niet op basis van eigen inzicht, maar in gehoorzaamheid aan Gods leiding. Het hele volk gaat mee: mannen, vrouwen, kinderen en ouderen. Dit benadrukt de eenheid van Israël als verbondsvolk. Niemand blijft achter; iedereen is onderdeel van Gods plan. Dit herinnert ons eraan dat geloof niet alleen een persoonlijke reis is, maar ook een gemeenschappelijke ervaring. Hoe vaak vergeten wij niet dat we samen geroepen zijn, juist in een tijd waarin gemeenschap vaak broos lijkt?
De drie dagen van wachten lijken op het eerste gezicht weinig spectaculair, maar in de Bijbel hebben zulke periodes vaak een diepe betekenis. Denk aan Jona, die drie dagen in de vis verbleef, of Jezus, die drie dagen in het graf was. Het getal drie symboliseert vaak voorbereiding en verwachting van Gods ingrijpen. Hier is het wachten niet alleen praktisch – een moment van rust na een lange reis – maar ook geestelijk betekenisvol. Het volk wordt gedwongen stil te staan bij wat hen te wachten staat. Hoe vaak moeten wij wachten op God, terwijl de weg vooruit nog onduidelijk is? Misschien ken je dat gevoel wel: dat je voor een grote verandering staat, maar geen idee hebt hoe je de volgende stap moet zetten. Het wachten kan frustrerend zijn, maar het is vaak in die stilte dat God ons voorbereidt.
De Jordaan zelf is meer dan een geografisch detail; het is een barrière die het volk niet zonder Gods hulp kan overwinnen. In de oogsttijd, wanneer het water buiten zijn oevers treedt, lijkt de rivier een onmogelijke hindernis. Dit roept beelden op van andere momenten in de Bijbel waarin Gods volk voor onmogelijke situaties stond, zoals bij de Schelfzee. De rivier symboliseert alles wat groter is dan onze menselijke mogelijkheden. Hoe vaak ervaren wij in ons leven zulke ‘Jordaan-momenten’? Momenten waarop we beseffen dat we het niet alleen kunnen, dat we Gods hulp nodig hebben om verder te gaan.
De drie dagen van stilte aan de oever bieden ook een les in vertrouwen. Het volk wordt opgeroepen te wachten, niet om zelf een oplossing te zoeken, maar om te erkennen dat God de weg zal banen. Dit thema, dat door de hele Bijbel heen terugkomt, spoort ons aan om te leren wachten op Gods timing. Misschien voel jij je ook wel eens aan de oever staan, met het water voor je en geen duidelijk pad vooruit. De vraag is: durf je te wachten? Durf je te vertrouwen dat God een weg zal openen, ook al zie je die nog niet?
Deze verzen zetten de toon voor wat komen gaat. Het volk staat op de drempel van een nieuw hoofdstuk in hun geschiedenis. Ze worden uitgedaagd om te vertrouwen op de God die hen door de woestijn heeft geleid. En wij worden uitgenodigd om hetzelfde te doen: om stil te staan, te luisteren en te vertrouwen, zelfs wanneer de weg verborgen lijkt. Want zoals we verderop zullen zien, maakt God vaak een weg waar wij alleen maar water zien.
Jozua 3:3-4. De ark als gids
In deze verzen krijgen de Israëlieten duidelijke instructies over wat ze moeten doen wanneer de ark van het verbond in beweging komt. De schrijvers, die als boodschappers tussen de leiders en het volk fungeerden, gaan het kamp door om deze opdracht door te geven. Ze zeggen tegen het volk dat ze de ark, gedragen door de Levitische priesters, moeten volgen zodra deze zich in beweging zet. Tegelijkertijd wordt het volk opgeroepen om een afstand van ongeveer tweeduizend el – zo’n 900 meter – te bewaren. Deze afstand is nodig om de ark goed zichtbaar te houden en om duidelijk te maken dat de Israëlieten hier op heilige grond wandelen. De tekst voegt eraan toe dat ze deze weg nog nooit eerder hebben afgelegd, wat de nadruk legt op hun afhankelijkheid van Gods leiding.
De ark van het verbond staat centraal in deze instructies. De ark, gemaakt van acaciahout en bedekt met goud, was meer dan een religieus object; het symboliseerde Gods verbond met Zijn volk en Zijn voortdurende aanwezigheid. In de ark lagen de stenen tafelen van de tien geboden, het symbool van de wet die God aan Israël had gegeven. De ark herinnerde het volk eraan dat ze niet zomaar een reis ondernamen, maar dat ze door God zelf werden geleid. Het feit dat de ark voorop ging, maakte duidelijk dat het niet het volk was dat deze weg uitstippelde, maar dat het Gods plan was dat hen leidde. Dit roept ons op om ook in ons eigen leven te vragen: wie of wat gaat er bij ons voorop? Waar richten wij onze blik op wanneer we ons op onbekend terrein bevinden?
De opdracht om tweeduizend el afstand te bewaren, heeft zowel praktische als symbolische redenen. Praktisch gezien zorgde deze afstand ervoor dat alle Israëlieten – een immense menigte – de ark konden zien en wisten welke weg ze moesten volgen. Symbolisch gezien benadrukt het de heiligheid van de ark. De afstand markeert het onderscheid tussen het heilige en het gewone. De ark vertegenwoordigde Gods aanwezigheid en de Israëlieten moesten die aanwezigheid met eerbied benaderen. Dit herinnert ons aan een fundamenteel bijbels principe: God is dichtbij, maar Hij is ook heilig. Zijn nabijheid mag ons nooit verleiden tot achteloosheid.
De opmerking dat het volk deze weg ‘nog nooit eerder is gegaan’ lijkt een simpel detail, maar het heeft een diepe betekenis. Het benadrukt dat ze volledig afhankelijk zijn van Gods leiding. Ze hebben geen kaart, geen eerdere ervaring en geen menselijke zekerheid om op terug te vallen. Alles hangt af van het volgen van de ark. Hoe herkenbaar is dit? Hoe vaak staan wij niet voor situaties waarin de weg vooruit onbekend en onzeker is? Momenten waarop we ons afvragen: waar moet ik beginnen? Hoe zal dit aflopen? Deze verzen laten zien dat vertrouwen op God geen passieve houding is, maar een actieve keuze om te volgen, zelfs als de weg onbekend is.
De rol van de priesters, die de ark dragen, is ook van groot belang. Zij vertegenwoordigen de verbinding tussen God en het volk en hebben de verantwoordelijkheid om voorop te gaan. Dit wijst vooruit naar Jezus Christus, onze grote Hogepriester, die niet alleen bemiddelt tussen God en de mens, maar ook zelf de weg voor ons baant. Net zoals de priesters de ark dragen en het volk voorgaan, zo gaat Jezus voor ons uit en roept Hij ons om Hem te volgen, zelfs wanneer de weg onzichtbaar lijkt.
