Ruths verzoek om verlossing bij Boaz (Ruth 3:1-18)

Inleiding

Sophie (29) keek naar zichzelf in de spiegel. Ze streek haar handen over haar jurk, twijfelde even en pakte toen het flesje parfum van haar nachtkastje. Eén druppel achter haar oor. Niet te veel, niet te weinig. Ze haalde diep adem. Was dit een goed idee? Het was haar moeder die het had voorgesteld en eerlijk gezegd had ze het eerst weggewuifd. ‘Misschien moet jij eens de eerste stap zetten,’ had haar moeder gezegd. ‘Laat hem merken dat je beschikbaar bent.’ Sophie had gelachen. ‘Mam, we leven niet in de tijd van vroeger. Ik ga mezelf toch niet zomaar aanbieden?’ Maar haar moeder had haar indringend aangekeken. ‘Soms is een subtiele stap nodig om iemand de kans te geven jou te kiezen.’

     Ze kende Daan al jaren. Vriend van de familie, betrouwbaar, een man met karakter. Ze hadden altijd goed contact gehad, maar het was nooit verder gekomen dan vriendschap. Misschien had hij er nooit bij stilgestaan dat ze openstond voor meer. Misschien zag hij haar nog steeds als ‘gewoon Sophie’. Maar het idee liet haar niet los. De laatste weken hadden ze vaker gesprekken gehad, langere gesprekken. Over het leven, over God, over de toekomst. Ze had de manier waarop hij naar haar keek opgemerkt, net iets langer dan normaal. En toch, hij had nooit iets gezegd of erop gezinspeeld. Zou hij haar als een optie zien of was hij er gewoon blind voor? 

     En nu stond ze hier, klaar om te gaan. Niet om zich aan hem op te dringen, maar om hem te laten weten dat hij haar kon kiezen. De gelegenheid diende zich vanzelf aan: een gezamenlijke bruiloft van vrienden, een feestelijke avond. Haar moeder had haar aangespoord: ‘Wacht niet tot hij alles beslist. Soms moet je zelf laten zien dat je klaar bent voor de toekomst.’ Maar wat als hij niets voelde? Wat als hij haar afwees? Wat als ze zich hiermee alleen maar belachelijk maakte? Met een laatste blik in de spiegel trok ze haar jas aan en stapte de deur uit. De nacht zou uitwijzen wat haar toekomst zou brengen. 

     In de Bijbel komen we een vrouw tegen die zich in een vergelijkbare situatie bevindt. Ruth weet dat ze een keuze moet maken. Ze kan blijven afwachten of ze kan zichzelf zichtbaar maken. Niet om zichzelf op te dringen, maar om Boaz te laten weten dat hij haar kan kiezen. De nacht zal uitwijzen hoe hij zal reageren. Maar om dat te ontdekken, moet ze eerst haar angst overwinnen en in beweging komen. Laten we lezen hoe haar nacht verloopt. 

Bijbeltekst (NBV21)

Ruth 3

[1] Op een dag zei Naomi, haar schoonmoeder: ‘Mijn dochter, zal ik niet een thuis voor je zoeken waar het je goed zal gaan? [2] Boaz, bij wie je gewerkt hebt, is zoals je weet familie van ons. Vanavond zal hij op de dorsvloer gerst wannen. [3] Baad je, wrijf je in met olie, kleed je aan en ga naar de dorsvloer. Zorg dat hij je niet ziet voordat hij klaar is met eten en drinken. [4] Als hij gaat slapen moet je goed opletten waar hij zich neerlegt, en dan moet je naar hem toe gaan, de deken aan zijn voeteneinde terugslaan en daar gaan liggen. Hij zal je dan wel vertellen wat je moet doen.’ [5] Ruth antwoordde: ‘Ik zal doen wat u mij zegt.’ [6] Ze ging naar de dorsvloer en deed precies wat haar schoonmoeder haar had opgedragen.

[7] Boaz at en dronk, voelde zich voldaan, en legde zich te slapen tegen een hoop gerst. Toen kwam Ruth stilletjes naar hem toe, sloeg de deken aan zijn voeteneinde terug en ging liggen. [8] Midden in de nacht schrok hij wakker, draaide zich om en zag een vrouw aan zijn voeteneinde liggen. [9] ‘Wie ben jij?’ vroeg hij. ‘Ik ben het, heer, Ruth,’ zei ze. ‘Laat mij bij u schuilen, want u kunt voor ons als losser optreden.’ [10] ‘Moge de HEER je zegenen, mijn dochter,’ zei hij. ‘Dit getuigt van nog meer trouw dan wat je voorheen al hebt gedaan. Je hebt niet omgekeken naar jongere mannen, arm of rijk. [11] Daarom, mijn dochter, wees niet bang. Ik zal doen wat je van me vraagt; iedereen in de stad weet immers dat je een moedige vrouw bent. [12] Maar al is het waar dat ik jullie kan helpen, er is nog iemand anders voor wie dat geldt, en hij staat dichter bij jullie dan ik. [13] Blijf vannacht hier. Als morgenochtend blijkt dat die man als losser wil optreden is het goed, maar als hij dat niet wil, dan doe ik het, zo waar de HEER leeft. Blijf hier nu maar liggen, tot het ochtend wordt.’ [14] En zij bleef tot de ochtend aan zijn voeteneinde liggen.

Voordat het zo licht werd dat men iemand herkennen kon, stond ze op, want hij wilde niet dat bekend werd dat ze op de dorsvloer was geweest. [15] Hij zei: ‘Pak je omslagdoek en houd hem open.’ Dat deed ze, en hij goot er zes maten gerst in en hielp haar dit alles op te tillen. Daarna ging hij naar de stad. [16] Zij ging naar haar schoonmoeder, die haar vroeg hoe het haar was vergaan. Ruth vertelde haar wat Boaz voor haar gedaan had. [17] ‘Deze zes maten gerst heeft hij me gegeven, “want,” zei hij, “je moet niet met lege handen bij je schoonmoeder aankomen.”’ [18] Daarop zei Naomi: ‘Blijf hier dan maar rustig wachten tot je weet hoe het afloopt, mijn dochter, want ik weet zeker dat deze man niet zal rusten voordat hij de zaak geregeld heeft.’

 

© 2021 Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

Exegetische uitleg

Nu we de bijbeltekst hebben gelezen, richten we ons op de exegetische uitleg van Ruth 3:1-18. In dit deel van de preek nemen we de tekst stap voor stap door, om beter te begrijpen wat er gebeurt, welke keuzes de personages maken en welke diepere lagen in de tekst verborgen liggen. Deze uitleg helpt ons niet alleen om de context helder te krijgen, maar vormt ook de basis voor het formuleren van de kernboodschap. Nadat we de tekst hebben doorgenomen, zullen we ons afvragen: wat betekent dit voor ons vandaag?

