Genezing in het bad van Betzata (Johannes 5:1-18)

Inleiding

Martijn (54) zat in zijn stoel bij het raam, met zijn blik op de tuin gericht. De regen tikte zachtjes tegen het raam, maar hij hoorde het nauwelijks. Alles deed pijn. Zijn spieren waren al jaren verzwakt door een progressieve spierziekte en zelfs de kleinste beweging voelde als een loodzware inspanning. Eens was hij de sterkste man in de familie, degene die zonder moeite een kast kon verplaatsen of een muur kon verven. Nu kostte het hem al moeite om zijn kopje thee op te tillen. Vier jaar geleden was de diagnose gekomen. ‘Het is niet levensbedreigend,’ hadden de artsen gezegd. ‘Maar er is geen genezing mogelijk. Uw kracht zal langzaam afnemen.’ In het begin had hij hoop gehad. Hij probeerde elke nieuwe therapie die werd aanbevolen. Hij ging naar specialisten, slikte supplementen en deed trouw oefeningen. Maar de resultaten bleven uit. Langzaam maar zeker had hij de moed verloren. Zijn vrouw, Anna, kwam de kamer binnen met een bord soep. ‘Hier, probeer wat te eten,’ zei ze zacht. Maar Martijn schudde zijn hoofd. ‘Het hoeft niet,’ mompelde hij. Hij keek naar zijn trillende handen en zuchtte diep. ‘Waarom zou ik me nog druk maken? Het wordt toch niet beter.’ Anna ging naast hem zitten. ‘Misschien kunnen we die nieuwe kliniek in Duitsland proberen?’ stelde ze voorzichtig voor. Maar Martijn keek haar met een vermoeide blik aan. ‘Anna, stop. We hebben al genoeg geprobeerd. Het heeft geen zin meer.’ Zijn stem brak even, en hij keek weer naar buiten. ‘Ik moet gewoon accepteren dat dit mijn leven is nu.’

     Martijns strijd is herkenbaar voor velen. Misschien heb je zelf ook ooit het gevoel gehad dat je vastzit in een situatie die niet verandert. Een ziekte, een probleem, een last die te zwaar lijkt om te dragen. Wat doe je als de hoop vervliegt en het lijkt alsof niets of niemand je kan helpen? In het bijbelgedeelte van vandaag ontmoeten we iemand die datzelfde heeft meegemaakt: een man die al 38 jaar ziek was en de hoop op genezing volledig had opgegeven. Maar op een dag ontmoette hij Jezus. Wat Jezus zei en deed, veranderde niet alleen zijn leven, maar laat ons ook zien dat er hoop is, zelfs als alles verloren lijkt. Laten we samen lezen uit Johannes 5:1-18.

Bijbeltekst (NBV21)

Genezing in het bad van Betzata

[1] Daarna was er een Joods feest, en Jezus ging naar Jeruzalem. [2] In Jeruzalem is bij de Schaapspoort een bad met vijf zuilengangen dat in het Hebreeuws Betzata heet. [3] Daar lag een groot aantal zieken, blinden, kreupelen en misvormden. [5] Er was ook iemand bij die al achtendertig jaar ziek was. [6] Jezus zag hem liggen; Hij wist hoe lang hij al ziek was en zei tegen hem: ‘Wilt u gezond worden?’ [7] De zieke antwoordde: ‘Heer, als het water gaat bewegen is er niemand om mij erin te helpen; ik probeer het wel, maar altijd is een ander al vóór mij in het water.’ [8] Jezus zei: ‘Sta op, pak uw mat op en loop.’ [9] En meteen werd de man gezond: hij pakte zijn slaapmat op en liep. Nu was het die dag sabbat. [10] De Joden zeiden dan ook tegen de man die genezen was: ‘Het is sabbat, het is niet toegestaan een slaapmat te dragen!’ [11] Maar hij zei tegen hen: ‘Degene die mij genezen heeft, zei tegen mij: “Pak uw mat op en loop.”’ [12] ‘Wie zei dat tegen u?’ vroegen ze. [13] Maar de man die genezen was kon niet zeggen wie het was, want Jezus was al verdwenen omdat daar zoveel mensen waren.

     [14] Later kwam Jezus hem tegen in de tempel en toen zei Hij tegen hem: ‘U bent nu gezond; zondig daarom niet meer, anders zal u iets ergers overkomen.’ [15] De man ging aan de Joden vertellen dat het Jezus was die hem gezond gemaakt had. [16] Het was omdat Jezus zulke dingen deed op sabbat, dat de Joden Hem wilden vervolgen. [17] Maar Jezus zei: ‘Mijn Vader werkt aan één stuk door, en daarom doe Ik dat ook.’ [18] Dat was voor de Joden een reden te meer om Hem te willen doden, want niet alleen ondermijnde Hij de sabbat, maar bovendien noemde Hij God zijn eigen Vader, en stelde zichzelf zo aan God gelijk.

Exegetische uitleg

Nu we het bijbelgedeelte Johannes 5:1-18 hebben gelezen, is het tijd om dieper in te gaan op de tekst. In deze exegetische uitleg bespreken we het gedeelte vers voor vers of in kleine samenhangende eenheden. Dit helpt ons om de boodschap van dit verhaal beter te begrijpen en de kern ervan helder te krijgen. Na de exegetische uitleg zullen we deze inzichten gebruiken om de kernboodschap van dit bijbelgedeelte te formuleren en te reflecteren op de betekenis ervan voor ons leven vandaag.

 

Johannes 5:1-2. Jezus gaat naar Jeruzalem en het bad van Betzata

Deze verzen openen het verhaal met een schijnbaar alledaags gegeven: Jezus reist naar Jeruzalem voor een Joods feest. Welke viering dit precies is, wordt niet vermeld, maar het onderstreept Jezus’ trouw aan de wet en Zijn betrokkenheid bij de tradities van het volk Israël. Joodse feesten zoals Pesach, het Wekenfeest en het Loofhuttenfeest brachten niet alleen mensen samen, maar herinnerden hen ook aan Gods trouw in de geschiedenis. In deze context verschijnt Jezus, de belichaming van Gods trouw, in Jeruzalem. Deze reis is niet zomaar een toevallige stap, maar een bewuste keuze, die Zijn verbondenheid met het volk en Gods plan laat zien.

     De tekst neemt ons mee naar een specifieke plek: het bad van Betzata bij de Schaapspoort. De Schaapspoort was een toegangspoort in Jeruzalem die waarschijnlijk werd gebruikt om schapen voor de tempeloffers binnen te brengen. Dit benadrukt de religieuze functie van de stad, waarin offers symbool stonden voor de relatie tussen God en Zijn volk. Betzata, wat ‘huis van genade’ betekent, was een plek waar zieken hoopten op genezing. Archeologisch onderzoek bevestigt dat dit bad daadwerkelijk bestond: een bouwwerk met twee grote vijvers en vijf zuilengangen. Deze plek was niet bedoeld voor medische zorg zoals wij die kennen, maar voor een vorm van religieus en magisch genezen. Mensen geloofden dat het borrelen van het water werd veroorzaakt door een engel en dat de eerste die erin stapte genezen werd.

     De naam Betzata betekent letterlijk ‘huis van genade’. Het is een plek die genade symboliseert, maar ook de nood van de mens benadrukt. Hier verzamelden zich zieken, blinden en verlamden – mensen die in de samenleving weinig hoop hadden. Betzata weerspiegelt het menselijke verlangen naar herstel en verlossing. Tegelijk is het een plek van frustratie, omdat slechts één persoon genezing kon ontvangen bij het borrelen van het water. Het chaotische beeld van zieke mensen die vechten om als eerste in het water te komen, symboliseert de menselijke onmacht. Jezus kiest ervoor om juist hier naartoe te gaan. Dit is een teken van Zijn missie: Hij kwam niet voor de sterken, maar voor de zwakken en gebrokenen.

     Jezus’ keuze voor Betzata sluit aan bij het grotere thema in het Johannesevangelie: Jezus als degene die hoop en genade brengt, ook op de meest hopeloze plekken. Zijn aanwezigheid in Betzata benadrukt dat Gods genade niet beperkt is tot een select aantal mensen, maar toegankelijk wordt gemaakt door Jezus. Het bad als ‘huis van genade’ wijst vooruit naar Jezus zelf, de bron van genade en leven.

