




Inleiding
Sophie, 37 jaar, woont in een dorp aan de rand van de Veluwe. Elke zomer maakt ze met haar gezin dezelfde wandeling. Het is geen spectaculaire tocht, maar een eenvoudig rondje door het bos naar een open plek waar een oude, scheve eik staat. ‘Waarom lopen we eigenlijk altijd naar die boom?’ vroeg haar dochtertje Nora vorig jaar, terwijl ze met haar kleine handje naar een tak wees die zich grillig naar de hemel uitstrekte. Sophie moest lachen, maar ze begreep dat de vraag eerlijk was. ‘Die boom,’ zei ze, ‘herinnert me altijd aan opa.’ Haar dochter keek haar vragend aan. ‘Opa en ik wandelden hier elke zaterdag,’ vervolgde Sophie. ‘Hij vertelde me dan verhalen over vroeger, over hoe hij hier als jongen speelde. En toen ik ouder werd, vertelde hij me over hoe hij God leerde kennen. Hij zei dat deze boom, met zijn dikke wortels en sterke takken, hem deed denken aan hoe God ons draagt, hoe diep Zijn trouw geworteld is.’ Terwijl ze daar samen stonden, voelde Sophie een steek van heimwee. Ze wist dat ze deze wandeling niet alleen voor zichzelf maakte, maar ook voor haar kinderen. Niet vanwege de boom zelf, maar vanwege het verhaal dat eraan verbonden was. Iets wat ze wilde doorgeven, zodat haar kinderen ooit hetzelfde zouden doen met hún kinderen.
Heb jij ook zo’n plek, een traditie of een voorwerp dat iets diepers vertegenwoordigt? Misschien een oude foto, een steen van een vakantie of een plek waar je altijd naartoe gaat als je je verloren voelt. Zulke dingen zijn belangrijk. Ze herinneren ons aan waar we vandaan komen en wie we willen zijn. In het bijbelgedeelte dat we zo gaan lezen, gebeurt iets vergelijkbaars. Het volk Israël, net overgestoken door de droge bedding van de Jordaan, krijgt een opdracht die alles te maken heeft met herinneren en doorgeven. Geen wandeling naar een boom of een foto in een album, maar een stapel stenen die een verhaal zouden vertellen. Niet alleen aan henzelf, maar ook aan hun kinderen en de generaties daarna. Laten we ontdekken waarom die stenen zo belangrijk waren en wat ze ons vandaag te zeggen hebben.
Bijbeltekst (NBV21)
Jozua 4
[1] Nadat het hele volk de Jordaan was overgetrokken, zei de HEER tegen Jozua: [2] ‘Kies nu twaalf mannen, één uit elke stam, [3] en zeg hun dat ze van de plaats waar de priesters in de Jordaan staan twaalf stenen moeten halen. Die moeten ze meenemen en in het kamp leggen waar jullie vannacht zullen verblijven.’ [4] Jozua liet twaalf mannen aanwijzen, één uit elke stam van Israël, en nadat hij hen bij elkaar geroepen had, [5] zei hij tegen hen: ‘Ga voor de ark van de HEER, uw God, de Jordaan in. U moet allemaal één steen op uw schouders nemen, één voor elke stam van Israël. [6] Ze zullen een gedenkteken voor u zijn. Wanneer uw kinderen later zullen vragen wat die stenen betekenen, [7] dan moet u ze vertellen dat het water van de Jordaan werd tegengehouden door de aanwezigheid van de ark van het verbond met de HEER. Vertel ze dat toen de ark de Jordaan in ging het water werd afgesneden en dat deze stenen daarvan voor Israël een eeuwig gedenkteken zijn.’ [8] De mannen deden wat Jozua hun had gezegd. Ze haalden twaalf stenen uit de Jordaan, één voor elke stam, zoals de HEER aan Jozua had opgedragen. Ze droegen de stenen met zich mee naar het kamp en legden ze daar neer. [9] Jozua richtte ook twaalf stenen op in het midden van de Jordaan, op de plaats waar de priesters stonden die de ark van het verbond droegen. Die stenen staan daar tot op de dag van vandaag.
[10] De priesters die de ark droegen, bleven in het midden van de Jordaanbedding staan totdat de opdracht van de HEER die Jozua aan het volk had gegeven volledig was uitgevoerd, in overeenstemming met wat Mozes hem had opgedragen. Het volk stak zo snel mogelijk over, [11] en toen iedereen aan de overkant was trok ook de ark van de HEER met de priesters naar de overkant, om weer voor het volk uit te gaan. [12] Ook de stammen Ruben en Gad en de eerste helft van de stam Manasse trokken in slagorde voor Israël uit, zoals Mozes hun bevolen had. [13] De voorhoede van het leger, zo’n veertigduizend man, trok nog voor de ark van de HEER uit ten strijde naar de vlakte van Jericho. [14] Op die dag verhoogde de HEER het aanzien van Jozua bij de Israëlieten, zodat ze zijn leven lang ontzag voor hem hadden, zoals ze ook voor Mozes hadden gehad.
[15] De HEER zei tegen Jozua: [16] ‘Zeg tegen de priesters die de ark met de verbondstekst dragen dat ze uit de Jordaan komen.’ [17] Op bevel van Jozua [18] kwamen de priesters die de ark van het verbond met de HEER droegen uit de Jordaan, en zodra hun voeten de oever betraden hernam het water zijn loop en trad de rivier weer buiten haar oevers, zoals eerst.
[19] Het volk bereikte de overkant van de Jordaan op de tiende dag van de eerste maand, en het sloeg zijn kamp op bij Gilgal, iets ten oosten van Jericho. [20] Daar richtte Jozua de twaalf stenen op die ze uit de Jordaan hadden meegenomen. [21] Hij zei tegen de Israëlieten: ‘Wanneer uw kinderen later vragen wat deze stenen betekenen, [22] dan moet u hun het volgende vertellen: “Israël is de Jordaan overgetrokken, en wel over de droge bedding. [23] Want de HEER, jullie God, heeft de Jordaan voor jullie drooggelegd totdat jullie waren overgestoken, zoals Hij ook de Rietzee voor ons heeft drooggelegd tot we erdoorheen waren getrokken. [24] Hierdoor zullen alle volken op aarde weten hoe machtig de HEER, jullie God, is, en zullen jullie altijd ontzag voor Hem hebben.”’
© 2021 Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap
Exegetische uitleg
Nu volgt de exegetische uitleg van Jozua 4:1-24. In deze uitleg gaan we stap voor stap door het bijbelgedeelte heen, waarbij we kijken naar de betekenis van de afzonderlijke eenheden binnen de tekst. Deze uitleg helpt ons niet alleen om de historische en theologische context beter te begrijpen, maar vormt ook de basis voor het formuleren van de kernboodschap, die aansluitend wordt toegelicht.
Jozua 4:1-3. De opdracht om stenen te verzamelen
In deze verzen belanden we midden in een belangrijk moment voor Israël. Het hele volk is net door de droge bedding van de Jordaan getrokken, een wonder dat niet alleen de grootheid van God toont, maar ook een belangrijke boodschap bevat voor de toekomst. Zodra het volk veilig aan de overkant is, geeft God Jozua een opdracht: hij moet twaalf mannen kiezen, één uit elke stam, die elk een steen uit de Jordaan moeten meenemen. Deze stenen moeten uiteindelijk worden neergelegd in het kamp waar het volk die nacht zal verblijven.
