




Inleiding
Mark (42) liep gespannen heen en weer in de wachtruimte van het ziekenhuis. De geur van ontsmettingsmiddel en het zachte gezoem van apparatuur brachten hem weinig rust. Zijn vrouw Sophie lag verderop, aangesloten op allerlei monitoren. Al weken voerde ze een strijd tegen een mysterieuze ziekte. De artsen deden hun best, maar niemand leek precies te weten wat er aan de hand was. Mark voelde zich compleet machteloos. Hij bad – voor de eerste keer in jaren – dat God zou ingrijpen. ‘Als U echt bestaat, doe dan iets. Geef ons een teken,’ fluisterde hij, terwijl hij door het kleine raam naar de grijze lucht buiten staarde. Maar er kwam geen stem uit de hemel, geen plotseling wonder. Het wachten ging door. Elke seconde leek een eeuwigheid en Mark vroeg zich af of zijn gebed wel gehoord was. Hoe wist je eigenlijk zeker dat God je hoorde? Dat Hij écht iets deed? De twijfel vrat aan hem. Hoe vaak had hij niet verhalen gehoord over mensen die wonderen meemaakten? Maar wat als hij niet ‘goed genoeg’ was? Of als hij de verkeerde woorden gebruikte in zijn gebed? Het idee dat hij niets kon doen, maakte hem bijna wanhopig. Die nacht, terwijl hij in de ziekenhuisstoel naast Sophies bed zat, schoot een oude herinnering door zijn hoofd. Een verhaal uit de Bijbel, dat hij ooit als kind had gehoord. Iets over Jezus die sprak over de Vader. Dat ze samen werkten, altijd. Dat Jezus zei dat de Vader zelfs doden kon opwekken. ‘Werkelijk, Ik verzeker u, de Zoon kan niets uit zichzelf doen,’ herinnerde hij zich de woorden vaag. Maar wat had dat met hem te maken? Hij dacht aan Sophie, haar bleke gezicht, de ritmische piepjes van de monitor. Hoe wist je of Jezus daar nu ook iets mee te maken had?
Hoe vaak voelen wij ons niet als Mark – verloren in een situatie die we niet begrijpen? Misschien hebben we zelfs gebeden, gewacht, gehoopt. En dan komt die vraag op: is er iemand die ons hoort? Iemand die ons ziet? Wat doet God eigenlijk, hier en nu? In het bijbelgedeelte dat we vandaag lezen, vertelt Jezus ons iets bijzonders. Hij laat zien hoe Hij verbonden is met de Vader. Wat dat betekent voor wie we Hem mogen kennen. Laten we Johannes 5:19-47 lezen en luisteren naar de woorden van de Zoon.
Bijbeltekst (NBV21)
[19] Jezus reageerde hierop met de volgende woorden: ‘Werkelijk, Ik verzeker u, de Zoon kan niets uit zichzelf doen, Hij kan alleen doen wat Hij de Vader ziet doen; en wat de Vader doet, dat doet de Zoon op dezelfde manier. [20] De Vader heeft de Zoon immers lief en laat Hem alles zien wat Hij doet. Hij zal Hem nog grotere dingen laten zien, u zult verbaasd staan! [21] Want zoals de Vader doden opwekt en levend maakt, zo maakt ook de Zoon levend wie Hij wil. [22] De Vader zelf velt over niemand een oordeel, maar Hij heeft het oordeel geheel aan de Zoon toevertrouwd. [23] Dan zal iedereen de Zoon eer betuigen zoals men de Vader eert. Wie de Zoon niet eert, eert ook de Vader niet, die Hem gezonden heeft.
[24] Werkelijk, Ik verzeker u, wie luistert naar wat Ik zeg en Hem gelooft die Mij gezonden heeft, heeft eeuwig leven; over hem wordt geen oordeel uitgesproken, hij is van de dood overgegaan naar het leven. [25] Werkelijk, Ik verzeker u, er komt een tijd, en die tijd is nu gekomen, dat de doden de stem van Gods Zoon zullen horen en dat wie Hem horen, zullen leven. [26] Zoals de Vader leven heeft in zichzelf, zo heeft ook de Zoon leven in zichzelf; dat heeft de Vader Hem gegeven. [27] En omdat Hij de Mensenzoon is, heeft de Vader Hem ook gezag gegeven om het oordeel te vellen. [28] Wees hierover niet verwonderd, er komt een moment waarop alle doden zijn stem zullen horen [29] en uit hun graf zullen komen: wie het goede gedaan heeft staat op om te leven, wie het slechte gedaan heeft staat op om veroordeeld te worden.
[30] Ik kan niets doen uit mijzelf: Ik oordeel naar wat Ik hoor, en mijn oordeel is rechtvaardig omdat Ik mij niet richt op wat Ik zelf wil, maar op de wil van Hem die Mij gezonden heeft. [31] Als Ik nu over mezelf zou getuigen, dan was mijn verklaring niet betrouwbaar, [32] maar iemand anders getuigt over Mij, en Ik weet dat zijn verklaring over Mij betrouwbaar is. [33] U hebt boden naar Johannes gestuurd en hij heeft een betrouwbaar getuigenis afgelegd. [34] Niet dat Ik het getuigenis van een mens nodig heb, maar Ik zeg dit om u te redden. [35] Johannes was een lamp die helder brandde, en een tijdlang hebt u zich over zijn licht verheugd. [36] Maar Ik heb een belangrijker getuigenis dan Johannes: het werk dat de Vader Mij gegeven heeft om te volbrengen. Wat Ik doe getuigt ervan dat de Vader Mij heeft gezonden. [37] De Vader, die Mij gezonden heeft, heeft dus zelf een getuigenis over Mij afgelegd. Maar u hebt zijn stem nooit gehoord en zijn gestalte nooit gezien, [38] en u hebt zijn woord niet blijvend in u opgenomen, want aan degene die Hij gezonden heeft, schenkt u geen geloof.
[39] U bestudeert de Schriften en u denkt daardoor eeuwig leven te hebben. Welnu, de Schriften getuigen over Mij, [40] maar bij Mij wilt u niet komen om leven te ontvangen. [41] Niet dat Ik de eer van mensen nodig heb, [42] maar Ik ken u: u hebt geen liefde voor God in u. [43] Ik ben gekomen in naam van mijn Vader, maar u accepteert Mij niet, terwijl u iemand die namens zichzelf komt, wel zou accepteren. [44] Hoe zou u ooit tot geloof kunnen komen? Van elkaar wilt u wel eer ontvangen, maar u zoekt niet de eer die de enige God u kan geven. [45] U moet niet denken dat Ik u bij de Vader zal aanklagen; Mozes, op wie u uw hoop hebt gevestigd, klaagt u aan. [46] Als u Mozes zou geloven, zou u ook Mij geloven, hij heeft immers over Mij geschreven. [47] Maar als u niet gelooft wat hij geschreven heeft, hoe zou u dan geloven wat Ik zeg?’
Exegetische uitleg
Nu we het bijbelgedeelte Johannes 5:19-47 hebben gelezen, is het tijd om dieper in te gaan op de tekst. In deze exegetische uitleg bespreken we het gedeelte vers voor vers of in kleine samenhangende eenheden. Dit helpt ons om de boodschap van dit verhaal beter te begrijpen en de kern ervan helder te krijgen. Na de exegetische uitleg zullen we deze inzichten gebruiken om de kernboodschap van dit bijbelgedeelte te formuleren en te reflecteren op de betekenis ervan voor ons leven vandaag.
Johannes 5:19-20. Jezus en de Vader: eenheid in werk
In deze verzen legt Jezus uit waarom Hij op aarde handelt zoals Hij doet. Zijn woorden komen direct na de beschuldiging van de Joodse leiders, die Hem verwijten dat Hij zich gelijkstelt aan God. In plaats van deze beschuldiging te ontkennen, legt Jezus iets veel diepers uit: Zijn werk is niet los te zien van het werk van de Vader. Hij begint met de krachtige uitspraak: ‘Werkelijk, Ik verzeker u,’ waarmee Hij benadrukt dat wat volgt absolute waarheid is.
Jezus stelt dat de Zoon niets uit zichzelf doet, maar alleen datgene wat Hij de Vader ziet doen. Dit beeld is geladen met betekenis. Het herinnert aan de Joodse traditie waarin een zoon het vak van zijn vader leerde door hem zorgvuldig na te volgen. Maar hier gaat het om meer dan een aardse meester-leerling-relatie: Jezus beschrijft een volmaakte eenheid waarin Zijn handelen volledig in lijn is met de wil van de Vader. Elke genezing, elk woord, elk wonder dat Jezus verricht, is een weerspiegeling van Gods werk. Dit maakt duidelijk dat Jezus niet zomaar een profeet of een leraar is; Hij openbaart God zelf.
In vers 20 benadrukt Jezus de liefde tussen de Vader en de Zoon. Deze liefde is niet alleen een persoonlijke band, maar ook een actieve relatie waarin de Vader de Zoon alles laat zien wat Hij doet. Het woord ‘alles’ is hier cruciaal: er is niets dat de Vader voor de Zoon verborgen houdt. Dit toont niet alleen de volkomenheid van hun relatie, maar onderstreept ook dat Jezus’ werken volledig goddelijk zijn. Wanneer Jezus de verlamde man geneest, laat Hij daarmee zien dat dit de wil van de Vader is. De Joodse leiders, die Hem beschuldigen van het overtreden van de sabbat, missen dit inzicht: ze erkennen het wonder, maar weigeren de bron ervan te zien.
Jezus kondigt ook aan dat de Vader Hem ‘nog grotere dingen’ zal laten zien. Dit is een vooruitwijzing naar tekenen zoals het opwekken van doden, waaronder Lazarus, maar ook naar Zijn eigen opstanding. De woorden ‘u zult verbaasd staan’ zijn geladen met spanning: ze wijzen niet alleen op de macht van God, maar roepen ook op tot verwondering en geloof. Tegelijkertijd zijn ze een waarschuwing aan de leiders die weigeren te erkennen wat ze nu al zien. Als ze dit kleine teken niet geloven, hoe zullen ze dan reageren op de grotere daden van God?
De woorden van Jezus plaatsen Hem direct in het hart van Gods openbaring. Johannes benadrukt door het hele evangelie heen deze unieke relatie tussen de Vader en de Zoon. Van het openingsvers, waarin Jezus wordt beschreven als het Woord dat bij God was, tot Zijn gebed in Johannes 17, zien we hoe de Zoon in alles de Vader openbaart. Jezus’ daden zijn daarom niet slechts wonderen; ze zijn goddelijke tekenen die de waarheid van Gods liefde en macht laten zien.
