




Inleiding
Mark was zestien en had een fascinatie voor licht. Niet zomaar licht, maar hoe het de wereld om hem heen kon veranderen. Als hij na school naar huis fietste, keek hij niet naar de weg voor zich, maar naar de lange schaduwen van de bomen en het gouden schijnsel van de zon dat de bladeren oplichtte. Zijn slaapkamer hing vol posters van sterrenstelsels, zonsondergangen en lantaarns die in de nacht hun licht verspreiden. Hij had zelfs een oude camera van zijn opa gekregen om het licht vast te leggen. ‘Licht laat je zien wat er echt is,’ zei hij vaak tegen zijn moeder. ‘Zonder licht zie je niks, snap je? Het maakt alles helder.’
Zijn moeder glimlachte altijd als hij dat zei. Totdat alles veranderde. Het begon met een doktersafspraak. Een bloedonderzoek. Slecht nieuws. Mark wist niet precies wat er gezegd werd, maar de woorden ‘kanker’ en ‘onzeker’ bleven hangen. Zijn moeder probeerde sterk te blijven, maar hij zag haar hand trillen toen ze zijn vader iets uitlegde. Het was alsof iemand abrupt het licht in hun huis had uitgedraaid.
Mark wist niet wat hij moest doen. Zijn vader praatte nauwelijks, zijn zusje van tien stelde vragen waarop niemand antwoord op had en zelf sloot hij zich op in zijn slaapkamer. Hij keek naar de foto’s aan de muur, naar al die momenten waarop het licht prachtig was geweest. Nu voelde het alsof dat licht nergens meer te vinden was.
Op een avond, toen hij naar de sterren keek vanuit het raam, kwam zijn moeder zachtjes zijn kamer binnen. Ze zette zich naast hem op het bed en zei: ‘Mark, weet je nog wat je altijd zegt over licht? Dat het alles laat zien zoals het echt is? Dat geldt ook nu. Licht maakt dingen niet altijd mooier of makkelijker, maar het helpt je wel om te zien wat belangrijk is. Zelfs in donkere tijden kan het je laten zien dat je niet alleen bent.’
Mark snapte niet wat ze bedoelde. Hoe kon licht hem helpen? Hoe kon het iets veranderen aan de donkere werkelijkheid waarin zijn moeder ziek was en niemand iets zeker wist? Toch bleven haar woorden hem achtervolgen. Hij begon kleine momenten te zien. Het kaartje van een buurvrouw, met precies de woorden die zijn moeder nodig had. Een vriend die hem onverwacht vroeg hoe het écht met hem ging. Het gevoel van zonnestralen op zijn gezicht tijdens een fietstocht, alsof het licht hem omhulde. Het waren geen grote dingen, maar ze gaven hem hoop.
Hoe vaak voelen wij ons niet zoals Mark? Verloren in het donker, zonder zicht op wat er komt, zoekend naar een licht dat ons pad verlicht. Hoe vaak vragen we ons niet af of dat licht echt bestaat en wat het voor ons kan betekenen?
In Johannes 1:1-18 lezen we over een ander soort licht. Geen licht dat alleen de wereld om ons heen verlicht, maar een licht dat sterker is dan welke duisternis ook. Een licht dat naar de wereld kwam om te laten zien wat echt belangrijk is. Een licht dat ons uitnodigt om de duisternis te laten wijken en zelf in dat licht te leven.
Bijbeltekst (NBV21)
Het Woord is mens geworden
[1] In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. [2] Het was in het begin bij God. [3] Alles is erdoor ontstaan, zonder het Woord is niets ontstaan van wat bestaat. [4] In het Woord was leven en het leven was het licht voor de mensen. [5] Het licht schijnt in de duisternis en de duisternis heeft het niet in haar macht gekregen.