De keuze van twaalf mannen, elk afkomstig uit een andere stam, is een krachtig symbool. Het benadrukt de eenheid van het volk, een natie die bestaat uit verschillende stammen, maar die samen geroepen zijn om als één volk God te dienen. De twaalf stenen die uit de Jordaan worden gehaald, staan symbool voor de gezamenlijke ervaring van het volk: een wonder dat hen allemaal raakt, ongeacht hun stam of positie.
De locatie van de stenen – het midden van de Jordaan, waar de ark van het verbond stond – is niet zomaar gekozen. De ark vertegenwoordigt Gods tegenwoordigheid onder Zijn volk. Het is een visuele herinnering dat de wonderbare overtocht alleen mogelijk was door Zijn macht. Door stenen van deze specifieke plek te verzamelen, wordt deze boodschap tastbaar gemaakt. Het zijn geen gewone stenen; ze dragen het verhaal van Gods aanwezigheid en ingrijpen in zich.
In de oudheid waren gedenktekens zoals deze een bekend gebruik. Denk aan Jakob, die na zijn droom over een ladder naar de hemel een steen oprichtte in Betel (Genesis 28:18). Deze stenen zijn meer dan herinneringen; ze zijn getuigen. Ze vertellen het verhaal van Gods trouw en kracht. De opdracht om deze stenen op te richten dient niet alleen om het volk te laten terugkijken, maar ook om de volgende generaties te onderwijzen. God voorziet dat kinderen in de toekomst zullen vragen wat deze stenen betekenen. Dit biedt ouders en leiders een kans om het verhaal door te geven en het geloof levend te houden.
Kun je je voorstellen dat je als kind langs deze stenen loopt? Je vraagt je ouders wat ze daar doen en zij vertellen je hoe God het water van de Jordaan heeft tegengehouden. Dit maakt de geschiedenis levend. Het is niet alleen iets wat ‘ooit’ gebeurde, maar iets wat blijft spreken. De stenen zijn een tastbaar bewijs dat de God van Israël een God van daden is, niet alleen van woorden.
Het getal twaalf roept ook associaties op met het Nieuwe Testament. Jezus kiest twaalf discipelen, symbolisch voor de twaalf stammen van Israël. En zoals de stenen uit de Jordaan een gedenkteken zijn van Gods bevrijdende werk, wordt Jezus zelf de ‘hoeksteen’ genoemd (Matteüs 21:42), een blijvend symbool van Gods verlossingswerk.
Door deze opdracht benadrukt God het belang van herinneren en doorgeven. Mensen zijn geneigd om wonderen snel te vergeten, zeker wanneer het dagelijks leven weer zijn gewone gang gaat. De stenen helpen het volk en de toekomstige generaties om niet te vergeten wat God heeft gedaan. Ze nodigen ons vandaag uit om na te denken over hoe wij God zichtbaar maken in ons leven. Wat zijn onze gedenktekens? Hoe dragen wij het verhaal van Gods trouw en liefde over aan de volgende generatie? Deze vragen raken aan de kern van wat het betekent om in geloof te leven: herinneren, doorgeven en vertrouwen dat Gods werk nooit ophoudt.
Jozua 4:4-7. Het doel van de stenen als gedenkteken
In deze verzen zien we hoe Jozua de opdracht van de Heer nauwgezet uitvoert. Hij kiest twaalf mannen, één uit elke stam van Israël, en geeft hen een duidelijke instructie: ze moeten de Jordaan ingaan, naar de plaats waar de ark van het verbond staat, en daar elk een steen oppakken. Deze stenen moeten op hun schouders gedragen worden, een teken dat het om zware, imposante stenen gaat. Het beeld van deze mannen, elk met een steen op hun schouder, roept een gevoel van plechtigheid op. Dit is geen alledaagse handeling; het is een heilige taak die iets van het wonder moet vastleggen dat ze zojuist hebben meegemaakt.
De stenen zelf worden door Jozua direct verbonden met hun doel: ze zullen een gedenkteken zijn. Dit woord, ‘gedenkteken’, is in de Bijbel beladen met betekenis. Het roept de herinnering op aan eerdere momenten in de geschiedenis van Israël waarin God gebood iets blijvends op te richten om Zijn trouw te markeren. Denk bijvoorbeeld aan de steen die Jakob oprichtte in Betel (Genesis 28:18-19) of aan de instelling van het Pascha als een jaarlijkse herinnering aan de bevrijding uit Egypte (Exodus 12:14). Hier, bij de Jordaan, worden de stenen een getuigenis van Gods macht en aanwezigheid. Ze herinneren eraan hoe de Heer het water van de Jordaan tegenhield toen de ark van het verbond erdoorheen werd gedragen.
Wat opvalt, is dat Jozua expliciet de toekomstige generaties benoemt. Hij zegt dat deze stenen een aanleiding zullen zijn voor kinderen om te vragen: ‘Wat betekenen deze stenen?’ Dit is niet zomaar een retorische opmerking; het benadrukt het pedagogische doel van deze handeling. De herinnering aan Gods daden mag niet verloren gaan. De stenen worden een middel om het verhaal levend te houden, zodat kinderen en kleinkinderen kunnen leren over de machtige daden van God. Dit weerspiegelt een diep bijbels principe: geloof wordt doorgegeven van generatie op generatie. De verantwoordelijkheid om deze verhalen te vertellen ligt niet alleen bij de leiders van het volk, maar ook bij de gewone gezinnen.
De ark van het verbond, waar de mannen de stenen vandaan halen, staat centraal in deze handeling. De ark symboliseert de tegenwoordigheid van God onder Zijn volk. Door de stenen van deze specifieke plek te halen, wordt benadrukt dat het wonder niet het gevolg is van menselijk handelen, maar volledig te danken is aan Gods ingrijpen. Dit onderstreept de afhankelijkheid van Israël van de Heer en herinnert hen eraan wie de echte krachtbron is achter hun overwinning.
Het beeld van deze gedenkstenen heeft ook een diepere symboliek die vooruitwijst naar Christus. In het Nieuwe Testament wordt Jezus de hoeksteen genoemd (Matteüs 21:42; 1 Petrus 2:6). Net zoals de stenen uit de Jordaan het verhaal van Gods redding vertellen, wordt Christus de ultieme getuige van Gods verlossingswerk. Hij is de blijvende herinnering aan Gods trouw, niet alleen voor Israël, maar voor de hele wereld.
Als we naar dit gedeelte kijken, worden we uitgenodigd om na te denken over de manieren waarop wij Gods trouw zichtbaar maken in ons eigen leven. Welke gedenktekens richten wij op? Misschien zijn het tastbare dingen, zoals een foto of een speciaal voorwerp, die ons herinneren aan wat God heeft gedaan. Misschien zijn het de verhalen die we aan onze kinderen vertellen of de momenten waarop we getuigen van ons geloof aan anderen. Net zoals de stenen uit de Jordaan, mogen ook onze levens een getuigenis zijn van Gods trouw en kracht. Het wonder van de Jordaan roept ons op om onze eigen gedenktekens op te richten, zodat ook toekomstige generaties zullen weten: dit is wat God heeft gedaan.