Voor ons vandaag de dag bevatten deze verzen een belangrijke uitnodiging. Durven wij te geloven dat Jezus werkelijk Gods wil openbaart? En als dat zo is, hoe weerspiegelt ons leven diezelfde toewijding aan de Vader? Zoals Jezus in alles gericht was op de Vader, zo worden wij uitgedaagd om ons dagelijks af te vragen: wat zie ik de Vader doen? Hoe kan ik Hem volgen? Door deze vragen serieus te nemen, ontdekken we niet alleen meer over Jezus’ woorden, maar ook over onze roeping als Zijn volgelingen.
Johannes 5:21. Jezus maakt levend wie Hij wil
In dit vers doet Jezus een indrukwekkende uitspraak: ‘Want zoals de Vader doden opwekt en levend maakt, zo maakt ook de Zoon levend wie Hij wil.’ Met deze woorden plaatst Hij zichzelf op hetzelfde niveau als God. Dit moet als een schok gekomen zijn voor Zijn toehoorders, vooral de Joodse leiders die Hem al verdenken van godslastering. Door deze uitspraak maakt Jezus niet alleen Zijn unieke relatie met de Vader duidelijk, maar ook Zijn goddelijke macht en autoriteit.
De uitdrukking ‘doden opwekken en levend maken’ had in de Joodse traditie een bijzondere betekenis. Het werd exclusief toegeschreven aan God. In Deuteronomium 32:39 zegt God ‘Ik laat sterven, Ik geef leven’ en in 1 Samuël 2:6 belijdt Hanna ‘De Heer doet sterven en doet leven, voert naar het dodenrijk en leidt eruit omhoog’. Door te zeggen dat Hij, net als de Vader, doden opwekt en levend maakt, claimt Jezus een goddelijke bevoegdheid. Hij stelt dat Hij dezelfde macht en autoriteit bezit als de Vader en dat Zijn werk een voortzetting is van dat van de Vader.
De woorden ‘wie Hij wil’ benadrukken Jezus’ soevereiniteit. Deze woorden maken duidelijk dat het schenken van leven niet willekeurig is, maar gebaseerd op Zijn goddelijke wil en genade. Jezus handelt niet los van de Vader, maar altijd in volmaakte harmonie met Hem. Voor de Joodse leiders, die gewend waren om Gods handelen te begrijpen binnen de kaders van de wet, was dit een enorme uitdaging. Het impliceerde dat Jezus’ keuzes niet gebonden waren aan menselijke regels of verwachtingen, maar uitsluitend voortkwamen uit de wil van God.
Wat betekent ‘levend maken’ precies? Dit begrip heeft een dubbele betekenis. Aan de ene kant verwijst het naar het fysieke opwekken van doden, zoals Jezus later zal doen bij Lazarus (Johannes 11). Maar Johannes wijst door het hele evangelie heen op een diepere, geestelijke betekenis: het schenken van eeuwig leven aan hen die in Jezus geloven. Dit geestelijke ‘levend maken’ is een kernboodschap in Johannes. Het begint hier en nu, zoals Jezus zegt in Johannes 5:24: ‘Wie luistert naar wat Ik zeg en Hem gelooft die Mij gezonden heeft, heeft eeuwig leven.’ Het eeuwige leven is geen verre belofte, maar een realiteit die onmiddellijk begint voor wie gelooft.
Eeuwig leven is meer dan een oneindig voortbestaan na de dood. Het verwijst naar een kwalitatieve dimensie van leven, een leven dat wordt gekenmerkt door een diepe verbondenheid met God. Het is een leven in de aanwezigheid van God, waarin mensen de waarheid, liefde en vrede van God volledig ervaren. Dit leven vloeit voort uit de relatie met Jezus, zoals Hij in Johannes 17:3 zegt: ‘Het eeuwige leven, dat is dat zij U kennen, de enige ware God, en Hem die U gezonden hebt, Jezus Christus.’ Eeuwig leven is dus niet alleen toekomstgericht, maar vooral relationeel: een intieme kennis van en gemeenschap met God. Eeuwig leven biedt nu al vreugde en vrede, ondanks omstandigheden, omdat het geworteld is in de relatie met God. Het transformeert hoe gelovigen leven, omdat zij zich bewust zijn van de aanwezigheid en leiding van God in hun dagelijkse bestaan. Het brengt hoop, niet alleen voor de toekomst, maar ook in het hier en nu, doordat het leven een doel en richting geeft die verder reikt dan het zichtbare.
De woorden van Jezus anticiperen op de grotere werken die nog komen, zoals de opstanding en Zijn eigen overwinning op de dood. Tegelijkertijd zijn ze een uitnodiging voor Zijn toehoorders om te geloven en hun hoop op Hem te vestigen. Jezus’ claim roept echter ook weerstand op. De leiders die Hem horen, weigeren te accepteren dat Hij handelt namens de Vader. Dit ongeloof wordt door Johannes gepresenteerd als een terugkerend thema: de wereld heeft moeite om de waarheid over Jezus te erkennen, ondanks de tekenen en woorden die Hij geeft.
De woorden van Johannes 5:21 dagen ook ons uit. Durven wij te geloven dat Jezus macht heeft over leven en dood? Zien wij Hem als degene die ons geestelijk leven schenkt, hier en nu? Of houden we vast aan onze eigen controle, regels en verwachtingen? Jezus roept ons op om ons leven aan Hem toe te vertrouwen, want in Hem ligt de bron van werkelijk leven. Zoals Hij de macht heeft om doden op te wekken, zo wil Hij ook ons opwekken uit geestelijke dood. Zijn stem klinkt nog steeds en het is aan ons om te luisteren. Door deze waarheid in ons hart te laten doordringen, ontdekken we de diepe betekenis van Jezus’ woorden en de kracht van Zijn belofte.
Johannes 5:22-23. Het oordeel toevertrouwd aan de Zoon
In deze verzen onthult Jezus iets fundamenteels over Zijn relatie met de Vader: ‘De Vader zelf velt over niemand een oordeel, maar Hij heeft het oordeel geheel aan de Zoon toevertrouwd. Dan zal iedereen de Zoon eer betuigen zoals men de Vader eert. Wie de Zoon niet eert, eert ook de Vader niet, die Hem gezonden heeft.’ Met deze woorden stelt Jezus zichzelf niet alleen als de Rechter van de wereld voor, maar ook als degene die dezelfde eer verdient als de Vader. Dit is een radicale uitspraak die de toehoorders uitdaagt om hun begrip van God en Zijn werk te herzien.
Het oordeel was in de Joodse traditie een exclusieve taak van God. In Deuteronomium 1:17 wordt expliciet gezegd dat God de Rechter is en in Daniël 7:9-10 verschijnt Hij als de Oude van Dagen, zittend op de troon van het oordeel. Jezus’ claim dat het oordeel aan de Zoon is toevertrouwd, is daarom schokkend. Het woord ‘geheel’ in dit vers is cruciaal: het benadrukt dat deze taak niet gedeeltelijk of tijdelijk is overgedragen, maar volledig. Dit laat zien dat de Zoon in perfecte harmonie met de Vader handelt. Zijn oordeel is geen menselijke interpretatie, maar een goddelijke handeling die doordrenkt is van liefde en rechtvaardigheid.
Jezus voegt daaraan toe dat iedereen de Zoon eer zal betuigen zoals men de Vader eert. Dit roept niet alleen vragen op over de aard van Jezus’ autoriteit, maar legt ook een directe verbinding tussen de Vader en de Zoon. In de Joodse cultuur was het eren van God het hoogste gebod. Het idee dat dezelfde eer aan een ander – zelfs aan de Messias – zou toekomen, was ondenkbaar. Toch stelt Jezus dat het eren van Hem onlosmakelijk verbonden is met het eren van de Vader. Wie de Zoon afwijst, wijst daarmee ook de Vader af. Dit is niet slechts een logisch verband, maar een spirituele realiteit: de Zoon is de volledige openbaring van de Vader.
Het ‘eren’ in deze context betreft niet alleen uiterlijke eerbetuiging, maar ook innerlijke toewijding en erkenning van autoriteit. Eren betekent Jezus erkennen als de door God gezonden Rechter en Verlosser en dat vraagt om een houding van geloof en overgave. Deze uitspraak vormt een kernboodschap in Johannes: wie de Zoon kent, kent de Vader; wie de Zoon eert, eert de Vader.
De woorden van Jezus verwijzen naar het eschatologische oordeel: de toekomstige dag waarop Hij recht zal spreken over de levenden en de doden. Dit oordeel lijkt misschien iets dat alleen in de verre toekomst relevant is, maar het heeft ook diepe betekenis voor ons leven nu. Jezus maakt duidelijk dat wie Hem in het heden erkent als Zoon van God en Hem eert, al deel krijgt aan het leven dat Hij schenkt. Door in Hem te geloven, wordt de angst voor het oordeel weggenomen, omdat Jezus ons volledig heeft vrijgekocht van zonde en schuld. Voor gelovigen betekent dit dat zij niet meer veroordeeld zullen worden (Johannes 5:24), omdat hun oordeel al is gedragen door Christus aan het kruis. Voor ongelovigen daarentegen blijft het oordeel staan, omdat zij Gods genade hebben afgewezen en niet in de Zoon hebben geloofd (Johannes 3:18). Zijn oordeel, dat voortkomt uit Zijn liefdevolle en rechtvaardige karakter, scheidt degenen die in geloof eeuwig leven ontvangen van degenen die in ongeloof verloren gaan. Dit maakt Zijn oproep tot geloof des te urgenter: het biedt niet alleen rust en zekerheid voor de toekomst, maar ook vreugde en hoop in het heden, omdat we mogen leven in de zekerheid dat ons leven veilig is in Zijn handen.
Voor ons vandaag zijn deze woorden een krachtige oproep. Hoe eren wij de Zoon in ons dagelijks leven? Eren we Hem alleen met woorden of met ons hele hart en onze daden? Jezus nodigt ons uit om Hem niet slechts te zien als een voorbeeld of leraar, maar als de Zoon van God, de Rechter en de bron van eeuwig leven. Door Hem te eren zoals we de Vader eren, stellen we ons open voor Zijn waarheid, Zijn genade en Zijn leven. Zijn oordeel is geen bedreiging, maar een belofte van rechtvaardigheid en hoop. Wat een troost dat de Rechter van de wereld ons kent, ons liefheeft en ons uitnodigt om in Zijn licht te leven!