[6] Er kwam iemand die door God was gezonden; hij heette Johannes. [7] Hij kwam als getuige, om van het licht te getuigen, opdat iedereen door hem zou geloven. [8] Hij was niet zelf het licht, maar hij was er om te getuigen van het licht: [9] het ware licht, dat ieder mens verlicht en naar de wereld kwam. [10] Het Woord was in de wereld, de wereld is door Hem ontstaan en toch kende de wereld Hem niet. [11] Hij kwam naar wat van Hem was, maar wie van Hem waren hebben Hem niet ontvangen. [12] Wie Hem wel ontvingen en in zijn naam geloven, heeft Hij het voorrecht gegeven om kinderen van God te worden. [13] Zij zijn niet op natuurlijke wijze geboren, niet uit lichamelijk verlangen of uit de wil van een man, maar uit God.
[14] Het Woord is mens geworden en heeft in ons midden gewoond, vol van genade en waarheid, en wij hebben zijn grootheid gezien, de grootheid van de enige Zoon van de Vader. [15] Van Hem getuigde Johannes toen hij uitriep: ‘Hij is het over wie ik zei: “Die na mij komt is meer dan ik, want Hij was er vóór mij!”’ [16] Uit zijn overvloed hebben wij allen opnieuw genade ontvangen: [17] de wet is door Mozes gegeven, genade en waarheid zijn met Jezus Christus gekomen. [18] Niemand heeft ooit God gezien, maar de enige Zoon, die zelf God is, die aan het hart van de Vader rust, heeft Hem doen kennen.
Exegetische uitleg
Nu we het bijbelgedeelte Johannes 1:1-18 hebben gelezen, is het tijd om dieper in te gaan op de tekst. In deze exegetische uitleg bespreken we het gedeelte vers voor vers of in kleine samenhangende eenheden. Dit helpt ons om de boodschap van dit verhaal beter te begrijpen en de kern ervan helder te krijgen. Na de exegetische uitleg zullen we deze inzichten gebruiken om de kernboodschap van dit bijbelgedeelte te formuleren en te reflecteren op de betekenis ervan voor ons leven vandaag.
Johannes 1:1-5. Het eeuwige Woord en het licht in de duisternis
Johannes opent zijn evangelie met een indrukwekkend en diepgaand begin: ‘In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God.’ Met deze woorden nodigt hij ons uit om niet alleen na te denken over Jezus’ aardse leven, maar over zijn eeuwige en goddelijke oorsprong. Door te beginnen met ‘In het begin’ verwijst Johannes direct naar het scheppingsverhaal in Genesis 1:1, waar dezelfde woorden worden gebruikt. Dit legt een fundament: de Jezus die Johannes in zijn evangelie presenteert, is niet slechts een mens of profeet, maar de eeuwige Schepper die betrokken is bij Gods scheppingswerk.
Het woord ‘Woord’ is de vertaling van het Griekse ‘Logos’, een term die zowel voor Joodse als Griekse lezers veel betekende. Voor Joden verwees ‘Logos’ naar het scheppende en openbarende spreken van God, zoals we aantreffen in de Psalmen en in Genesis, waar God door Zijn Woord alles tot leven riep. Voor Griekse lezers had ‘Logos’ de betekenis van rede, orde of kosmisch principe, dat structuur geeft aan het universum. Johannes neemt deze bekende begrippen en vult ze met een nieuwe, verbluffende betekenis: het Woord is een Persoon en die Persoon is Jezus Christus. Hij is niet alleen bij God, maar Hij is zelf volledig God, wat de basis vormt voor de christelijke leer van de Drie-eenheid.