 

Ruth 3:1-5. Naomi’s plan voor Ruth 

Naomi kijkt toe hoe Ruth zich elke dag uitslooft op het veld van Boaz. Ze ziet hoe Boaz haar gunstig gezind is en hoe Ruth trouw en bescheiden haar werk doet. Maar ze weet ook dat het werken op het veld geen blijvende zekerheid biedt. Ruth heeft een toekomst nodig: een man die haar beschermt en een huis waarin ze kan rusten. ‘Mijn dochter, zal ik niet een thuis voor je zoeken waar het je goed zal gaan?’ vraagt ze. Dit is geen willekeurige vraag. In de tijd van het Oude Testament betekende een thuis veel meer dan alleen een dak boven je hoofd. Een vrouw zonder man of zoon had weinig bestaanszekerheid. In een patriarchale samenleving draaide alles om bescherming en erfopvolging. Naomi weet dat Ruth zich niet eeuwig kan redden als buitenlandse weduwe. Ze heeft iemand nodig die haar wil aannemen en Naomi heeft wel een idee wie dat zou kunnen zijn: Boaz.

     Naomi noemt hem expliciet: ‘Boaz, bij wie je gewerkt hebt, is zoals je weet familie van ons.’ Dit is een veelbetekenende opmerking. Boaz is niet zomaar een vriendelijke landeigenaar; hij is een mogelijke losser. In Israël had een losser de taak om familieleden in nood te helpen. Hij kon land terugkopen, familieleden vrijkopen uit slavernij en – in sommige gevallen – trouwen met de weduwe van een overleden familielid om de naam en erfenis van de familie voort te zetten (Leviticus 25:25, Deuteronomium 25:5-10). Naomi ziet in Boaz die mogelijkheid, maar er is een probleem: hij heeft nog geen enkele stap gezet in die richting. Misschien ziet hij zichzelf als te oud. Misschien heeft hij Ruth niet als potentiële bruid beschouwd. Wat de reden ook is, ze besluit dat er iets moet gebeuren.

     Naomi beraamt een gedetailleerd plan en draagt Ruth op: ‘Baad je, wrijf je in met olie, kleed je aan en ga naar de dorsvloer.’ Op het eerste gezicht lijkt dit een simpele voorbereiding, maar het is veelzeggend. Baden en zich insmeren met olie waren geen alledaagse handelingen. In de Bijbel zien we vaak dat olie symbool staat voor vreugde en een nieuw begin (Psalm 104:15, 2 Samuël 12:20). Deze handelingen kunnen erop wijzen dat Ruth haar weduwschap achter zich laat en zich voorbereidt op een nieuwe levensfase. Het is een stil, maar krachtig signaal: ze is beschikbaar voor een toekomst.

     Daarna geeft Naomi instructies die op het eerste gehoor vreemd klinken: Ruth moet naar de dorsvloer gaan, wachten tot Boaz klaar is met eten en drinken en dan ‘naar hem toe gaan, de deken aan zijn voeteneinde terugslaan en daar gaan liggen’. Wat betekent dit? Het klinkt haast als een heimelijke ontmoeting, maar in de context van die tijd was het een symbolische daad. Aan de voeten van iemand liggen betekende je onderwerpen aan zijn bescherming. In Ezechiël 16:8 gebruikt God dit beeld als Hij zegt tegen Israël: ‘Ik spreidde mijn mantel over je uit.’ Het is een teken van een huwelijksverbond. Door op deze manier naar Boaz te gaan, vraagt Ruth hem niet om een nacht samen, maar om een toekomst samen.

     Toch is dit ook een riskante zet. Ruth is een buitenlandse vrouw. Ze kent de sociale mores van Israël, maar ze weet ook dat dit plan verkeerd begrepen kan worden. Wat als Boaz haar afwijst? Wat als hij denkt dat ze zich opdringt? Wat als anderen het ontdekken en roddels verspreiden? Maar Ruth aarzelt niet. ‘Ik zal doen wat u mij zegt,’ antwoordt ze eenvoudig. Dit is een opmerkelijke reactie. Ze had kunnen protesteren, kunnen wijzen op de risico’s of kunnen weigeren. Maar ze vertrouwt Naomi. En, nog belangrijker, ze vertrouwt op de God onder wiens vleugels ze is komen schuilen (Ruth 2:12). Naomi en Ruth tonen op dit moment allebei geloof en moed. Naomi gelooft dat God in het gewone, alledaagse leven werkt en ziet een opening waar anderen misschien zouden berusten in de situatie. Ruth vertrouwt haar toekomst toe aan een man die haar misschien zal afwijzen, maar die ook een deur kan openen naar een nieuw begin. Ze zet een stap zonder zekerheid, zonder garantie.

     Dit alles wijst vooruit naar het grotere verhaal van verlossing. Net zoals Ruth haar leven in de handen van Boaz legt, worden wij opgeroepen om ons leven toe te vertrouwen aan Christus, de ultieme Losser. Hij is degene die ons opneemt in Zijn familie, ons een naam en een toekomst geeft en ons onder Zijn vleugels neemt. Maar voordat die verlossing werkelijkheid wordt, is er een moment van overgave. Ruth weet niet wat haar te wachten staat als ze die nacht naar de dorsvloer gaat. Maar ze gaat. In vertrouwen. Net als wij op momenten in ons leven stappen moeten zetten zonder zekerheid over de uitkomst. Misschien herken je dat wel. Je weet dat je iets moet doen, dat God je ergens toe roept, maar je hebt geen idee hoe het zal aflopen. Wat doe je dan? Blijf je staan, of ga je – zoals Ruth – in vertrouwen op weg?

 

Ruth 3:6-9. Ruths moedige verzoek aan Boaz

De nacht is gevallen en de dorsvloer ligt er vredig bij. De oogst is binnengehaald, het werk zit erop. De geur van graan en aarde hangt in de lucht, vermengd met de restwarmte van de dag. Het is een nacht zoals zovele na een geslaagde oogsttijd – maar voor Ruth staat er veel meer op het spel dan alleen rust na het werk. Ze heeft gewacht. Net zoals Naomi haar had opgedragen, heeft ze Boaz van een afstand geobserveerd. Ze ziet hoe hij eet en drinkt, hoe de zorgen van de dag van hem afglijden. Dit detail is belangrijk: hij is niet gehaast of gestrest. Hij voelt zich tevreden, een man die zijn werk met vreugde heeft gedaan. Pas als hij zich neervlijt bij de graanhoop, komt Ruth in beweging. Haar stappen zijn stil, haar hartslag waarschijnlijk razendsnel. Eén verkeerde beweging en hij wordt wakker. Eén onhandig moment en alles kan verkeerd begrepen worden. Want wat doet een vrouw hier, op een plek waar alleen mannen slapen? De dorsvloer was niet zomaar een plaats van arbeid, maar ook een plek waar soms moreel minder strikte normen golden. Ruth riskeert niet alleen een afwijzing, maar ook haar reputatie. Toch zet ze door. Ze knielt neer bij Boaz’ voeten en slaat de deken aan zijn voeteneinde terug. Dit lijkt een klein gebaar, maar in de cultuur van die tijd was dit beladen met betekenis. Voeten worden in de Bijbel vaker genoemd in relatie tot onderwerping en bescherming. Mozes moest zijn sandalen uitdoen voor God bij de brandende doornstruik (Exodus 3:5) en Jezus waste later de voeten van Zijn discipelen als teken van dienstbaarheid (Johannes 13:5-15). Hier, op de dorsvloer, is het ontbloten van Boaz’ voeten een stil verzoek: Ruth vraagt Boaz om zijn bescherming.