Jozua 4:8-9. Het oprichten van twee gedenktekens
In deze verzen zien we hoe de opdracht van de Heer, doorgegeven via Jozua, tot uitvoering wordt gebracht. De twaalf mannen die eerder uit de stammen van Israël zijn gekozen, voeren de instructies precies uit zoals Jozua hen heeft opgedragen. Ze halen de stenen op uit het midden van de Jordaan, precies van de plaats waar de ark van het verbond stond. Deze stenen, groot genoeg om op hun schouders te moeten worden gedragen, worden meegenomen naar het kamp waar het volk die nacht zal overnachten. Elk detail in deze handelingen lijkt zorgvuldig gekozen om de nadruk te leggen op gehoorzaamheid en symboliek.
Wat opvalt, is dat Jozua naast dit gedenkteken ook een tweede gedenkteken opricht, midden in de Jordaan. Deze stenen worden neergezet op de plek waar de priesters met de ark stonden. Hoewel de rivier na de overtocht weer zijn gewone loop zal hervatten en deze stenen onder water zullen verdwijnen, blijven ze daar als een stille getuigenis van Gods machtige ingrijpen. Dit tweede gedenkteken is niet bedoeld om zichtbaar te zijn, zoals de stenen in het kamp, maar het benadrukt een belangrijk aspect van Gods werk: zelfs als we het niet zien, is het er nog steeds. Dit maakt de handeling van Jozua tot een belangrijk geestelijk statement: Gods trouw is niet afhankelijk van zichtbaarheid.
Historisch gezien was het oprichten van gedenktekens in de oudheid een bekend gebruik. Zulke monumenten markeerden belangrijke gebeurtenissen of goddelijke interventies. Het gedenkteken in de Jordaan heeft echter een unieke betekenis door zijn verborgenheid. Het herinnert eraan dat Gods werk niet altijd direct zichtbaar is, maar dat het vertrouwen in Zijn handelen onverminderd blijft. Dit principe wordt later door Paulus verwoord: ‘We leven nu immers vanuit vertrouwen, zonder al echt te zien’ (2 Korintiërs 5:7).
De symboliek van de stenen in het kamp en die in de rivier nodigt ons uit tot reflectie. De stenen in het kamp zijn zichtbaar en bedoeld om verhalen te vertellen, vooral aan de volgende generaties. Jozua voorziet dat kinderen later zullen vragen wat deze stenen betekenen en het antwoord wijst hen op de macht van de Heer, die het water van de Jordaan tegenhield. Dit geeft de opdracht een pedagogisch karakter: het geloof moet worden doorgegeven. De stenen in de rivier daarentegen zijn een verborgen getuigenis, een herinnering dat Gods werk niet altijd direct waarneembaar is, maar net zo krachtig blijft.
Deze verzen roepen ons op om na te denken over hoe wij Gods trouw herinneren en doorgeven. Welke ‘stenen’ richten wij op in ons eigen leven? Misschien zijn het tastbare voorwerpen, zoals een dagboek waarin je Gods ingrijpen hebt beschreven, of een plek die je herinnert aan een moment van diepe ontmoeting met Hem. Misschien zijn het verhalen die je vertelt aan je kinderen of kleinkinderen, zodat ook zij leren wie God is en wat Hij kan doen.
De twee gedenktekens wijzen ook vooruit naar Jezus Christus. Net zoals de stenen een krachtige boodschap dragen, is Christus de ultieme getuige van Gods redding. Hij is de hoeksteen waarop ons geloof rust (1 Petrus 2:6-7). De uitnodiging om te herinneren en te getuigen is dus niet alleen iets van het volk Israël, maar raakt ook ons, vandaag. Hoe maken wij Gods werk zichtbaar, zelfs in een wereld waar geloof steeds meer onder druk staat? Deze verzen herinneren ons eraan dat wat God doet, blijvend is, zichtbaar of niet. Ze nodigen ons uit om Zijn trouw te vieren en die verhalen door te geven aan anderen. Want net zoals de stenen uit de Jordaan, blijft Gods werk spreken, door alle generaties heen.
Jozua 4:10-13. De voltooiing van de overtocht
In deze verzen zien we hoe het volk Israël de laatste fase van de overtocht over de Jordaan voltooit. De priesters, die de ark van het verbond dragen, blijven geduldig in het midden van de droge rivierbedding staan totdat het hele volk veilig is overgestoken. Dit is geen eenvoudige opdracht. Duizenden Israëlieten, jong en oud, trekken aan hen voorbij, terwijl zij onverstoorbaar op hun post blijven. Hun aanwezigheid in het midden van de Jordaan benadrukt dat de overtocht niet alleen een praktische aangelegenheid is, maar een geestelijke daad. De ark vertegenwoordigt Gods aanwezigheid en zolang de priesters daar staan, blijft de weg door de rivier veilig.
De tekst legt de nadruk op gehoorzaamheid: het volk handelt ‘in overeenstemming met wat Mozes Jozua had opgedragen’. Dit detail onderstreept de continuïteit in het leiderschap van Israël. Mozes was de dienaar van de Heer die hen door de woestijn leidde; Jozua zet dat werk voort in het beloofde land. Door trouw te blijven aan de instructies van Mozes, toont Jozua zich een betrouwbare leider. Dit versterkt niet alleen zijn positie, maar het vergroot ook het vertrouwen van het volk in Gods leiding. Hier zien we een belangrijk bijbels principe: leiderschap is niet gebaseerd op persoonlijke ambitie, maar op gehoorzaamheid aan God.
Een bijzonder element in deze verzen is de vermelding van de stammen Ruben, Gad en de halve stam Manasse. Hoewel zij hun erfdeel al hadden ontvangen aan de oostkant van de Jordaan, trekken hun strijders gewapend voor het volk uit, zoals ze eerder hadden beloofd (Numeri 32:20-22). Dit getuigt van hun trouw aan de afspraken die ze met Mozes en de rest van Israël hebben gemaakt. Hun aanwezigheid is een krachtig symbool van eenheid binnen het volk, ondanks de geografische scheiding. Het laat zien dat de verovering van het beloofde land een gezamenlijke opdracht is, waarin elke stam zijn rol moet vervullen.
De vermelding van veertigduizend gewapende mannen onderstreept de voorbereiding en vastberadenheid van Israël. Dit detail benadrukt de menselijke verantwoordelijkheid binnen Gods plan. Hoewel de Heer wonderen verricht, zoals het scheiden van de Jordaan, vraagt Hij van Zijn volk dat ze zelf ook actie ondernemen. Dit roept de vraag op: hoe vaak wachten wij passief op God, terwijl Hij ons juist uitnodigt om samen met Hem te werken?
De symboliek van de priesters die in het midden van de rivier blijven staan, wijst vooruit naar Christus. Net zoals zij letterlijk het gewicht van de ark dragen en het volk de veiligheid bieden om over te steken, draagt Jezus het gewicht van onze zonden en baant Hij een weg door onze grootste uitdagingen. Zijn aanwezigheid in het midden van ons leven geeft ons de zekerheid dat we veilig kunnen oversteken, zelfs door diepe wateren.
Deze verzen herinneren ons eraan dat het leven vaak vol overgangen zit. Misschien sta je zelf op een kruispunt in je leven: een nieuwe baan, een verhuizing of een moeilijke beslissing. Hoe ga je daarmee om? Durf je te vertrouwen op Gods leiding, zelfs als de weg niet meteen duidelijk is? En hoe draag jij bij aan de eenheid van de gemeenschap, net zoals de stammen Ruben, Gad en Manasse dat deden? Deze tekst nodigt ons uit om na te denken over onze eigen rol in Gods plan en om actief deel te nemen aan Zijn werk.