De Drie-eenheid is een van de meest centrale en tegelijkertijd mystieke geloofswaarheden binnen het christendom. Het begrip beschrijft dat er één God is, maar dat Hij zich openbaart in drie onderscheiden personen: de Vader, de Zoon (Jezus Christus) en de Heilige Geest. Deze drie personen zijn volledig God en delen hetzelfde goddelijke wezen, maar ze zijn niet identiek aan elkaar. De Vader is niet de Zoon, de Zoon is niet de Heilige Geest, en de Heilige Geest is niet de Vader. Toch vormen ze samen één God. Om dit mysterie iets beter te begrijpen, is het nuttig om enkele aspecten te benoemen. In de Bijbel zien we de Drie-eenheid op verschillende manieren terug. In Genesis 1 lezen we bijvoorbeeld over God die de wereld schept, Zijn Geest die over de wateren zweeft en Zijn Woord dat alles tot leven brengt. Dit Woord wordt in Johannes 1 geïdentificeerd als Jezus, de Zoon van God. In het Nieuwe Testament zien we de Drie-eenheid heel expliciet bij de doop van Jezus (Matteüs 3:16-17), waar de Vader spreekt vanuit de hemel, de Zoon gedoopt wordt en de Heilige Geest in de vorm van een duif op Hem neerdaalt. De Vader wordt vaak gezien als de Schepper en de bron van alles wat bestaat. De Zoon, Jezus Christus, wordt begrepen als de Verlosser, die door Zijn leven, dood en opstanding verlossing en verzoening mogelijk maakt. De Heilige Geest wordt ervaren als de Trooster en Gids, die gelovigen helpt om in gemeenschap met God te leven en hen kracht geeft voor hun dagelijkse wandel. Hoewel de Drie-eenheid complex is en ons begrip overstijgt, biedt het ons een prachtig beeld van wie God is: een wezen van perfecte liefde en eenheid, waarin relatie en gemeenschap centraal staan. Het mysterie nodigt uit tot aanbidding en verwondering, terwijl het ons tegelijkertijd de rijkdom en diepte van Gods wezen openbaart. Door dit alles heen wordt duidelijk dat de Drie-eenheid niet zomaar een theologische constructie is, maar een diepe realiteit die ons geloof en leven doordringt.
Laten we terugkeren naar de bijbeltekst. Johannes heeft net gezegd dat het Woord in het begin bij God was en hij vervolgt: ‘Alles is erdoor ontstaan, zonder het Woord is niets ontstaan van wat bestaat.’ Deze woorden benadrukken Gods rol als Schepper. Alles – van het kleinste zandkorrel tot de uitgestrektheid van het universum – is ontstaan door Hem. Dit maakt Zijn komst naar de wereld des te indrukwekkender: de Schepper betreedt zijn schepping. Het is ook een herinnering aan onze afhankelijkheid van Hem. We leven, ademen en bestaan omdat Hij ons heeft gemaakt en in stand houdt.
In de woorden ‘In het Woord was leven en het leven was het licht voor de mensen’ verbindt Johannes het Woord met twee fundamentele aspecten van het bestaan: leven en licht. Het leven dat in het Woord is, gaat verder dan fysiek bestaan. Het verwijst naar het diepere, geestelijke en eeuwige leven dat alleen in God te vinden is. Dit leven is onlosmakelijk verbonden met licht, een beeld dat door de hele Bijbel heen symbool staat voor Gods aanwezigheid, waarheid en redding. Denk bijvoorbeeld aan de eerste scheppingsdag, toen God sprak: ‘Laat er licht zijn’ (Genesis 1:3). Licht is de bron van leven, zowel fysiek als geestelijk.
Johannes introduceert vervolgens de strijd tussen licht en duisternis: ‘Het licht schijnt in de duisternis en de duisternis heeft het niet in haar macht gekregen.’ Het beeld van duisternis verwijst naar de zonde, wanhoop en vervreemding van God die de wereld na de zondeval hebben overspoeld. Toch is het licht van Christus sterker dan welke duisternis ook. Het Griekse woord dat hier wordt gebruikt, kan zowel betekenen dat de duisternis het licht niet ‘begrijpt’ als dat de duisternis het niet ‘overwint’. Beide interpretaties zijn waar: de wereld begreep Jezus niet toen Hij kwam en toch kon niets – zelfs de dood niet – Zijn licht doven. Deze woorden herinneren ons eraan dat het licht van Christus onoverwinnelijk is. Zelfs in de diepste duisternis blijft Zijn licht schijnen.
Wanneer we dit bijbelgedeelte lezen, worden we uitgenodigd om na te denken over onze eigen relatie met dat licht. Hoe vaak voelen we ons niet omringd door duisternis – door zonde, pijn of wanhoop? Johannes laat ons zien dat het licht van Christus sterker is. Zijn licht onthult niet alleen wat verborgen is, maar nodigt ons uit om zelf in dat licht te leven, zodat ons leven kan worden vernieuwd. De Jezus die Johannes hier presenteert, is niet zomaar een historische figuur; Hij is het Woord dat leven geeft, het licht dat de duisternis verdrijft en de God die ons uitnodigt om Hem te kennen. Dit is een boodschap die door het hele Johannesevangelie heen zal klinken: een uitnodiging om in dat licht te stappen en het leven te ontvangen dat alleen Hij kan geven.