     Deze verzen roepen ons op om na te denken: waar zoeken wij naar genezing en hoop? Net als de mensen in Betzata proberen wij vaak zelf onze problemen op te lossen, vechtend om een oplossing die uiteindelijk tekortschiet. Maar wat als Jezus ons opzoekt, juist in onze zwakheid? Deze setting zet de toon voor het wonder dat Jezus in de volgende verzen zal verrichten en laat ons zien hoe Hij op onverwachte manieren genade brengt.

 

Johannes 5:3-5. De zieken bij het bad en de verlamde man

Deze verzen nemen ons mee naar een plek vol lijden en hoop. Rondom het bad van Betzata lag een groot aantal zieken: blinden, kreupelen en misvormden. Het was geen ordelijke of serene omgeving, maar een chaotische plek waar wanhoop en verwachting elkaar ontmoetten. Deze mensen waren door de samenleving aan de rand geplaatst. Hun lichamelijke gebreken werden in die tijd vaak gezien als straf van God, een directe consequentie van zonde. Hierdoor waren zij niet alleen fysiek, maar ook sociaal en geestelijk geïsoleerd. Betzata was hun enige hoop op herstel – een plek waar men geloofde dat genezing mogelijk was door een wonder.

     Te midden van deze menigte ligt een man die al achtendertig jaar ziek is. Deze lange periode wordt niet zomaar genoemd; het wijst op een leven van stilstand en uitzichtloosheid. De associatie met Deuteronomium 2:14, waarin het volk Israël 38 jaar door de woestijn dwaalde vanwege ongeloof, geeft zijn situatie een diepere betekenis. Deze man symboliseert niet alleen lichamelijke verlamming, maar ook geestelijke hopeloosheid en passiviteit. Hij was een mens die ooit hoop had gehad, maar die hoop langzaam zag wegglippen, totdat hij zich overgaf aan zijn lot en berustte in het idee dat hij nooit meer zou genezen.

     De situatie rondom het bad maakt zijn lijden nog schrijnender. Mensen geloofden dat het borrelen van het water een teken was van een engel die genezing bracht en dat de eerste die in het bad stapte, genezen zou worden. Maar hoe kon iemand zoals deze man, verlamd en afhankelijk van anderen, ooit de eerste zijn? Hij was omringd door een menigte die vocht voor genezing, maar zijn fysieke beperking maakte hem kansloos. Zijn situatie is een treffend beeld van hoe hopeloos en onrechtvaardig het leven kan voelen voor mensen die zich in een vergelijkbare positie bevinden: gevangen in omstandigheden waaruit ze zichzelf niet kunnen bevrijden en waar niemand naar omziet.

     De keuze van Jezus om deze specifieke man aan te spreken, te midden van vele anderen, is betekenisvol. Het benadrukt hoe Jezus, hoewel Hij te midden van een menigte was, oog had voor het individu. Deze man was niet zomaar een patiënt; hij was iemand die gezien werd door Jezus. Dit is een belangrijk thema in het Johannesevangelie: Jezus komt naar ons toe in onze zwakheid en ziet ons, zelfs wanneer wij onzichtbaar zijn voor de rest van de wereld.

     Betzata is in dit verhaal een plek van tegenstrijdigheden. Het bad belooft hoop, maar roept ook frustratie en wanhoop op. Dit weerspiegelt hoe de menselijke zoektocht naar genezing en redding vaak gepaard gaat met teleurstelling. De genezende kracht van het bad, dat slechts één persoon genezing kon bieden, staat in schril contrast met de genezende kracht van Jezus, die kwam om genade en genezing te brengen aan velen. Het water van Betzata wijst vooruit naar de levende bron die Jezus zelf is – een bron die nooit opdroogt en die voor iedereen beschikbaar is.

     Deze verzen confronteren ons met een vraag: hoe vaak voelen wij ons niet zoals de verlamde man? Hoe vaak klampen wij ons vast aan een oplossing die uiteindelijk niet in staat is ons werkelijk te helpen? Net als hij kunnen we vastzitten in patronen van hopeloosheid en onszelf verliezen in de overtuiging dat er geen uitweg is. Maar wat dit verhaal laat zien, is dat Jezus naar ons toekomt, precies in die momenten van zwakte. Zijn aanwezigheid in Betzata is een belofte dat Hij genade brengt waar het menselijk vermogen tekortschiet.

     Deze verzen zetten zo de toon voor de ontmoeting tussen Jezus en deze man. Het lijden en de wanhoop die hier worden beschreven, zijn niet het einde van het verhaal. Jezus zal laten zien dat er hoop is, zelfs voor hen die de hoop hebben opgegeven. Dit roept ons op om na te denken: herkennen wij Jezus wanneer Hij ons tegemoetkomt, juist in onze hopeloosheid?

 

Johannes 5:6-7. Jezus stelt de vraag: 'Wilt u gezond worden?'

Deze verzen brengen ons naar het moment waarop Jezus persoonlijk contact maakt met de man die al achtendertig jaar ziek is. Jezus ziet hem liggen en weet precies hoe lang hij al in deze situatie verkeert. Dit detail laat niet alleen zien dat Jezus op de hoogte is van de omstandigheden van deze man, maar ook dat Hij zich bewust naar hem toewendt. Het is veelzeggend dat Jezus deze man opmerkt in een menigte vol zieken. Dit benadrukt Zijn goddelijke vermogen om het individu te zien en Zijn betrokkenheid bij persoonlijke nood.

     Jezus stelt een eenvoudige, maar diepgaande vraag: ‘Wilt u gezond worden?’ Op het eerste gezicht lijkt dit een retorische vraag – natuurlijk wil iemand die al zo lang ziek is, genezen worden. Toch is deze vraag cruciaal. Jezus confronteert de man met zijn eigen wil en verlangen. Genezing vraagt niet alleen om een verandering van omstandigheden, maar ook om een innerlijke keuze om anders te gaan leven. Na achtendertig jaar kan ziekte niet alleen het lichaam, maar ook de geest verlammen. Misschien was de man gewend geraakt aan zijn situatie en had hij zich er emotioneel mee verzoend. Jezus’ vraag nodigt hem uit om na te denken over wat genezing werkelijk betekent en of hij bereid is die verandering te omarmen.

     De reactie van de man is onthullend. In plaats van direct te antwoorden, wijst hij op zijn omstandigheden: ‘Heer, als het water gaat bewegen, is er niemand om mij erin te helpen; ik probeer het wel, maar altijd is een ander al vóór mij in het water.’ Zijn woorden laten zien dat hij gefrustreerd en passief is geworden. Hij voelt zich slachtoffer van een systeem waarin hij altijd tekortkomt. Zijn hoop is gericht op een wonderbaarlijke beweging van het water, maar hij ziet zichzelf als machteloos om daarvan te profiteren. Wat opvalt, is dat hij Jezus niet herkent als degene die hem kan genezen. Voor hem is Jezus op dit moment slechts een voorbijganger, niet de bron van genezing.

     Deze interactie weerspiegelt een bredere waarheid over de menselijke natuur. Hoe vaak voelen wij ons niet gevangen in omstandigheden waaruit we ons niet kunnen bevrijden? Hoe snel schuiven we de verantwoordelijkheid af op anderen of op de situatie, in plaats van te erkennen dat we een keuze hebben om anders te reageren? Jezus’ vraag aan de man is ook een vraag aan ons: ‘Wil je werkelijk veranderen?’ Het is een uitnodiging om niet vast te blijven zitten in passiviteit, maar te kiezen voor hoop en geloof.

     De symboliek in deze verzen wijst vooruit naar de grotere rol van Jezus in het Johannesevangelie. De man wacht op een beweging van het water, maar Jezus laat zien dat genezing niet afhankelijk is van een ritueel of een externe gebeurtenis. Jezus zélf is de bron van leven en genezing. Net zoals deze man niet in staat was zichzelf in het water te brengen, kunnen wij onszelf niet redden. Alleen door Jezus kunnen wij de kracht ontvangen om op te staan uit onze geestelijke verlamming.