De overtocht van de Jordaan is meer dan een historisch verslag. Het is een getuigenis van Gods trouw, een uitnodiging tot vertrouwen en een oproep tot gehoorzaamheid. Net zoals Israël toentertijd samenwerkte om het beloofde land in bezit te nemen, worden ook wij vandaag uitgedaagd om in eenheid en afhankelijkheid van God te leven. Dit verhaal is een herinnering dat de Heer altijd met ons meegaat, of we nu voor, middenin of na de oversteek staan.
Jozua 4:14. Jozua’s verhoging door de Heer
Dit vers markeert een belangrijk moment in de geschiedenis van Israël en in het leiderschap van Jozua. De tekst zegt: ‘Op die dag verhoogde de Heer het aanzien van Jozua bij de Israëlieten, zodat ze zijn leven lang ontzag voor hem hadden, zoals ze ook voor Mozes hadden gehad.’ Dit vers vormt een bevestiging van Jozua’s roeping en versterkt zijn positie als leider van Israël. De verhoging van Jozua komt niet voort uit menselijke ambitie of manipulatie, maar is een daad van God zelf. De Heer plaatst Jozua in een positie van gezag en eer, waardoor het volk hem met respect en vertrouwen kan volgen.
Deze verhoging vindt plaats in de context van een groot wonder: de overtocht van de Jordaan. Het volk heeft met eigen ogen gezien hoe Jozua nauwgezet de instructies van de Heer opvolgde en hoe God Zijn macht toonde door het water van de Jordaan te laten wijken. Dit wonder bevestigt niet alleen Gods aanwezigheid onder Zijn volk, maar ook Jozua’s rol als Zijn door God aangestelde dienaar. De vergelijking met Mozes is opvallend. Net zoals Mozes het volk door de Rietzee leidde, leidt Jozua hen nu door de Jordaan. Deze parallel benadrukt dat God dezelfde blijft, ondanks de wisseling van menselijke leiders.
Het woord ‘verhoogde’ in dit vers is veelzeggend. In het Hebreeuws draagt dit woord de betekenis van verheffen of opheffen en het wordt vaak gebruikt in een context van goddelijke bekrachtiging. Jozua wordt niet zomaar gerespecteerd; hij wordt door de Heer op een positie geplaatst die het volk herkent als door God gewild. Dit respect, dat zich vertaalt in ontzag, is essentieel voor de eenheid en het vertrouwen binnen het volk. Het volk weet dat ze op hun leider kunnen bouwen, omdat hij door God is aangesteld.
De historische context van deze gebeurtenis laat zien hoe belangrijk leiderschap was voor een volk dat voortdurend onderweg was en geconfronteerd werd met nieuwe uitdagingen. Israël bevond zich in een overgangsperiode: de tijd van de woestijn was voorbij, maar de verovering van het beloofde land stond nog voor de deur. In zo’n periode is sterke en betrouwbare leiding cruciaal. Door Jozua op deze manier te bevestigen, geeft God het volk de zekerheid die ze nodig hebben om de uitdagingen van het beloofde land aan te gaan.
Dit moment wijst ook vooruit naar Jezus Christus, de ultieme Leidsman en Verlosser. Net zoals Jozua door de Heer werd verhoogd om het volk naar het beloofde land te leiden, werd Jezus door de Vader verhoogd als onze Redder en Koning. Filippenzen 2:9-11 beschrijft hoe God Jezus heeft verhoogd en Hem een naam heeft gegeven die boven alle namen is. Deze verbinding tussen Jozua en Jezus laat zien hoe Gods plan van verlossing door de hele Bijbel heen consistent is. Jozua is een voorafschaduwing van Christus, die ons voorgaat naar het eeuwige beloofde land.
De verhoging van Jozua roept ons op om na te denken over hoe wij omgaan met leiderschap in ons eigen leven. Wie of wat verheffen wij in ons hart? Vaak kijken we naar charisma, succes of invloed, maar deze tekst herinnert ons eraan dat ware grootheid voortkomt uit gehoorzaamheid aan God. Jozua’s leiderschap werd gekenmerkt door dienstbaarheid en trouw aan Gods opdracht. Dit zet ons aan het denken: hoe ondersteunen wij degenen die door God zijn geroepen om te leiden? En hoe volgen wij zelf Gods roeping in ons dagelijks leven?
Dit vers laat ons zien dat God trouw blijft in Zijn voorziening van leiderschap. Hij verhoogt degenen die Hij heeft geroepen, niet voor hun eigen glorie, maar om Zijn plan uit te voeren en Zijn volk te leiden. Dit vers nodigt ons uit om vertrouwen te hebben in Gods leiding, zelfs wanneer menselijke leiders veranderen. Uiteindelijk wijst alles in dit vers naar degene die de ultieme Leidsman is: Jezus Christus, onze verhoogde Koning. Hij roept ons uit om Hem te volgen, vol vertrouwen en ontzag, door de uitdagingen en overgangen van het leven heen.
Jozua 4:15-18. Het herstel van de Jordaan
In deze verzen lezen we hoe de overtocht van de Jordaan tot een voltooiing komt. De Heer spreekt opnieuw tot Jozua en draagt hem op om de priesters, die met de ark van het verbond in het midden van de rivier staan, te bevelen om de Jordaan te verlaten. Het is een eenvoudig bevel, maar vol betekenis. Alles wat er gebeurt, van het betreden van de Jordaan tot het verlaten ervan, wordt geleid door Gods directe instructies. Dit benadrukt dat het wonder niet het resultaat is van menselijk initiatief, maar volledig afhankelijk is van Gods hand.
De priesters, die al die tijd standvastig in het midden van de droge rivierbedding hebben gestaan, gehoorzamen onmiddellijk. Zodra hun voeten de oever raken, keert het water terug naar zijn normale loop en overstroomt de rivier opnieuw, zoals gebruikelijk in het voorjaar. Dit detail laat zien dat Gods macht over de natuur absoluut is. Het water was niet willekeurig gestopt; het gehoorzaamde aan Zijn bevel. Het directe terugkeren van het water versterkt de boodschap dat dit een goddelijk wonder was, geen toevallig natuurverschijnsel.
De rol van de priesters is cruciaal. Zij blijven met de ark in het midden van de rivier staan totdat iedereen veilig is overgestoken. Dit beeld laat zien dat God niet alleen de weg opent, maar ook aanwezig blijft totdat Zijn volk volledig veilig is. De ark van het verbond, die Gods aanwezigheid symboliseert, staat letterlijk en figuurlijk in het midden van de situatie. Dit herinnert ons eraan dat God onze beschermende kracht is, zowel in de crisis als tijdens de overgang naar een nieuwe fase.
Het moment waarop de Jordaan weer overstroomt, is een krachtig symbool. Het markeert een duidelijke overgang: het volk kan niet meer terugkeren naar de woestijn. Ze hebben nu een onomkeerbare stap gezet richting het beloofde land. Dit benadrukt dat Gods werk hen vooruit leidt en hen uitdaagt om volledig op Hem te vertrouwen, ook wanneer de weg terug wordt afgesloten. In ons eigen leven komen we ook momenten tegen waarin God ons vraagt om vooruit te gaan en niet achterom te kijken. Hoe reageren wij wanneer de zekerheid van het oude wordt vervangen door het onbekende van het nieuwe?