Johannes 1:6-8. Het getuigenis van Johannes de Doper
Deze verzen introduceren Johannes de Doper, een sleutelpersoon in het verhaal van Gods reddingsplan. Deze verzen vertellen ons: ‘Er kwam iemand die door God was gezonden; hij heette Johannes. Hij kwam als getuige, om van het licht te getuigen, opdat iedereen door hem zou geloven. Hij was niet zelf het licht, maar hij was er om te getuigen van het licht.’ Hiermee plaatst Johannes de Doper zichzelf bewust in een dienende rol: hij is niet het middelpunt, maar wijst naar Jezus, het licht van de wereld.
Het eerste dat opvalt, is dat Johannes de Doper door God is gezonden. Dit benadrukt dat hij geen zelfbenoemde profeet is, maar een man met een goddelijke opdracht. In de Bijbel zien we vaker dat God mensen roept voor specifieke taken, zoals Mozes, Elia of Jesaja. Johannes de Doper staat in deze lijn van profeten, maar zijn taak is uniek: hij is degene die de komst van de Messias aankondigt. Hij bereidt de mensen voor op het licht dat binnenkort zichtbaar wordt.
Johannes wordt een ‘getuige’ genoemd en dat is veelzeggend. Een getuige vertelt wat hij heeft gezien en gehoord, niet voor zichzelf, maar om anderen te overtuigen van de waarheid. Voor Johannes betekende dit dat hij wees op Jezus als het licht. In de Joodse cultuur was een getuigenis uiterst belangrijk. Volgens de wet van Mozes waren minstens twee getuigen nodig om een zaak te bevestigen (Deuteronomium 19:15). Johannes’ getuigenis is echter anders: hij getuigt niet in een juridische, maar in een spirituele context. Hij roept mensen op om Jezus te herkennen en te volgen. Zijn getuigenis heeft één doel: ‘opdat iedereen door hem zou geloven.’ Johannes de Doper is zich ervan bewust dat hij zelf niet het licht is. Hij kent zijn plaats en maakt duidelijk dat zijn taak slechts is om naar Jezus te wijzen.
Het beeld van licht speelt een centrale rol in deze verzen. Licht symboliseert in de Bijbel Gods aanwezigheid, waarheid en redding. Johannes gebruikt dit beeld om de identiteit van Jezus te beschrijven. Jezus is het ware licht dat de wereld verlicht, sterker dan welke duisternis ook. Johannes de Doper fungeert als een lamp die de weg naar dit licht verlicht. Hij roept de mensen op om het licht te zoeken, zich af te keren van de duisternis van zonde en wanhoop en zich voor te bereiden op de komst van de Messias.
Deze woorden roepen ons op om na te denken over onze eigen rol als getuigen. Hoe vaak richten wij ons niet op onszelf, terwijl Johannes ons laat zien dat ware grootheid ligt in het wijzen naar Jezus? Johannes de Doper is een voorbeeld van nederigheid en trouw aan Gods roeping. Hij had een sterke aanhang, maar gebruikte die niet om zichzelf te verheerlijken. Integendeel, hij stelde zichzelf voortdurend ondergeschikt aan Christus. Dit is een les die ook wij vandaag kunnen toepassen: hoe kunnen wij, in ons dagelijks leven, anderen wijzen op het licht van Christus?
Deze verzen sluiten aan bij de bredere context van het Johannesevangelie en de Bijbel als geheel. Johannes de Doper vervult profetieën zoals die van Jesaja 40:3: ‘Hoor, een stem roept: “Baan voor de Heer een weg door de woestijn, effen in de wildernis een pad voor onze God.”’ Hij bereidt de mensen voor op de komst van Jezus, een taak die in lijn ligt met Gods werk door de eeuwen heen. Deze verzen herinneren ons eraan dat God trouw is aan Zijn belofte om redding te brengen en dat Hij gewone mensen roept om deel te nemen aan Zijn plan.