     Dan gebeurt het onvermijdelijke. Midden in de nacht schrikt Boaz wakker. Misschien voelde hij een briesje langs zijn ontblote voeten, misschien was het simpelweg het instinct van iemand die zijn oogst bewaakt. Hij draait zich om en ziet een gestalte bij zijn voeten. In het donker kan hij haar gezicht niet goed onderscheiden en hij stelt de enige logische vraag: ‘Wie ben jij?’ Ruths antwoord is kort, maar vol betekenis: ‘Ik ben het, heer, Ruth. Laat mij bij u schuilen, want u kunt voor ons als losser optreden.’ Dit is een moment van buitengewone moed. Ze had kunnen zwijgen, kunnen wachten tot Boaz zelf zou spreken, maar dat doet ze niet. Ze grijpt het moment aan. Ze herhaalt niet alleen wat Naomi haar had opgedragen, maar voegt iets toe. Naomi had gezegd dat Boaz haar zou vertellen wat ze moest doen, maar Ruth wacht daar niet op. Ze neemt initiatief. Ze stelt zichzelf niet nederig op als iemand die een gunst komt vragen, maar ze spreekt met vertrouwen, alsof ze weet dat Boaz de juiste persoon is om haar lot in handen te leggen. Het woord dat ze gebruikt – ‘schuilen’ – is veelzeggend. In het vorige hoofdstuk heeft Boaz haar gezegend met de woorden: ‘Moge de HEER je daarvoor rijkelijk belonen – de HEER, de God van Israël, onder wiens vleugels je bent komen schuilen’ (Ruth 2:12). Nu vraagt Ruth hem indirect om dat gebed zelf in vervulling te laten gaan. Ze zoekt niet zomaar een echtgenoot, maar een plaats van veiligheid, een toekomst.

     Wat hier gebeurt, is geen romantisch aanzoek in de moderne zin van het woord. Het is een juridisch en theologisch geladen moment. Volgens de wetten van Israël had een losser de taak om familieleden in nood te helpen. Hij kon land terugkopen, familieleden vrijkopen uit slavernij en soms ook trouwen met de weduwe van een gestorven familielid om de familienaam voort te zetten (Leviticus 25:25, Deuteronomium 25:5-10). Ruth beroept zich op deze wet, maar ze doet dat als een buitenlander, een Moabitische vrouw die geen natuurlijke rechten heeft binnen Israël. Dat ze dit überhaupt durft te vragen, getuigt van haar geloof.

     De plaats waar deze scène zich afspeelt, is belangrijk. De dorsvloer is in de Bijbel vaker een plaats waar belangrijke beslissingen worden genomen. Het is de plek waar graan van kaf wordt gescheiden, waar het waardevolle behouden blijft en het onbruikbare wordt weggeblazen. Hier, te midden van het graan, wordt ook Ruths toekomst bepaald. Zal Boaz haar verzoek honoreren? Zal hij haar aannemen, haar opnemen in zijn huis, of zal hij zich terugtrekken?

     Er is nog een diepere laag in dit verhaal. Dit moment wijst vooruit naar de ultieme Losser, Jezus Christus. Net zoals Ruth zich in nederigheid toevertrouwt aan Boaz, worden wij opgeroepen om ons leven in Christus’ handen te leggen. Ruth had niets te bieden. Ze had geen bruidsschat, geen land, geen status. Ze kon alleen maar vragen. Zo roept het evangelie ons op om te erkennen dat wij onszelf niet kunnen redden. De vraag is alleen: durven wij, net als Ruth, die stap te zetten?

     Daar ligt ze, in het donker, wachtend op een antwoord. Haar toekomst hangt af van wat Boaz zal doen. Zal hij bereid zijn om op te treden als haar losser? De spanning van dit moment is bijna tastbaar. Maar Ruth heeft haar keuze al gemaakt. Ze heeft zich laten zien. Ze heeft gevraagd. Nu is het afwachten. Voor Boaz, en voor ons, is de vraag: wat doen we wanneer iemand ons om genade vraagt? En nog belangrijker – wat doen wij, wanneer God ons uitnodigt om onder Zijn bescherming te schuilen?

 

Ruth 3:10-13. Boaz’ reactie en belofte 

Boaz is wakker geworden in het holst van de nacht. Ruths stem heeft de stilte doorbroken. Ze heeft hem gevraagd om haar te beschermen, om als losser op te treden. Haar verzoek is moedig en kwetsbaar tegelijk. Hoe zal Boaz reageren?

     Zijn eerste woorden zijn geen vragen, geen verwarring, geen afwijzing. ‘Moge de HEER je zegenen, mijn dochter.’ Het is een zegenwens, een uitdrukking van Gods gunst. Boaz begrijpt onmiddellijk de ernst van het moment. Hij ziet Ruth niet als een indringster, niet als iemand die hem overvalt met een onbeschaamd verzoek. Nee, hij ziet haar als een vrouw die handelt uit trouw en geloof. Hij erkent haar moed en spreekt Gods zegen over haar uit.

     Dan zegt Boaz iets verrassends: ‘Dit getuigt van nog meer trouw dan wat je voorheen al hebt gedaan. Je hebt niet omgekeken naar jongere mannen, arm of rijk.’ Boaz prijst Ruths keuze. Ze had een jongere man kunnen zoeken, iemand met meer aantrekkingskracht, iemand die financieel gunstiger was. Maar in plaats daarvan kiest ze ervoor om zich te beroepen op de wet van de lossing. Dit is geen romantisch aanzoek; dit is een daad van trouw, een keuze voor verantwoordelijkheid en rechtvaardigheid. Het woord dat hier voor ‘trouw’ wordt gebruikt, is het Hebreeuwse chesed. Dit woord duidt op een liefdevolle loyaliteit, een trouw die verder gaat dan verplichting. Het is dezelfde trouw die Ruth eerder had getoond toen ze besloot bij Naomi te blijven in plaats van terug te keren naar Moab. Boaz ziet dit en erkent dat Ruth niet handelt uit eigenbelang, maar uit toewijding aan haar familie en aan Gods wet.

     Dan komt Boaz met een geruststelling: ‘Daarom, mijn dochter, wees niet bang. Ik zal doen wat je van me vraagt; iedereen in de stad weet immers dat je een moedige vrouw bent.’ Dit is een bevestiging dat Ruth geen misplaatste stap heeft gezet. Haar reputatie is onberispelijk. Iedereen weet dat zij een vrouw van karakter is. Dit is bijzonder, want Ruth is een Moabitische, een vreemdeling in Israël. Maar haar daden hebben laten zien wie ze werkelijk is. Dit doet denken aan Spreuken 31:10, waar wordt gesproken over de ‘deugdzame vrouw’, een vrouw van kracht en integriteit.

     Maar net als de spanning lijkt weg te vallen en Ruth opgelucht kan ademhalen, komt er een onverwachte wending. ‘Maar al is het waar dat ik jullie kan helpen, er is nog iemand anders voor wie dat geldt, en hij staat dichter bij jullie dan ik.’ Dit is een onverwachte complicatie. Blijkbaar is er een andere losser, een man die juridisch gezien het eerste recht heeft om Naomi’s familie te verlossen. In die tijd werkte het erfrecht zo dat de eerstvolgende verwant de plicht had om als losser op te treden. Boaz is bereid om Ruth te helpen, maar hij wil zich niet boven de wet stellen. Hier zien we zijn integriteit. Boaz had dit kunnen verzwijgen. Hij had Ruth gewoon kunnen aannemen zonder zich druk te maken over de juridische details. Maar dat doet hij niet. Hij is niet alleen een man van barmhartigheid, maar ook een man van gerechtigheid. Dit doet denken aan Jezus, die zei: ‘Denk niet dat Ik gekomen ben om de Wet of de Profeten af te schaffen. Ik ben niet gekomen om ze af te schaffen, maar om ze tot vervulling te brengen.’ (Matteüs 5:17). Boaz handelt niet buiten de wet om, maar binnen de kaders die God heeft gegeven.