Historisch gezien is dit een beslissend moment voor Israël. De overtocht door de Jordaan herinnert aan de eerdere redding bij de Rietzee (Exodus 14), maar met een verschil: waar God bij de Rietzee de vijand vernietigde, leidt Hij hier Zijn volk naar hun bestemming. Dit benadrukt dat Gods reddingswerk niet alleen gaat over bevrijding, maar ook over het brengen naar een nieuw begin. De overgang van woestijn naar beloofd land is niet alleen geografisch, maar ook geestelijk. Het volk wordt uitgenodigd om een nieuw leven te beginnen, gebaseerd op Gods beloften en trouw.
In deze gebeurtenis zien we ook een vooruitwijzing naar Christus. Net zoals de ark in het midden van de Jordaan bleef staan totdat het volk veilig was, blijft Jezus in het midden van onze levensstormen staan en baant Hij een weg naar redding. Zijn kruis, dat zowel lijden als overwinning symboliseert, herinnert ons eraan dat Hij ons draagt en beschermt totdat we veilig aan de overkant zijn. Deze tekst nodigt ons uit om te reflecteren: vertrouwen wij op Zijn aanwezigheid, zelfs wanneer we oversteken door de ‘rivieren’ van ons leven?
Deze verzen laten ons zien dat God niet alleen grote wonderen doet, maar ook aanwezig blijft in de overgangsmomenten van het leven. Hij opent de weg, blijft in ons midden en leidt ons veilig naar een nieuwe toekomst. Dit verhaal roept ons op om vertrouwen te hebben, om niet om te kijken naar wat achter ons ligt, maar om vooruit te zien naar de beloften die voor ons liggen. Net zoals Israël uitgedaagd werd om te wandelen in geloof, worden wij geroepen om met vertrouwen vooruit te gaan, wetend dat Hij, net als bij de Jordaan, onze weg baant.
Jozua 4:19-20. Het oprichten van de stenen in Gilgal
In deze verzen lezen we hoe het volk Israël zijn eerste stappen in het beloofde land zet. Het volk bereikt de overkant van de Jordaan op de tiende dag van de eerste maand en slaat zijn kamp op in Gilgal, ten oosten van Jericho. Op deze plek richt Jozua de twaalf stenen op die uit het midden van de Jordaan waren meegenomen. Dit moment markeert een nieuw begin: het volk betreedt niet alleen fysiek een nieuw land, maar maakt ook een geestelijke overgang naar een leven van vervulde belofte en toewijding aan de Heer.
De vermelding van de tiende dag van de eerste maand is niet zomaar een detail, maar een bewuste verwijzing naar de uittocht uit Egypte. Precies veertig jaar eerder begon het volk op deze dag met de voorbereidingen voor het Pascha, het feest dat hun bevrijding uit slavernij markeert (Exodus 12:3). Hier, op dezelfde datum, bevestigt God opnieuw Zijn trouw door hen het beloofde land binnen te leiden. Deze verbinding tussen uittocht en intrede laat zien dat Gods verlossingsplan een doorlopend proces is. Hij bevrijdt niet alleen, maar brengt Zijn volk ook naar de bestemming die Hij voor hen heeft bereid.
De keuze voor Gilgal als kampplaats is eveneens symbolisch. Gilgal wordt een plaats van diepe geestelijke betekenis. Hier vindt later de besnijdenis plaats (Jozua 5:2-9) en wordt het Pascha gevierd (Jozua 5:10-12). De naam ‘Gilgal’ betekent waarschijnlijk ‘rol’ of ‘kring van stenen’ en verwijst naar de oprichting van het gedenkteken, maar ook naar het afrollen van de smaad van Egypte (Jozua 5:9). Deze plek wordt een centrum van vernieuwing, waar het volk zijn verbond met de Heer hernieuwt en zich voorbereidt op de uitdagingen die voor hen liggen.
Het oprichten van de twaalf stenen is een krachtig symbool. Elke steen vertegenwoordigt een van de twaalf stammen van Israël, wat de eenheid van het volk benadrukt. De stenen, afkomstig uit de bedding van de Jordaan, getuigen van Gods macht en trouw. Ze herinneren het volk eraan dat de Heer niet alleen hun bevrijder is, maar ook degene die hen leidt en beschermt. Tegelijkertijd dienen de stenen als een visueel gedenkteken voor toekomstige generaties. Dit herhalende thema van herinnering komt vaak terug in de Bijbel, zoals bij het Pascha (Exodus 12:24-27) en de steen die Jakob oprichtte in Betel (Genesis 28:18-22).
De overtocht en het oprichten van het gedenkteken wijzen ook vooruit naar Christus. Net zoals de twaalf stenen getuigen van Gods reddingswerk, wordt Jezus zelf het ultieme gedenkteken van Gods trouw. Hij is de hoeksteen (1 Petrus 2:6), de basis waarop het geloof is gebouwd. Zijn leven, dood en opstanding vormen de herinnering aan Gods ultieme verlossing, niet alleen voor Israël, maar voor de hele wereld. De intrede van Israël in het beloofde land is een voorafschaduwing van de toegang tot Gods Koninkrijk, mogelijk gemaakt door Christus.
Deze verzen roepen ons op om na te denken over hoe wij Gods daden in ons eigen leven herinneren en doorgeven. Welke ‘stenen’ richten wij op om onszelf en anderen eraan te herinneren wat Hij heeft gedaan? Misschien zijn dat rituelen, verhalen of plekken die ons opnieuw verbinden met Zijn trouw. Net zoals Israël in Gilgal een gedenkteken oprichtte, worden wij uitgenodigd om herinneringen te creëren die Gods grootheid zichtbaar maken, zowel voor onszelf als voor toekomstige generaties. Dit verhaal daagt ons uit om stil te staan bij hoe we onze eigen momenten van geloof vastleggen en delen, zodat Zijn werk nooit vergeten wordt.
Jozua 4:21-24. Het getuigenis van de gedenkstenen
In deze verzen richt Jozua zich tot het volk en benadrukt hij de diepere betekenis van de twaalf stenen die in Gilgal zijn opgericht. Hij roept het volk op om deze stenen te zien als een blijvende herinnering aan het wonder van de Jordaanovertocht. Jozua anticipeert op een toekomstig moment waarop kinderen zullen vragen: ‘Wat betekenen deze stenen?’ Deze vraag is een uitnodiging tot geloofsoverdracht. Het gedenkteken dient niet alleen om het verleden te herinneren, maar ook om toekomstige generaties te verbinden met Gods grote daden.
De interactie tussen Jozua en het volk laat zien hoe belangrijk het is om geloof levend te houden door verhalen. In de Joodse traditie, waarin mondelinge overdracht centraal staat, spelen vragen van kinderen een cruciale rol in het doorgeven van geloof. Dit wordt ook duidelijk bij het Pascha (Exodus 12:26-27), waar de vraag van kinderen leidt tot het vertellen van het bevrijdingsverhaal. Hier, bij de Jordaan, zien we hetzelfde principe: herinneren en doorgeven. De stenen worden niet alleen een herinnering voor degenen die het wonder hebben meegemaakt, maar ook een symbool van Goddelijke trouw voor generaties die het wonder niet zelf hebben gezien.