Deze verzen zijn niet alleen historisch van belang, maar spreken ook vandaag tot ons. Ze roepen ons op om onze blik te richten op Gods leiding, om ruimte te maken in ons leven om Hem te zien en om bereid te zijn om in vertrouwen onbekend terrein te betreden. Misschien sta jij op dit moment ook wel voor een situatie waarin je niet weet wat de volgende stap moet zijn. De les van deze verzen is helder: kijk naar de ark, kijk naar Jezus en weet dat Hij je leidt. Zelfs wanneer je de weg nog niet kunt zien, mag je erop vertrouwen dat Hij weet waar Hij je naartoe brengt.
Jozua 3:5. Heiliging als voorbereiding op Gods wonder
In dit vers spreekt Jozua het volk toe met een krachtige oproep: ‘Reinig u, want morgen zal de Heer in uw midden wonderen verrichten.’ Dit is een moment van voorbereiding, zowel praktisch als geestelijk, en het markeert de overgang naar een buitengewone gebeurtenis. De woorden van Jozua herinneren het volk eraan dat wat hen te wachten staat, meer is dan een alledaagse gebeurtenis. Ze staan aan de vooravond van een wonder waarin God zelf zal handelen. Maar voordat dat kan gebeuren, vraagt God om hun toewijding en voorbereiding.
De oproep tot reiniging verwijst naar een diepgewortelde praktijk in het Oude Testament. Rituele reiniging was meer dan alleen een fysieke handeling; het was een symbool van innerlijke toewijding en respect voor Gods heiligheid. Dit omvatte het wassen van kleding, persoonlijke reiniging en soms zelfs afzondering (Exodus 19:10-11). Het was een manier om zich bewust voor te bereiden op een ontmoeting met de heilige God. Voor het volk Israël was dit niet nieuw; ze hadden zich eerder moeten reinigen toen God hen bij de berg Sinaï riep. Maar hier, aan de oever van de Jordaan, krijgt deze oproep een nieuwe lading. Het is een herinnering dat Gods werk altijd vraagt om een actieve respons: een bereidheid om jezelf apart te zetten en je volledig op Hem te richten.
Jozua’s woorden bevatten ook een belofte: ‘Morgen zal de Heer in uw midden wonderen verrichten.’ Deze belofte biedt hoop en zekerheid. God heeft in het verleden al wonderen verricht – de plagen in Egypte, de scheiding van de Schelfzee – en nu zal Hij opnieuw handelen. Maar deze belofte vraagt ook om geloof. Het volk moet zich voorbereiden op iets wat ze nog niet kunnen zien. Hoe zou dit voor hen hebben gevoeld? Ze staan voor een onoverkomelijke rivier, met het beloofde land in zicht, maar zonder zicht op hoe ze de overkant zullen bereiken. Deze woorden van Jozua nodigen hen uit om niet te blijven staren naar de obstakels, maar hun blik op God te richten. Hoe vaak staan wij niet voor ‘rivieren’ in ons leven die onoverbrugbaar lijken? Durven wij in zulke momenten te geloven dat God een weg kan banen?
De combinatie van reiniging en belofte brengt een belangrijk bijbels principe naar voren: Gods handelen vraagt om menselijke toewijding. Het volk moet zich klaarmaken, niet omdat zij het wonder kunnen afdwingen, maar omdat hun reiniging een teken is van hun geloof en overgave. Deze oproep wijst vooruit naar Jezus Christus, die ons niet alleen roept tot geloof, maar ook tot bekering en toewijding. Net zoals het volk Israël zich moest reinigen om Gods wonderen te ervaren, roept Jezus ons op om ons hart en leven open te stellen voor Zijn werk. Zijn oproep in Johannes 15:3 – ‘Jullie zijn al rein door alles wat Ik tegen jullie gezegd heb’ – benadrukt dat ware reiniging niet van buitenaf komt, maar door Zijn genade en Woord.
Het slot van Jozua’s oproep bevat een stille uitdaging: durft het volk te geloven dat God morgen zal handelen? Deze vraag resoneert door de tijd heen naar ons toe. Hoe bereiden wij ons voor op Gods werk in ons leven? Zien wij reiniging – het loslaten van wat ons afleidt – als een kans om dichter bij Hem te komen? Of blijven we hangen in onze twijfels en zorgen? De woorden van Jozua herinneren ons eraan dat God trouw is en dat Hij handelt, zelfs in de meest onmogelijke situaties. Maar Hij nodigt ons uit om ons klaar te maken, om ons hart op Hem te richten en te vertrouwen dat Hij morgen wonderen zal doen. Deze oproep blijft relevant: reinig je, zet je zorgen opzij en kijk naar wat God kan en wil doen – niet alleen toen, maar ook vandaag.
Jozua 3:6. De priesters dragen de ark voor het volk uit
In dit vers geeft Jozua een duidelijke opdracht aan de priesters: ‘Ga met de ark van het verbond voor het volk uit.’ Deze woorden markeren een moment van actie en geloof. De priesters, belast met het dragen van de ark, gehoorzamen direct en nemen hun positie vooraan in. De ark, een zichtbaar symbool van Gods aanwezigheid, gaat nu letterlijk voorop, terwijl het volk zich klaarmaakt om te volgen. Dit moment benadrukt niet alleen Gods leiding, maar ook de bereidheid van de priesters om in gehoorzaamheid te handelen, zelfs terwijl de weg naar de overkant nog onduidelijk is.
De ark van het verbond speelt een centrale rol in dit gedeelte. Dit heilige voorwerp, dat de stenen tafelen met de tien geboden bevatte, symboliseerde Gods verbond en aanwezigheid bij Zijn volk. Dat de ark voor het volk uitgaat, is veelzeggend. Het is een herinnering dat het niet aan Israël is om de weg te bepalen; het is God die leidt. Het volk hoeft alleen maar hun ogen op de ark te richten en te volgen. Hoe krachtig is dat beeld? Het leert ons dat we, zelfs wanneer we voor een onoverkomelijke uitdaging staan, niet op eigen inzicht hoeven te vertrouwen, maar ons mogen laten leiden door God.
De priesters die de ark dragen, nemen een belangrijke positie in. Ze gaan letterlijk en figuurlijk voorop in geloof. Dit vereist moed, want de rivier, die buiten haar oevers staat, is een dreigende aanwezigheid. Toch gehoorzamen ze zonder aarzelen. Hun gehoorzaamheid is een voorbeeld van vertrouwen in Gods belofte. Het herinnert aan eerdere momenten in Israëls geschiedenis, zoals Mozes die de staf ophief bij de Schelfzee. Net zoals toen vraagt God hier een daad van geloof voordat het wonder zichtbaar wordt. Dit roept een vraag op voor ons vandaag: hoe vaak wachten wij op zekerheid voordat we stappen durven te zetten? God nodigt ons uit om eerst te vertrouwen, om gehoorzaam te zijn, en daarna zijn werk te zien.