Johannes de Doper, een man met een eenvoudige maar krachtige missie, wijst ons de weg naar Christus. Zijn getuigenis roept ons op om het licht te herkennen en erin te wandelen. Wat betekent het voor jou om te getuigen van dat licht? Hoe kun jij, in jouw omgeving, mensen wijzen op Jezus? Johannes’ leven laat zien dat zelfs de kleinste rol in Gods verhaal een diepe en blijvende impact kan hebben. Het licht waar Johannes over getuigt, is nog steeds hier – het nodigt ons uit om te geloven, te volgen en te schijnen.
Johannes 1:9-13. Het ware licht en de reactie van de wereld
Deze verzen beschrijven de komst van Jezus, het ware licht, in de wereld en de verschillende reacties daarop. ‘Het ware licht, dat ieder mens verlicht, kwam naar de wereld.’ Met deze woorden benadrukt Johannes dat Jezus niet slechts een leraar of profeet is, maar de enige, ultieme bron van waarheid en redding. Het woord ‘waar’ geeft aan dat dit licht authentiek en uniek is, in tegenstelling tot de vele onware of tijdelijke lichten waarmee mensen zich vaak omringen. Dit licht is universeel: het verlicht ‘ieder mens’. Jezus’ komst was niet beperkt tot het Joodse volk, maar bedoeld voor alle mensen, ongeacht hun afkomst of achtergrond.
Toch is er een tragische spanning in de volgende verzen. Johannes schrijft: ‘Het Woord was in de wereld, de wereld is door Hem ontstaan en toch kende de wereld Hem niet.’ Dit benadrukt de ironie dat de Schepper door Zijn eigen schepping niet werd herkend. Het woord ‘kende’ verwijst hier niet alleen naar intellectueel begrip, maar naar een diepgaande relatie. De wereld, die zo afhankelijk is van haar Schepper, had Hem moeten erkennen, maar koos ervoor om Hem te negeren. Dit gebrek aan herkenning toont hoe de wereld in duisternis verkeert, verblind door zonde en vervreemding van God.
De tragedie wordt nog groter in vers 11: ‘Hij kwam naar wat van Hem was, maar wie van Hem waren hebben Hem niet ontvangen.’ Hier verwijst Johannes specifiek naar het Joodse volk, Gods uitverkoren volk, dat door de geschiedenis heen Gods beloften en profeten had ontvangen. Jezus’ komst vervulde die beloften, maar velen weigerden Hem te aanvaarden. Deze afwijzing weerspiegelt een patroon dat we in het Oude Testament vaak zien: het volk van Israël keert zich herhaaldelijk af van God, ondanks Zijn trouwe zorg en leiding. Deze woorden van Johannes wijzen vooruit naar de verwerping van Jezus tijdens Zijn bediening en uiteindelijk Zijn kruisiging.
Toch blijft de boodschap niet hangen in afwijzing. Johannes richt zich op de hoop en belofte voor degenen die Hem wel ontvangen. ‘Wie Hem wel ontvingen en in Zijn naam geloven, heeft Hij het voorrecht gegeven om kinderen van God te worden.’ Dit vers markeert een keerpunt. Het woord ‘ontvangen’ suggereert openheid en bereidheid en de woorden ‘in Zijn naam geloven’ wijzen op vertrouwen in Jezus’ identiteit en missie. Het is een actieve keuze om Jezus te aanvaarden als Heer en Verlosser. Johannes noemt dit een voorrecht, wat de genade benadrukt waarmee God ons tot Zijn kinderen maakt. Dit is niet iets wat we kunnen verdienen, maar een gave van God.
Het beeld van ‘kinderen van God’ is krachtig en persoonlijk. In de tijd van Johannes werd iemands identiteit grotendeels bepaald door zijn familie en afkomst. Door geloof in Jezus krijgen gelovigen een nieuwe identiteit: ze worden onderdeel van Gods familie. Dit nieuwe leven is niet gebaseerd op natuurlijke geboorte, zoals Johannes benadrukt in vers 13: ‘Zij zijn niet op natuurlijke wijze geboren, niet uit lichamelijk verlangen of uit de wil van een man, maar uit God.’ Hier maakt Johannes duidelijk dat geestelijke wedergeboorte niet iets is wat mensen zelf kunnen bewerkstelligen. Het is volledig een werk van God, een daad van Zijn genade en liefde.