     Toch laat Boaz Ruth niet in onzekerheid achter. ‘Blijf vannacht hier. Als morgenochtend blijkt dat die man als losser wil optreden is het goed, maar als hij dat niet wil, dan doe ik het, zo waar de HEER leeft.’ Dit is een plechtige eed. Boaz zweert bij de Heer zelf dat hij haar zal beschermen als de andere losser zich niet meldt. Hij laat geen ruimte voor twijfel. Ruth hoeft zich geen zorgen te maken. Wat er ook gebeurt, haar toekomst wordt niet langer gekenmerkt door onzekerheid. Voor Ruth moet dit een moment van enorme opluchting zijn geweest. Ze had zich kwetsbaar opgesteld. Ze had een groot risico genomen. Maar Boaz reageert niet met afwijzing, niet met aarzeling, maar met belofte. Dit moment weerspiegelt de zekerheid die we in Christus vinden. Wanneer wij ons in geloof aan Hem toevertrouwen, laat Hij ons niet in onzekerheid achter. Hij handelt rechtvaardig, Hij doet wat nodig is en Hij belooft dat Hij ons niet loslaat.

     Misschien herken je dit in je eigen leven. Momenten waarop je een stap in geloof zet, zonder de zekerheid van de uitkomst. Je geeft je over, je stelt je kwetsbaar op, je vertrouwt op God – maar wat als er complicaties zijn? Wat als de weg niet direct duidelijk is? Boaz’ woorden laten zien hoe God met ons omgaat: Hij laat ons niet in onzekerheid achter. Hij zegt: ‘Wees niet bang. Ik zal doen wat je van mij vraagt.’ Voor Ruth is de nacht nog niet voorbij. Maar één ding is zeker: ze hoeft niet langer te vrezen. Haar toekomst ligt in de handen van een losser. En die Losser zal niet rusten voordat haar lot is beslist.

 

Ruth 3:14-15. De discreetheid en vrijgevigheid van Boaz 

De nacht loopt ten einde. De sterren beginnen te vervagen en de eerste lichtstralen kleuren de hemel. Op de dorsvloer, waar Ruth en Boaz in het donker hebben gesproken, breekt de dageraad aan. Maar nog voordat het volledig licht wordt, moet Ruth vertrekken. Ze blijft aan Boaz’ voeten liggen tot de ochtend. Dit detail bevestigt opnieuw de eerbaarheid van wat er die nacht heeft plaatsgevonden. Ruth ligt niet naast Boaz, maar aan zijn voeteneinde. Dit benadrukt haar nederige houding en haar verzoek om bescherming, zonder dat er sprake is van enige schandelijke bedoeling. In een tijd waarin reputatie en sociale status van levensbelang waren, is het cruciaal dat dit verhaal geen enkele suggestie van immoraliteit bevat. De Bijbel is hier uiterst zorgvuldig in.

     Dan komt het moment waarop Boaz haar vraagt om te vertrekken. ‘Voordat het zo licht werd dat men iemand herkennen kon, stond ze op, want hij wilde niet dat bekend werd dat ze op de dorsvloer was geweest.’ Dit lijkt op het eerste gezicht een praktische mededeling, maar het heeft een diepere betekenis. Boaz beschermt Ruths reputatie. Hij weet hoe snel verhalen de ronde doen in een kleine gemeenschap als Bethlehem. Zelfs zonder dat er iets verkeerds is gebeurd, zou haar aanwezigheid op de dorsvloer verkeerd kunnen worden uitgelegd. Hier zien we de zorgvuldigheid van Boaz. Hij is niet alleen een man van vrijgevigheid en genade, maar ook van rechtvaardigheid en wijsheid. Hij denkt vooruit, hij anticipeert op mogelijke problemen en hij neemt verantwoordelijkheid voor Ruths welzijn, niet alleen in daden maar ook in hoe zij door anderen gezien wordt. Dit doet denken aan Jozef, de man van Maria, die haar in stilte wilde wegsturen toen bleek dat ze – ongetrouwd – zwanger was, om zo haar reputatie te beschermen (Matteüs 1:19). Zowel Boaz als Jozef laten zien dat ware rechtvaardigheid niet alleen betekent dat je het juiste doet, maar ook dat je zorgvuldig omgaat met hoe anderen worden behandeld en gezien.

     De timing van Ruths vertrek is veelzeggend. In de Bijbel heeft de overgang van nacht naar ochtend vaak een symbolische lading. De nacht staat vaak voor onzekerheid, wachten of crisis, terwijl de ochtend een nieuw begin markeert. Denk aan Psalm 30:6: ‘Met tranen slapen we ’s avonds in, ’s morgens staan we juichend op.’ Ruth verlaat de dorsvloer in het eerste licht, op weg naar een toekomst die nog onzeker is, maar waar nu hoop en verwachting in is geplant.

     Voordat Ruth vertrekt, doet Boaz iets opmerkelijks. ‘Pak je omslagdoek en houd hem open.’ Dit is geen onschuldige handeling. De omslagdoek was een essentieel kledingstuk, vaak gebruikt om spullen in te dragen. Boaz gebruikt dit moment om Ruth iets tastbaars mee te geven: zes maten gerst. Waarom doet hij dit? Ten eerste is dit een teken van zijn vrijgevigheid. Boaz heeft zich vanaf het begin van hun ontmoeting onderscheiden door zijn zorg voor Ruth (Ruth 2:8-9, 15-16). Hij laat haar nooit met lege handen vertrekken. Zijn goedheid is niet alleen een kwestie van woorden, maar wordt concreet in daden. Maar er is meer. Deze zes maten gerst dragen een boodschap in zich. Ruth gaat niet met lege handen terug naar Naomi. Dit geschenk dient als een subtiele bevestiging dat Boaz zich aan zijn belofte zal houden. Naomi zal, net als eerder bij de eerste ontmoeting tussen Ruth en Boaz, begrijpen dat dit geen toevallig geschenk is. Dit is een teken van belofte, een voorschot op wat komen gaat. Op een dieper niveau is dit graan een symbool van Gods voorzienigheid. Gerst werd in Israël geoogst in de lente, rond de tijd van Pesach. Het was het graan dat de armen mochten oprapen van de velden (Leviticus 23:22), een beeld van Gods zorg voor de kwetsbaren. Dat Ruth nu zes maten ontvangt, herinnert aan Gods trouw: Hij laat Zijn volk niet zonder voedsel achter. Dit wijst vooruit naar Jezus, die zichzelf het ware Brood des Levens noemt (Johannes 6:35). Zoals Boaz Ruth voorziet van voedsel, zo voorziet Christus ons van geestelijk leven en overvloed.