Ondertussen staat het volk achter hen, toekijkend. Wat zullen ze hebben gedacht? Misschien voelden ze spanning of onzekerheid. Misschien herinnerden ze zich hoe God hen eerder door de woestijn had geleid. Dit moment benadrukt niet alleen de rol van de leiders, maar ook de verantwoordelijkheid van het volk om te volgen. Ze staan op een belangrijk punt in hun reis: zullen ze de ark vertrouwen of zullen ze blijven staren naar de hindernis voor hen? Dit is een herkenbare spanning. Hoe vaak laten wij ons verlammen door de grootte van onze problemen in plaats van te vertrouwen op de God die voor ons uit gaat?
Dit vers wijst ook vooruit naar Christus, onze grote Hogepriester. Net zoals de priesters de ark droegen en het volk voorgingen, zo ging Christus ons voor in de ultieme daad van gehoorzaamheid en toewijding. Hij opende de weg naar het beloofde land van Gods eeuwige koninkrijk. Deze vooruitwijzing versterkt de oproep aan ons vandaag: houd je ogen gericht op Jezus, de leider en voleinder van ons geloof (Hebreeën 12:2). Hij is degene die ons voorgaat, zelfs door de meest onoverkomelijke obstakels heen.
Deze verzen roepen ons op om te vertrouwen op Gods leiding, om gehoorzaam te zijn en onze blik niet af te wenden van Zijn aanwezigheid. Misschien sta jij ook wel voor een onoverbrugbare ‘rivier’ in je leven. De vraag is: durf jij net als de priesters in vertrouwen in het water te stappen, zelfs voordat je weet hoe het zal gaan? Gods belofte blijft staan: Hij gaat voor je uit. Richt je blik op Hem, volg Hem en vertrouw dat Hij de weg zal banen, hoe onoverzichtelijk die ook lijkt.
Jozua 3:7-8. God bevestigt Jozua’s leiderschap
In deze verzen spreekt de Heer tot Jozua en geeft hem een belofte en een opdracht. ‘Vanaf vandaag zal Ik je aanzien bij de Israëlieten verhogen,’ zegt God, ‘zodat ze weten dat Ik je bijsta, zoals Ik Mozes heb bijgestaan.’ Deze woorden markeren een belangrijk moment in Jozua’s leiderschap. Ze zijn een directe bevestiging van zijn roeping en een bemoediging in een cruciale fase van Israëls geschiedenis. Jozua volgt Mozes op, een leider die het volk uit Egypte heeft geleid en wonderen heeft verricht door Gods macht. Door Jozua op gelijke wijze te verhogen, laat God zien dat Hij dezelfde God is die trouw blijft, zowel aan Zijn volk als aan Zijn beloften. Dit geeft het volk vertrouwen in Jozua als hun leider, terwijl zij voor een onbekende en uitdagende situatie staan.
De belofte van God aan Jozua is niet gericht op persoonlijke eer, maar op het versterken van de band tussen leider en volk. Het volk moet weten dat Jozua niet op eigen kracht handelt, maar dat hij wordt ondersteund door de God die hen altijd heeft geleid. Dit principe zien we door de hele Bijbel heen terugkeren: ware leiderschap komt voort uit afhankelijkheid van God. Denk aan Mozes, die in zijn zwakheid God om hulp vroeg (Exodus 4:10-12), of aan Paulus, die schreef dat Gods kracht in zwakheid wordt volbracht (2 Korintiërs 12:9). Voor ons vandaag herinnert dit eraan dat leiderschap niet gaat om eigen bekwaamheid, maar om gehoorzaamheid aan Gods roeping.
Vervolgens geeft God Jozua een concrete opdracht: hij moet de priesters instrueren om met de ark van het verbond het water van de Jordaan in te gaan en daar te blijven staan. Dit is een buitengewone stap van geloof. De Jordaan stond in deze tijd van het jaar, tijdens de oogst, buiten haar oevers en was een woeste, onvoorspelbare rivier. De priesters moesten echter gehoorzamen zonder te weten hoe het wonder zou plaatsvinden. Hun actie benadrukt dat Gods handelen vaak begint met een daad van gehoorzaamheid. Net zoals Mozes het water van de Schelfzee met zijn staf moest aanraken voordat het splitste, vraagt God hier een stap in geloof voordat de rivier zal opdrogen. Dit patroon daagt ons uit: durven wij in ons eigen leven stappen te zetten in gehoorzaamheid, zelfs als de uitkomst nog onduidelijk is?
De rol van de ark is cruciaal in deze verzen. Deze ark, die de stenen tafelen van het verbond bevatte, vertegenwoordigde Gods aanwezigheid bij Zijn volk. Dat de ark voorop ging en door de priesters het water werd ingedragen, maakte duidelijk dat het God zelf was die de weg zou banen. Het volk hoefde niet naar de obstakels te kijken, maar naar de ark, het symbool van Gods trouw en aanwezigheid. Hoe krachtig is dit beeld? Het roept ons op om onze ogen niet te richten op de moeilijkheden voor ons, maar op de God die ons leidt.
Tegelijkertijd staat het volk aan de oever en kijkt toe. Wat zullen ze hebben gedacht? Misschien voelden ze angst of onzekerheid, maar ook hoop. Hun reactie, of dat nu spanning of geloof was, is menselijk en herkenbaar. Hoe vaak staan wij niet voor situaties waarin we niet weten wat er gaat gebeuren en waarin we alleen maar kunnen wachten en vertrouwen? Deze verzen nodigen ons uit om in zulke momenten te blijven kijken naar Gods aanwezigheid en leiding.
Dit gedeelte wijst ook vooruit naar Jezus Christus, onze grote Hogepriester. Net zoals de ark voor Israël uitging en de weg opende, zo gaat Christus ons voor. Hij opent de weg naar het beloofde land van Gods koninkrijk, niet door een rivier te scheiden, maar door Zijn leven te geven. Zijn gehoorzaamheid en toewijding maken het mogelijk dat wij door geloof de weg kunnen volgen die Hij voor ons heeft gebaand.
Deze verzen laten zien dat Gods werk begint met gehoorzaamheid en vertrouwen. Het roept ons op om te luisteren naar Zijn stem, ons niet te laten verlammen door de grootte van de hindernis, maar in geloof de eerste stap te zetten. Misschien sta jij vandaag ook wel voor een ‘rivier’ in je leven die onoverkomelijk lijkt. De vraag is: durf jij, net als de priesters, het water in te stappen en te vertrouwen dat God de weg zal openen? Zijn belofte blijft: Hij gaat voor je uit en Hij zal je nooit verlaten. Kijk naar Hem en durf te vertrouwen.
Jozua 3:9-13. Gods belofte en instructies voor de overtocht
Deze verzen zijn een krachtig moment in het verhaal van Israël. Terwijl het volk aan de oever van de Jordaan staat, roept Jozua hen bijeen en spreekt hij woorden die zowel bemoedigend als uitdagend zijn. Hij nodigt hen uit om te luisteren: ‘Luister naar de woorden van de Heer, uw God.’ Deze oproep is meer dan een verzoek om aandacht. Het is een uitnodiging om met een open hart te horen wat God hen wil zeggen en om bereid te zijn naar Zijn stem te handelen. Hieruit blijkt dat deze gebeurtenis niet alleen een fysieke oversteek betreft, maar ook een geestelijke les over vertrouwen en gehoorzaamheid.