     Deze verzen roepen ons op om onze eigen houding te onderzoeken. Waar blijven wij hangen in excuses en waar durven wij in geloof een stap te zetten? Jezus ziet ons, net zoals Hij deze man zag. Zijn vraag is nog steeds relevant: ‘Wil je gezond worden?’ Dit is niet alleen een vraag naar fysieke genezing, maar een uitnodiging om een nieuw leven te beginnen in relatie met Hem. De komende verzen laten zien hoe deze ontmoeting met Jezus niet alleen het leven van deze man zal veranderen, maar ons ook een diepere blik geeft op de genade die Hij aanbiedt aan iedereen die gelooft.

 

Johannes 5:8-9a. De genezing van de verlamde man

Deze verzen beschrijven een krachtig moment van transformatie. Jezus spreekt de zieke man toe met de woorden: ‘Sta op, pak uw mat op en loop.’ Meteen daarna wordt de man gezond, pakt hij zijn mat op en begint hij te lopen. Dit wonder, uitgevoerd met niets meer dan een paar woorden, laat niet alleen de autoriteit van Jezus zien, maar roept ons ook op om na te denken over gehoorzaamheid, geloof en de kracht van Gods woord.

     De woorden van Jezus lijken eenvoudig, maar hebben een diepere betekenis. Het gebod ‘sta op’ wordt in het Nieuwe Testament vaak gebruikt in de context van opstanding. Hier roept Jezus de man niet alleen op om fysiek op te staan, maar ook om een nieuw leven te beginnen. De opdracht ‘pak uw mat op en loop’ benadrukt dit nieuwe begin: de mat, die jarenlang symbool stond voor zijn afhankelijkheid en gebondenheid, wordt nu een teken van zijn vrijheid. Jezus nodigt de man uit om niet alleen genezing te ontvangen, maar ook verantwoordelijkheid te nemen voor zijn nieuwe leven.

     Wat opvalt, is de directheid en kracht van Jezus’ woorden. Er zijn geen rituelen, geen gebeden of aanrakingen. Hij spreekt en het gebeurt. Dit onderstreept Jezus’ goddelijke autoriteit. In het Johannesevangelie zien we deze kracht vaker terug, zoals in Johannes 1:3: ‘Alles is [door het Woord] ontstaan, zonder het Woord is niets ontstaan van wat bestaat.’ Hier zien we datzelfde Woord in actie: de scheppende kracht die niet alleen materie, maar ook levens vernieuwt. Dit wonder toont dat Jezus de bron van leven is, degene die herstel brengt waar mensen hopeloos zijn.

     De reactie van de man is bijzonder. Zonder vragen te stellen of te aarzelen, gehoorzaamt hij aan Jezus’ opdracht. Dit is een daad van geloof, zelfs als hij op dat moment misschien niet volledig begrijpt wie Jezus is. Zijn gehoorzaamheid maakt ruimte voor genezing. Dit laat zien dat geloof vaak begint met een eenvoudige daad van vertrouwen, zelfs als de uitkomst onzeker lijkt. Hoe vaak blijven wij vasthouden aan twijfels of excuses, terwijl gehoorzaamheid aan Jezus’ woord ons zou kunnen bevrijden?

     De onmiddellijke genezing van de man wijst ook op de compleetheid van Jezus’ werk. Het is geen geleidelijk proces, maar een volkomen herstel. Zijn fysieke genezing staat symbool voor de geestelijke genezing die Jezus biedt. Hij komt om mensen op te richten uit hun hopeloosheid en hen een nieuw leven te geven. Dit wonder wijst vooruit naar Jezus’ grotere missie: Hij is degene die leven geeft aan wie in Hem geloven, niet alleen fysiek, maar ook geestelijk.

     Het beeld van de man die zijn mat oppakt en begint te lopen, heeft een belangrijke boodschap voor ons. Zijn mat was jarenlang een symbool van zijn afhankelijkheid en pijn, maar wordt nu een getuigenis van wat Jezus heeft gedaan. Hoe dragen wij de ‘mat’ van ons verleden? Blijven we hangen in onze gebrokenheid of gebruiken we die als een teken van Gods genade en kracht? Dit verhaal daagt ons uit om in geloof op te staan en te wandelen in het nieuwe leven dat Jezus biedt.

     Deze verzen laten zien dat gehoorzaamheid aan Jezus’ woorden het begin is van echte verandering. Het roept ons op om te vertrouwen op Zijn kracht, zelfs als dat betekent dat we stappen moeten zetten die ons onmogelijk lijken. Dit wonder is niet alleen een teken van Jezus’ macht, maar ook een uitnodiging om zelf in actie te komen, geleid door geloof in Zijn woord. Sta op, pak je mat op en loop – want met Jezus is een nieuw begin altijd mogelijk.

 

Johannes 5:9b-10. De reactie van de Joodse leiders op de genezing

Deze verzen markeren een overgang in het verhaal van een persoonlijke genezing naar een religieus conflict. ‘Nu was het die dag sabbat. De Joden zeiden dan ook tegen de man die genezen was: “Het is sabbat, het is niet toegestaan een slaapmat te dragen!”’ Dit korte gedeelte benadrukt de spanning tussen Jezus’ werk van genade en de interpretatie van de wet door de religieuze leiders.

     De sabbat was een centrale pijler in het Joodse religieuze leven. Het was de dag waarop werk verboden was, in navolging van Gods rust op de zevende dag na de schepping (Exodus 20:8-11). In de loop der eeuwen hadden de rabbijnen dit gebod verder uitgewerkt in een uitgebreide lijst van regels die precies bepaalden wat wel en niet als werk werd beschouwd. Het dragen van een last, zoals een slaapmat, werd beschouwd als een overtreding. De sabbat was bedoeld als een dag van vreugde en verbondenheid met God, maar door de strikte en reglementaire benadering van de leiders werd het vaak een bron van beperkingen en controle.

     De genezen man komt direct in conflict met deze regels. Hij loopt met zijn mat, het symbool van zijn bevrijding, en wordt daarop aangesproken door de Joodse leiders. Hun reactie is opvallend. In plaats van zich te verheugen over het wonder van genezing dat zojuist heeft plaatsgevonden, richten zij zich op een vermeende overtreding van de sabbatswet. Dit onthult hun prioriteiten. Ze zien de regels, maar niet de mens. Ze zien overtreding, maar niet de genade die Jezus heeft gebracht. Deze houding weerspiegelt de diepe geestelijke blindheid waar Jezus vaak tegen ageert in het Johannesevangelie.

     De mat, die ooit een symbool was van de afhankelijkheid van de man, wordt nu een teken van vrijheid. Dat deze vrijheid plaatsvindt op de sabbat is veelzeggend. Jezus laat zien dat de sabbat niet bedoeld is om mensen te onderdrukken, maar om hen te bevrijden. De religieuze leiders daarentegen maken van de sabbat een last, iets wat de vreugde van Gods werk in de weg staat. Jezus zal later in Zijn bediening zeggen: ‘De sabbat is er voor de mens, en niet de mens voor de sabbat’ (Marcus 2:27). Dit principe zien we hier al in actie.

     Het conflict dat hier begint, wijst vooruit naar de bredere tegenstand die Jezus zal ondervinden. De leiders voelen hun autoriteit bedreigd, niet alleen door de schending van hun regels, maar ook door de implicaties van wat Jezus doet. Zijn genezing op de sabbat en de opdracht aan de man om zijn mat te dragen, onderstrepen Jezus’ claim op een autoriteit die groter is dan die van de religieuze instellingen. Hij handelt in lijn met God, die altijd werkt, zelfs op de sabbat (vgl. Johannes 5:17).

     Deze verzen hebben ook een diepere geestelijke betekenis. Het dragen van de mat symboliseert niet alleen de fysieke vrijheid van de man, maar ook een nieuwe verantwoordelijkheid. Hij is niet langer gebonden aan de plek van zijn lijden, maar wordt uitgenodigd om zijn leven opnieuw in te richten. Voor ons betekent dit dat wanneer Jezus ons geneest en bevrijdt, Hij ons ook oproept om te wandelen in die vrijheid. Maar net als deze man, kunnen we weerstand ervaren van anderen – of zelfs van onszelf – die vasthouden aan oude patronen en beperkingen.