     Hierna vertrekt Boaz naar de stad. Hij stelt niets uit, hij wacht niet af. Er is een belofte gedaan en die moet worden ingelost. Ruth had zich die nacht in geloof kwetsbaar opgesteld. Ze had niets afgedwongen, niets geëist, alleen gevraagd om bescherming. Boaz heeft haar vraag gehoord en hij zal niet rusten voordat deze zaak geregeld is. En Ruth? Zij keert terug naar Naomi. Nog zonder definitief antwoord, nog zonder zekerheid over de uitkomst, maar met een tastbaar teken van hoop in haar handen. Dat is vaak ook hoe God met ons werkt. We krijgen niet altijd meteen het hele plaatje te zien, maar we ontvangen genoeg om op te vertrouwen. Genoeg om te weten dat Hij bezig is om Zijn belofte te vervullen. De nacht op de dorsvloer is voorbij, maar het verhaal is nog niet af. Ruth heeft haar stap gezet. Boaz heeft zijn belofte gedaan. Nu is het een kwestie van wachten. Maar niet van passief wachten – Boaz zal handelen. En dat is de zekerheid die we ook in Christus vinden. We worden geroepen om ons in geloof aan Hem toe te vertrouwen, zoals Ruth zich toevertrouwde aan Boaz. En net zoals Boaz niet rust voordat zijn belofte vervuld is, zo zal Christus niet rusten totdat Zijn verlossingswerk in ons leven voltooid is. De vraag is: Durven wij, net als Ruth, ons in vertrouwen over te geven en te wachten op Gods voorziening?

 

Ruth 3:16-18. Naomi’s vertrouwen in de afloop

De nacht ligt achter haar. Ruth heeft haar stap gezet, haar verzoek aan Boaz uitgesproken en zijn belofte ontvangen. Maar zekerheid heeft ze nog niet. De andere losser moet eerst in de gelegenheid worden gesteld. Dat betekent wachten. Hoe zal Naomi reageren?

     Wanneer Ruth haar schoonmoeder binnenkomt, is Naomi’s eerste vraag: ‘Hoe is het je vergaan, mijn dochter?’ In het Hebreeuws luidt haar vraag echter letterlijk: ‘Wie ben jij, mijn dochter?’ Dit lijkt een vreemde manier om iemand te begroeten die je kent, maar de vraag draagt een diepere lading. Naomi vraagt in feite: is er iets veranderd? Is Ruth nu een verloofde vrouw of nog steeds een weduwe? Heeft de ontmoeting op de dorsvloer haar toekomst bepaald?

     Ruth antwoordt niet direct met haar gevoelens of verwachtingen, maar met een feitelijke weergave van wat Boaz heeft gedaan. ‘Deze zes maten gerst heeft hij me gegeven, “want,” zei hij, “je moet niet met lege handen bij je schoonmoeder aankomen.”’ Dit is een opvallende handeling. Boaz hoeft Ruth niets mee te geven en toch doet hij het. Waarom? Ten eerste is dit een teken van zijn vrijgevigheid. Boaz heeft zich eerder onderscheiden door zijn zorg voor Ruth (Ruth 2:8-9, 15-16). Maar hier is meer aan de hand. Dit geschenk draagt een boodschap in zich. Naomi, die eerder klaagde dat ze ‘leeg’ was teruggekeerd uit Moab (Ruth 1:21), ontvangt opnieuw een tastbaar bewijs van Gods voorzienigheid. Ruth komt niet met lege handen terug. Dit graan is een teken van belofte, een subtiele verzekering dat Boaz zijn verantwoordelijkheid serieus neemt. Symbolisch gezien is graan in de Bijbel vaak een teken van Gods zorg en trouw. Denk aan de manna die God gaf in de woestijn (Exodus 16) of de belofte van overvloedig graan in Psalm 65:10. Dit geschenk wijst vooruit naar Gods grotere voorziening in Christus, die zichzelf het Brood des Levens noemt (Johannes 6:35). Zoals Boaz Ruth van graan voorziet als een teken van zijn toewijding, zo voorziet Christus ons van geestelijk leven en overvloed.

     Naomi begrijpt de boodschap direct. Ze zegt tegen Ruth: ‘Blijf hier dan maar rustig wachten tot je weet hoe het afloopt, mijn dochter, want ik weet zeker dat deze man niet zal rusten voordat hij de zaak geregeld heeft.’ Dit is een uitspraak vol vertrouwen. Naomi kent Boaz en weet dat hij zijn belofte zal nakomen. Maar voor Ruth betekent dit: wachten. En juist wachten is vaak het moeilijkste deel van geloof. Ruth heeft gedaan wat ze kon, maar de rest ligt buiten haar macht. Ze moet vertrouwen. Niet passief afwachten, maar verwachten, wetend dat de losser aan het werk is. Dit doet denken aan Psalm 37:7: ‘Blijf kalm en wacht op de Heer, erger je niet aan wie slaagt in het leven, aan wie met listen te werk gaat.’

     Dit moment wijst ook vooruit naar Jezus Christus, onze uiteindelijke Losser. Net zoals Ruth haar toekomst in de handen van Boaz legt, worden wij geroepen om ons leven in de handen van Christus te leggen. En net zoals Boaz niet zal rusten voordat de zaak geregeld is, zo laat Christus Zijn verlossingswerk niet onafgemaakt. Filippenzen 1:6 zegt: ‘Ik ben ervan overtuigd dat Hij die dit goede werk bij u begonnen is, het ook zal voortzetten tot het voltooid is op de dag van Christus Jezus.’ Misschien herken je dit in je eigen leven. Momenten waarop je hebt gebeden, een stap in geloof hebt gezet en vervolgens moet wachten. Wachten op antwoord, op richting, op vervulling van een belofte. Dit verhaal laat zien: God laat ons niet in onzekerheid achter. Hij werkt, zelfs als wij het niet direct zien.

     Voor Ruth en Naomi blijft de toekomst nog even onzeker. Maar Naomi’s laatste woorden klinken als een belofte: Boaz zal niet rusten voordat deze zaak geregeld is. En zo is het ook met Christus. Zijn verlossingswerk is nog niet voltooid, maar Hij zal niet rusten voordat alles is volbracht. De vraag is: durven wij, net als Ruth, in vertrouwen te wachten, wetend dat onze Losser aan het werk is?

Kernboodschap

De kernboodschap van Ruth 3:1-18 is: geloof vraagt niet om passief afwachten, maar om moedige overgave: het lef om stappen te zetten zonder zekerheid over de uitkomst, het vertrouwen dat genade zich niet laat afdwingen maar gegeven wordt en de zekerheid dat de Ware Losser nooit rust voordat Zijn werk voltooid is.

     De gebeurtenissen in dit bijbelgedeelte laten zien dat geloof niet neerkomt op stil blijven zitten en afwachten tot er iets gebeurt. Naomi neemt het initiatief om een toekomst voor Ruth te zoeken. Ruth zet een stap in geloof, zonder zekerheid over de uitkomst. En Boaz belooft haar bescherming, maar op een manier die rechtvaardig en zorgvuldig is. Alles in dit hoofdstuk draait om actie en vertrouwen, om stappen zetten in onzekerheid, maar zonder de controle naar je toe te trekken. 

     Naomi had kunnen blijven berusten in haar situatie. Ze had kunnen denken dat het leven haar enkel tegenslag had gebracht en dat er niets meer te verwachten viel. Maar in plaats daarvan ziet ze een mogelijkheid en moedigt ze Ruth aan om te handelen. Ruth zelf had kunnen weigeren. Ze had kunnen zeggen: ‘Dit is te riskant. Wat als Boaz mij afwijst? Wat als ik mijn reputatie schaad?’ Maar in plaats daarvan kiest ze ervoor om gehoor te geven aan Naomi’s plan en in vertrouwen naar de dorsvloer te gaan. 