Jozua’s woorden bevatten een belofte die het volk moet bemoedigen: ‘U zult merken dat de levende God in uw midden is.’ Deze uitspraak benadrukt Gods nabijheid en betrokkenheid. Hij is niet een verre God die vanaf een afstand toekijkt, maar de levende God die actief aanwezig is in hun midden. Dit moet een krachtig moment van geruststelling zijn geweest voor het volk, dat nog maar kort geleden had ervaren hoe God hen door de woestijn leidde. Tegelijkertijd is het een oproep tot vertrouwen. Hoe vaak hebben wij in ons eigen leven momenten waarop we ons afvragen of God echt dichtbij is? Jozua’s woorden herinneren ons eraan dat God niet alleen aanwezig is, maar ook handelt op momenten waarop wij dat het meest nodig hebben.
De opsomming van de volken die God zal verdrijven – Kanaänieten, Hethieten, Chiwwieten, Perizzieten, Girgasieten, Amorieten en Jebusieten – is veelzeggend. Het herinnert het volk aan de belofte die God aan Abraham had gedaan (Genesis 15:18-21). Deze volken vertegenwoordigen niet alleen de fysieke hindernissen op weg naar het beloofde land, maar ook geestelijke uitdagingen. Voor Israël was het een herinnering dat hun overwinning niet door eigen kracht zou komen, maar door Gods hand. Voor ons vandaag roept het de vraag op: hoe vaak proberen wij obstakels in ons leven op eigen kracht te overwinnen in plaats van te vertrouwen op God?
Het hoogtepunt van deze passage is de beschrijving van hoe het wonder zal plaatsvinden. Jozua zegt dat de priesters met de ark van het verbond het water in zullen gaan en dat de stroom zal stoppen zodra hun voeten het water raken. Dit is een krachtig beeld van geloof en gehoorzaamheid. De ark, die Gods aanwezigheid symboliseert, gaat voorop en maakt de weg vrij. Het vereist echter moed van de priesters om daadwerkelijk het water in te stappen voordat het wonder zichtbaar wordt. Dit herinnert aan Mozes bij de Schelfzee, waar hij zijn staf moest uitstrekken voordat het water spleet. Beide momenten leren ons dat Gods handelen vaak begint met een stap van geloof.
De ark wordt hier expliciet verbonden met ‘de Heer van de hele aarde’. Deze titel benadrukt Gods universele macht. Hij is niet slechts de God van Israël, maar de Schepper en Heer van alles en iedereen. Dit maakt Zijn handelen in deze gebeurtenis tot een getuigenis voor de volken om Israël heen. Hoe indrukwekkend moet het zijn geweest om te zien hoe de rivier, die buiten haar oevers trad, opdroogde door de macht van deze God? Dit moment wijst ook vooruit naar Jezus Christus, die als de ultieme vertegenwoordiger van Gods aanwezigheid niet alleen de weg baant, maar zelf de Weg is (Johannes 14:6).
Het volk, dat toekijkt, staat voor een keuze. Zullen ze vertrouwen op Gods belofte en Zijn macht of zullen ze blijven staren naar de overweldigende rivier voor hen? Dit is een herkenbare spanning, ook voor ons. Hoe vaak worden wij geconfronteerd met obstakels die groter lijken dan wijzelf en vraagt God ons om een stap in geloof te zetten? Jozua’s woorden roepen ons op om niet te blijven kijken naar wat onmogelijk lijkt, maar onze ogen te richten op de levende God, die ons voorgaat.
Deze verzen zijn een herinnering dat Gods kracht groter is dan onze grootste uitdagingen. Het vraagt ons om te luisteren naar Zijn stem, te vertrouwen op Zijn belofte en in gehoorzaamheid te handelen, zelfs wanneer de uitkomst nog onzichtbaar is. Misschien sta jij vandaag ook wel voor een ‘Jordaan’ in je leven. De vraag is: durf jij, net als de priesters, je voeten in het water te zetten en te geloven dat God de weg zal openen? Hij is de Heer van de hele aarde en Zijn belofte blijft: Ik ben bij je, waar je ook gaat. Durf te vertrouwen en zet die eerste stap.
Jozua 3:14-16. De Jordaan stopt, de weg wordt geopend
Deze verzen beschrijven het indrukwekkende moment waarop Gods belofte van een wonder zichtbaar wordt. Het volk Israël breekt het kamp op, gehoorzaam aan Jozua’s bevel, en nadert de Jordaan. Op dit punt is de rivier buiten haar oevers getreden door de oogsttijd, een detail dat de moeilijkheid van de situatie benadrukt. Dit is geen kleine stroom die gemakkelijk te doorkruisen is, maar een krachtige, brede rivier. Het volk moet hebben gekeken naar de bruisende watermassa en zich hebben afgevraagd: hoe zullen we ooit de overkant bereiken? Dit is een moment van spanning en verwachting, waarin alles afhangt van Gods ingrijpen.
De priesters dragen de ark van het verbond en gaan voorop, zoals door Jozua is bevolen. De ark, het symbool van Gods aanwezigheid, leidt het volk. Het beeld van de priesters die hun voeten in het water zetten voordat er iets verandert, is krachtig en uitdagend. Het vereist geloof en moed. Zij hebben geen garantie gezien dat het water zal stoppen; ze handelen uitsluitend op Gods woord. Dit herinnert aan eerdere momenten in de geschiedenis van Israël, zoals Mozes die zijn staf moest uitstrekken bij de Schelfzee voordat de wateren openden. Dit thema – gehoorzaamheid die voorafgaat aan Gods wonder – is een rode draad door de Bijbel. Hoe vaak vraagt God ons om een stap te zetten in vertrouwen, zelfs als we nog geen oplossing zien?
Op het moment dat de voeten van de priesters het water raken, gebeurt het onvoorstelbare. De stroom stopt en het water hoopt zich op als een dam, ver weg bij de stad Adam, dicht bij Saretan. Deze geografische details verankeren het verhaal in de realiteit en benadrukken tegelijkertijd de soevereiniteit van God. Het is alsof God Zijn schepping commandeert om stil te staan en een nieuwe weg te openen. De verwijzing naar Adam kan symbolisch worden opgevat: het herinnert aan de oorsprong van de mensheid en roept de gedachte op dat God dezelfde is die bij de schepping aanwezig was en die nu een nieuw begin mogelijk maakt voor Zijn volk.