     Deze verzen roepen ons op om onze eigen houding ten opzichte van regels en genade te onderzoeken. Hoe vaak zijn wij geneigd om ons te richten op regels, terwijl we de genade en het werk van God over het hoofd zien? En hoe vaak dragen wij de ‘mat’ van ons verleden als een teken van vrijheid, in plaats van als een last? Deze verzen herinneren ons eraan dat Jezus ons niet alleen geneest, maar ons ook uitnodigt om vrij te leven, zelfs als dat botsingen oplevert met verwachtingen en tradities. De sabbat, een dag bedoeld voor rust en herstel, wordt hier een dag waarop God Zijn genade zichtbaar maakt – en dat maakt alle regels ondergeschikt.

 

Johannes 5:11-13. De verantwoording van de genezen man

Deze verzen beschrijven een intrigerende uitwisseling tussen de genezen man en de Joodse leiders. Nadat hij is aangesproken op het dragen van zijn mat op de sabbat, verklaart de man: ‘Degene die mij genezen heeft, zei tegen mij: “Pak uw mat op en loop.”’ De leiders reageren direct door te vragen wie hem die opdracht heeft gegeven. Maar de man weet het niet, want Jezus was al verdwenen in de menigte. Deze verzen tonen de tegenstelling tussen genade en een starre focus op regels en onthullen hoe de genezen man, ondanks zijn fysieke herstel, nog een geestelijke reis te gaan heeft.

     De genezen man rechtvaardigt zijn handelen door te verwijzen naar degene die hem heeft genezen. Zijn antwoord is eenvoudig, maar veelzeggend. Hij doet precies wat hem is opgedragen, zonder de volledige implicaties daarvan te begrijpen. Zijn gehoorzaamheid toont zijn afhankelijkheid van autoriteit, maar laat ook zien dat hij nog niet volledig beseft wie Jezus is. Hoewel hij fysiek is bevrijd, verkeert hij geestelijk gezien nog in verwarring. Dit is een terugkerend thema in het Johannesevangelie: mensen ervaren Jezus’ kracht, maar hebben tijd nodig om Zijn identiteit volledig te begrijpen.

     De reactie van de Joodse leiders legt hun prioriteiten bloot. In plaats van zich te verheugen over de genezing van een man die al achtendertig jaar verlamd was, focussen zij op de sabbatsregels. Hun vraag, ‘Wie zei dat tegen u?’, klinkt eerder beschuldigend dan nieuwsgierig. Deze houding toont hun geestelijke blindheid: ze zien de overtreding, maar niet het wonder. Ze beschouwen de sabbat als een dag waarop regels boven alles staan, terwijl Jezus juist laat zien dat de sabbat bedoeld is voor herstel en leven. Dit conflict tussen wet en genade loopt als een rode draad door het evangelie en wordt hier scherp zichtbaar.

     Een opvallend detail is dat de genezen man Jezus niet herkende. Dit benadrukt dat het wonder volledig uit genade plaatsvond; er was geen voorafgaand geloof of begrip vereist. Jezus koos ervoor om deze man te genezen, puur uit Zijn barmhartigheid. Dat Hij daarna verdwijnt in de menigte, is symbolisch. Jezus richt zich niet op publieke erkenning, maar op persoonlijke ontmoeting. Dit laat zien dat Zijn missie niet draait om roem, maar om het herstellen van individuen en uiteindelijk de relatie tussen God en de mens.

     De symboliek in deze verzen gaat dieper dan het eerste gezicht laat zien. De vraag van de leiders weerspiegelt een zoektocht naar controle, terwijl de reactie van de man wijst op verwarring en een gebrek aan inzicht. Deze spanningen staan symbool voor de bredere dynamiek tussen Jezus en de religieuze instellingen. Jezus’ genezingen en leer wijzen voorbij de strikte regels van de wet naar een nieuw begrip van Gods genade. De sabbat, een dag die bedoeld is om te rusten in Gods aanwezigheid, wordt hier een podium voor Gods werk van herstel.

     Deze verzen nodigen ons uit om na te denken over onze eigen reacties op Jezus’ werk in ons leven. Hoe vaak focussen wij ons, net als de Joodse leiders, op regels of verwachtingen, terwijl we de genade van God over het hoofd zien? En hoe vaak blijven wij, zoals de genezen man, hangen in het wonder zonder verder te zoeken naar wie Jezus werkelijk is? Deze verzen dagen ons uit om dieper te kijken, om voorbij het zichtbare te gaan en te ontdekken wat God ons wil laten zien.

     In dit korte moment tussen genezing en conflict vinden we een belangrijke boodschap: Jezus’ werk is altijd gericht op herstel, zelfs als dat conflicten veroorzaakt met onze verwachtingen of tradities. Deze verzen roepen ons op om ons hart open te stellen voor de diepere betekenis van wat Jezus doet, zodat ook wij in geestelijke zin verder kunnen gaan dan alleen verwondering.

 

Johannes 5:14. De tweede ontmoeting tussen Jezus en de genezen man

Dit vers geeft een indringend vervolg op het genezingswonder bij Betzata. Jezus ontmoet de man opnieuw, dit keer in de tempel, en Hij zegt tegen hem: ‘U bent nu gezond; zondig daarom niet meer, anders zal u iets ergers overkomen.’ Deze woorden zijn niet zomaar een constatering, maar een krachtige uitnodiging tot verandering en een serieuze waarschuwing.

     De tempel is de plaats waar de ontmoeting plaatsvindt en dit is veelzeggend. In de Joodse traditie was de tempel het centrum van aanbidding en dankzegging. De genezen man bevindt zich daar waarschijnlijk om God te danken voor zijn genezing, zoals gebruikelijk was na een wonder. Dit laat een zekere dankbaarheid zien, maar ook dat hij nog bezig is te begrijpen wat er met hem is gebeurd. Jezus zoekt hem op, wat benadrukt dat Zijn werk niet ophoudt bij fysieke genezing. Hij is geïnteresseerd in de ziel van de man, niet alleen in zijn lichaam.

     De boodschap van Jezus is direct en confronterend. ‘U bent nu gezond’ herinnert de man aan het wonder dat hij heeft ervaren en wijst hem op de verantwoordelijkheid die met deze genezing gepaard gaat. De oproep ‘zondig daarom niet meer’ impliceert dat er een verband is tussen zijn vroegere zonde en zijn ziekte. Dit betekent niet noodzakelijk dat zijn verlamming een directe straf van God was, maar benadrukt wel dat zonde altijd gevolgen heeft – niet alleen fysiek, maar ook geestelijk. Jezus’ waarschuwing dat ‘iets ergers’ hem kan overkomen, verwijst waarschijnlijk naar de eeuwige scheiding van God, die het gevolg is van aanhoudende zonde. Dit geeft de woorden van Jezus een diepe geestelijke lading: fysieke genezing is belangrijk, maar geestelijke genezing is essentieel.

     De symboliek in deze ontmoeting is krachtig. De man die zojuist fysiek is bevrijd, bevindt zich nu in de tempel – een plaats die symbool staat voor Gods aanwezigheid. Dit weerspiegelt zijn geestelijke reis: hij is bevrijd van lichamelijke beperkingen, maar moet nog een stap zetten naar volledige geestelijke vernieuwing. Jezus’ oproep om niet meer te zondigen is geen harde eis, maar een uitnodiging tot een leven van vrijheid en gehoorzaamheid aan God. De genezing die de man heeft ervaren, is een voorproefje van de volledige bevrijding die mogelijk is door een leven in gemeenschap met God.

     Deze ontmoeting wijst ook vooruit naar de bredere missie van Jezus in het Johannesevangelie. Hij is gekomen om leven te brengen – niet alleen in fysieke zin, maar vooral in geestelijke zin (Johannes 10:10). Jezus laat zien dat Zijn werk verder gaat dan het herstellen van het lichaam; Hij wil de mens terugbrengen in relatie met God. Dit sluit aan bij Johannes’ nadruk op geloof en bekering als sleutel tot het ontvangen van eeuwig leven.

     Voor ons vandaag is deze passage een krachtige herinnering aan de verantwoordelijkheid die gepaard gaat met Gods genade. Hoe vaak zien wij genezing, zegen of een nieuw begin als een doel op zich, terwijl het bedoeld is als een uitnodiging tot een dieper leven met God? En hoe reageren wij op Jezus’ oproep om niet meer te zondigen? Zijn woorden dagen ons uit om na te denken over de staat van onze ziel en om bewust te kiezen voor een leven dat gericht is op Hem.