     Ook Boaz toont hoe geloof werkt. Hij neemt Ruths verzoek serieus, maar handelt niet overhaast. Hij laat zich niet leiden door impulsen of emoties, maar zorgt ervoor dat alles op de juiste manier wordt afgehandeld. Dit laat zien dat geloof geen blinde sprong in het duister is. Het betekent niet dat we roekeloos moeten handelen. Integendeel: echt geloof houdt rekening met rechtvaardigheid, met verantwoordelijkheid, met het welzijn van anderen. 

     Wat deze geschiedenis zo krachtig maakt, is dat niemand in dit hoofdstuk zekerheid heeft over de afloop. Naomi weet niet of Boaz Ruth zal willen nemen. Ruth weet niet hoe hij zal reageren. Boaz weet niet of hij haar losser mag zijn. Maar in plaats van verlamd te raken door twijfel, handelt iedereen in vertrouwen. Dit laat zien dat geloof een dynamisch proces is. Het is niet statisch, het is niet afwachten tot God iets doet zonder zelf iets te ondernemen. Tegelijkertijd betekent geloof ook niet dat je alles naar je hand moet zetten. Het is een balans tussen stappen zetten en vertrouwen dat de uitkomst niet in eigen handen ligt. 

     Voor ons vandaag betekent dit dat geloof iets anders is dan zekerheid. Soms willen we wachten tot we alle antwoorden hebben voordat we een keuze maken. We willen garanties, zwart-op-wit bewijs dat het goed zal komen voordat we durven te handelen. Maar zo werkt geloof niet. Geloof betekent dat je een stap zet, ook als je de hele weg nog niet kunt overzien. 

     We zien dat in Ruth, die naar de dorsvloer gaat zonder te weten hoe Boaz zal reageren. We zien het in Boaz, die belooft Ruth te helpen, maar ook eerlijk toegeeft dat er nog een andere losser is. En we zien het in Naomi, die na alles wat ze heeft meegemaakt, durft te zeggen: ‘Blijf hier dan maar rustig wachten tot je weet hoe het afloopt, mijn dochter, want ik weet zeker dat deze man niet zal rusten voordat hij de zaak geregeld heeft.’

     Dat laatste zinnetje is een sleutel: ‘Ik weet zeker dat deze man niet zal rusten.’ Naomi kent Boaz en weet dat hij zijn woord zal houden. Dat is een diep inzicht in hoe geloof werkt. Wij hebben niet altijd alle antwoorden, maar we mogen weten wie God is. Ruth wist niet hoe Boaz zou reageren, maar ze wist wie hij was: een man van trouw en rechtvaardigheid. Naomi wist niet hoe alles zich zou ontvouwen, maar ze kende Boaz en wist dat hij betrouwbaar was. 

     Dat is hoe geloof eruitziet in ons leven. Wij weten niet altijd wat de toekomst brengt. We hebben niet altijd zekerheid over de uitkomst van onze keuzes. Maar we mogen weten wie God is. En dat verandert alles. Dat maakt dat we niet hoeven vast te blijven zitten in angst of passiviteit. We mogen handelen, niet omdat we alle antwoorden hebben, maar omdat we vertrouwen op Degene die ons leven leidt.

Theologische reflectie

Nu we de exegetische uitleg en de kernboodschap van Ruth 3:1-18 hebben behandeld, is het tijd om dieper na te denken over de theologische betekenis van dit bijbelgedeelte. Deze theologische reflectie helpt ons om niet alleen te begrijpen wat er in deze tekst gebeurt, maar ook wat dit openbaart over Gods karakter, hoe het verband houdt met Christus en wat het ons leert over geloof, vertrouwen en overgave. Dit bijbelgedeelte is niet slechts een historisch verhaal over Ruth en Boaz, maar een diep geestelijk geladen tekst waarin God op subtiele en krachtige wijze zichtbaar wordt. 

 

Het karakter van God

Een van de meest opvallende aspecten in Ruth 3:1-18 is Gods verborgen aanwezigheid. Hij spreekt niet rechtstreeks, er vinden geen spectaculaire wonderen plaats en toch is Zijn hand in alles zichtbaar. God werkt door de omstandigheden, de keuzes van mensen en de structuur van Zijn wet. Dit laat een belangrijk aspect van Zijn karakter zien: Hij is een God van trouw. Naomi, die in hoofdstuk 1 nog zei dat de Heer haar met lege handen had teruggebracht, begint nu te ervaren dat God haar niet heeft verlaten. Door de zorg van Boaz, de moed van Ruth en de wet van de losser zien we dat God zijn belofte om voor de kwetsbaren te zorgen nakomt. 

     Daarnaast zien we Gods genade schitteren in dit verhaal. Ruth, een buitenlandse vrouw zonder rechten binnen Israël, wordt niet alleen geaccepteerd, maar krijgt een plaats van bescherming en voorziening. Dit laat zien dat Gods genade niet beperkt is tot een selecte groep, maar zich uitstrekt naar hen die oprecht naar Hem zoeken. Ruth was een Moabitische en volgens Deuteronomium 23:4 mochten Moabieten niet in de gemeenschap van Israël opgenomen worden. Toch laat God haar niet buiten staan, maar nodigt Hij haar uit binnen Zijn verbondsgemeenschap. Dit weerspiegelt hoe Zijn genade alle menselijke beperkingen overstijgt. 

     Ook Gods soevereiniteit wordt zichtbaar. Wat voor Naomi en Ruth onzeker en risicovol lijkt, is geen toeval of puur menselijk initiatief. In de wet van de losser had God een voorziening gemaakt voor weduwen en mensen in nood. Dit laat zien dat God niet alleen reageert op noodsituaties, maar al van tevoren structuren heeft gegeven waarin Zijn voorzienigheid zichtbaar wordt. Hij leidt de loop van de geschiedenis en werkt door menselijke keuzes heen om Zijn plan te volbrengen. 

 

Verwijzing naar Christus

De figuur van Boaz wijst op Christus als de ultieme Losser. In het Oude Testament was een losser iemand die een verwant uit slavernij kon vrijkopen, een erfstuk kon terughalen of een weduwe kon beschermen door met haar te trouwen. Boaz belichaamt deze rol door Ruth niet alleen bescherming te bieden, maar ook verantwoordelijkheid te nemen voor haar toekomst. Dit weerspiegelt hoe Christus optreedt als onze Losser. 

     Jezus wordt in het Nieuwe Testament herhaaldelijk voorgesteld als degene die gekomen is om te redden wat verloren was (Lucas 19:10). Net zoals Boaz Ruth onder zijn bescherming neemt, nodigt Christus ons uit om onder Zijn vleugels te schuilen (Matteüs 23:37). Ruth kon zichzelf niet redden; ze had een losser nodig die voor haar wilde instaan. Zo kunnen wij onszelf niet losmaken van zonde en gebrokenheid, maar hebben we een Losser nodig die ons vrijmaakt en een nieuw leven geeft. 