Deze verzen vormen een kernboodschap van het evangelie: Jezus biedt licht en leven aan iedereen, maar niet iedereen herkent of aanvaardt Hem. Dit roept een belangrijke vraag op: hoe reageren wij op Jezus’ licht? Herkennen wij Hem als het ware licht of blijven we hangen in onze eigen duisternis? Johannes daagt ons uit om ons hart open te stellen en te leven als kinderen van God, in de wetenschap dat dit een gave van genade is.
Deze verzen sluiten naadloos aan bij de bredere boodschap van het evangelie volgens Johannes. Het benadrukt de spanningen tussen afwijzing en acceptatie, duisternis en licht, genade en oordeel. Deze verzen nodigen ons uit om onze eigen houding te onderzoeken. Hoe reageren wij op de uitnodiging van Jezus? Durven we Hem te ontvangen en in Zijn licht te leven? Het ware licht dat naar de wereld kwam, schijnt nog steeds. Het nodigt ons uit om het te ontvangen, niet op basis van wat wij doen, maar door in Zijn naam te geloven. Dat is de boodschap van Johannes: een licht dat ons uit de duisternis roept en ons de diepe vreugde geeft van een leven als kinderen van God.
Johannes 1:14. Het Woord is mens geworden
Dit vers is een van de meest indrukwekkende verzen in de Bijbel: ‘Het Woord is mens geworden en heeft in ons midden gewoond, vol van genade en waarheid, en wij hebben zijn grootheid gezien, de grootheid van de enige Zoon van de Vader.’ Met deze woorden onthult Johannes het diepste mysterie van het christelijk geloof: God zelf werd mens, niet alleen om ons te redden, maar ook om ons de ware aard van Zijn liefde en waarheid te laten zien.
Wanneer Johannes zegt ‘Het Woord is mens geworden’, benadrukt hij de incarnatie – de eeuwige God die volledig mens wordt. Het woord dat hier voor ‘mens’ wordt gebruikt, sarx (vlees), maakt duidelijk dat Jezus niet slechts een verschijning of symbool van menselijkheid was, maar werkelijk deelnam aan onze fysieke en emotionele werkelijkheid op aarde. Hij ervoer honger, dorst, vreugde en verdriet, net als wij. Dit concept, dat het goddelijke en menselijke in één persoon samenkomen, onderscheidt het christendom van elke andere religie. Het laat zien hoe ver God bereid was te gaan om ons te bereiken. De Schepper koos ervoor om deel te worden van Zijn schepping.
Johannes benadrukt dat Jezus in ons midden heeft gewoond. Het Griekse woord eskenosen, dat letterlijk ‘een tent opslaan’ betekent, verwijst naar de tabernakel in het Oude Testament. In de woestijn maakte God Zijn aanwezigheid tastbaar door in de tabernakel te wonen, te midden van Zijn volk. Johannes grijpt terug op dit beeld om te laten zien dat Jezus dezelfde rol vervult: Hij is God die onder Zijn mensen woont, niet op afstand, maar dichtbij, in het dagelijks leven. Dit roept de vraag op: hoe bewust zijn wij ons van Gods nabijheid in ons eigen leven? Laten we Hem toe in ons midden, zoals Hij verlangt?
Johannes beschrijft Jezus verder als ‘vol van genade en waarheid’. Deze woorden verbinden Hem met de beschrijving van God in Exodus 34:6, waar Hij wordt beschreven als ‘liefdevol en genadig, geduldig, trouw en waarachtig’. Jezus belichaamt deze eigenschappen op volmaakte wijze. Zijn genade zien we in Zijn bereidheid om ons te redden, ondanks onze zonde. Zijn waarheid komt tot uitdrukking in Zijn woorden, daden en het voorbeeld dat Hij ons geeft. Deze twee eigenschappen – genade en waarheid – vullen elkaar aan en zijn onmisbaar in ons leven. Hoe vaak zijn wij geneigd om waarheid zonder genade te spreken of om genade te tonen zonder de waarheid te benoemen? In Jezus zien we dat deze twee in perfecte harmonie samenkomen.