Johannes 5:24-25. Overgang van dood naar leven
In deze verzen onthult Jezus een diepgaande waarheid over het leven dat Hij brengt: ‘Werkelijk, Ik verzeker u: wie luistert naar wat Ik zeg en Hem gelooft die Mij gezonden heeft, heeft eeuwig leven; over hem wordt geen oordeel uitgesproken, hij is van de dood overgegaan naar het leven. Werkelijk, Ik verzeker u, er komt een tijd, en die tijd is nu gekomen, dat de doden de stem van Gods Zoon zullen horen en dat wie Hem horen, zullen leven.’ Deze woorden bevatten een krachtige uitnodiging om Jezus’ stem te horen en in geloof te reageren, met het vooruitzicht op eeuwig leven dat niet pas in de toekomst begint, maar nu al werkelijkheid wordt.
De passage begint met ‘Werkelijk, Ik verzeker u’ – een plechtige uitdrukking die in het Grieks letterlijk ‘Amen, amen’ luidt. Jezus gebruikt deze formule om de absolute waarheid van Zijn woorden te benadrukken en om de aandacht van Zijn toehoorders volledig te vangen. Wat volgt, is een revolutionaire boodschap: wie luistert naar Zijn woorden en gelooft in de Vader die Hem gezonden heeft, bezit al eeuwig leven. Dit is een opmerkelijke verschuiving ten opzichte van de traditionele Joodse gedachte, waarin eeuwig leven iets was dat pas ná de opstanding aan het einde der tijden zou worden ervaren. Jezus breekt met deze verwachting door te stellen dat eeuwig leven nu al begint voor wie in Hem gelooft.
De overgang ‘van de dood naar het leven’ is een kernbeeld in dit vers. Dood verwijst niet alleen naar de fysieke dood, maar vooral naar een geestelijke toestand van scheiding van God, gekenmerkt door zonde en hopeloosheid. Leven is het tegenovergestelde: een vernieuwde relatie met God, gekenmerkt door hoop, vrijheid en gemeenschap. Dit leven begint hier en nu. Jezus’ woorden in Johannes 5:24 sluiten aan bij Johannes 3:16, waar eeuwig leven wordt gepresenteerd als een gave van God aan wie in Zijn Zoon gelooft.
In vers 25 verdiept Jezus deze gedachte. Hij zegt dat er een tijd komt – en die tijd is nu – waarin doden de stem van Gods Zoon zullen horen en leven. De zinsnede ‘die tijd is nu’ wijst op de komst van Jezus als het moment waarop deze geestelijke opstanding begint. De doden waarover Jezus spreekt, zijn mensen die geestelijk dood zijn door ongeloof en zonde. Het horen van Jezus’ stem is een metafoor voor het ontvangen van Zijn openbaring en het daarop reageren met geloof. Het leven dat volgt, is geen tijdelijke toestand, maar een eeuwige realiteit.
De woorden van Jezus hebben zowel een actuele als een toekomstige dimensie. In het heden verwijst Hij naar de geestelijke opstanding van hen die tot geloof komen. Maar Zijn woorden wijzen ook vooruit naar de uiteindelijke opstanding, waarin de fysieke doden letterlijk Zijn stem zullen horen en tot leven zullen komen. Dit dubbele perspectief – het ‘alreeds’ en het ‘nog niet’ – is kenmerkend voor Johannes’ theologie. Het nodigt uit tot een leven in geloof, met het vertrouwen dat Gods werk in ons al begonnen is, maar zijn volheid zal bereiken in de toekomst.
Wat betekent dit alles voor ons? Jezus’ woorden nodigen ons uit om ons af te vragen of we Zijn stem werkelijk horen. Horen we Zijn woorden als waarheid die ons leven verandert, of blijven ze op de achtergrond? Het horen van Zijn stem is geen passieve ervaring, maar vraagt om een actieve respons. Door te geloven in de Vader die Jezus gezonden heeft, mogen wij ervaren dat eeuwig leven niet iets is dat we moeten verdienen of waarvoor we moeten wachten. Het is een geschenk dat ons hier en nu gegeven wordt.
Deze verzen herinneren ons eraan dat geloof een overgang is van dood naar leven, een verandering die alles in ons bestaan raakt. Het roept ons op om onze oren te openen voor de stem van Jezus en ons hart te vullen met vertrouwen in Zijn woorden. Hoe zouden onze dagen eruitzien als we werkelijk leefden in het licht van deze waarheid? Jezus biedt ons niet slechts een hoopvolle toekomst, maar een nieuw begin, vandaag. Zijn uitnodiging is eenvoudig: luister, geloof en leef.
Johannes 5:26-27. De Zoon heeft leven en gezag
In deze verzen zegt Jezus: ‘Zoals de Vader leven heeft in zichzelf, zo heeft ook de Zoon leven in zichzelf; dat heeft de Vader Hem gegeven. En omdat Hij de Mensenzoon is, heeft de Vader Hem ook gezag gegeven om het oordeel te vellen.’ Deze woorden onthullen de unieke autoriteit van Jezus en benadrukken zowel Zijn goddelijke als menselijke natuur. Jezus presenteert zich hier als de bron van leven en de Rechter over de wereld.
Het vers begint met de verklaring dat de Vader ‘leven heeft in zichzelf.’ Dit wijst op Gods unieke eigenschap als de bron van al het leven. God is zelfbestaand, afhankelijk van niets of niemand, en uit Hem stroomt al het fysieke en geestelijke leven voort. Door te zeggen dat de Zoon ook ‘leven in zichzelf’ heeft, laat Jezus zien dat Hij deelt in deze goddelijke eigenschap. Dit is niet iets wat Hij zichzelf heeft toegekend, maar iets wat de Vader Hem heeft gegeven. De term ‘gegeven’ benadrukt de liefdevolle relatie tussen de Vader en de Zoon. Het toont dat de Zoon volkomen één is met de Vader, zowel in Zijn wezen als in Zijn handelen.
‘Leven in zichzelf’ heeft een diepe betekenis. Het gaat niet alleen om de macht om fysiek leven te scheppen, maar ook om het schenken van geestelijk en eeuwig leven. Dit leven overstijgt het tijdelijke en verwijst naar de volledige gemeenschap met God. Johannes herhaalt dit thema door het hele evangelie. In Johannes 1:4 wordt gezegd: ‘In [Hem] was leven en het leven was het licht voor de mensen.’ Later, in Johannes 14:6, noemt Jezus zichzelf ‘de weg, de waarheid en het leven’. Jezus biedt geen abstracte belofte van leven, maar een realiteit die hier en nu begint voor wie gelooft.
In vers 27 breidt Jezus Zijn uitleg uit door te zeggen dat de Vader Hem ook gezag heeft gegeven om te oordelen, omdat Hij de Mensenzoon is. De titel ‘Mensenzoon’ verwijst naar Daniël 7:13-14, waar de Mensenzoon wordt beschreven als degene die van God macht en eer ontvangt om over de volken te regeren. Door deze titel op zichzelf toe te passen, claimt Jezus niet alleen goddelijke autoriteit, maar ook dat Hij degene is die de profetie van Daniël vervult. Tegelijkertijd benadrukt de titel Jezus’ menselijkheid. Hij is niet alleen de goddelijke Zoon van God, maar ook degene die onze menselijke ervaring deelt. Als Mensenzoon is Hij bij uitstek geschikt om te oordelen, omdat Hij zowel onze zwakheden begrijpt als Gods perfecte rechtvaardigheid vertegenwoordigt.
Het oordeel dat Jezus uitvoert, is diep verbonden met Zijn macht om leven te geven. Het is geen oordeel dat alleen straft, maar een oordeel dat herstelt. Het doel van dit oordeel is het herstel van Gods orde en het brengen van redding. Dit sluit aan bij Johannes 3:17, waar staat dat Jezus niet is gekomen om de wereld te veroordelen, maar om haar te redden. Zijn oordeel biedt hoop, omdat het geworteld is in genade en waarheid.
Voor de Joodse leiders die dit hoorden, waren deze woorden buitengewoon provocerend. Het idee dat iemand anders dan God leven kon geven en oordelen, ging in tegen hun begrip van Gods exclusieve bevoegdheden. Toch is dit precies wat Jezus hen wil laten zien: Zijn werk is volledig in lijn met dat van de Vader. Hij handelt niet zelfstandig, maar in volmaakte harmonie met God.
Voor ons vandaag zijn deze verzen zowel uitdagend als bemoedigend. Ze herinneren ons eraan dat Jezus de bron is van al het leven – zowel fysiek als geestelijk. Hoe vaak zoeken we vervulling buiten Hem om? Hoe vaak vertrouwen we op onze eigen kracht in plaats van op Zijn levenschenkende aanwezigheid? Bovendien nodigen deze woorden ons uit om te reflecteren op onze houding ten opzichte van Zijn oordeel. Vinden we troost in de wetenschap dat onze Rechter ook onze Redder is? Of proberen we nog steeds onze eigen rechtvaardigheid te bewerken door onze prestaties, goede werken of naleving van regels, alsof we daarmee Gods goedkeuring kunnen verdienen? Maar Jezus wijst ons erop dat ware rechtvaardigheid en leven voortkomen uit een relatie met Hem, niet uit menselijke inspanningen. Hij is door de Vader gezonden om leven te geven aan allen die in Hem geloven. Deze woorden nodigen ons uit om nu al te rusten in Zijn belofte, Hem te vertrouwen en ons leven aan Zijn leiding toe te vertrouwen, wetend dat alleen Hij de bron van werkelijk leven is.
Jezus’ woorden zijn een uitnodiging om Hem te erkennen als de bron van ons leven en de Rechter van ons hart. Ze nodigen ons uit om onze eigen controle los te laten en volledig op Hem te vertrouwen. Want in Zijn handen ligt niet alleen oordeel, maar ook genade en hoop. Dit is een krachtige oproep om ons leven in overeenstemming te brengen met Zijn wil en te vertrouwen op Zijn levengevende kracht. In Hem vinden we niet alleen gerechtigheid, maar ook de volheid van leven – een leven dat eeuwig blijft. Wat een belofte en wat een zekerheid!
Johannes 5:28-29. De opstanding en het oordeel
In deze verzen zegt Jezus: ‘Wees hierover niet verwonderd, er komt een moment waarop alle doden zijn stem zullen horen en uit hun graf zullen komen: wie het goede gedaan heeft staat op om te leven, wie het slechte gedaan heeft staat op om veroordeeld te worden.’ Met deze woorden legt Jezus uit dat Zijn autoriteit over het leven en oordeel niet beperkt is tot het heden, maar zich uitstrekt tot de toekomst. Hij spreekt over een universele opstanding, waarbij iedereen – zonder uitzondering – Zijn stem zal horen en daarop zal reageren.