Terwijl de rivier opdroogt, ontstaat er een pad. Het volk, dat vanaf de oever toekijkt, ziet hoe de dreigende hindernis wordt weggenomen. Dit moet een moment van verwondering en opluchting zijn geweest. De rivier, die eerder een barrière leek, wordt nu een weg naar het beloofde land. Het herinnert het volk eraan dat God niet alleen machtig is, maar ook trouw aan Zijn belofte om hen naar dit land te brengen.
De priesters blijven staan in het midden van de droge rivierbedding, terwijl het volk oversteekt. Hun standvastigheid is veelzeggend. Ze houden de ark vast, een symbool van Gods aanwezigheid, en bieden het volk de zekerheid dat God hen ondersteunt terwijl zij deze nieuwe fase ingaan. Dit wijst vooruit naar Christus, onze grote Hogepriester, die niet alleen voor ons uitgaat, maar ook in onze plaats blijft staan, zodat wij door geloof een weg kunnen vinden naar Gods beloften.
Deze gebeurtenis in Jozua 3 is meer dan een historisch verslag. Het is een krachtig beeld van hoe God werkt te midden van menselijke onmogelijkheden. Het water dat wegvloeit richting de Dode Zee roept een diepere symboliek op: het beeld van dood en stilstand wordt volledig afgesneden, terwijl God een nieuwe weg opent naar leven en hoop. Dit wonder wijst vooruit naar Jezus Christus, die zelf de Weg wordt naar het beloofde land van eeuwig leven.
Misschien sta jij vandaag ook wel voor een onoverkomelijke ‘Jordaan’. Een situatie die te groot lijkt om te overwinnen, een hindernis die je niet zelf kunt overbruggen. Deze verzen roepen je op om te vertrouwen op de God die trouw is en voor je uitgaat. Durf jij, net als de priesters, je voeten in het water te zetten en te geloven dat Hij de weg zal openen? De uitnodiging is duidelijk: kijk niet naar de omvang van je problemen, maar naar de macht van de God die bij je is. Hij gaat je voor en zal je nooit verlaten. Zet die stap en zie hoe Hij wegen opent waar je ze nooit had verwacht.
Jozua 3:17. De overtocht naar het beloofde land
Dit vers beschrijft een indrukwekkend hoogtepunt in de geschiedenis van Israël. Terwijl de rivier de Jordaan, die normaal gesproken buiten haar oevers treedt tijdens de oogsttijd, opdroogt, staan de priesters met de ark van het verbond midden in de droge rivierbedding. Het volk trekt voorbij, totdat iedereen veilig aan de overkant is. Dit moment is niet alleen een praktische oversteek, maar een krachtige demonstratie van Gods trouw, macht en aanwezigheid.
De priesters, die de ark van het verbond dragen, blijven staan in het midden van de rivier. Hun standvastigheid en gehoorzaamheid zijn een visueel symbool van Gods onveranderlijke aanwezigheid. De ark, die Gods verbond en trouw vertegenwoordigt, is letterlijk het middelpunt van deze gebeurtenis. Dat zij blijven staan terwijl het hele volk passeert, benadrukt niet alleen hun rol als geestelijke leiders, maar ook Gods betrouwbaarheid. Hij blijft aanwezig, zelfs te midden van wat een onmogelijke situatie leek.
Het volk trekt over. Niemand wordt achtergelaten, iedereen wordt meegenomen naar de overkant. Voor het volk moet dit moment zowel ontzagwekkend als vreugdevol zijn geweest. Ze lopen over droog land, een weg die door Gods macht is geopend. Hoe zou het zijn geweest om met je gezin, je vee en je bezittingen door een droge rivierbedding te lopen waar normaal kolkend water stroomt? Dit moment moet hen hebben herinnerd aan de verhalen over de overtocht van de Schelfzee, toen hun ouders en grootouders op dezelfde manier Gods macht en zorg ervoeren. Het roept de vraag op: hoe vaak staan wij stil bij de momenten waarop God in ons eigen leven wegen heeft geopend waar geen weg leek te zijn?
Het droogvallen van de rivier is een krachtig beeld van Gods soevereiniteit. De rivier, die normaal gesproken een obstakel vormt, wordt door God veranderd in een veilige doorgang. Het gebruik van droog land heeft in de Bijbel een diepere symbolische betekenis. Het roept herinneringen op aan de schepping, toen God het droge land scheidde van de wateren (Genesis 1:9-10), en het herinnert aan de oversteek van de Schelfzee (Exodus 14:22). Hier, bij de Jordaan, wordt opnieuw zichtbaar dat God Zijn schepping commandeert om Zijn volk te redden en hen naar Zijn beloften te leiden.
Dit moment wijst ook vooruit naar Jezus Christus, onze grote Hogepriester. Net zoals de priesters met de ark in het midden van de rivierbedding bleven staan, zo blijft Christus staan in de kloof tussen ons en God. Hij opent niet alleen de weg naar het beloofde land, maar draagt ons ook in geloof naar het eeuwige leven. Het droogvallen van de Jordaan, dat de weg naar nieuw leven opent, is een krachtige voorafschaduwing van het werk van Christus, die de weg naar God voor ons vrijmaakt.
Dit vers laat zien hoe God niet alleen wegen opent, maar ook bij ons blijft terwijl wij die wegen bewandelen. Zijn trouw is niet tijdelijk of beperkt; Hij blijft staan totdat wij veilig aan de overkant zijn. Dit nodigt ons uit tot reflectie: hoe vaak hebben wij in ons eigen leven obstakels ervaren die te groot leken om te overwinnen? Durven wij in zulke momenten te vertrouwen op Gods aanwezigheid en leiding? Misschien sta jij vandaag ook wel voor een ‘rivier’ die onmogelijk lijkt om te oversteken. De boodschap van dit vers is helder: God gaat met je mee. Hij opent wegen waar geen weg lijkt te zijn en Hij blijft staan, zelfs in het midden van jouw moeilijkheden.
Dit vers roept ons op om te vertrouwen op Gods trouw en macht. Het nodigt ons uit om te blijven bewegen, onze blik gericht op Hem die ons voorgaat. Durf jij, net als het volk Israël, te geloven dat God je veilig naar de overkant zal brengen? Zijn belofte blijft: Ik ben bij je, tot aan de overkant en verder. Zet die stap en ervaar de kracht van de God die trouw is en altijd blijft.
Kernboodschap
De kernboodschap van Jozua 3:1-17 is: waar wij obstakels zien, creëert God nieuwe mogelijkheden; Hij daagt ons uit om de zekerheid van de oever los te laten en in vertrouwen in het water te stappen, wetend dat Hij wateren in wegen verandert.
Dit bijbelgedeelte brengt ons naar de oever van de Jordaan, een rivier die op dat moment buiten haar oevers is getreden. Voor het volk Israël vormt deze rivier een ogenschijnlijk onoverkomelijk obstakel. Aan de overkant ligt het beloofde land, maar zonder een brug of boot lijkt het onmogelijk om er te komen. Toch is het juist in dit moment van menselijke onmacht dat God Zijn kracht laat zien. Hij roept het volk op om niet bij de oever te blijven staan, maar om in geloof een stap te zetten, wetend dat Hij de weg zal openen.