     Boaz handelt niet uit verplichting, maar uit liefde en trouw. Hij had Ruth kunnen afwijzen, net zoals Jezus ons niet verplicht is te redden, maar ervoor kiest om ons te verlossen uit genade. Net zoals Boaz niet rust voordat hij alles geregeld heeft, zo zal ook Christus Zijn werk van verlossing voltooien. Dit wordt krachtig verwoord in Filippenzen 1:6: ‘Ik ben ervan overtuigd dat Hij die dit goede werk bij u begonnen is, het ook zal voortzetten tot het voltooid is op de dag van Christus Jezus.’

 

Relevantie voor ons geloofsleven

Ruth 3:1-18 laat zien dat geloof niet passief is. Zowel Naomi als Ruth als Boaz nemen actieve stappen in vertrouwen op Gods leiding. Dit is een belangrijke les voor ons geloofsleven. Vaak wordt geloof gezien als simpelweg iets ‘hebben’ – een overtuiging of een innerlijk gevoel. Maar in de Bijbel zien we dat geloof altijd gepaard gaat met actie. 

     Ruth had kunnen afwachten of Boaz zelf stappen zou zetten, maar ze kiest ervoor om gehoor te geven aan Naomi’s plan. Dit betekent niet dat ze manipulatief handelt, maar dat ze bereid is om een sprong in het diepe te wagen zonder alle antwoorden te hebben. Zo wordt ook van ons gevraagd om stappen in geloof te zetten, zelfs als we niet weten wat de uitkomst zal zijn. 

     Daarnaast zien we dat geloof niet betekent dat we alles naar onze hand moeten zetten. Boaz neemt verantwoordelijkheid, maar hij forceert niets. Hij handelt vanuit integriteit en laat ruimte voor Gods leiding. Dit leert ons dat geloof geen manipulatie is. Soms betekent geloof dat we een stap zetten, maar dan ook wachten en vertrouwen dat God het verder zal uitwerken.

 

Verband met andere bijbelteksten

Het verhaal van Ruth sluit nauw aan bij andere bijbelteksten waarin God mensen uitnodigt om op Hem te vertrouwen, zelfs als de uitkomst onzeker is. 

     In Genesis 12 wordt Abraham geroepen om zijn land te verlaten zonder te weten waar hij naartoe zal gaan. Net als Ruth wordt hij gevraagd om te vertrouwen op een belofte die nog niet zichtbaar is. Dit laat zien dat Gods weg vaak onvoorspelbaar is, maar altijd goed. 

     In Psalm 37:5 lezen we: ‘Leg je leven in de handen van de HEER, vertrouw op Hem, Hij zal dit voor je doen.’ Dit vers weerspiegelt precies wat Ruth doet: ze vertrouwt zich toe aan een losser, in de hoop op een toekomst. Zo mogen ook wij ons leven in Gods handen leggen, in het vertrouwen dat Hij zal voorzien. 

     In het Nieuwe Testament wordt hetzelfde principe zichtbaar in 2 Korintiërs 5:7: ‘We leven nu immers vanuit vertrouwen, zonder al echt te zien.’ Ruth kon de toekomst niet overzien, maar ze leefde in vertrouwen. Dit is de houding die ook van ons gevraagd wordt. 

 

Andere relevante theologische thema’s

Een van de kernideeën in dit bijbelgedeelte is verlossing. Ruth is een vreemdeling, een weduwe zonder zekerheid, totdat Boaz als losser in haar leven komt. Dit wijst vooruit naar de ultieme verlossing die God biedt. De Bijbel laat steeds opnieuw zien dat God mensen redt uit uitzichtloze situaties, of dat nu Israël is in Egypte, Jozef in de gevangenis of de discipelen die Jezus radeloos achterlaten bij Zijn dood. God is een God die loskoopt, herstelt en vernieuwt. 

     Daarnaast speelt toewijding een grote rol. Ruth toont toewijding aan Naomi, aan Boaz en uiteindelijk aan Gods plan. Dit weerspiegelt de oproep tot navolging: Jezus vraagt ons om ons leven in Zijn handen te leggen en Hem te volgen. Ruths bereidheid om haar eigen toekomst op het spel te zetten, doet denken aan Jezus’ woorden in Lucas 9:23: ‘Wie achter Mij aan wil komen, moet zichzelf verloochenen en dagelijks zijn kruis op zich nemen en Mij volgen.’

     Tot slot laat dit bijbelgedeelte Gods verborgen werk zien. Geen stem uit de hemel, geen wonderbaarlijke tekenen – en toch is God in alles aanwezig. Dit is een troost voor wie Gods leiding niet altijd duidelijk ziet. Soms werkt Hij in de eenvoud van het dagelijks leven, door mensen, omstandigheden en keuzes. Ruths verhaal herinnert ons eraan dat God, zelfs in stilte, altijd bezig is om Zijn plan te volbrengen.

Praktische toepassing

Geloof vraagt niet om passief afwachten, maar om moedige overgave: het lef om stappen te zetten zonder zekerheid over de uitkomst, het vertrouwen dat genade zich niet laat afdwingen maar gegeven wordt en de zekerheid dat de Ware Losser nooit rust voordat Zijn werk voltooid is. Dit is niet slechts een mooie gedachte, maar een oproep tot een ander soort leven. Een leven waarin geloof geen theorie is, maar iets dat ons denken, handelen en keuzes beïnvloedt. Hoe kun je dit praktisch toepassen in je dagelijks leven? De volgende vier richtlijnen kunnen je hierbij wellicht helpen.

 

  1. Wees proactief in je geloof, zelfs als de uitkomst onzeker is.

Ruth had kunnen afwachten tot Boaz haar opmerkte en uit zichzelf een stap zou zetten. Maar ze koos ervoor om vanuit geloof te handelen, ondanks de risico’s. Dit principe geldt ook voor ons. Soms blijven we steken in twijfel en onzekerheid, wachtend tot alles duidelijk is voordat we durven te bewegen. Maar geloof vraagt om actie, ook als de toekomst onzeker is. Dit betekent dat je niet moet blijven hangen in geestelijke passiviteit. Wacht niet eindeloos tot je ‘zeker weet’ wat God van je wil. Neem initiatieven, durf een nieuwe weg in te slaan, zelfs als je nog niet precies weet waar die toe leidt. Misschien betekent dit dat je eindelijk die moeilijke beslissing neemt die je al maanden uitstelt. Misschien betekent het dat je een gesprek aangaat over geloof met iemand die je al lange tijd op het hart ligt. Misschien betekent het dat je een carrièrestap durft te maken zonder de garantie van succes. Geloof betekent niet dat je alle antwoorden hebt, maar dat je bereid bent een stap te zetten omdat je God vertrouwt. 

 

  1. Oefen in ‘heilige risico’s’ en stel jezelf kwetsbaar op.

De stap die Ruth zette, was kwetsbaar en riskant. Ze legde haar toekomst letterlijk in de handen van een ander. Ook in ons geloofsleven worden we uitgedaagd om kwetsbaarheid niet te schuwen. Dit kan betekenen dat je stopt met het opzetten van een façade en jezelf eerlijk durft te laten zien, zonder de garantie dat anderen dat begrijpen. Misschien betekent dit dat je open durft te spreken over je zoektocht in het geloof, zelfs als dat betekent dat je twijfels moet erkennen. Of dat je opkomt voor een ander, zelfs als dat weerstand oproept. Dit kan ook betekenen dat je het risico neemt om iemand om hulp te vragen, iets wat velen moeilijk vinden. Geloof vraagt om overgave, om de moed om soms met lege handen te staan en te erkennen dat we anderen – en God – nodig hebben. 