Jezus opent met de aansporing: ‘Wees hierover niet verwonderd.’ Hij lijkt in te spelen op de verbazing van Zijn toehoorders over Zijn eerdere uitspraken over Zijn macht om leven te geven en te oordelen. Wat Hij nu onthult, gaat echter nog verder. Niet alleen zal Hij leven schenken aan de levenden en oordelen over hen, maar zelfs de doden zullen Hem horen en daarop reageren. Dit concept moet overweldigend zijn geweest voor Zijn luisteraars, omdat het een directe koppeling legt tussen Jezus en Gods ultieme macht over leven en dood.
Het idee van een toekomstige opstanding was niet nieuw in de Joodse traditie, maar er waren verschillende visies over de aard ervan. De farizeeën geloofden in een lichamelijke opstanding aan het einde der tijden, zoals beschreven in Daniël 12:2: ‘Velen van hen die slapen in de aarde, in het stof, zullen ontwaken, sommigen om eeuwig te leven, anderen om voor eeuwig te worden veracht en verafschuwd.’ De Sadduceeën daarentegen verwierpen het hele idee van een opstanding, omdat zij alleen de Thora als gezaghebbend beschouwden en daarin geen expliciete verwijzing naar een opstanding vonden. Jezus bevestigt hier niet alleen de opstanding, maar brengt een nieuwe dimensie naar voren die verder gaat dan de opvattingen van de farizeeën: Hij plaatst zichzelf in het centrum van deze opstanding. Hij zegt dat het niet zomaar een gebeurtenis is aan het einde der tijden, maar dat Zijn stem degenen die in de graven liggen zal doen opstaan. Hiermee claimt Hij een unieke goddelijke autoriteit als Zoon van God, die niet alleen getuigt van de opstanding, maar deze ook zelf zal bewerkstelligen. Voor zowel farizeeën als sadduceeën moeten deze woorden schokkend zijn geweest: voor de farizeeën omdat Jezus de focus van hun verwachting verlegt naar zichzelf en voor de Sadduceeën omdat Hij het concept van de opstanding volledig bevestigt en er zelfs goddelijke macht aan toevoegt.
De opstanding die Jezus beschrijft, leidt tot twee verschillende uitkomsten. Sommigen zullen opstaan ‘om te leven’, terwijl anderen opstaan ‘om veroordeeld te worden’. Deze tweedeling weerspiegelt een fundamenteel bijbels principe van oordeel: God scheidt degenen die Hem gehoorzamen van degenen die zich tegen Hem verzetten. Het criterium voor dit oordeel – ‘het goede’ of ‘het slechte’ – verwijst in Johannes naar de reactie op Jezus en Zijn openbaring. Wie in Hem gelooft en leeft in gehoorzaamheid aan Zijn woord, doet ‘het goede’. Dit sluit aan bij Johannes 3:21, waar staat: ‘Wie oprecht handelt zoekt het licht op’. Het ‘slechte’ verwijst naar een leven van ongeloof en rebellie tegen God.
Het oordeel dat Jezus beschrijft, is rechtvaardig en definitief. Het woord ‘veroordeling’ wijst niet alleen op straf, maar op een leven dat afgesneden is van God. Dit contrast benadrukt de ernst van Jezus’ woorden: er zijn geen neutrale reacties op Zijn oproep. Wie Zijn stem hoort, moet kiezen – een keuze die gevolgen heeft voor zowel het heden als de eeuwigheid.
Deze verzen bieden ook een vooruitwijzing naar Jezus’ eigen opstanding. In Johannes 11:25-26 zegt Hij tegen Marta: ‘Ik ben de opstanding en het leven. Wie in Mij gelooft, zal leven, ook wanneer hij sterft, en ieder die leeft en in Mij gelooft zal nooit sterven.’ Zijn eigen overwinning op de dood bewijst de waarheid van Zijn woorden en biedt hoop aan allen die in Hem geloven.
Voor ons vandaag zijn deze woorden zowel een waarschuwing als een bemoediging. Ze nodigen ons uit om na te denken over onze eigen reactie op Jezus’ stem. Horen we Zijn woorden als een oproep tot geloof en gehoorzaamheid? Of negeren we Zijn stem en blijven we leven alsof Hij er niet toe doet? Jezus maakt duidelijk dat onze keuze niet zonder gevolgen is. Maar Zijn woorden bieden ook hoop: wie Hem hoort en volgt, zal opstaan tot eeuwig leven.
Dit is een uitnodiging om nu al te leven in het licht van deze belofte. Hoe zouden onze keuzes veranderen als we ons volledig bewust waren van de kracht en waarheid van Jezus’ woorden? Hij nodigt ons uit om Zijn stem te horen, vandaag al, en te leven in gehoorzaamheid en geloof. Zijn belofte van opstanding is niet slechts een verre hoop, maar een zekerheid die ons hier en nu oproept tot een leven in Zijn licht.
Johannes 5:30. Rechtvaardigheid van Jezus’ oordeel
In dit vers zegt Jezus: ‘Ik kan niets doen uit Mijzelf: Ik oordeel naar wat Ik hoor, en mijn oordeel is rechtvaardig omdat Ik mij niet richt op wat Ik zelf wil, maar op de wil van Hem die Mij gezonden heeft.’ Met deze woorden benadrukt Jezus opnieuw Zijn volledige afhankelijkheid van de Vader en de rechtvaardigheid van Zijn oordeel. Dit vers vat niet alleen de boodschap van de voorafgaande verzen samen, maar legt ook een fundament voor ons begrip van Jezus’ missie en Zijn unieke relatie met de Vader.
De uitspraak ‘Ik kan niets doen uit Mijzelf’ onderstreept dat Jezus niet los van de Vader handelt. Dit betekent niet dat Hij beperkt is, maar juist dat Hij volledig één is met de Vader in wil en intentie. Voor menselijke oren kan dit vreemd klinken, omdat wij onafhankelijkheid vaak associëren met kracht en vrijheid. Maar voor Jezus is afhankelijkheid van de Vader juist de essentie van Zijn goddelijke missie. Alles wat Hij doet, weerspiegelt de wil van de Vader. Dit herinnert ons aan Johannes 5:19, waar Jezus zegt dat Hij alleen doet wat Hij de Vader ziet doen. Zijn woorden en daden zijn een directe weerspiegeling van Gods werk en karakter.
Vervolgens verklaart Jezus dat Zijn oordeel gebaseerd is op wat Hij hoort. Hieruit blijkt dat Zijn oordeel geen menselijke inschatting is, maar voortkomt uit een voortdurende communicatie met de Vader. Jezus presenteert zichzelf als degene die volledig afgestemd is op de Vader en wiens oordeel daarom volkomen betrouwbaar en rechtvaardig is. Het woord ‘rechtvaardig’ is hier belangrijk. In de bijbelse context verwijst rechtvaardigheid naar het weerspiegelen van Gods heilige karakter. Jezus’ oordeel is niet gebaseerd op eigen voorkeuren of menselijke beperkingen, maar op de perfecte waarheid van God.
De rechtvaardigheid van Jezus’ oordeel wordt verder uitgelegd in de woorden: ‘omdat Ik mij niet richt op wat Ik zelf wil, maar op de wil van Hem die Mij gezonden heeft.’ Hierin ligt de kern van Jezus’ missie: Hij is niet gekomen om zichzelf te verheerlijken, maar om de wil van de Vader te volbrengen. Dit zien we op een krachtige manier terug in de hof van Getsemane, waar Jezus bidt: ‘Laat niet gebeuren wat Ik wil, maar wat U wilt’ (Marcus 14:36). Zijn leven en dood zijn een volledige overgave aan de wil van God, wat de basis vormt voor Zijn gezag en Zijn oordeel.
Voor de Joodse leiders die naar Jezus luisterden, was deze verklaring confronterend. Zij zagen zichzelf als de hoeders van Gods wet en de handhavers van rechtvaardigheid. Jezus’ woorden stelden echter hun begrip van oordeel ter discussie. Hun oordeel was vaak gekleurd door eigenbelang en traditie, terwijl Jezus een oordeel presenteert dat geworteld is in Gods waarheid en liefde. Zijn woorden roepen hen – en ons – op tot zelfreflectie: hoe vaak baseren wij onze oordelen op onze eigen verlangens in plaats van op Gods wil?
Deze woorden van Jezus zijn niet alleen een verklaring van Zijn missie, maar ook een uitnodiging voor ons. Ze herinneren ons eraan dat ware rechtvaardigheid begint met gehoorzaamheid aan God. Hoe vaak vertrouwen wij op onze eigen inzichten in plaats van op Zijn leiding? Hoe vaak laten we onze eigen voorkeuren onze beslissingen beïnvloeden? Jezus’ voorbeeld daagt ons uit om onze wil ondergeschikt te maken aan die van de Vader, wetende dat Zijn plannen altijd goed en rechtvaardig zijn.
Tegelijkertijd bieden deze woorden hoop. Het feit dat Jezus’ oordeel rechtvaardig is, betekent dat wij niet hoeven te vrezen voor onrecht of willekeur. Hij kent ons volledig en oordeelt met waarheid en genade. Dit is een uitnodiging om ons leven in overeenstemming te brengen met Zijn wil, zodat we kunnen leven in de vrijheid en zekerheid van Zijn rechtvaardigheid. Wat een troost om te weten dat de Rechter van de wereld niet alleen rechtvaardig is, maar ook liefdevol en genadig. Wat betekent het voor jou om Jezus’ woorden te horen en te vertrouwen op Zijn oordeel? Zijn stem nodigt ons uit om niet op onszelf te vertrouwen, maar onze hoop volledig te stellen op Hem die altijd handelt naar de wil van de Vader.
Johannes 5:31-35. Het getuigenis van Johannes de Doper
In deze verzen verdedigt Jezus Zijn autoriteit door te verwijzen naar meerdere getuigen die Zijn goddelijke missie ondersteunen. Hij zegt: ‘Als Ik nu over mezelf zou getuigen, dan was mijn verklaring niet betrouwbaar, maar iemand anders getuigt over Mij, en Ik weet dat zijn verklaring over Mij betrouwbaar is. U hebt boden naar Johannes gestuurd en hij heeft een betrouwbaar getuigenis afgelegd. Niet dat Ik het getuigenis van een mens nodig heb, maar Ik zeg dit om u te redden. Johannes was een lamp die helder brandde, en een tijdlang hebt u zich over zijn licht verheugd.’
Jezus opent met de opmerking dat Zijn eigen getuigenis niet voldoende zou zijn. Dit verwijst naar het principe uit de Joodse wet, waarin wordt gesteld dat een zaak pas bevestigd kan worden door de verklaring van twee of drie getuigen (Deuteronomium 19:15). Hoewel Jezus als Zoon van God geen externe bevestiging nodig heeft, spreekt Hij vanuit een juridische en culturele context die Zijn toehoorders zouden begrijpen. Dit benadrukt niet dat Zijn woorden minder waar zijn, maar dat Zijn missie geworteld is in goddelijke en menselijke herkenbaarheid.