     Dit vers laat zien dat Jezus niet alleen geïnteresseerd is in het genezen van lichamen, maar vooral in het genezen van harten. Zijn waarschuwing aan de genezen man is ook een boodschap aan ons: zonde heeft gevolgen, maar door Jezus’ genade kunnen we een nieuw begin maken. De vraag is of wij bereid zijn om Zijn uitnodiging aan te nemen en te leven in gehoorzaamheid en vrijheid. ‘U bent nu gezond; zondig daarom niet meer’ is niet alleen een boodschap voor toen, maar een oproep voor ons allemaal om te kiezen voor een leven dat gericht is op de eeuwige vreugde van Gods aanwezigheid.

 

Johannes 5:15-16. De aanklacht van de Joden tegen Jezus

Deze verzen markeren een belangrijke verschuiving in het verhaal. De genezen man, die eerder niet wist wie hem had genezen, ontmoet Jezus opnieuw in de tempel. Na deze ontmoeting gaat hij naar de Joodse leiders en vertelt hen dat het Jezus was die hem gezond had gemaakt. In plaats van zich te verheugen over dit wonder, richten de leiders hun aandacht op Jezus, omdat Hij de genezing op de sabbat had verricht. Deze verzen laten zien hoe het werk van Jezus, dat gericht is op genade en herstel, weerstand oproept bij degenen die zich vastklampen aan tradities en regels.

     De genezen man lijkt in zijn actie geleid te worden door een combinatie van verwarring en misschien een verlangen om te voldoen aan de eisen van de Joodse leiders. Zijn intenties blijven onduidelijk, maar het resultaat is dat hij Jezus bij naam noemt, wat de aandacht van de leiders volledig op Hem richt. Dit is niet de eerste keer dat Jezus met vijandigheid wordt geconfronteerd, maar het conflict krijgt hier een nieuwe intensiteit. De Joodse leiders beschouwen Zijn handeling op de sabbat als een schending van de wet en beginnen Hem actief te vervolgen. Het Griekse woord ‘διώκω’ (diōkō), dat hier wordt vertaald met ‘optraden tegen’, impliceert een systematische en doelgerichte actie tegen Jezus.

     De reactie van de leiders onthult een diepere problematiek. Ze zijn meer gefocust op het handhaven van de sabbatsregels dan op het erkennen van het wonder dat heeft plaatsgevonden. Dit staat in schril contrast met Jezus’ intenties. Voor Hem is de sabbat een dag van genezing en herstel, volledig in lijn met Gods bedoeling. De leiders missen dit grotere plaatje, verblind door hun interpretaties van de wet. Dit benadrukt een terugkerend thema in het Johannesevangelie: de spanning tussen wet en genade, tussen traditie en de vernieuwende kracht van Jezus’ werk.

     Symbolisch gezien wijst de genezing op de sabbat vooruit naar Jezus’ missie om de mensheid te bevrijden van de gebondenheid aan zonde en dood. De sabbat, bedoeld als een dag van rust en verbinding met God, wordt hier een podium voor Jezus’ werk van herstel. Hij handelt niet tegen de wet in, maar vervult deze op een diepere manier door Gods genade zichtbaar te maken. Dit thema zal later in het evangelie verder worden uitgewerkt, vooral in Jezus’ verklaringen over Zijn relatie met de Vader.

     Voor ons vandaag biedt deze passage belangrijke lessen. Hoe vaak zijn wij, net als de Joodse leiders, geneigd om vast te houden aan tradities of gewoonten, terwijl we de werkelijke beweging van God over het hoofd zien? En hoe vaak blijven wij, zoals de genezen man, hangen in verwarring of angst, in plaats van volledig te vertrouwen op Jezus en Zijn werk? Deze verzen roepen ons op om ons hart open te stellen voor Gods genade en ons af te vragen waar we misschien weerstand bieden aan Zijn vernieuwende kracht.

     Deze verzen laten zien dat Jezus’ werk niet altijd wordt begrepen of verwelkomd, zelfs niet door degenen die dicht bij de wet staan. Het wonder van genezing wordt een bron van conflict, omdat het de diepgewortelde misverstanden over Gods karakter en bedoelingen blootlegt. De vraag die blijft, is hoe wij reageren op Jezus’ werk in ons eigen leven. Zijn we bereid om onze eigen kaders los te laten en Hem te volgen, zelfs als dat weerstand oproept bij anderen – of bij onszelf? Deze verzen nodigen ons uit om verder te kijken dan traditie en regels en te ontdekken wat het betekent om echt te leven in Gods genade.

 

Johannes 5:17-18. Jezus’ reactie en de toenemende vijandigheid

Deze verzen vormen een kernmoment in het evangelie waarin Jezus een directe en baanbrekende uitspraak doet: ‘Mijn Vader werkt aan één stuk door, en daarom doe Ik dat ook.’ Met deze woorden rechtvaardigt Hij niet alleen Zijn genezing op de sabbat, maar onthult Hij ook Zijn unieke relatie met God. De reactie van de Joodse leiders maakt duidelijk dat deze woorden voor hen onacceptabel zijn. Ze beschuldigen Hem niet alleen van sabbatschennis, maar ook van godslastering, omdat Hij zich met deze uitspraak aan God gelijkstelt. Dit moment markeert een belangrijk keerpunt in het conflict tussen Jezus en de religieuze autoriteiten.

     Jezus begint Zijn verdediging met een opmerking over Gods werk: ‘Mijn Vader werkt aan één stuk door.’ Hiermee verwijst Hij naar de Joodse overtuiging dat God, hoewel Hij rustte op de zevende dag van de schepping, altijd aan het werk blijft in het onderhouden van de wereld. Zonder Gods voortdurende zorg zou de schepping instorten. De leiders erkenden dit concept, maar Jezus trekt een directe lijn van Gods werk naar Zijn eigen handelen: ‘en daarom doe Ik dat ook.’ Hiermee claimt Hij een unieke autoriteit en relatie met God. Hij handelt niet alleen namens God, zoals een profeet dat doet, maar vanuit Zijn identiteit als Zoon van God. Deze uitspraak is niets minder dan een verklaring van Zijn goddelijkheid.

     De reactie van de Joodse leiders is intens. Ze beschouwen Zijn woorden als godslasterlijk en beginnen Hem te vervolgen. Het Griekse woord dat hier wordt gebruikt, ‘διώκω’ (diōkō), betekent zowel ‘achtervolgen’ als ‘vervolgen’ en duidt op een toenemende vijandigheid. Hun verzet is begrijpelijk vanuit hun perspectief. Voor hen is de wet van Mozes de hoogste autoriteit en de sabbat een essentieel onderdeel van hun geloof. Jezus’ uitspraken lijken deze fundamenten te ondermijnen. Tegelijkertijd laat hun reactie zien dat ze niet in staat zijn om verder te kijken dan hun eigen interpretaties. Ze zien niet dat Jezus’ werk de wet niet schendt, maar juist vervult.

     Symbolisch gezien wijzen deze verzen op de kern van Jezus’ missie. Door te genezen op de sabbat en dit te verbinden met Gods werk, laat Jezus zien dat Hij gekomen is om de schepping te herstellen. De sabbat, bedoeld als een dag van rust en verbinding met God, wordt door Jezus gebruikt om Gods verlossende werk zichtbaar te maken. Hij toont dat de sabbat niet een beperking is, maar een middel om Gods genade te ervaren. Dit thema van vervulling en herstel loopt als een rode draad door het Johannesevangelie en wordt in deze verzen expliciet gemaakt.

     Voor ons vandaag biedt deze passage diepgaande inzichten. Jezus’ woorden dagen ons uit om ons begrip van Gods werk te herzien. Hoe vaak beperken wij God tot onze eigen ideeën en verwachtingen? Hoe vaak zien wij Zijn voortdurende werk niet omdat we ons richten op regels of tradities? Deze verzen herinneren ons eraan dat Gods werk altijd doorgaat, zelfs in situaties waarin wij dat niet verwachten. Zijn uitnodiging aan ons is om ons aan te sluiten bij dat werk, net zoals Jezus dat deed.