De grootheid van Jezus wordt zichtbaar in alles wat Hij doet. Johannes zegt: ‘Wij hebben zijn grootheid gezien, de grootheid van de enige Zoon van de Vader.’ Hier verwijst Johannes naar de openbaring van Gods heerlijkheid in Jezus. In het Oude Testament werd Gods heerlijkheid vaak getoond door spectaculaire verschijningen, zoals de wolk en het vuur op de berg Sinaï. Maar in Jezus zien we Gods heerlijkheid op een verrassende manier: in Zijn nederigheid, Zijn lijden en Zijn zelfopoffering. Dit is geen grootheid zoals de wereld die definieert, maar een grootheid die het hart van Gods liefde openbaart.
Wanneer Johannes spreekt over Jezus als de ‘enige Zoon van de Vader’, benadrukt hij de unieke relatie tussen Jezus en God. Het woord monogenes, dat hier wordt vertaald als ‘enige Zoon’, wijst op Jezus’ unieke status. Hij is niet zomaar een mens, een profeet of een leraar. Hij is de Zoon van God, die dezelfde natuur deelt met de Vader. Dit bevestigt niet alleen Jezus’ goddelijkheid, maar ook Zijn rol als de perfecte openbaring van wie God is.
Deze woorden roepen ons op om na te denken over de impact van Jezus’ komst. Hoe reageren wij op het feit dat God mens werd? Herkennen we Zijn grootheid in ons dagelijks leven? Johannes laat ons zien dat Jezus niet alleen kwam om ons te redden, maar ook om ons te laten zien hoe wij in genade en waarheid kunnen leven. De tabernakel was een symbool van Gods aanwezigheid in het Oude Testament, maar in Jezus is die aanwezigheid volledig werkelijkheid geworden. Dit is een uitnodiging om te wandelen met God, wetend dat Hij dichtbij is, te midden van onze vreugde en pijn.
Dit vers vormt de kern van het evangelie. Alles wat Jezus zegt en doet in de rest van Johannes’ evangelie vindt zijn fundament in deze waarheid: het Woord werd mens. Het herinnert ons eraan dat God niet veraf staat, maar betrokken is bij ons leven. Het roept ons op om Zijn genade en waarheid te omarmen en om Zijn grootheid te zien in de alledaagse momenten. Het mysterie van de incarnatie nodigt ons uit tot verwondering, aanbidding en een diepe dankbaarheid voor een God die zoveel van ons houdt dat Hij zelf mens werd om ons te redden.
Johannes 1:15. Johannes’ getuigenis over de grootheid van Jezus
Dit vers is een krachtige getuigenis van Johannes de Doper: ‘Van Hem getuigde Johannes toen hij uitriep: “Hij is het over wie ik zei: Die na mij komt, is meer dan ik, want Hij was er vóór mij!”’ Met deze woorden legt Johannes de Doper het fundament voor wie Jezus is: niet slechts een profeet of een leraar, maar de eeuwige Zoon van God die boven alles staat.
Johannes de Doper wordt hier geïntroduceerd als een getuige, iemand met een sleutelrol in het Johannesevangelie. Het Griekse werkwoord martureo, dat wordt vertaald als ‘getuigen’, heeft een juridische en profetische connotatie. Johannes treedt op als een getuige die een duidelijke, publieke verklaring aflegt over Jezus. Het is opvallend dat Johannes zijn woorden ‘uitriep’, wat aangeeft dat zijn boodschap niet zacht of terughoudend was, maar vol kracht en overtuiging. Hij wilde dat zijn woorden gehoord en begrepen werden: de Messias is gekomen.
De kern van zijn getuigenis ligt in de paradoxale uitspraak: ‘Die na mij komt, is meer dan ik, want Hij was er vóór mij.’ Chronologisch kwam Jezus’ bediening inderdaad na die van Johannes, maar Johannes wijst op een diepere waarheid. Jezus’ ‘voorrang’ verwijst naar Zijn eeuwige bestaan als het Woord van God. Hoewel Johannes ouder is in menselijke termen, erkent hij dat Jezus hem overstijgt in rang en wezen, omdat Jezus al bij God was vanaf het begin, zoals Johannes 1:1 verklaart: ‘In het begin was het Woord.’ Deze erkenning van Jezus’ eeuwigheid en goddelijkheid laat zien dat Johannes zichzelf niet ziet als de hoofdrolspeler, maar als een dienaar die anderen naar Christus leidt.