 

  1. Zie Gods voorziening in de kleine, alledaagse dingen en leer daarop te vertrouwen.

Het boek Ruth laat zien dat God niet alleen werkt door wonderen of grote openbaringen, maar juist in de gewone gang van het leven. In een tijd waarin veel christenen worstelen met de afwezigheid van een kerkelijke structuur, is het des te belangrijker om God te leren herkennen in het alledaagse. Dit vraagt om een verandering in perspectief. In plaats van te zoeken naar grote, ‘geestelijke’ ervaringen, leer Gods hand te zien in een onverwacht vriendelijk gesprek, in de juiste persoon die op het juiste moment op je pad komt, in een deur die zich opent zonder dat je erom vroeg. Dit betekent ook dat we leren rusten in vertrouwen, zoals Naomi dat doet wanneer ze zegt: ‘Blijf hier dan maar rustig wachten.’ Dit is geen passief wachten, maar een houding van vertrouwen dat God aan het werk is, zelfs als wij dat niet direct zien. 

 

  1. Gedraag je als een ‘losser’ voor anderen, zonder er iets voor terug te verwachten.

Boaz laat in Ruth 3:1-18 zien wat ware gerechtigheid en genade inhouden. Hij had Ruth kunnen gebruiken voor zijn eigen voordeel, maar in plaats daarvan treedt hij op als haar losser, iemand die verantwoordelijkheid neemt zonder egoïstische motieven. Dit principe is revolutionair en zou ons hele leven kunnen veranderen. Wat als wij in onze relaties niet zouden handelen vanuit de vraag ‘wat levert het mij op?’, maar vanuit de vraag ‘hoe kan ik een losser zijn voor een ander?’ Dit kan betekenen dat je iemand helpt zonder er iets voor terug te verwachten. Dat je iemand vergeeft zonder dat die persoon dat eerst moet verdienen. Dat je besluit om niet af te wachten tot een ander zich naar jou uitstrekt, maar dat jij de eerste stap zet. Dit vraagt om een houding van radicale vrijgevigheid en vergeving, die ingaat tegen de logica van deze wereld. Maar precies daarin weerspiegelen we Christus, die ons verloste zonder dat wij daar iets tegenover konden stellen. 

 

De uitdaging van Ruth 3:1-18 is om geloof niet te zien als een statisch iets, maar als een dynamische levenshouding. Geloof is niet alleen iets wat je ‘hebt’, maar iets wat je ‘doet’. Het betekent dat je stappen durft te zetten zonder zekerheid over de uitkomst, dat je kwetsbaarheid niet uit de weg gaat, dat je leert rusten in Gods voorziening en dat je een losser durft te zijn voor anderen. Dat is een geloof dat zich werkelijk manifesteert in ons handelen tijdens ons dagelijks leven. Dat is de uitdaging die Ruth ons vandaag stelt.

Afsluiting

Laten we nog even terugkeren naar de inleiding. Sophie zat aan een tafeltje in de hoek van de feestzaal, een glas in haar hand, terwijl ze de zaal inkeek. De avond verliep anders dan ze had verwacht. Daan had haar opgemerkt, dat wist ze. Hun blikken hadden elkaar gekruist, er was een moment geweest waarop ze verwachtte dat hij naar haar toe zou komen. Maar hij had zich omgedraaid en met anderen gesproken. Misschien was hij zich niet bewust van haar aanwezigheid. Misschien was hij gewoon verlegen. Misschien zag hij haar inderdaad niet op die manier. Ze voelde de teleurstelling prikken, maar er zat ook iets anders in haar hart: vrede. Ze had een stap gezet, zonder garantie, zonder zekerheid over de uitkomst. Ze had haar angst overwonnen en dat was al een overwinning op zich. Misschien liep het anders dan ze had gehoopt, maar één ding wist ze zeker: ze hoefde zich niet af te vragen wat als? Ze had gehandeld, ze had zich laten zien. Nu was het aan hem. En toen ze aan het einde van de avond opstond om haar jas te pakken, voelde ze een tik op haar schouder. Daan. Zijn stem was warm, een beetje nerveus. ‘Sophie, ik wilde even zeggen … het is fijn om je hier te zien.’ Een glimlach. Een gesprek. Een begin. 

     Ook Ruth zette een stap zonder te weten hoe de uitkomst zou zijn. Ze had Boaz kunnen afwachten, maar ze koos ervoor om haar toekomst in geloof in Gods handen te leggen. En hoewel die nacht geen directe zekerheid bracht, was er wel iets veranderd: Boaz zag haar, hij erkende haar en hij beloofde dat hij niet zou rusten voordat haar toekomst geregeld was. Dit is wat geloof van ons vraagt: de moed om te handelen zonder zekerheid over de uitkomst, het vertrouwen dat we genade niet kunnen afdwingen maar wel mogen ontvangen en de wetenschap dat onze Ware Losser nooit rust voordat Zijn werk voltooid is.

     Misschien bevind jij je in een situatie waarin je moet kiezen tussen afwachten of een stap zetten. Misschien sta je op een kruispunt in je leven, waar je geen zekerheid hebt over de toekomst. Maar onthoud: geloof is niet passief. Het is vertrouwen in de wetenschap dat je niet alles zelf hoeft te regelen, maar dat je wel mag bewegen in vertrouwen op Gods trouw. 

     Boaz zag Ruth en handelde. Jezus ziet jou en Hij zal ook handelen. Hij laat je niet los, Hij laat je niet alleen. Zijn plannen zijn groter dan onze angsten, Zijn trouw is sterker dan onze onzekerheid. Zoals Psalm 37:5 zegt: ‘Leg je leven in de handen van de HEER, vertrouw op Hem, Hij zal dit voor je doen.’

     Ga deze week in de wetenschap dat God met je meegaat. Dat Hij jouw Losser is. Dat jij je niet hoeft vast te klampen aan controle, maar dat je met een open hart en opgeheven hoofd een stap mag zetten in vertrouwen. En weet: Hij zal niet rusten voordat Zijn werk voltooid is.

Reflectievragen

  1. Hoe ga jij om met onzekerheid in je leven? Ben je geneigd om af te wachten of durf je, net als Ruth, een stap in geloof te zetten zonder zekerheid over de uitkomst?
  2. Zijn er situaties waarin je voelt dat God je uitnodigt om te handelen, maar waarin je terughoudend bent uit angst voor afwijzing of mislukking? Wat zou het betekenen om toch die stap te zetten?
  3. Hoe ervaar jij Gods leiding in het alledaagse leven? Zie je Zijn hand in kleine, subtiele gebeurtenissen of verwacht je dat Hij zich op een grootse manier moet openbaren voordat je in actie komt?
  4. Op welke manier kun jij een ‘losser’ zijn voor anderen, zoals Boaz dat was voor Ruth? Wie in jouw omgeving zou gebaat zijn bij een daad van rechtvaardigheid, bescherming of bemoediging van jouw kant?
  5. Welke angsten of twijfels weerhouden je ervan om je leven volledig in Gods handen te leggen? Wat zou het voor jou betekenen om te vertrouwen dat Hij niet zal rusten voordat Zijn werk voltooid is?

 

Copyrights Marjolein Gommers

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.