Jozua benadrukt dat het water van de Jordaan werd afgesneden toen de ark van het verbond de rivier binnenging. Dit wijst op Gods kracht en Zijn directe aanwezigheid bij het volk. De ark, die symbool staat voor Zijn aanwezigheid, maakt de weg vrij waar die onmogelijk leek. Dit beeld roept ons op om stil te staan bij hoe Gods aanwezigheid in ons eigen leven barrières kan overwinnen, zelfs wanneer situaties hopeloos lijken.
Het gedenkteken heeft niet alleen betekenis voor Israël, maar reikt verder dan de grenzen van het volk. Jozua verklaart dat alle volken op aarde zullen weten hoe machtig de Heer is. Dit universele perspectief plaatst Gods werk binnen een groter plan. De Jordaanovertocht is niet alleen een nationaal wonder; het is een getuigenis van Gods macht voor de hele wereld. Dit thema keert later terug in Jesaja 49:6, waar Israël wordt beschreven als een licht voor de volken. Gods werk in Israël dient als een uitnodiging aan alle mensen om Hem te erkennen.
De verzen sluiten af met een oproep tot ontzag voor de Heer. Dit ontzag, dat verder gaat dan angst, omvat eerbied, vertrouwen en toewijding. Het is een reactie op Gods machtige daden en Zijn karakter. De herinnering aan de Jordaanovertocht is bedoeld om dit ontzag levend te houden. Dit sluit aan bij Spreuken 1:7, waar ontzag voor de Heer het begin van wijsheid wordt genoemd.
De vooruitwijzing naar Christus is duidelijk in de symboliek van deze verzen. Net zoals de stenen de Israëlieten herinneren aan Gods redding, is Jezus zelf het ultieme gedenkteken van Gods trouw en verlossing. Zijn kruis, dat zowel lijden als overwinning symboliseert, roept ons op om Gods reddingswerk in gedachten te houden en er getuigen van te zijn. Net zoals de Jordaan de grens markeerde tussen woestijn en beloofd land, opent Christus de weg van dood naar eeuwig leven. Dit benadrukt de continuïteit van Gods reddingsplan door de hele Bijbel heen.
Deze tekst daagt ons uit om te reflecteren op de manieren waarop wij Gods daden herinneren en doorgeven. Wat zijn de ‘stenen’ in ons leven die ons herinneren aan Zijn trouw? Hoe zorgen wij ervoor dat de volgende generatie deze verhalen leert kennen? Misschien zijn het rituelen, symbolen of persoonlijke verhalen die ons geloof levend houden. Net zoals de Israëlieten in Gilgal een gedenkteken oprichtten, worden ook wij uitgenodigd om herinneringen te creëren en door te geven, zodat Gods trouw zichtbaar blijft, niet alleen voor onszelf, maar ook voor de generaties die na ons komen. Dit verhaal nodigt ons uit om deel te nemen aan Gods grote verhaal en Zijn trouw te verkondigen aan alle volken.
Kernboodschap
De kernboodschap van Jozua 4:1-24 is: ware herinnering vraagt om meer dan onthouden; het roept op tot actie, tot het oprichten van gedenktekens die niet alleen Gods trouw vieren, maar ook generaties inspireren om Zijn grootheid te erkennen en Zijn verhaal voort te zetten.
De kern van dit bijbelgedeelte draait om het oprichten van gedenktekens die herinneren aan Gods machtige daden en uitnodigen tot actie en doorleving. In het bijbelgedeelte zien we hoe het volk Israël opdracht krijgt om twaalf stenen uit de Jordaan te halen, symbolen van Gods ingrijpen toen de rivier opdroogde. Deze stenen worden neergelegd in Gilgal, waar ze niet alleen een tastbare herinnering zijn aan het wonder, maar ook een getuigenis voor toekomstige generaties. Het gaat niet alleen om het vastleggen van een gebeurtenis, maar om het verankeren van de diepere betekenis daarvan in het collectieve geheugen van het volk.
De tekst benadrukt dat herinnering een actief proces is. Het volk wordt opgeroepen om verhalen te vertellen, kinderen te onderwijzen en het wonder dat ze hebben meegemaakt door te geven. Het is opmerkelijk dat dit niet alleen een interne boodschap is, gericht op Israël, maar ook een externe: de gedenktekens zijn bedoeld om aan alle volken te laten zien hoe machtig de Heer is. Het bijbelgedeelte laat zien dat herinnering niet statisch is. Het is niet genoeg om te weten dat God iets groots heeft gedaan; die wetenschap moet worden omgezet in actie, aanbidding en doorleving.
Voor ons vandaag betekent deze boodschap dat herinnering geen passieve bezigheid is, zoals simpelweg terugdenken aan het verleden. Het vraagt van ons dat we stilstaan bij wat God in ons leven en in de wereld heeft gedaan, maar ook dat we die herinnering levend houden. Dit kan door verhalen te delen, rituelen in te voeren of momenten van reflectie te creëren. In een wereld waar we vaak overspoeld worden door het hier en nu, is de oproep om bewust stil te staan bij Gods daden een tegenbeweging. Het nodigt ons uit om te vertragen, te kijken naar wat er al is gedaan en te beseffen dat we deel uitmaken van een groter verhaal.
Het bijbelgedeelte daagt ons ook uit om na te denken over wat we doorgeven aan de generaties na ons. Wat vertellen wij onze kinderen en kleinkinderen over de momenten dat God ons heeft gedragen, geleid of ingegrepen? Welke gedenktekens bouwen wij op in ons dagelijks leven om onze eigen herinneringen en die van anderen te versterken? Het vraagt een bewuste keuze om niet alleen te herinneren, maar ook te handelen vanuit die herinnering.
Daarnaast raakt het thema van herinnering aan de vraag hoe wij ons geloof delen met anderen. De stenen in Gilgal waren zichtbaar voor iedereen die langskwam. Ze riepen niet alleen vragen op bij kinderen, maar maakten ook indruk op vreemdelingen. Het bijbelgedeelte laat zien dat de trouw van God iets is dat gedeeld mag worden, niet uit verplichting, maar uit vreugde en verwondering. Het is een uitnodiging om onze herinneringen aan Gods werk niet voor onszelf te houden, maar ze in te zetten als getuigenis.
Kortom, de boodschap van dit bijbelgedeelte is diep relevant voor ons. Het leert ons dat herinneren meer is dan terugkijken; het is een actieve levenshouding die ons aanmoedigt om Gods trouw zichtbaar te maken, Zijn verhaal te delen en generaties na ons te inspireren om hetzelfde te doen. Het is een oproep om niet te vergeten, maar om te gedenken en dat gedenken om te zetten in leven, delen en doorgeven.
Theologische reflectie
Deze theologische reflectie over Jozua 4:1-24 is bedoeld om de diepere spirituele, theologische en praktische betekenis van dit bijbelgedeelte te verkennen. Het helpt ons niet alleen beter te begrijpen wat God door deze tekst openbaart, maar ook wat het betekent voor ons geloofsleven vandaag. We staan stil bij Gods karakter, de verwijzing naar Christus en de relevantie van dit bijbelgedeelte voor ons persoonlijk leven en ons grotere geloofsverhaal.