De kern van dit verhaal ligt in de spanning tussen wat het volk ziet en wat God belooft. Wat zij zien, is een rivier die buiten haar oevers staat, een symbool van chaos en onmogelijkheden. Wat God hen belooft, is een veilige overtocht en toegang tot het land dat Hij hen heeft beloofd. Dit spanningsveld tussen zichtbare obstakels en onzichtbare mogelijkheden vormt de rode draad in het verhaal. Het volk wordt uitgedaagd om de zekerheid van de oever los te laten en te vertrouwen op Gods leiding, zelfs als dat betekent dat ze hun voeten in het water moeten zetten voordat er iets verandert.
De priesters spelen hierin een sleutelrol. Zij dragen de ark van het verbond, een zichtbaar teken van Gods aanwezigheid, en stappen als eersten het water in. Dit is niet alleen een daad van gehoorzaamheid, maar ook een daad van geloof. Hun actie bevestigt dat Gods aanwezigheid niet passief is; Hij gaat Zijn volk voor en baant een weg waar geen weg lijkt te zijn. Wanneer zij hun voeten in het water zetten, gebeurt het wonder: de rivier stopt met stromen en er ontstaat een pad van droog land.
Voor ons vandaag is deze kernboodschap even relevant. Hoe vaak staan wij niet voor obstakels die onoverkomelijk lijken? Misschien zijn het persoonlijke uitdagingen, zoals gezondheidsproblemen, relationele moeilijkheden of een gebrek aan richting in het leven. Of misschien zijn het bredere maatschappelijke vraagstukken, zoals onrecht, verdeeldheid of milieuproblemen. Net zoals het volk Israël aan de oever van de Jordaan, kunnen wij ons overweldigd voelen door de omvang van wat voor ons ligt.
Toch roept God ons niet op om aan de oever te blijven staan, maar om in vertrouwen in het water te stappen, zelfs als we de uitkomst nog niet zien. Hij nodigt ons uit om niet te blijven kijken naar de obstakels, maar onze blik te richten op zijn aanwezigheid en beloften. Dit betekent niet dat de weg altijd direct zichtbaar zal zijn of dat de oplossing altijd eenvoudig is. Maar het betekent wel dat we mogen vertrouwen dat God, net zoals bij de Jordaan, wegen opent waar wij alleen maar water zien.
Deze kernboodschap herinnert ons eraan dat Gods mogelijkheden niet beperkt zijn door onze beperkingen. Zijn kracht wordt vaak zichtbaar op het moment dat wij onze zekerheid loslaten en in vertrouwen handelen. Dit vraagt om moed, niet omdat wij zelf de uitkomst in handen hebben, maar omdat wij vertrouwen op de God die wateren kan veranderen in wegen.
Dit verhaal roept ons ook op om verder te kijken dan onze eigen situatie. De priesters die de ark dragen en het volk voorgaan, zijn een beeld van leiderschap en dienstbaarheid. Zij stappen niet alleen voor zichzelf, maar ook voor het volk dat hen volgt. Dit roept de vraag op: hoe kunnen wij, net als de priesters, anderen dienen en hen moed geven om ook stappen in geloof te zetten? Het verhaal van Jozua 3:1-17 laat zien dat wanneer wij in vertrouwen handelen, dat niet alleen ons eigen leven verandert, maar ook dat van de mensen om ons heen.
Gods uitnodiging om in vertrouwen in het water te stappen is niet gebonden aan tijd of plaats. Het is een oproep die in elk tijdperk relevant is, omdat het ons uitnodigt om verder te kijken dan de zichtbare werkelijkheid en te vertrouwen op de God die onmogelijkheden overwint. Misschien is het juist in onze momenten van zwakte en onzekerheid dat Zijn kracht het meest zichtbaar wordt. Want waar wij obstakels zien, creëert Hij nieuwe mogelijkheden.
Theologische reflectie
Deze theologische reflectie op Jozua 3:1-17 dient om de diepere spirituele, theologische en praktische betekenis van dit bijbelgedeelte te verkennen. Door de gebeurtenissen bij de overtocht van de Jordaan in een bredere context te plaatsen, ontdekken we hoe dit verhaal niet alleen Israëls geschiedenis vormde, maar ook spreekt tot ons geloofsleven vandaag. Deze reflectie belicht hoe het karakter van God in dit verhaal wordt geopenbaard, hoe het bijbelgedeelte verwijst naar Christus en hoe het ons oproept tot een leven van vertrouwen en navolging.
Het karakter van God
In Jozua 3:1-17 wordt Gods karakter op schitterende wijze zichtbaar. Hij is de God die obstakels in mogelijkheden verandert, die Zijn volk leidt en bij hen blijft, zelfs te midden van onmogelijkheden. Zijn soevereiniteit wordt benadrukt door het wonder van de opdrogende Jordaan. De rivier, een krachtige natuurlijke barrière die het volk scheidt van het beloofde land, gehoorzaamt aan Zijn bevel. Dit openbaart een God die heerst over de schepping en die de natuur inzet om Zijn beloften te vervullen.
Tegelijkertijd zien we Gods trouw. De belofte die Hij aan Abraham, Isaak en Jakob deed, wordt hier tastbaar: zijn volk mag het land binnengaan dat Hij hun eeuwen eerder heeft beloofd. Deze trouw is niet abstract, maar concreet, zichtbaar in hoe Hij bij Zijn volk is in hun kwetsbaarheid. De ark van het verbond, het symbool van zijn aanwezigheid, gaat niet alleen voorop, maar blijft midden in de rivier staan totdat de laatste Israëliet veilig aan de overkant is. Dit is een beeld van een God die niet alleen begint, maar ook afmaakt wat Hij belooft.
Gods liefde en genade worden zichtbaar in Zijn uitnodiging aan het hele volk. Niemand wordt buitengesloten, ongeacht status, leeftijd of verleden. Dit onderstreept dat Zijn redding inclusief is. Hij vraagt geen perfecte voorbereiding, maar wel gehoorzaamheid en vertrouwen. Het volk wordt niet geroepen omdat zij groot of krachtig zijn, maar omdat God genadig is en een relatie met hen wil. Dit karakter van God – soeverein, trouw, liefdevol en genadig – vormt de kern van zijn handelen, zowel toen als nu.
De verwijzing naar Christus
Jozua 3:1-17 wijst indirect vooruit naar Jezus Christus, onze grote Hogepriester. Net zoals de priesters de ark droegen en vooropgingen, zo baant Christus de weg naar Gods aanwezigheid. De priesters blijven staan in het midden van de rivierbedding totdat het volk veilig is overgestoken. Dit is een beeld van Christus, die niet alleen onze weg voorbereidt, maar ook onze plaats inneemt en volhoudt totdat wij in veiligheid zijn. Zijn kruisdood en opstanding openen niet slechts een fysieke doorgang, maar een eeuwige weg naar verlossing.