Hij verwijst naar ‘iemand anders’ die over Hem getuigt, waarmee Hij indirect de Vader bedoelt. Dit sluit aan bij Johannes 5:37, waar Jezus expliciet stelt dat de Vader Hem heeft gezonden en Zijn werken bevestigen. Jezus wil echter eerst de aandacht vestigen op Johannes de Doper, een profeet die door velen als een gezaghebbende stem werd erkend. Dit is niet omdat Hij afhankelijk is van Johannes’ getuigenis, maar omdat het mensen kan helpen om Zijn boodschap beter te begrijpen. Het doel van dit getuigenis is redding – niet het vergroten van Jezus’ aanzien, maar het brengen van mensen tot geloof.
De beschrijving van Johannes als ‘een lamp die helder brandde’ is rijk aan betekenis. Een lamp geeft licht, maar is niet de bron van dat licht. Johannes werd geroepen om het licht van Jezus te weerspiegelen en mensen op Hem te wijzen (Johannes 1:6-8). Hij vervulde deze rol met toewijding, maar zijn taak was tijdelijk. Jezus wijst erop dat de mensen zich een tijdlang verheugden over Johannes’ boodschap, maar hun enthousiasme bleek vluchtig. Dit geeft inzicht in de oppervlakkigheid van hun reactie: zij genoten van Johannes’ prediking, maar waren niet bereid om de kern van zijn boodschap te omarmen – namelijk bekering en geloof in Jezus als de Messias.
Historisch gezien waren de reacties op Johannes verdeeld. Hoewel velen hem als een profeet zagen, weigerden anderen zijn boodschap te aanvaarden. Jezus confronteert Zijn toehoorders hiermee en roept hen op om hun houding te heroverwegen. Hoe vaak luisteren wij wel naar inspirerende boodschappen, maar weigeren we de levensverandering die ze van ons vragen? De woorden van Jezus dagen ons uit om verder te kijken dan ons tijdelijke enthousiasme en ons werkelijk over te geven aan Zijn waarheid.
Deze verzen benadrukken ook de bredere context van Johannes’ evangelie, waarin Jezus’ missie steeds wordt bevestigd door getuigen zoals Johannes de Doper, Jezus’ werken en de Vader zelf. Dit meervoudige getuigenis toont aan dat Jezus niet losstaat van Gods plan, maar er volledig mee verweven is. Zijn daden en woorden zijn bedoeld om de Vader te openbaren en mensen tot geloof te brengen.
Voor ons vandaag zijn deze verzen een krachtige herinnering aan de vraag hoe wij reageren op Gods getuigenis. Jezus’ woorden richten zich niet alleen tot de Joodse leiders van Zijn tijd, maar ook tot ons. Horen wij de stemmen die ons naar Hem wijzen, zoals Johannes dat deed? En zijn wij bereid om ons leven in overeenstemming te brengen met Zijn wil?
Daarnaast roept Jezus ons op om, net als Johannes, ‘een lamp te zijn die helder brandt’. Dit betekent dat wij niet het licht zelf zijn, maar geroepen worden om het licht van Jezus te weerspiegelen. Hoe doen wij dat in onze dagelijkse relaties en keuzes? Deze verzen nodigen ons uit om niet alleen toeschouwers te zijn, maar actieve deelnemers in Gods reddingsplan. Laten we daarom luisteren naar Zijn getuigen, Zijn stem volgen en het licht van Zijn waarheid delen met de wereld.
Johannes 5:36-38. Jezus’ werken en het getuigenis van de Vader
In deze verzen benadrukt Jezus dat Zijn werken het meest overtuigende getuigenis leveren van Zijn goddelijke missie. Hij zegt: ‘Maar Ik heb een belangrijker getuigenis dan dat van Johannes: het werk dat de Vader Mij gegeven heeft om te volbrengen. Wat Ik doe getuigt ervan dat de Vader Mij heeft gezonden. De Vader, die Mij gezonden heeft, heeft dus zelf een getuigenis over Mij afgelegd. Maar u hebt Zijn stem nooit gehoord en Zijn gestalte nooit gezien, en u hebt Zijn woord niet blijvend in u opgenomen, want aan degene die Hij gezonden heeft, schenkt u geen geloof.’
Jezus maakt hier een duidelijke verschuiving in focus. Hoewel het getuigenis van Johannes de Doper belangrijk was en velen naar Jezus wees, benadrukt Hij dat Zijn eigen werk een veel krachtiger bevestiging is. Het woord ‘werk’ verwijst niet alleen naar Zijn wonderen, maar omvat alles wat Hij is komen doen: Zijn prediking, genezingen, tekenen en uiteindelijk Zijn dood en opstanding. Deze werken zijn een directe uitdrukking van de wil en kracht van de Vader. Ze laten zien dat Jezus niet handelt uit eigenbelang, maar volledig in overeenstemming met de Vader. Dit maakt Zijn woorden en daden niet alleen betrouwbaar, maar ook een openbaring van Gods karakter en plan.
De verwijzing naar de Vader als getuige sluit aan bij de Joodse traditie waarin daden van God als bevestiging golden van Zijn gezanten. Denk aan de wonderen in de tijd van Mozes, Elia en Elisa. Jezus plaatst zich hier niet alleen in die lijn, maar overstijgt deze traditie door te claimen dat Zijn werken voortkomen uit Zijn unieke eenheid met de Vader. Dit maakt Zijn boodschap des te dringender. De werken van Jezus, zoals de genezing van de verlamde man in Johannes 5:1-15, zijn niet alleen wonderen, maar tekenen die wijzen naar Zijn identiteit als Zoon van God en Redder van de wereld.
Jezus’ woorden bevatten echter ook een scherpe confrontatie. Hij zegt tegen Zijn toehoorders dat zij de Vader niet werkelijk kennen: ‘U hebt Zijn stem nooit gehoord en Zijn gestalte nooit gezien.’ Dit is een harde uitspraak, vooral voor mensen die zichzelf zagen als het uitverkoren volk van God. Hoewel zij misschien de Schriften kenden en hun identiteit als volk van het verbond koesterden, ontbrak het aan een echte innerlijke relatie met God. Dit blijkt uit hun ongeloof in Jezus, de Zoon die door de Vader is gezonden. Hun kennis van de Schrift bleef oppervlakkig; het was niet het levende woord dat hen veranderde.
De woorden ‘u hebt Zijn woord niet blijvend in u opgenomen’ wijzen op een dieper probleem. Hoewel de Joodse leiders zichzelf beschouwden als hoeders van de wet, hadden zij het essentiële doel van die wet gemist: de openbaring van God en de voorbereiding op de komst van de Messias. Door hun ongeloof in Jezus toonden zij aan dat zij niet werkelijk luisterden naar het getuigenis van God, zowel in de Schriften als in de werken van Jezus.
Deze verzen nodigen ons uit om te reflecteren op de vraag hoe wij omgaan met Gods getuigenis. Jezus’ werken getuigen niet alleen van Zijn identiteit, maar zijn ook een uitnodiging om te geloven. Hoe vaak zien wij de tekenen van Gods aanwezigheid in ons leven, maar herkennen wij die niet als uitingen van Zijn liefde en leiding? Hoe vaak lezen wij de Bijbel zonder dat de woorden echt doordringen in ons hart? Jezus’ confrontatie met Zijn toehoorders is ook een oproep aan ons: om niet alleen toeschouwers te zijn, maar actief te reageren op Zijn oproep tot geloof en gehoorzaamheid.
Tegelijkertijd bieden deze woorden een diepe bemoediging. Jezus laat zien dat Zijn missie volledig geworteld is in de wil van de Vader. Zijn werk spreekt voor zichzelf en getuigt van een liefdevolle God die Zijn Zoon heeft gezonden om de wereld te redden. Dit betekent dat ons geloof niet gebaseerd is op menselijke inspanningen, maar op de betrouwbare, zichtbare en krachtige daden van God. Wat betekent dit voor jouw leven? Zie jij Jezus’ werk als een uitnodiging om Hem te vertrouwen en te volgen? En hoe laat jij Zijn woorden doordringen in je dagelijks leven?
Deze verzen herinneren ons eraan dat Gods getuigenis krachtig en onmiskenbaar is. Ze nodigen ons uit om onze ogen te openen voor de manier waarop Hij werkt in de wereld en in ons leven. Ze dagen ons uit om Zijn woorden niet alleen te horen, maar ook in ons hart op te nemen en ernaar te handelen. Wat een troost en vreugde om te weten dat het werk van Jezus ook vandaag nog getuigt van de Vader die ons roept tot een leven in geloof en vertrouwen!
Johannes 5:39-40. De Schriften getuigen over Jezus
In deze verzen zegt Jezus: ‘U bestudeert de Schriften en u denkt daardoor eeuwig leven te hebben. Welnu, de Schriften getuigen over Mij, maar bij Mij wilt u niet komen om leven te ontvangen.’ Met deze woorden confronteert Jezus de Joodse leiders met hun gebrek aan geloof. Ze wijden hun leven aan het bestuderen van de Schrift, maar missen de kern: het getuigenis van Jezus, de Messias. Deze verzen zijn een uitnodiging om voorbij kennis en traditie te kijken en een levende relatie met Jezus aan te gaan.
Jezus begint met een observatie: ‘U bestudeert de Schriften.’ Voor de Joodse leiders was de Schrift het middelpunt van hun geloof. Ze geloofden dat het naleven van de wet hen dichter bij God bracht en hen eeuwig leven zou schenken. Maar hier wijst Jezus op een cruciale fout in hun denken. Hun focus op de tekst zelf – als een verzameling van regels en geboden – verblindde hen voor de persoon waarnaar de tekst wees: Jezus zelf. De Schrift was nooit bedoeld als een doel op zich, maar als een wegwijzer naar de Messias.
De woorden ‘de Schriften getuigen over Mij’ zijn diepgaand. Jezus beweert hier dat de hele Schrift, van Genesis tot Maleachi, uiteindelijk naar Hem verwijst. Dit sluit aan bij Johannes 1:1, waar Jezus wordt geïdentificeerd als het Woord dat vlees is geworden. De verhalen, profetieën en wetten in het Oude Testament wijzen allemaal vooruit naar Jezus’ komst en missie. Voor de Joodse leiders, die zichzelf zagen als experts in de Schrift, moet deze uitspraak schokkend zijn geweest. Hoe konden zij zoveel kennis hebben en toch de kern missen?