     Jezus’ uitspraak ‘en daarom doe Ik dat ook’ heeft ook praktische implicaties voor ons leven. Als volgelingen van Christus worden wij uitgenodigd om deel te nemen aan Gods werk in de wereld. Dit betekent dat wij niet alleen rusten in Zijn genade, maar ook actief meewerken aan het brengen van herstel, genezing en hoop. Deze verzen roepen ons op om Jezus te erkennen als de Zoon van God, die ons niet alleen het karakter van God laat zien, maar ons ook uitnodigt om mee te bouwen aan Zijn Koninkrijk.

     Deze verzen herinneren ons eraan dat Gods werk veel groter is dan onze menselijke beperkingen. Jezus toont ons een God die altijd aan het werk is, een God die geneest, herstelt en verzoent. De vraag die blijft, is hoe wij reageren op die uitnodiging. Zijn we bereid om mee te werken met wat Hij doet, zelfs als dat ons uit onze comfortzone haalt? Deze verzen roepen ons op om verder te kijken dan traditie en regels en te ontdekken wat het betekent om echt te leven in Gods voortdurende werk van genade en verlossing.

Kernboodschap

De kernboodschap van Johannes 5:1-18 is: Gods werk stopt nooit, zelfs niet op onze ‘rustdagen’; Hij roept ons uit onze geestelijke verlamming om in vrijheid mee te werken aan Zijn vernieuwende missie in de wereld.

     Dit bijbelgedeelte laat op diverse manieren zien dat Gods werk nooit stopt en dat Hij ons roept om uit geestelijke verlamming te stappen. Jezus geneest een man die al achtendertig jaar verlamd is, een daad die niet alleen een lichamelijk wonder is, maar ook een teken van diepere, geestelijke genezing. Door deze genezing op de sabbat te verrichten, laat Jezus zien dat Gods verlossende werk niet gebonden is aan menselijke regels of beperkingen. Integendeel, Zijn werk gaat altijd door, zelfs op dagen die door mensen als rustdagen worden gezien. Jezus’ handelen weerspiegelt Gods voortdurende betrokkenheid bij Zijn schepping: Hij rust niet in Zijn zorg voor de wereld en werkt aan het herstel van wat verloren is.

     Jezus’ vraag aan de verlamde man – ‘Wilt u gezond worden?’ – is een indringend moment dat de kern van dit verhaal raakt. Het laat zien dat herstel niet alleen afhankelijk is van Gods handelen, maar ook van onze bereidheid om daarop in te gaan. De man heeft zichzelf en zijn situatie opgegeven, maar Jezus’ woorden wekken hem opnieuw tot leven, niet alleen fysiek, maar ook geestelijk. Hierin zien we een echo van de oproep die God door de hele Schrift heen aan Zijn volk richt: om op te staan, te wandelen in nieuwheid van leven en deel te nemen aan Zijn missie van verlossing.

     De interactie tussen Jezus en de Joodse leiders benadrukt het contrast tussen Gods werk en menselijke beperkingen. De leiders zien het wonder niet als een teken van Gods werk, maar als een schending van de sabbat. Dit maakt duidelijk hoe gemakkelijk het is om vast te zitten in regels en tradities, waardoor we de grotere beweging van Gods genade niet herkennen. Jezus verklaart echter dat Hij handelt zoals de Vader altijd handelt – genadevol en scheppend, zelfs op de sabbat. Hiermee roept Hij niet alleen de leiders, maar ook ons op om verder te kijken dan menselijke beperkingen en te zien hoe God werkt in onverwachte momenten en manieren.

     Voor ons vandaag heeft deze kernboodschap een indringende betekenis. Net als de verlamde man kunnen wij gevangen zitten in situaties die ons geestelijk en emotioneel verlammen. Misschien voelen we ons overweldigd door schuld, angst of hopeloosheid. Jezus’ vraag – ‘Wilt u gezond worden?’ – is ook aan ons gericht. Het is een oproep om ons niet langer te laten definiëren door onze gebrokenheid, maar te vertrouwen op Zijn kracht die ons kan opwekken tot nieuw leven.

     Daarnaast daagt deze boodschap ons uit om na te denken over onze eigen rustdagen en routines. Zijn we geneigd om God te beperken tot specifieke momenten en manieren of zijn we bereid om te erkennen dat Zijn werk altijd doorgaat? Jezus laat zien dat de sabbat niet een beperking is, maar een gelegenheid om deel te nemen aan Gods werk van verlossing. Dit nodigt ons uit om in ons dagelijks leven alert te zijn op manieren waarop we met Hem mee kunnen werken, ook als dat betekent dat we buiten onze comfortzone moeten stappen.

     Tot slot nodigt deze boodschap ons uit tot verwondering. Het wonder in Betzata herinnert ons eraan dat Gods werk niet alleen gericht is op individuele genezing, maar deel uitmaakt van een groter plan van herstel voor de hele wereld. Wij worden uitgenodigd om niet alleen te ontvangen, maar ook mee te werken aan dit vernieuwende werk. Het is een oproep tot vrijheid – niet alleen van onze persoonlijke beperkingen, maar ook van de neiging om Gods werk te beperken tot wat wij kunnen begrijpen of controleren. Jezus laat zien dat ware vrijheid ontstaat wanneer we ons laten opnemen in Zijn voortdurende missie van genade en verlossing.

Theologische reflectie

Deze theologische reflectie is bedoeld om de diepere spirituele, theologische en praktische betekenis van Johannes 5:1-18 te verkennen. Dit bijbelgedeelte onthult onder andere  belangrijke waarheden over het karakter van God, de persoon en het werk van Jezus Christus en ons leven als gelovigen. Door systematisch stil te staan bij deze aspecten willen we niet alleen beter begrijpen wat deze tekst betekent, maar ook hoe deze ons vandaag de dag aanspreekt en uitdaagt.

 

Het karakter van God

Johannes 5:1-18 openbaart een God die altijd werkt en nooit ophoudt met herstellen, genezen en verlossen. De uitspraak van Jezus: ‘Mijn Vader werkt aan één stuk door, en daarom doe Ik dat ook’ (Johannes 5:17), legt de nadruk op de voortdurende activiteit van God. Hier zien we een God die niet gebonden is aan menselijke regels of beperkingen. De sabbat, die oorspronkelijk werd ingesteld om Gods rust na de schepping te herdenken, wordt hier verbonden met Gods voortdurende zorg voor Zijn schepping. Zelfs op de ‘rustdag’ blijft God werken om Zijn schepping te onderhouden en te herstellen.

     Gods genade schittert in dit verhaal. Jezus kiest ervoor om een man te genezen die al achtendertig jaar ziek is, zonder dat deze man erom vraagt of enig geloof toont. Dit benadrukt dat Gods genade niet afhankelijk is van onze inspanningen of verdiensten. Daarnaast openbaart dit bijbelgedeelte Gods diepe bewogenheid met de mens. Jezus’ persoonlijke aandacht voor de verlamde man laat zien dat God het individu ziet, ook in een menigte vol nood. Dit geeft ons een troostend beeld van een God die niet alleen universeel betrokken is bij de schepping, maar ook persoonlijk betrokken is bij ieder mens.

     De rechtvaardigheid van God wordt zichtbaar in de manier waarop Jezus de Joodse leiders confronteert. Terwijl zij zich vastklampen aan de letter van de wet, laat Jezus zien dat Gods wet bedoeld is om leven en herstel te brengen. Hierin zien we een God die niet buigt voor menselijke interpretaties van rechtvaardigheid, maar die recht doet op een manier die genade en waarheid in perfecte balans houdt.

 

De verwijzing naar Christus

In dit bijbelgedeelte wordt Jezus expliciet voorgesteld als de Zoon van God, die het werk van de Vader voortzet. Zijn woorden en daden wijzen op Zijn goddelijkheid. Wanneer Jezus zegt dat Hij werkt zoals de Vader, claimt Hij niet alleen een unieke relatie met God, maar ook een gedeelde autoriteit en missie. Dit roept de beschuldiging van godslastering op, omdat de Joodse leiders begrijpen dat Jezus zichzelf aan God gelijkstelt.

     De genezing van de verlamde man is een teken dat verwijst naar de bredere missie van Jezus: het brengen van herstel en nieuw leven. De fysieke genezing symboliseert de geestelijke bevrijding die Jezus biedt aan allen die in Hem geloven. Door deze genezing op de sabbat te verrichten, laat Jezus zien dat Hij de vervulling is van de wet en de sabbat. Hij is de ware rust en het ware herstel dat de sabbat slechts kon symboliseren.