Het karakter van God
In dit bijbelgedeelte openbaart God zich als een God die trouw is aan Zijn beloften. Hij heeft Israël uit Egypte geleid en brengt hen nu in het beloofde land, precies zoals Hij had beloofd aan Abraham, Isaak en Jakob (Genesis 12:7). De overtocht door de Jordaan laat zien dat God niet alleen Zijn beloften doet, maar ze ook vervult. Zijn betrokkenheid blijkt uit het feit dat Hij niet op afstand blijft, maar aanwezig is in de ark van het verbond, symbool van Zijn directe aanwezigheid te midden van het volk. Dit karakter van God is niet veranderd. Ook vandaag blijft Hij trouw aan Zijn beloften en dichtbij degenen die op Hem vertrouwen.
Het wonder van het opdrogen van de Jordaan getuigt van Gods soevereiniteit over de schepping. Waar de rivier een onoverkomelijk obstakel leek, baant God een weg. Dit weerspiegelt Zijn absolute macht en controle, niet alleen over natuurlijke elementen, maar ook over de richting van onze levens. Het roept op tot ontzag, maar ook tot vertrouwen: wat voor ons onmogelijk lijkt, is voor God een middel om Zijn plan uit te voeren.
God toont hier ook Zijn liefdevolle zorg door een gedenkteken op te richten dat toekomstige generaties kan onderwijzen. Hij begrijpt dat mensen geneigd zijn te vergeten en voorziet daarom in een tastbaar middel om herinnering en geloof levend te houden. Dit toont dat Zijn liefde niet alleen voor het moment is, maar ook generaties overstijgt. Zijn verlangen is dat iedereen, van de jongste tot de oudste, Zijn grootheid erkent en Zijn naam eert.
De verwijzing naar Christus
De ark van het verbond, die het volk veilig door de Jordaan leidt, is een duidelijke voorafschaduwing van Jezus Christus. Net zoals de ark de aanwezigheid van God vertegenwoordigde en het volk de weg wees naar het beloofde land, is Jezus ‘de weg, de waarheid en het leven’ (Johannes 14:6). Hij is de middelaar tussen God en mensen en opent de weg naar het eeuwige Koninkrijk van God.
De twaalf stenen, die elk een stam van Israël vertegenwoordigen, wijzen vooruit naar Christus als de hoeksteen van ons geloof (1 Petrus 2:6-7). Waar deze stenen een herinnering zijn aan Gods machtige daden, wordt Christus zelf het ultieme gedenkteken van Gods reddingswerk. Zijn kruis en opstanding zijn de blijvende getuigen van de weg die God voor ons baande, niet door water, maar door de dood heen.
De stenen in Gilgal dienen als een getuigenis, niet alleen voor Israël, maar voor alle volken. Dit universele perspectief vindt zijn vervulling in Christus, die Zijn discipelen opdraagt om alle volken tot Zijn discipelen te maken (Matteüs 28:19). Net zoals de stenen verhalen oproepen, roept Jezus ons op om ons leven als getuigenis in te richten, zodat anderen Hem door ons heen leren kennen.
Relevantie voor ons geloofsleven
Dit bijbelgedeelte benadrukt dat herinneren niet passief is, maar een actieve praktijk die ons verbindt met God en ons geloof versterkt. In onze snelle, digitale wereld is het gemakkelijk om stil te staan bij het moment, zonder te reflecteren op wat God al heeft gedaan. Dit verhaal herinnert ons eraan om momenten van Gods ingrijpen bewust te markeren en te delen, of dat nu is door dagboeken, gebeden, of gesprekken met anderen.
De gedenkstenen roepen op tot het doorgeven van geloof aan toekomstige generaties. Dit kan in kleine dingen zitten: verhalen die we vertellen aan onze kinderen, gewoonten zoals samen bidden of zelfs het zichtbaar maken van geloof in de manier waarop we leven. Wat wij vandaag doen, vormt het gedenkteken van Gods werk voor morgen.
De stenen benadrukken de eenheid van het volk Israël, met elke stam vertegenwoordigd. Ook in ons geloofsleven worden we opgeroepen om samen met anderen te geloven en te getuigen. Hoewel veel mensen niet meer naar de kerk gaan, blijft het belangrijk om verbinding te zoeken met anderen in het geloof, of dat nu in kleine groepen, gezinnen of vriendschappen is.
Verband met andere bijbelteksten
Jozua 4:1-24 sluit aan bij Exodus 14, waar God Israël door de Rietzee leidt. Beide gebeurtenissen laten zien hoe God barrières overwint en Zijn volk naar een nieuw begin leidt. Ze vormen een thema van bevrijding en beloften die door de hele Bijbel heen zichtbaar zijn.
De oproep dat alle volken Gods macht moeten kennen, sluit aan bij Jesaja 49:6, waar Israël wordt geroepen om een licht voor de volken te zijn. Dit thema van universeel getuigenis komt uiteindelijk tot vervulling in Christus en de Grote Opdracht in Matteüs 28.
Net zoals de stenen dienen als een herinnering aan Gods trouw, roept het Pascha het volk op om jaarlijks terug te kijken op Gods bevrijding uit Egypte (Exodus 12:26-27). Beide gedenktekens verbinden de daad van God met een blijvende geestelijke praktijk.
Andere relevante theologische thema’s
Een belangrijk thema in Jozua 4:1-24 is getuigenis en discipelschap. De gedenkstenen benadrukken dat geloof niet alleen een persoonlijke zaak is, maar iets dat zichtbaar en gedeeld moet worden. Dit roept ons op om discipelen te zijn die niet alleen herinneren, maar ook getuigen. Dit thema raakt aan de vraag hoe wij in ons dagelijks leven Gods werk zichtbaar maken.
Een ander thema in dit bijbelgedeelte is Gods plan van redding. Jozua 4:1-24 laat zien dat Gods plan niet alleen gaat over individuele redding, maar over de vervulling van Zijn belofte aan een gemeenschap. Het volk Israël wordt gered en geleid naar een plaats waar zij God kunnen aanbidden en dienen. Dit patroon wordt uiteindelijk volledig zichtbaar in Christus, die niet alleen Israël, maar de hele wereld verlost.
Een laatste thema in dit bijbelgedeelte is de rol van herinnering in het geloof. Herinnering is een centrale praktijk in de Bijbel. Het herinnert ons eraan dat God niet alleen in het verleden heeft gehandeld, maar dat Zijn daden blijvend relevant zijn. Dit roept ons op tot actieve dankbaarheid en reflectie, waardoor ons geloof wordt versterkt.
Jozua 4:1-24 daagt ons uit om na te denken over hoe wij herinneren, getuigen en geloven. Het laat zien dat Gods werk niet ophoudt, maar doorgegeven wordt, van generatie op generatie. Het roept ons op om te reflecteren: welke gedenktekens richten wij op in ons leven? Hoe zorgen wij ervoor dat Gods verhaal zichtbaar blijft, niet alleen voor onszelf, maar ook voor de mensen om ons heen? Dit bijbelgedeelte nodigt ons uit om deel te nemen aan Gods grotere verhaal, een verhaal dat begint bij herinnering en uitloopt op actie en getuigenis.
Praktische toepassing
Het bijbelgedeelte roept ons op om herinneringen aan Gods trouw actief te koesteren en door te geven. Dit vraagt om meer dan terugdenken: het vraagt om creatieve en bewuste acties die Gods werk in ons leven zichtbaar maken. Hierna volgen vier concrete, uitdagende richtlijnen die je in je dagelijks leven kunt toepassen.