De verwijzing naar ‘eeuwig leven’ is belangrijk. In de Joodse traditie werd eeuwig leven vaak geassocieerd met het naleven van de wet en het onderhouden van het verbond. Maar Jezus benadrukt dat het echte leven niet in de regels zelf ligt, maar in de relatie met Hem. Hij zegt: ‘Bij Mij wilt u niet komen om leven te ontvangen.’ Dit is een indringend verwijt. Jezus stelt dat hun ongeloof niet voortkomt uit onwetendheid, maar uit onwil. Ze staan oog in oog met de bron van eeuwig leven, maar weigeren Hem te accepteren.
De historische context helpt ons dit beter te begrijpen. In Jezus’ tijd werd de Schrift intensief bestudeerd door religieuze groeperingen zoals de farizeeën en schriftgeleerden. Zij zagen de wet als de sleutel tot heiligheid en redding. Maar deze focus op de letter van de wet leidde vaak tot een spirituele blindheid. Ze zagen de Messias als een politieke of militaire bevrijder en Jezus voldeed niet aan dat beeld. Zijn nederige afkomst en uitdagende boodschap pasten niet in hun verwachtingen.
Deze woorden van Jezus hebben ook een diepe symbolische betekenis. Hij verwijst naar zichzelf als de vervulling van Gods belofte en als de bron van eeuwig leven. Dit maakt duidelijk dat de Schrift alleen betekenis heeft in relatie tot Hem. De Bijbel is geen verzameling regels of morele lessen; het is Gods liefdesbrief aan de mensheid, met Jezus in het centrum.
Voor ons vandaag biedt deze passage een krachtige les. Het is mogelijk om de Bijbel grondig te bestuderen zonder dat het ons hart raakt. Hoe vaak lezen we de Bijbel met de intentie om kennis op te doen, maar niet om Jezus zelf te ontmoeten? Jezus’ woorden nodigen ons uit om verder te kijken dan de letters op de pagina en Hem te zoeken als het levende Woord. De Schrift moet ons leiden tot een relatie met Hem, niet slechts tot een intellectuele oefening.
Tegelijkertijd zijn deze verzen een waarschuwing. Net als de Joodse leiders kunnen wij ook vastlopen in religieuze routines en tradities. Maar als onze studie van de Schrift ons niet dichter bij Jezus brengt, missen we het doel. Hoe kunnen we ervoor zorgen dat we niet alleen over Jezus leren, maar Hem ook werkelijk ontmoeten? Hoe laten we de woorden van de Bijbel ons leven veranderen?
Deze verzen herinneren ons eraan dat eeuwig leven niet te vinden is in kennis, traditie of religieuze toewijding, maar in een levende relatie met Jezus. Hij nodigt ons uit om naar Hem toe te komen en te leven in Zijn licht. Wat betekent dit voor jou? Hoe kun je jouw bijbelstudie transformeren tot een ontmoeting met de Levende? Zijn woorden nodigen ons uit om voorbij de tekst te kijken en het ware leven te vinden in Hem.
Johannes 5:41-44. Onwil om te geloven
In deze verzen richt Jezus zich rechtstreeks tot de Joodse leiders met een scherpe en confronterende boodschap. Hij zegt: ‘Niet dat Ik de eer van mensen nodig heb, maar Ik ken u: u hebt geen liefde voor God in u. Ik ben gekomen in naam van mijn Vader, maar u accepteert Mij niet, terwijl u iemand die namens zichzelf komt, wel zou accepteren. Hoe zou u ooit tot geloof kunnen komen? Van elkaar wilt u wel eer ontvangen, maar u zoekt niet de eer die de enige God u kan geven.” Met deze woorden onthult Jezus de diepere oorzaak van hun ongeloof: hun obsessie met menselijke goedkeuring en hun gebrek aan liefde voor God.
Jezus begint met de verklaring dat Hij geen menselijke eer nodig heeft. Dit is niet zomaar een afwijzing van lof, maar een fundamentele waarheid over Zijn missie. Jezus is volledig gericht op het vervullen van de wil van de Vader en heeft geen behoefte aan goedkeuring van mensen. Het woord ‘eer’ verwijst naar glorie en erkenning, iets wat de Joodse leiders duidelijk wel zochten. Dit contrast legt meteen hun verkeerde prioriteiten bloot. Waar Jezus volledig gericht is op Gods eer, zoeken zij de goedkeuring van elkaar.
De woorden ‘u hebt geen liefde voor God in u’ zijn een directe en indringende aanklacht. De leiders zagen zichzelf als de hoeders van Gods wet en als voorbeelden van toewijding. Toch zegt Jezus hier dat hun religieuze ijver niet voortkomt uit een oprechte liefde voor God. Dit verwijt sluit aan bij Jesaja 29:13, waar God zegt dat het volk Hem eert met de lippen, maar hun hart ver is van Hem. Hun focus op uiterlijk vertoon en traditie heeft hen blind gemaakt voor de diepere waarheid van de wet: liefde voor God en naastenliefde.
Jezus benadrukt vervolgens het contrast tussen zichzelf en andere leiders: ‘Ik ben gekomen in naam van mijn Vader, maar u accepteert Mij niet, terwijl u iemand die namens zichzelf komt, wel zou accepteren.’ Dit verwijst naar de neiging van de Joodse leiders om valse messiassen en charismatische leiders te volgen, terwijl zij de ware Messias afwijzen. In Jezus’ tijd waren er veel figuren die zichzelf presenteerden als bevrijders van Israël, vaak met politieke of militaire ambities. Deze leiders werden vaak met enthousiasme verwelkomd, omdat zij inspeelden op nationale trots en verlangens. Jezus daarentegen kwam in nederigheid, gericht op het Koninkrijk van God en niet op aardse macht. Dit maakte Hem onaantrekkelijk voor degenen die menselijke macht boven Gods waarheid stelden.
De kern van deze passage ligt in de vraag: ‘Hoe zou u ooit tot geloof kunnen komen?’ Het antwoord is te vinden in de volgende zin: ‘Van elkaar wilt u wel eer ontvangen, maar u zoekt niet de eer die de enige God u kan geven.’ Jezus legt hier de vinger op de zere plek. De Joodse leiders waren meer geïnteresseerd in hun status en reputatie dan in Gods goedkeuring. Dit verlangen naar menselijke erkenning stond hun geloof in de weg. Deze kritiek is ook voor ons vandaag relevant. Hoe vaak laten wij onze keuzes beïnvloeden door wat anderen van ons denken in plaats van te zoeken naar wat God van ons vraagt?
Deze woorden van Jezus resoneren door het hele Johannesevangelie. Het thema van geloof en ongeloof, van licht en duisternis, komt steeds terug. In Johannes 3:19-20 zegt Jezus: ‘Het licht kwam in de wereld en de mensen hielden meer van de duisternis dan van het licht.’ De Joodse leiders stonden letterlijk oog in oog met het Licht van de wereld, maar kozen ervoor om in de duisternis te blijven. Hun ongeloof was niet gebaseerd op een gebrek aan bewijs, maar op een verkeerde focus en prioriteiten.
Voor ons vandaag zijn deze verzen een spiegel. Jezus daagt ons uit om na te denken over waar wij onze eer zoeken. Zijn we gericht op Gods goedkeuring of laten we ons leiden door wat anderen van ons denken? Hoe vaak streven we naar status of erkenning, terwijl we vergeten dat ware glorie alleen bij God te vinden is? Jezus nodigt ons uit om onze prioriteiten te herzien en onze harten te richten op Hem. Ware liefde voor God is niet zichtbaar in uiterlijk vertoon, maar in een oprecht verlangen om Hem te volgen, ongeacht de kosten.
Deze woorden van Jezus zijn zowel een waarschuwing als een uitnodiging. Ze confronteren ons met onze menselijke zwakheden, maar wijzen ons ook op de overvloedige genade en waarheid die te vinden zijn in een leven dat volledig gericht is op God. Wat betekent het voor jou om Gods eer te zoeken boven menselijke goedkeuring? Hoe kun je groeien in liefde voor Hem, zodat je geloof niet wordt gehinderd door de meningen van anderen? Jezus nodigt ons uit om onze blik te richten op wat echt telt: de glorie van God en een leven gewijd aan Zijn wil.
Johannes 5:45-47. Mozes als aanklager van ongeloof
In deze verzen zegt Jezus: ‘U moet niet denken dat Ik u bij de Vader zal aanklagen; Mozes, op wie u uw hoop hebt gevestigd, klaagt u aan. Als u Mozes zou geloven, zou u ook Mij geloven, hij heeft immers over Mij geschreven. Maar als u niet gelooft wat hij geschreven heeft, hoe zou u dan geloven wat Ik zeg?’ Deze woorden vormen een indringende afsluiting van Jezus’ toespraak en richten zich op de kern van het probleem: het ongeloof van de Joodse leiders, dat voortkomt uit een onbegrip van Mozes’ woorden.
Jezus begint met een opvallende verklaring: ‘U moet niet denken dat Ik u bij de Vader zal aanklagen.’ Dit is verrassend, omdat het voor de Joodse leiders waarschijnlijk logisch leek dat Jezus hen zou aanklagen vanwege hun afwijzing van Hem. In plaats daarvan wijst Jezus naar Mozes, de grondlegger van de wet waarop zij hun geloof baseerden. Mozes, op wie zij hun hoop hadden gevestigd, wordt door Jezus gepresenteerd als hun aanklager. Dit moet een schokkende en confronterende uitspraak zijn geweest, omdat zij zichzelf zagen als de meest trouwe volgelingen van Mozes.
De verwijzing naar Mozes benadrukt de diepe ironie van hun situatie. Mozes had in zijn geschriften meerdere malen naar de komst van de Messias verwezen. Deuteronomium 18:15-19 is een cruciale passage waarin Mozes spreekt over een profeet die God zal zenden en naar wie het volk moet luisteren. Jezus identificeert zichzelf hier als die profeet en stelt dat de Joodse leiders Mozes’ woorden niet echt hebben begrepen of geloofd. Hun hoop op Mozes was niet gebaseerd op een werkelijk inzicht in de wet, maar op een misplaatst vertrouwen in hun eigen interpretaties en religieuze status.
De woorden ‘Als u Mozes zou geloven, zou u ook Mij geloven’ onderstrepen dat de Schrift een eenheid is en dat Mozes’ boodschap volledig in lijn is met die van Jezus. Jezus zegt hiermee dat ongeloof in Hem ook ongeloof in Mozes betekent. Dit is een fundamentele uitspraak die laat zien dat het Oude Testament niet losstaat van het Nieuwe, maar dat het Oude juist naar het Nieuwe wijst. Jezus is de vervulling van de wet en de profetieën.