     Daarnaast zien we in dit verhaal vooruitwijzingen naar Jezus’ werk aan het kruis. Net zoals Hij de verlamde man opriep om op te staan en zijn mat op te pakken, roept Hij ons op om op te staan uit de dood van onze zonde en te wandelen in een nieuw leven. Dit thema van opstanding en nieuw begin is een centrale boodschap in het Johannesevangelie en wordt hier krachtig geïllustreerd.

 

Relevantie voor ons geloofsleven

Dit bijbelgedeelte roept ons op om na te denken over hoe wij reageren op Gods werk in ons leven. Net zoals de verlamde man vastzat in zijn hopeloosheid, kunnen wij onszelf gevangen voelen in omstandigheden die ons verlammen. Jezus’ vraag ‘Wilt u gezond worden?’ daagt ons uit om verantwoordelijkheid te nemen voor ons leven en in geloof op te staan. Zijn woorden herinneren ons eraan dat geloof niet passief is, maar vraagt om een bewuste keuze om te vertrouwen op Gods kracht.

     De interactie tussen Jezus en de Joodse leiders waarschuwt ons voor een starre houding ten opzichte van regels en tradities. Hoe vaak klampen wij ons vast aan regels of tradities, terwijl we de genade en het werk van God over het hoofd zien? Dit verhaal nodigt ons uit om voorbij onze menselijke beperkingen te kijken en open te staan voor de vernieuwende kracht van Gods genade. Het leert ons dat ware rust niet te vinden is in regels of rituelen, maar in een relatie met Jezus.

     Tegelijkertijd herinnert dit bijbelgedeelte ons eraan dat genade een verantwoordelijkheid met zich meebrengt. Jezus’ waarschuwing aan de genezen man – ‘Zondig daarom niet meer’ – is een oproep tot een heilig leven. Wanneer we Gods genade ervaren, worden we uitgenodigd om ons leven te richten op Hem en te leven in gehoorzaamheid aan Zijn wil.

 

Verband met andere bijbelteksten

Johannes 5:1-18 resoneert met andere gedeelten in het Johannesevangelie en de Bijbel als geheel. De verwijzing naar Gods voortdurende werk roept herinneringen op aan Genesis 2:2-3, waarin God rustte na de schepping, en aan Psalm 121:3-4, waar wordt gezegd dat de bewaarder van Israël niet sluimert of slaapt. Dit bijbelgedeelte laat zien hoe Jezus deze waarheid belichaamt door Zijn werk van herstel.

     De genezing van de verlamde man herinnert aan Jesaja 35:6, waar staat dat de lammen zullen springen als een hert wanneer God Zijn volk bevrijdt. Dit is een krachtig beeld van het messiaanse koninkrijk dat Jezus brengt. Daarnaast zien we een verbinding met de genezingen die Jezus in de synoptische evangeliën verricht, zoals de genezing van de verlamde man in Marcus 2:1-12. In beide verhalen ligt de nadruk niet alleen op fysieke genezing, maar ook op de autoriteit van Jezus om zonden te vergeven.

     Het conflict over de sabbat sluit aan bij Jezus’ woorden in Matteüs 12:8: ‘Want de Mensenzoon is heer over de sabbat.’ Deze teksten laten zien hoe Jezus de wet vervult en herinterpreteert in het licht van Gods genade en verlossing.

 

Andere relevante theologische thema’s

Een belangrijk thema in dit bijbelgedeelte is genade en verantwoordelijkheid. De genezing van de verlamde man laat zien dat Gods genade ons altijd voorafgaat en onafhankelijk is van onze inspanningen of verdiensten. Jezus kiest de man uit te midden van een grote menigte en geneest hem, zelfs zonder dat deze man Hem herkent of om genezing vraagt. Dit benadrukt dat genade een initiatief van God is, niet iets dat wij kunnen verdienen. Toch blijft genade nooit zonder gevolgen: later in de tempel roept Jezus de man op om niet meer te zondigen. Dit wijst erop dat genade altijd een oproep tot verandering met zich meebrengt. De genezing is niet het eindpunt, maar een beginpunt van een vernieuwd leven. Dit thema loopt door de Bijbel heen, zoals in Efeziërs 2:8-10, waar genade en goede werken samenkomen. Genade bevrijdt ons, maar vraagt ook om een actieve keuze om God te volgen en Hem te eren met ons leven.

     Een ander belangrijk thema in dit bijbelgedeelte is Gods werk van herstel. De genezing op de sabbat laat zien dat Gods werk niet beperkt wordt door menselijke regels of tijdschema’s. De sabbat was bedoeld als een dag van rust en vreugde in Gods aanwezigheid, en Jezus herstelt die oorspronkelijke bedoeling door op deze dag genezing te brengen. Dit wonder staat symbool voor Gods bredere plan van herstel, waarin niet alleen individuele levens worden vernieuwd, maar uiteindelijk de hele schepping wordt bevrijd van gebrokenheid en zonde. Paulus verwoordt dit in Romeinen 8:22-23, waar hij spreekt over de schepping die uitziet naar haar bevrijding. Jezus’ genezing van de man is een voorproefje van dat komende herstel, waarin lijden en dood geen plaats meer zullen hebben. Dit thema herinnert ons eraan dat we, zelfs in een gebroken wereld, mogen leven in de hoop dat Gods verlossing allesomvattend is.

     Een laatste belangrijk thema in dit bijbelgedeelte is de strijd tussen wet en genade. De reactie van de Joodse leiders toont hoe een strikt wettische interpretatie van de wet kan leiden tot het negeren van Gods grotere werk van genade. Hun focus ligt op het overtreden van de sabbatsregels, terwijl ze blind zijn voor het wonder van genezing dat voor hun ogen plaatsvindt. Jezus confronteert deze houding door te laten zien dat Gods werk van liefde en herstel niet wordt beperkt door menselijke tradities. Hij benadrukt dat de sabbat bedoeld is voor het welzijn van de mens, niet als een last (vgl. Marcus 2:27). Deze spanning tussen wet en genade wordt elders in de Bijbel herhaald, zoals in Galaten 5:1, waar Paulus oproept om te leven in de vrijheid die Christus brengt. Dit thema nodigt ons uit om niet vast te lopen in regels, maar ons geloof te baseren op de transformerende kracht van Gods genade die ons uitnodigt tot een leven in vrijheid, gericht op liefde en herstel.

 

Johannes 5:1-18 nodigt ons uit om de diepte van Gods karakter, de omvang van Jezus’ missie en de implicaties voor ons geloofsleven te overdenken. Het is een tekst die niet alleen verwondering oproept, maar ook uitnodigt tot actie, door ons te roepen uit onze geestelijke verlamming en ons deelgenoot te maken van Gods voortdurende werk van verlossing en herstel.

Praktische toepassing

Dit bijbelgedeelte kan ons inspireren om ons geloof in actie om te zetten door Jezus’ uitnodiging tot genezing, vernieuwing en navolging serieus te nemen. Het laat zien dat we opgeroepen worden om verder te kijken dan onze eigen beperkingen en gewoonten en om actief deel te nemen aan Gods voortdurende werk in de wereld. Hierna volgen vier concrete richtlijnen die je kunt toepassen in je dagelijks leven. Deze richtlijnen helpen je om te groeien in je persoonlijke geloof en om Jezus na te volgen.

 

  1. Laat Jezus’ vraag ‘Wil je gezond worden?’ tot je doordringen en neem verantwoordelijkheid voor je geestelijke groei.

De verlamde man in Johannes 5 kreeg een confronterende vraag van Jezus: ‘Wil je gezond worden?’ Dit roept ons op om eerlijk naar onszelf te kijken. Zijn er gebieden in je leven waar je stil bent blijven staan, omdat het makkelijker is om passief te blijven? Deze vraag nodigt je uit om verantwoordelijkheid te nemen voor je geestelijke groei. Een concrete manier om dit toe te passen, is door elke week bewust een gebied in je leven te identificeren dat verandering of groei nodig heeft, bijvoorbeeld je gebedsleven, relaties of omgaan met stress. Vraag Jezus in gebed om je te helpen hierin te groeien en neem concrete stappen, zoals het zoeken van een mentor, het bijwonen van een cursus over geestelijke groei of het regelmatig vastleggen van je vorderingen in een dagboek. Wees bereid om de moeilijkheden van verandering te omarmen, wetend dat Jezus je kracht geeft om op te staan en verder te gaan.