- Creëer je eigen ‘gedenktekens’ die zichtbaar zijn voor jezelf en anderen.
Zet iets tastbaars op in je huis, tuin of zelfs op je werkplek dat je herinnert aan Gods trouw. Dit kan een steen met een inscriptie zijn, een fotocollage van momenten waarop je Gods leiding hebt ervaren of een hoek in je huis waar je stil kunt worden en nadenken over Zijn werk in je leven. Denk aan een creatieve, persoonlijke invulling. Gedenktekens in Jozua 4:1-24 hadden niet alleen een symbolische waarde; ze waren fysieke herinneringen die gesprekken op gang brachten en verhalen levend hielden. Als je bijvoorbeeld een steen of object in je woonkamer plaatst, kan het ook een opening zijn voor gesprekken met vrienden of familieleden. Het maakt jouw geloof zichtbaar en tastbaar.
- Vertel je persoonlijke geloofsverhaal aan iemand die het niet kent.
Neem een moment om aan een vriend, collega of familielid te delen hoe God in je leven heeft gewerkt. Dit hoeft niet als ‘preken’ te voelen, maar kan eenvoudig beginnen met een verhaal over een moment van hulp, leiding of genade dat je hebt ervaren. Leg de focus op het vertellen van jouw verhaal, niet op overtuigen. Net zoals de gedenkstenen vragen oproepen, kunnen onze verhalen mensen aan het denken zetten. Voor veel mensen die het geloof achter zich hebben gelaten, kan het delen van persoonlijke ervaringen een manier zijn om geloof opnieuw vorm te geven. Het herinnert je eraan dat jouw geloof een impact kan hebben op anderen, zelfs zonder kerkstructuren.
- Markeer momenten van geloof in je dagelijks leven met symbolische handelingen.
Bijvoorbeeld: als je wandelt of fietst en een moment van dankbaarheid ervaart, pak een steen of klein object op en neem het mee als herinnering. Leg het op een speciale plek in je huis. Of schrijf tijdens gebed je dankbaarheid op een kaartje en verzamel die in een pot. Symbolische handelingen helpen ons om God in het dagelijks leven te betrekken. Het opdrogen van de Jordaan was een groots wonder, maar ook in kleinere momenten kan God Zijn trouw laten zien. Door bewust een fysiek element toe te voegen, geef je betekenis aan wat je meemaakt en bouw je een persoonlijke ‘Jordaan’ van herinneringen.
- Maak een jaarlijkse traditie om God te danken voor Zijn werk in je leven.
Plan elk jaar een specifiek moment, bijvoorbeeld rond je verjaardag, om terug te kijken op hoe God je dat jaar heeft geleid. Dit kan door middel van een wandeling, het opschrijven van zegeningen in een dagboek of het creëren van een kunstwerk. Je kunt dit alleen doen, met je gezin of met een vriend. God gaf Israël de opdracht om de verhalen van Zijn daden door te geven aan toekomstige generaties. Door jaarlijks bewust stil te staan bij Gods trouw, verbind je jezelf met die traditie. Deze oefening versterkt niet alleen je eigen geloof, maar geeft ook richting aan hoe je je leven wilt leven in het licht van Zijn genade. Het kan een bijzonder moment zijn van rust en reflectie.
Deze richtlijnen zijn meer dan praktische stappen; ze dagen ons uit om God op nieuwe manieren te betrekken bij ons leven. Of je nu verbonden bent aan een geloofsgemeenschap of je geloof individueel beleeft, dit soort acties kan je helpen om de kernboodschap van Jozua 4:1-24 om te zetten in een levend en tastbaar geloof. Het zijn manieren om te gedenken, te getuigen en anderen uit te nodigen in Gods grotere verhaal.
Afsluiting
Laten we nog even terugkeren naar de inleiding. De scheve eik op de Veluwe bleef een bijzondere plek voor Sophie en haar gezin. Maar dit jaar, tijdens hun wandeling, gebeurde er iets nieuws. Terwijl ze samen onder de oude boom stonden, vroeg Nora plotseling: ‘Mama, kunnen we deze keer ook ons eigen verhaal maken? Misschien kunnen we een tekening maken van de boom en erbij schrijven wat het ons doet denken aan God?’ Sophie keek naar haar dochter en glimlachte. Het was alsof ze zag hoe een nieuwe generatie het stokje overnam. De boom was niet alleen meer haar herinnering; het werd nu een verhaal dat samen geschreven werd. Een tastbaar bewijs dat het doorgeven van geloof en vertrouwen niet alleen in woorden gebeurt, maar in daden, rituelen en momenten van verbinding.
Die oude boom, net als de gedenkstenen van Israël, was niet heilig op zichzelf. Wat hem waarde gaf, was het verhaal dat eraan verbonden was. De stenen bij de Jordaan waren een tastbare herinnering aan Gods trouw en een uitnodiging aan toekomstige generaties om te blijven vertrouwen op Zijn kracht. Net zoals Sophie een traditie met haar kinderen opbouwde, worden ook wij geroepen om te bedenken hoe we in ons eigen leven zulke verhalen kunnen laten voortleven.
Gods trouw stopt nooit. Hij is dezelfde God die Israël veilig door de Jordaan leidde en Hij is dezelfde God die ook in jouw leven wegen baant, zelfs als het onoverkomelijk lijkt. Zijn werk is niet beperkt tot het verleden; Hij is hier, nu, en Hij nodigt ons uit om deel te nemen aan Zijn grote verhaal. Vergeet niet dat herinneren een actieve daad is: een oproep om te vieren wat God heeft gedaan, en om die vreugde door te geven aan anderen.
Zoals Psalm 145:4 zegt: ‘Laat geslacht na geslacht uw schepping bezingen, uw machtige daden verkondigen.’ Laat die woorden een bemoediging zijn. Of je nu een oude traditie voortzet, een nieuwe begint of simpelweg iemand vertelt wat God in jouw leven heeft gedaan, je geeft daarmee geloof door dat blijft spreken.
Ga deze week met de zekerheid dat Gods trouw nooit wankelt. Laat je inspireren om tastbare momenten te creëren die jou en anderen herinneren aan Zijn grootheid. Vertrouw erop dat Hij met je meegaat, dat Zijn hand je leidt en dat Zijn verhalen door jouw leven heen zichtbaar mogen worden. Zoals de stenen in Gilgal spraken van Gods macht en genade, zo mogen ook jouw herinneringen en getuigenissen een krachtig getuigenis zijn, voor jezelf en voor anderen.
Reflectievragen
- Hoe herinner jij jezelf aan momenten waarop God trouw of krachtig in jouw leven heeft ingegrepen?
- Wat zijn de ‘gedenktekens’ in jouw leven die je helpen om stil te staan bij wat God heeft gedaan en hoe zou je nieuwe kunnen creëren?
- Hoe vertel jij aan anderen, bijvoorbeeld vrienden of familie, over wat God in jouw leven heeft gedaan?
- Welke obstakels in jouw leven lijken op de Jordaan en hoe kun je vertrouwen dat God een weg zal banen, zelfs als je die nu nog niet ziet?
- Hoe kun jij, op jouw unieke manier, bijdragen aan het doorgeven van geloof en hoop aan anderen, zelfs buiten de traditionele kerk om?
Copyrights Marjolein Gommers
Reactie plaatsen
Reacties