Het ongeloof van de Joodse leiders wordt verder uitgediept in de laatste zin: ‘Maar als u niet gelooft wat hij geschreven heeft, hoe zou u dan geloven wat Ik zeg?’ Dit benadrukt dat hun probleem niet ligt in een gebrek aan kennis, maar in een gebrek aan bereidheid om te geloven. Ondanks hun studie van de wet hebben zij de kern ervan gemist. Hun focus op de letter van de wet en hun verlangen naar menselijke erkenning hebben hen blind gemaakt voor de geestelijke waarheid die Mozes verkondigde.
Deze passage roept ons vandaag op tot zelfreflectie. Hoe vaak baseren wij ons vertrouwen op religieuze tradities of kennis, zonder dat dit leidt tot een echte relatie met Jezus? Hoe vaak lezen wij de Schrift zonder dat deze ons hart raakt en ons leidt naar de levende Christus? Jezus’ woorden herinneren ons eraan dat de Bijbel geen doel op zich is, maar een middel om Hem te leren kennen. Ware kennis van de Schrift moet leiden tot geloof en gehoorzaamheid.
Tegelijkertijd bieden deze woorden hoop en richting. Jezus presenteert zichzelf niet als onze aanklager, maar als onze Redder. Mozes wijst naar Hem als de vervulling van Gods belofte. Dit betekent dat wij niet afhankelijk zijn van onze eigen inspanningen of religieuze prestaties, maar mogen rusten in het volbrachte werk van Christus.
Deze verzen herinneren ons eraan dat de Schrift levend en krachtig is en ons altijd naar Jezus wijst. Wat betekent dit voor jou? Hoe lees jij de Bijbel? Vertrouw je op tradities en kennis of zoek je naar een levende ontmoeting met Jezus? Deze verzen nodigen ons uit om onze hoop niet op onszelf of op menselijke systemen te vestigen, maar op Jezus, de vervulling van Gods beloften.
Kernboodschap
De kernboodschap van Johannes 5:19-47 is: echt geloof ziet Jezus als de bron van leven en de volmaakte openbaring van God en roept ons op om onze eigen wil op te geven en Hem volledig te vertrouwen, zelfs wanneer dit indruist tegen menselijke verwachtingen.
In dit bijbelgedeelte staat de unieke relatie tussen Jezus en de Vader centraal. De kernboodschap wordt duidelijk door de nadruk op Jezus’ absolute afhankelijkheid van de Vader en Zijn volmacht om te handelen, leven te geven en te oordelen. Jezus maakt keer op keer duidelijk dat Zijn werk niet losstaat van dat van de Vader, maar een volmaakte voortzetting en openbaring daarvan is. Deze diepe eenheid vormt de basis van Zijn autoriteit en Zijn uitnodiging aan de mensen om Hem te erkennen als de bron van leven en de volmaakte openbaring van God.
Jezus begint met de verklaring dat Hij niets uit Zichzelf doet, maar alleen wat Hij de Vader ziet doen. Dit benadrukt Zijn volledige toewijding aan de wil van God. In de daaropvolgende verzen ontvouwt Hij hoe deze eenheid zich uitstrekt tot de macht over leven en dood, het oordeel en de uiteindelijke bestemming van de mensheid. Jezus presenteert zichzelf niet slechts als een leraar of profeet, maar als degene die toegang geeft tot eeuwig leven. Tegelijkertijd confronteert Hij Zijn toehoorders met hun ongeloof, dat voortkomt uit hun verkeerde prioriteiten en hun weigering om Hem als de gezant van God te erkennen. Deze spanning tussen Jezus’ uitnodiging tot geloof en de hardnekkigheid van ongeloof loopt als een rode draad door het bijbelgedeelte.
Wat opvalt, is dat Jezus een paradoxale weg aanbiedt: echte kracht en leven worden gevonden in overgave. Dit was een radicale boodschap, zowel voor de Joodse leiders van Zijn tijd als voor ons vandaag. De leiders waren gewend om hun geloof te bouwen op kennis van de wet en hun status binnen de gemeenschap. Jezus daagt deze denkwijze uit door te benadrukken dat geloof niet gebaseerd is op menselijke prestaties, maar op het herkennen van God in de Zoon. Dit vraagt om loslaten: loslaten van trots, van vastgeroeste overtuigingen en van menselijke manieren om erkenning te zoeken. Het vertrouwen op Jezus vraagt om een radicale heroriëntatie, waarin niet onze eigen wil of plannen centraal staan, maar de wil van God.
Voor ons vandaag is deze kernboodschap even uitdagend. In een wereld die draait om autonomie, zelfontplooiing en controle, nodigt Jezus ons uit om deze zekerheden op te geven en ons volledig te richten op Hem. Dit betekent dat we niet alleen moeten geloven dat Jezus de Zoon van God is, maar dat we ook de implicaties van dit geloof moeten omarmen. Echte overgave aan Jezus vereist dat we onze eigen plannen en verlangens afstemmen op Gods wil, zelfs als dit indruist tegen de normen van de wereld om ons heen.
De vraag die dit bij ons oproept, is hoe wij omgaan met deze radicale oproep. Durven wij onze eigen wil op te geven en ons leven in Gods handen te leggen? Zijn we bereid om te vertrouwen op de waarheid die Jezus openbaart, zelfs wanneer deze ons uit onze comfortzone haalt? De kern van Jezus’ boodschap is dat het leven dat Hij biedt – eeuwig, vol en vrij – alleen te vinden is door Hem volledig te vertrouwen. Dit geloof, geworteld in overgave, stelt ons in staat om deel te krijgen aan het leven dat alleen God kan geven.
Theologische reflectie
Deze theologische reflectie is bedoeld om de diepere spirituele, theologische en praktische betekenis van Johannes 5:19-47 te verkennen. Dit bijbelgedeelte onthult onder andere belangrijke waarheden over het karakter van God, de persoon en het werk van Jezus Christus en ons leven als gelovigen. Door systematisch stil te staan bij deze aspecten willen we niet alleen beter begrijpen wat deze tekst betekent, maar ook hoe deze ons vandaag de dag aanspreekt en uitdaagt.
Het karakter van God
In Johannes 5:19-47 wordt het wezen van God geopenbaard in termen van Zijn liefde, soevereiniteit en rechtvaardigheid. Gods liefde komt naar voren in de volmaakte eenheid tussen de Vader en de Zoon. Jezus benadrukt dat Hij niets doet uit zichzelf, maar uitsluitend handelt naar wat Hij de Vader ziet doen. Deze eenheid is geworteld in een diepe liefde tussen de Vader en de Zoon. Dit wijst op een God die niet op afstand staat, maar zichzelf openbaart in relaties – niet alleen binnen de goddelijke Drie-eenheid, maar ook met ons, Zijn schepping. Zijn liefde is niet passief; het is een liefde die handelt, schept, geneest en leven geeft.
Tegelijkertijd laat dit bijbelgedeelte Gods soevereiniteit zien. Hij is de bron van alle leven en de uiteindelijke Rechter van de mensheid. De Vader heeft deze soevereiniteit gedeeld met de Zoon, wat benadrukt dat Jezus volledig betrokken is bij Gods plannen en deze uitvoert. Dit weerspiegelt een God die niet willekeurig of onverschillig is, maar soeverein en rechtvaardig regeert over Zijn schepping. Het oordeel dat aan de Zoon is toevertrouwd, is geworteld in Gods heilige rechtvaardigheid. Dit oordeel is niet uitsluitend straf, maar ook herstel, wat opnieuw wijst op de liefdevolle aard van Gods rechtvaardigheid.
De verwijzing naar Christus
Jezus wordt in dit bijbelgedeelte expliciet gepresenteerd als de Zoon van God, de Rechter van de wereld en de bron van eeuwig leven. Zijn titel als Zoon benadrukt zowel Zijn unieke relatie met de Vader als Zijn goddelijke autoriteit. Jezus maakt duidelijk dat Hij niet handelt als een losstaande figuur, maar in volmaakte harmonie met de Vader. Dit toont Zijn identiteit als de vleesgeworden openbaring van God, een centrale gedachte in het Johannesevangelie (Johannes 1:1, 14).
Christus wordt ook gepresenteerd als degene die leven schenkt. Dit verwijst zowel naar de fysieke opstanding – zoals bij Lazarus – als naar het geestelijke leven dat Hij biedt aan allen die in Hem geloven. Deze dubbele dimensie van leven is fundamenteel voor het evangelie: Jezus brengt leven in een wereld die gekenmerkt wordt door zonde en dood. Daarnaast wordt Christus voorgesteld als de uiteindelijke Rechter, wat Hem een unieke positie geeft binnen Gods plan van verlossing. Zijn oordeel is niet slechts gericht op straf, maar op het herstellen van de schepping in overeenstemming met Gods heilige wil.
Relevantie voor ons geloofsleven
Johannes 5:19-47 roept ons op tot een radicale heroriëntatie van ons leven op Jezus. Dit bijbelgedeelte maakt duidelijk dat geloof in Jezus geen optionele aanvulling is, maar de kern van ons leven moet zijn. Jezus’ woorden herinneren ons eraan dat onze relatie met God niet kan worden gescheiden van onze erkenning van en overgave aan Jezus als de Zoon van God. Wie Hem erkent, erkent de Vader; wie Hem afwijst, wijst de Vader af. Dit heeft directe implicaties voor onze aanbidding, ons dagelijks leven en onze keuzes.
Daarnaast daagt dit bijbelgedeelte ons uit om na te denken over de vraag: waar halen we ons leven uit? Jezus biedt eeuwig leven, hier en nu, aan allen die in Hem geloven. Dit leven overstijgt tijdelijke omstandigheden en nodigt ons uit om ons vertrouwen volledig in Hem te stellen. In een wereld die draait om autonomie en zelfbeschikking, roept Jezus ons op tot overgave – een paradoxale weg waarin we werkelijk vrij worden door ons volledig aan Hem toe te vertrouwen.
Verband met andere bijbelteksten
Dit bijbelgedeelte staat niet op zichzelf, maar is diep verbonden met andere teksten in de Bijbel. De relatie tussen de Vader en de Zoon, zoals beschreven in Johannes 5, weerspiegelt de opening van Johannes’ evangelie: ‘In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God’ (Johannes 1:1). Deze passage benadrukt de eeuwige eenheid en harmonie tussen de Vader en de Zoon. Daarnaast herinnert de beschrijving van Jezus als degene die leven geeft en oordeelt aan Daniël 7:13-14, waar de Mensenzoon macht en heerlijkheid ontvangt van de Oude van Dagen.