 

  1. Pak je ‘mat’ op en draag het verleden als een getuigenis van Gods genade.

Jezus’ opdracht aan de verlamde man om zijn mat op te pakken was symbolisch. Het liet zien dat zijn verleden – dat ooit een bron van schaamte en afhankelijkheid was – nu een getuigenis werd van Gods kracht en genade. Op dezelfde manier worden wij uitgenodigd om onze ‘mat’ op te pakken en die te gebruiken als een verhaal van hoop en verlossing. Denk na over delen van je leven waarin je Gods bevrijding hebt ervaren, zoals herstel van een moeilijke situatie, overwinning op een zonde of genezing van emotionele pijn. Zoek deze week een gelegenheid om jouw verhaal te delen met iemand die bemoediging nodig heeft. Dit kan in een persoonlijk gesprek, tijdens een kleine groep in de kerk of zelfs door het schrijven van een korte getuigenis in een blog of op sociale media. Laat je ‘mat’ een bron van inspiratie zijn voor anderen en een herinnering aan Gods voortdurende werk in jouw leven.

 

  1. Onderzoek waar je vastzit in ‘sabbatsregels’ en laat ruimte voor Gods verrassende werk.

De Joodse leiders misten het wonder van Jezus omdat ze zich vasthielden aan hun strikte interpretaties van de sabbat. Dit bijbelgedeelte daagt ons uit om na te denken over de ‘regels’ die we in ons eigen leven kunnen hebben – gewoonten, tradities of aannames die ons ervan weerhouden om Gods werk te zien of deel te nemen aan Zijn missie. Neem een dag om na te denken over waar je misschien te rigide bent geworden in je geloofspraktijk. Zijn er mensen of situaties die je snel beoordeelt, zonder ruimte te laten voor genade? Zijn er gewoonten die je vasthouden in een comfortzone? Daag jezelf uit om deze week iets nieuws te proberen, zoals een andere manier van aanbidding, een nieuwe rol in de kerk of het benaderen van iemand buiten je gebruikelijke sociale kring. Laat ruimte voor God om je te verrassen en je perspectief te verbreden.

 

  1. Werk op je ‘rustdag’ aan het herstellen van relaties en het dienen van anderen.

Jezus’ genezing op de sabbat laat zien dat rust niet alleen passief is, maar ook een gelegenheid om deel te nemen aan Gods werk van herstel en genade. Onze eigen ‘rustdagen’, zoals zondag of een andere vrije dag, kunnen een tijd zijn om niet alleen tot rust te komen, maar ook actief te dienen en relaties te herstellen. Plan deze week een ‘sabbatmoment’ waarin je bewust een daad van herstel doet. Dit kan betekenen dat je een verstoorde relatie probeert te helen door iemand te vergeven of een moeilijk gesprek aan te gaan. Of het kan inhouden dat je een praktische daad van dienstbaarheid verricht, zoals het koken van een maaltijd voor iemand in nood of het bieden van je tijd aan een buurtproject. Laat je sabbat een tijd zijn waarin je niet alleen ontvangt, maar ook geeft, in navolging van Jezus’ voorbeeld.

 

Johannes 5:1-18 roept ons op om verantwoordelijkheid te nemen voor onze geestelijke groei, ons verleden als getuigenis te gebruiken, onze rigiditeit los te laten en onze rustdagen te benutten om actief Gods werk in de wereld te reflecteren. Deze vier richtlijnen helpen ons om Jezus’ genezing en genade niet alleen te ervaren, maar ook uit te dragen in ons dagelijks leven.

Afsluiting

Laten we nog even terugkeren naar de inleiding. Martijn zit nog steeds in zijn stoel bij het raam. De regen is inmiddels opgehouden en een voorzichtig zonnetje prikt door de wolken. Het licht valt op zijn gezicht terwijl hij nadenkt over wat er de afgelopen weken is gebeurd. Anna had hem overgehaald om een gesprek aan te gaan met een pastor uit hun gemeente. Hij had met tegenzin ingestemd, niet omdat hij geloofde dat het iets zou veranderen, maar meer om Anna een plezier te doen. Tijdens dat gesprek was er iets gebeurd wat hij niet had verwacht. De pastor had niet alleen geluisterd naar zijn frustraties en pijn, maar had ook gevraagd: ‘Martijn, wil je dat God je leven aanraakt, zelfs als dat niet betekent dat alles fysiek beter wordt?’ Die vraag had hem geraakt. Die nacht had hij voor het eerst in jaren gebeden. Niet om genezing, niet om een oplossing, maar om een teken van hoop. De dagen daarna begon er iets te veranderen, niet in zijn lichaam, maar in zijn hart. Hij voelde een nieuwe rust, een besef dat zijn situatie niet het einde was, dat God groter was dan zijn ziekte. Hij merkte dat hij kleine dingen anders begon te doen. Hij pakte het boek op dat hij al maanden niet had gelezen. Hij luisterde naar muziek die hem vroeger raakte. En toen Anna hem op een ochtend vroeg om mee te helpen in de tuin – iets wat hij onmogelijk achtte – probeerde hij het. Niet omdat hij dacht dat het zou lukken, maar omdat hij ineens de moed had om het te proberen. Martijns verhaal eindigt misschien niet met een wonderbaarlijke fysieke genezing, maar het weerspiegelt een diepere waarheid: Jezus verandert niet alleen ons lichaam, maar ook ons hart. Zoals bij de verlamde man in Johannes 5 brengt Hij ons uit een toestand van passiviteit en hopeloosheid naar een leven van geloof, hoop en actie.

     Dit bijbelgedeelte laat zien dat Jezus niet alleen genezing brengt, maar dat Hij ons uitdaagt om in geloof te leven, zelfs als onze omstandigheden niet direct veranderen. Hij ziet ons in onze zwakheid, komt naar ons toe en nodigt ons uit om op te staan. Jezus is niet beperkt door onze beperkingen. Hij is de bron van hoop, zelfs wanneer we zelf geen hoop meer hebben. Vergeet niet dat Gods werk in jouw leven niet stopt, zelfs niet op momenten van rust of stilte. Zoals Jezus zei: ‘Mijn Vader werkt aan één stuk door, en daarom doe Ik dat ook.’ Dit is een belofte voor ons: Gods liefde, kracht en genade zijn voortdurend actief in jouw leven, ook wanneer je het niet ziet of voelt.

     Ga deze week in de wetenschap dat God je ziet, je kent en je uitnodigt om op Hem te vertrouwen. Laat je niet ontmoedigen door wat je denkt dat onmogelijk is, maar kijk naar Jezus, die zegt: ‘Sta op, pak je mat op en loop.’ Zoals in Jesaja 41:10 staat: ‘Wees niet bang, want Ik ben bij je, vrees niet, want Ik ben je God. Ik zal je sterken, Ik zal je helpen, je steunen met mijn bevrijdende rechterhand.’ Vertrouw erop dat Hij met je meegaat, dat Hij je leidt en dat Zijn genade voldoende is voor elke stap die je zet.

Reflectievragen bij Johannes 5:1-18

  1. Wat is volgens jou de diepste boodschap van Johannes 5:1-18 over Jezus’ uitnodiging om geestelijk en fysiek op te staan uit onze zwakheid?
  2. Op welke manier daagt dit bijbelgedeelte je uit om, ondanks je omstandigheden, gehoor te geven aan Jezus’ oproep om in geloof te handelen?
  3. Waar in je eigen leven herken je de neiging om vast te houden aan excuses of passiviteit, zoals de verlamde man deed? Hoe kun je Jezus’ woorden toepassen om hierin verandering te brengen?
  4. Wat betekent het voor jouw geloofsleven dat Jezus zegt dat Zijn Vader voortdurend werkt en dat Hij, als Zoon, dit werk voortzet? Hoe inspireert dit jouw visie op God?
  5. Heb je ooit ervaren dat Jezus op een onverwacht moment ingreep in jouw leven? Hoe herken je Zijn werk, zelfs wanneer je het niet direct begrijpt of verwacht?


Copyrights Marjolein Gommers

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.