De rivier, die opdroogt en een pad opent naar het beloofde land, verwijst ook naar het werk van Christus. Hij brengt ons niet alleen door de Jordaan – een beeld van dood en wedergeboorte – maar ook naar een nieuw leven. Zoals de rivier een barrière vormde die door Gods macht werd weggenomen, zo verwijdert Jezus de zonde en schuld die ons van God scheiden. In Johannes 14:6 zegt Jezus: ‘Ik ben de weg, de waarheid en het leven.’ Dit thema van Christus als de Weg echoot het verhaal van Jozua 3 en herinnert ons eraan dat het ultieme beloofde land, Gods Koninkrijk, alleen door Hem bereikbaar is.
Relevantie voor ons geloofsleven
Dit bijbelgedeelte roept ons op tot een geloof dat zichtbaar wordt in actie. Net zoals het volk Israël moest vertrouwen op Gods leiding en de zekerheid van de oever moest loslaten, worden ook wij uitgenodigd om onze angst en controle los te laten. God vraagt geen blind geloof, maar geloof dat handelt op Zijn belofte, zelfs wanneer de uitkomst onduidelijk is. Dit betekent dat wij, net als de priesters, stappen moeten zetten in vertrouwen, zelfs als de omstandigheden onzeker of bedreigend lijken.
Daarnaast herinnert het verhaal ons eraan dat geloof geen individuele reis is, maar een collectieve ervaring. Het volk Israël steekt samen over; niemand blijft achter. In een tijd waarin individualisme vaak de norm is, daagt dit verhaal ons uit om gemeenschap te zoeken en samen te vertrouwen op Gods leiding. Het herinnert ons eraan dat wij elkaar kunnen ondersteunen, net zoals de priesters een voorbeeld waren voor het volk.
Ten slotte nodigt dit verhaal ons uit om ons perspectief te veranderen. Waar wij obstakels zien, wil God dat wij mogelijkheden zien. Dit vraagt om een verschuiving in ons denken: van angst naar vertrouwen, van passiviteit naar actie. Hoe anders zouden onze levens eruitzien als we geloofden dat God, zelfs in onze moeilijkste situaties, een weg kan banen?
Verband met andere bijbelteksten
Jozua 3:1-17 staat niet op zichzelf, maar maakt deel uit van een groter verhaal waarin Gods reddende hand zichtbaar is. Het herinnert aan de oversteek van de Schelfzee in Exodus 14, waar God op gelijke wijze wateren scheidde om Zijn volk te redden. Beide verhalen benadrukken Gods macht over de schepping en Zijn zorg voor Zijn volk.
Daarnaast echoot dit verhaal thema’s die we in het Nieuwe Testament terugvinden. In Hebreeën 11 wordt geloof omschreven als de zekerheid van wat wij hopen, de overtuiging van wat wij niet zien. Dit type geloof wordt in Jozua 3 belichaamd door het volk dat de Jordaan oversteekt, vertrouwend op Gods belofte. Het herinnert ook aan de oproep van Jezus in Matteüs 14:29, waar Petrus uit de boot stapt om op het water naar Hem toe te lopen. Beide verhalen benadrukken dat geloof niet alleen denken is, maar doen, zelfs te midden van onzekerheid.
Andere relevante theologische thema’s
Een belangrijk thema in Jozua 3:1-17 is discipelschap. De priesters, die vooropgaan met de ark, tonen wat het betekent om te leiden in geloof. Zij stappen als eersten het water in, een daad van vertrouwen die een voorbeeld stelt voor het volk. Dit leert ons dat discipelschap niet alleen draait om leren, maar ook om leiden door te dienen en anderen te inspireren om God te volgen.
Een ander theologisch thema is Gods plan van redding. De overtocht over de Jordaan is niet alleen een historische gebeurtenis, maar een profetisch beeld van Gods uiteindelijke redding door Christus. Net zoals de Jordaan een barrière vormde die Israël scheidde van het beloofde land, zo vormt zonde een barrière die ons scheidt van God. Maar in Christus, onze grote Hogepriester, opent God een weg. Dit thema onderstreept dat God niet slechts betrokken is bij individuele levens, maar een universeel plan van redding heeft dat door de hele Bijbel heen zichtbaar is.
Jozua 3:1-17 is een diepgaand verhaal dat ons laat zien wie God is, wat Hij doet en hoe wij daarop mogen reageren. Het openbaart een God die obstakels overwint, een weg baant en trouw blijft aan Zijn beloften. Het roept ons op om, net als het volk Israël, de zekerheid van de oever los te laten en in vertrouwen te stappen, wetend dat God ons voorgaat. Deze theologische reflectie nodigt ons uit om niet alleen te geloven dat God wegen opent, maar om die overtuiging in praktijk te brengen door stappen van geloof te zetten, zelfs wanneer het water nog stroomt.
Praktische toepassing
De kernboodschap van Jozua 3:1-17 roept ons op om obstakels niet te vermijden, maar om te vertrouwen dat God in onze onmogelijkheden mogelijkheden creëert. Dit vraagt om concrete keuzes in ons dagelijks leven. Voor ons kan dit verhaal juist een diepe bemoediging en uitdaging bieden. Hierna volgen vier praktische, uitdagende richtlijnen die je kunnen helpen om deze boodschap in de praktijk te brengen. Deze toepassingen zijn niet alledaags en nodigen je uit om met nieuwe ogen naar je leven te kijken.
- Vermijd je grootste ‘rivieren’ niet langer, maar ga de confrontatie aan.
Vaak vermijden we de ‘rivieren’ in ons leven, omdat ze te overweldigend lijken. Dit kunnen problemen zijn op het gebied van relaties, werk, gezondheid of zelfs geloof. Jozua 3:1-17 roept ons op om niet aan de oever te blijven staan, maar het water in te stappen, zelfs als we de oplossing nog niet zien. Identificeer een beslissing of actie waar je al langere tijd tegenop ziet, bijvoorbeeld een verstoorde relatie, een moeilijke beslissing of een ingrijpende verandering die je moet maken. In plaats van dit probleem te negeren, zet je een eerste stap, hoe klein ook. Dit kan een telefoongesprek zijn om excuses aan te bieden, het plannen van een gesprek met een coach of counselor of het opschrijven van je angsten en gebeden. De eerste stap hoeft niet perfect te zijn, maar hij markeert een beweging van passiviteit naar vertrouwen. Durf je erop te vertrouwen dat God met je meegaat, zelfs als je niet weet hoe het zal aflopen?
- Laat controle los in een situatie waar je niets meer kunt doen.