Ook in het Oude Testament zien we vooruitwijzingen naar Jezus’ rol als Rechter en Verlosser. In Jesaja 11:1-4 wordt de Messias beschreven als degene die rechtvaardig zal oordelen en de armen zal verdedigen. Jezus vervult deze profetieën door te laten zien dat Zijn oordeel gebaseerd is op de wil van de Vader, niet op menselijke normen of voorkeuren. De uitnodiging om in Hem te geloven en eeuwig leven te ontvangen sluit aan bij Johannes 3:16 en Johannes 6:40, waar geloof in de Zoon wordt gepresenteerd als de weg naar redding.
Andere relevante theologische thema’s
Een centraal thema in dit bijbelgedeelte is het getuigenis dat over Jezus wordt gegeven. Johannes benadrukt dat het getuigenis van Jezus niet alleen gebaseerd is op Zijn eigen woorden, maar wordt ondersteund door de Vader, Johannes de Doper, Zijn werken en de Schriften. Dit thema benadrukt de betrouwbaarheid van Jezus’ claim en roept ons op om onze eigen getuigenissen te onderzoeken. Hoe getuigen wij in ons leven van Jezus? Zijn onze daden een weerspiegeling van Zijn waarheid?
Een ander belangrijk thema in dit bijbelgedeelte is de Heilige Geest. Hoewel de Heilige Geest in dit specifieke bijbelgedeelte niet expliciet wordt genoemd, speelt Hij een impliciete rol in het getuigenis van Jezus. In Johannes 16:13-15 zal Jezus later uitleggen dat de Geest de wereld overtuigt van waarheid en ons leidt in Gods wil. Dit plaatst Johannes 5:19-47 in een bredere context waarin de Geest een actieve rol speelt in het openbaren van Christus en het overtuigen van mensen om in Hem te geloven.
Een laatste belangrijke thema in dit bijbelgedeelte is discipelschap en navolging. Dit bijbelgedeelte roept ons op om Jezus te volgen in Zijn volledige afhankelijkheid van de Vader. Discipelschap is hier niet slechts een kwestie van gehoorzaamheid, maar van het afstemmen van onze wil op die van God. Dit betekent dat we moeten leren luisteren naar Zijn stem, zoals Jezus luistert naar de Vader. Dit thema herinnert ons eraan dat discipelschap geen passieve houding is, maar een actieve, dagelijkse overgave aan Gods leiding.
Johannes 5:19-47 biedt een rijk palet aan theologische en praktische inzichten. Het openbaart Gods karakter, benadrukt Jezus’ unieke rol als Zoon van God en nodigt ons uit tot een leven van geloof, overgave en navolging. Dit bijbelgedeelte daagt ons uit om onszelf te toetsen: zoeken we het leven en de waarheid in Jezus of houden we vast aan onze eigen controle en tradities? Het biedt niet alleen een spiegel voor onze zwakheden, maar ook een hoopvolle uitnodiging om in Jezus de bron van leven en waarheid te vinden.
Praktische toepassing
Dit bijbelgedeelte nodigt ons uit om Jezus te erkennen als de bron van waarheid en leven en ons dagelijkse keuzes te laten leiden door Zijn wil, in plaats van door menselijke normen of goedkeuring. Hierna volgen vier concrete om dit in je dagelijks leven toe te passen.
- Laat je identiteit in Christus leidend zijn, niet in de goedkeuring van anderen.
De Joodse leiders in Johannes 5 zochten menselijke eer in plaats van God te verheerlijken. Deze fout maken we vandaag ook vaak: we zoeken bevestiging in prestaties, sociale media of de mening van anderen. Jezus nodigt ons uit om ons vertrouwen volledig op Hem te stellen. Dit kan betekenen dat je bewuste keuzes maakt die tegen de stroom ingaan, zoals het uitspreken van je geloof op je werk of in je vriendenkring, zelfs als dat niet populair is. Vraag jezelf af: maak ik deze keuze om erbij te horen of omdat ik wil wandelen in de waarheid van Christus? Door te bidden om moed en wijsheid, kun je leren om je identiteit stevig te baseren op wie je bent in Jezus, in plaats van op menselijke goedkeuring (Galaten 1:10).
- Oefen jezelf in geestelijk ‘zien’ door dagelijks naar Gods stem te luisteren.
Jezus benadrukt dat Zijn werken een weerspiegeling zijn van de Vader. Ook wij worden geroepen om te zien waar God werkt en ons daarop af te stemmen. Dit vraagt oefening in het bewust opmerken van Zijn aanwezigheid in ons leven. Probeer bijvoorbeeld een dagelijks moment van stilte in te bouwen waarin je reflecteert op waar je Gods hand hebt gezien. Dit kan variëren van een onverwachte ontmoeting tot een innerlijke vrede in een moeilijke situatie. Schrijf deze momenten op en dank God voor Zijn leiding. Door bewust te oefenen in het herkennen van Zijn stem – of dit nu via de Bijbel, gebed of omstandigheden is – ontwikkel je een dieper vertrouwen in Zijn wil en plannen (Johannes 10:27).
- Durf te kiezen voor wat rechtvaardig is, zelfs als dat tegen je eigen belang ingaat.
Jezus’ oordeel is rechtvaardig omdat Hij zich richt op de wil van de Vader. Wij worden uitgedaagd om dezelfde prioriteit te verlenen aan rechtvaardigheid, zelfs als dat betekent dat we persoonlijk ongemak ervaren. Dit kan bijvoorbeeld betekenen dat je je uitspreekt tegen onrecht op je werk, ook als dat spanning oplevert, of dat je weigert mee te doen aan praktijken die niet in lijn zijn met je geloof. Vraag jezelf af: hoe weerspiegelt deze keuze mijn toewijding aan Gods waarheid en gerechtigheid? Hoewel het moeilijk kan zijn, vertrouw erop dat God je kracht geeft om voor het goede te kiezen en dat je door jouw integriteit een krachtig getuigenis kunt zijn (Micha 6:8).
- Investeer bewust in het leven van anderen als een weerspiegeling van Jezus’ levenschenkende werk.
Jezus maakt levend wie Hij wil, zowel fysiek als geestelijk. Ook wij worden geroepen om instrumenten van leven te zijn in de levens van anderen. Dit kan betekenen dat je tijd vrijmaakt om iemand te bemoedigen die geestelijk of emotioneel worstelt of dat je praktische hulp biedt aan iemand in nood. Ga bijvoorbeeld eens op bezoek bij een eenzame buur of zet je in als vrijwilliger voor een organisatie die zich inzet voor kwetsbaren. Vraag God om je ogen te openen voor wie Hij op jouw pad plaatst en wees bereid om Zijn liefde tastbaar te maken. Door jouw daden kunnen anderen iets ervaren van het leven dat Jezus biedt (Jakobus 2:15-17).
Laat deze richtlijnen je inspireren om niet alleen te geloven in de waarheid van Johannes 5:19-47, maar deze ook actief te leven. Door je te richten op Christus in plaats van op menselijke normen, Zijn stem te herkennen in je dagelijkse leven, rechtvaardigheid te zoeken en levenschenkend te zijn, maak je Jezus zichtbaar in een wereld die hunkert naar hoop en waarheid. Durf vandaag al deze uitdagingen aan te gaan en ontdek hoe Zijn licht door jou heen kan schijnen!
Afsluiting
Laten we nog even terugkeren naar de inleiding. Mark zat opnieuw in de ziekenhuisstoel, deze keer met een kop koffie in zijn hand. De spanning van de afgelopen dagen had hem uitgeput, maar er was iets veranderd. Sophies toestand leek stabieler en de artsen hadden eindelijk een diagnose gesteld. Hoewel de weg naar herstel nog lang zou zijn, was er hoop. Terwijl Mark zijn gedachten liet afdwalen, dacht hij aan dat moment van gebed, die nacht naast Sophies bed. Geen bliksemflits, geen dramatische wending, maar iets anders: een kalmte die hij niet kon verklaren. Het was alsof hij zich herinnerde dat hij niet alleen hoefde te dragen wat te zwaar leek. Het idee dat Jezus de bron van leven is en volledig verbonden is met de Vader, bleef door zijn hoofd spelen. Misschien was dat genoeg – het besef dat God niet ver weg is, maar dichtbij, zelfs als de antwoorden anders komen dan verwacht.
Net zoals Mark ontdekte dat hij niet alleen hoefde te worstelen met zijn vragen, mogen ook wij ons toevertrouwen aan Jezus, die ons laat zien wie de Vader is. Het bijbelgedeelte dat we vandaag hebben gelezen, herinnert ons eraan dat Jezus niet alleen spreekt over leven en hoop, maar deze ook werkelijk brengt. Hij doet niets los van de Vader en in Hem zien we Gods liefde en trouw in actie. Vergeet niet dat Jezus Christus de Zoon is die leven brengt, die ons ziet en ons kent. Hij nodigt ons uit om op Hem te vertrouwen, zelfs in de meest onzekere momenten. Zoals we hebben gelezen, werkt Hij samen met de Vader om leven te geven en recht te doen. Zijn stem klinkt nog steeds en Zijn oordeel is vol liefde en waarheid. Sta stil bij de woorden van Jesaja 41:10: ‘Wees niet bang, want Ik ben bij je; vrees niet, want Ik ben je God. Ik zal je sterken, Ik zal je helpen, je steunen met mijn bevrijdende rechterhand.’ Deze belofte geldt ook voor jou vandaag.
Ga deze week in de wetenschap dat je niet alleen staat. Vertrouw op Jezus, die jou wil leiden en leven wil schenken. Open je hart voor Zijn stem en laat Zijn Woord een lamp zijn voor je voeten en een licht op je pad. Welke uitdagingen je ook tegenkomt, weet dat Hij met je meegaat, elke stap van de weg.
Reflectievragen bij Johannes 5:19-47
- Hoe daagt Johannes 5:19-47 je uit om Jezus als de volmaakte openbaring van de Vader te zien? Wat betekent dit voor jouw beeld van God?
- Op welke manier kun jij, net als Jezus, je eigen wil afstemmen op de wil van God in je dagelijkse beslissingen? Hoe kun je hierin groeien?
- Hoe helpt het besef dat Jezus leven schenkt en rechtvaardig oordeelt jou om meer vertrouwen en rust te vinden in moeilijke omstandigheden?
- Wat betekent het voor jou persoonlijk dat Jezus zich presenteert als de bron van leven en oordeel? Hoe verandert dit jouw begrip van geloof en redding?
- Welke momenten in je leven herinneren je eraan dat Jezus werkt op manieren die je misschien niet direct begrijpt? Hoe kun je die ervaringen in gebed brengen?
Copyrights Marjolein Gommers
Reactie plaatsen
Reacties