Een van de grootste uitdagingen in het verhaal van Jozua 3:1-17 is het moment waarop het volk moet wachten aan de oever. Ze kunnen niets anders doen dan vertrouwen op Gods timing en leiding. Dit vraagt om een diep besef dat niet alles in ons leven binnen onze controle ligt. Kies bewust één situatie waarin je normaal gesproken geneigd bent om alles onder controle te houden. Dit kan bijvoorbeeld een lastige situatie op je werk zijn, een conflict in je familie of een project dat maar niet opschiet. In plaats van te proberen alles naar jouw hand te zetten, oefen je in loslaten. Bid specifiek: ‘God, ik geef dit aan U over.’ Dit loslaten kan ook een symbolische daad zijn, zoals het opschrijven van je zorgen en die letterlijk verbranden of verscheuren, als teken dat je ze overgeeft aan God. Hoe voelt het om de uitkomst niet langer in eigen handen te houden?
- Stap op onbekend terrein en probeer iets nieuws.
Net zoals het volk Israël een onbekende weg insloeg, worden wij uitgedaagd om de zekerheid van de oever los te laten en nieuwe stappen te zetten. Dit kan betekenen dat je een nieuw terrein betreedt in je leven, waar je misschien al langer naar verlangt, maar niet durfde te beginnen. Identificeer iets dat je altijd al hebt willen doen, maar waarvan je dacht dat het onmogelijk was: een nieuwe studie, een vrijwilligersproject, een verzoenend gesprek of zelfs een geloofsdiscipline zoals het dagelijks lezen van de Bijbel. Begin vandaag met één kleine stap in die richting. Dit kan betekenen dat je je inschrijft voor een cursus, iemand om hulp vraagt of een nieuwe routine uitprobeert. Sta jezelf toe om je ongemakkelijk te voelen; het is juist in dat ongemak dat je groeit. Besef dat je, net als de priesters, misschien de eerste stap moet zetten voordat de weg zichtbaar wordt.
- Word een gids voor anderen die langs de oever blijven staan.
In het verhaal van Jozua 3:1-17 dragen de priesters de ark en gaan zij voorop. Hun moed en gehoorzaamheid maken het voor het volk mogelijk om te volgen. Deze rol kun jij ook vervullen in het leven van anderen. Kijk in je omgeving naar iemand die vast lijkt te zitten in een situatie – iemand die misschien ontmoedigd is, zich eenzaam voelt of geen uitweg ziet. Neem de tijd om deze persoon te benaderen en bemoedig hem of haar op een concrete manier. Dit kan een uitnodiging zijn voor een gesprek, praktische hulp bij een lastig probleem of simpelweg een luisterend oor. Je hoeft niet alle antwoorden te hebben; vaak is je aanwezigheid al genoeg. Vraag jezelf af: hoe kan ik een brug zijn voor iemand die aan de oever blijft staan?
Deze vier richtlijnen dagen je uit om te handelen vanuit geloof en vertrouwen, zelfs wanneer de uitkomst onzeker is. Of je nu een persoonlijke stap zet, loslaat wat je niet kunt beheersen, nieuw terrein betreedt of een gids wordt voor anderen, elke stap weerspiegelt het verhaal van Jozua 3:1-17. God opent wegen waar wij obstakels zien, maar Hij nodigt ons uit om de eerste stap te zetten. Wat wordt jouw eerste stap vandaag?
Afsluiting
Laten we nog even terugkeren naar de inleiding. Suzan keek in de verte terwijl de trein langzaam het station binnenreed. De deuren gingen open en met een diepe zucht stapte ze in. De rit voelde onwerkelijk, alsof ze tussen twee werelden reisde. Maar naarmate de stad dichterbij kwam, begon ze haar focus te verleggen. ‘Misschien heeft mama gelijk,’ dacht ze. ‘Ik weet niet wat er op me wacht, maar ik hoef niet alles te begrijpen. Ik moet gewoon mijn eerste stap zetten.’
Die eerste werkdag was spannend. Suzan maakte een paar fouten, moest wennen aan nieuwe systemen en voelde zich nog onwennig tussen de onbekende gezichten. Maar naarmate de uren verstreken, merkte ze dat haar angst plaatsmaakte voor nieuwsgierigheid. Een collega complimenteerde haar ideeën tijdens een brainstormsessie en ze voelde iets van hoop. Toen ze die avond naar huis reisde, voelde ze een diepere overtuiging groeien: ‘Misschien is dit wel de plek waar ik moet zijn. Ik zie het nog niet helemaal, maar ik weet dat God een weg zal openen.’
Het verhaal van Suzan sluit naadloos aan bij de kern van Jozua 3:1-17. Net zoals Suzan, stond het volk Israël voor een situatie waarin vertrouwen op God de enige optie was. Ze wisten niet hoe de Jordaan zou opdrogen, maar ze gingen het water in, stap voor stap, totdat God de weg opende. Net zoals Suzan niet alles kon overzien, roept God ons op om te handelen op basis van Zijn belofte, niet op basis van wat wij op dit moment kunnen zien.
Het verhaal van Jozua 3:1-17 en Suzans ervaring herinneren ons eraan dat God ons uitnodigt om in vertrouwen te stappen, zelfs als de weg onzeker is. De rivier voor je lijkt misschien onoverkomelijk, maar vergeet niet: de God die de Jordaan opdroogde, is dezelfde God die vandaag bij jou is. Hij vraagt niet om perfecte stappen, maar om vertrouwen in Zijn leiding. Waar jij alleen water ziet, kan Hij een weg openen.
Zoals Psalm 77:20 zegt: ‘Door de zee liep uw weg, door de wijde wateren uw pad, maar uw voetsporen bleven onzichtbaar.’ God werkt vaak op manieren die we niet kunnen zien, maar Hij is trouw en leidt ons naar Zijn beloften.
Misschien sta jij ook op een keerpunt in je leven, twijfelend of je in het water moet stappen. Misschien sta je, net als het volk Israël, voor een rivier die te breed lijkt om over te steken. De uitnodiging is helder: durf je voeten in het water te zetten en te vertrouwen dat God de weg zal openen. Hij gaat met je mee, hoe groot de uitdaging ook is.
Ga deze week met de wetenschap dat God bij je is, dat Hij je leidt, en dat Zijn Woord een licht is op je pad. Zet die eerste stap, wetend dat Hij wegen opent waar jij alleen obstakels ziet. Zijn trouw blijft, altijd.
Reflectievragen
- Welke ‘rivieren’ in je leven lijken op dit moment onoverkomelijk, en hoe zou het eruitzien als je een eerste stap in vertrouwen zet?
- Hoe ervaar jij Gods leiding in situaties waarin de weg vooruit onzeker is, en hoe richt je je blik op Hem te midden van obstakels?
- Wat betekent het voor jou om controle los te laten en te vertrouwen op Gods timing, zelfs als je niet direct een uitkomst ziet?
- In welke situaties in je leven zou je, net als de priesters in Jozua 3, een voorbeeld van geloof en gehoorzaamheid kunnen zijn voor anderen?
- Hoe kun je jezelf eraan herinneren dat Gods aanwezigheid bij je is, zelfs als je Hem niet duidelijk ziet werken in je huidige omstandigheden?
Copyrights Marjolein Gommers





Reactie plaatsen
Reacties