In de tijd van Johannes de Doper hadden veel mensen hoge verwachtingen van hem. Hij trok grote menigten, zijn boodschap over bekering en het komende koninkrijk sloeg aan en sommigen vroegen zich zelfs af of Johannes de Doper zélf de Messias was (Lucas 3:15). Toch wees Johannes consequent van zichzelf weg, wijzend naar Jezus. Hij erkende dat zijn taak slechts was om de weg voor Jezus te bereiden. Dit getuigt van diepe nederigheid en een scherp bewustzijn van Gods plan. Johannes’ woorden zijn een krachtige les voor ons vandaag. Hoe vaak voelen wij de verleiding om onszelf centraal te stellen in plaats van onze rol te vervullen als getuige van Jezus? Johannes laat zien dat ware grootheid ligt in het aanwijzen van Jezus, niet in het zoeken van onze eigen eer.
De verklaring ‘Hij was er vóór mij’ weerspiegelt ook een belangrijke waarheid over Jezus’ goddelijkheid. Dit thema loopt door het hele Johannesevangelie, waarin Jezus keer op keer Zijn eeuwigheid en verbondenheid met de Vader benadrukt. In Johannes 8:58 zegt Jezus zelf: ‘Werkelijk, Ik verzeker u, Ik ben van voor de tijd dat Abraham er was.’ Dit bevestigt wat Johannes de Doper hier verkondigt: Jezus is niet gebonden aan tijd, want Hij is het eeuwige Woord.
Johannes’ getuigenis sluit naadloos aan bij het bredere thema van Johannes’ evangelie: het licht dat naar de wereld kwam en de waarheid die zichtbaar werd in Jezus Christus. De rol van Johannes de Doper als getuige is essentieel in dit verhaal. Hij bereidt de mensen voor, roept hen op tot bekering en wijst hen op de enige die hen werkelijk kan redden. Zijn nederigheid en moed dienen als een voorbeeld voor ons. Hoe leven wij als getuigen? Zijn we bereid om, zoals Johannes, niet onszelf maar Jezus centraal te stellen?
Deze woorden roepen ook op tot reflectie. Hoe zien wij Jezus? Erkennen we Hem als degene die er altijd was, die soeverein is over ons leven? Johannes de Dopers getuigenis daagt ons uit om onze eigen relatie met Jezus te onderzoeken. Zijn woorden herinneren ons eraan dat Jezus niet slechts een figuur uit de geschiedenis is, maar de eeuwige Zoon van God die ons roept om Hem te volgen.
Dit vers is meer dan een uitspraak over Johannes de Doper; het is een uitnodiging om Jezus te erkennen zoals Hij werkelijk is. Het daagt ons uit om Zijn eeuwigheid en grootheid te zien en om, net als Johannes, in nederigheid te getuigen van Zijn reddende kracht. In deze woorden zien we een glimp van Gods grotere plan, waarin Hij mensen roept om lichtdragers te zijn en anderen naar het ware licht te leiden. Wat betekent dat voor jou? Hoe kun jij vandaag, in jouw omgeving, een getuige zijn die anderen helpt om Jezus te zien? Deze woorden herinneren ons eraan dat zelfs de kleinste stem, wanneer ze wijst naar Jezus, een echo kan worden in Gods eeuwige verhaal.
Johannes 1:16-18. Genade en waarheid in Jezus Christus
Deze verzen vormen de afsluiting van Johannes’ proloog en vat op indrukwekkende wijze samen wat Jezus’ komst betekent. ‘Uit zijn overvloed hebben wij allen opnieuw genade ontvangen: de wet is door Mozes gegeven, genade en waarheid zijn met Jezus Christus gekomen. Niemand heeft ooit God gezien, maar de enige Zoon, die zelf God is, die aan het hart van de Vader rust, heeft Hem doen kennen.’ Deze woorden onthullen niet alleen wie Jezus is, maar nodigen ons ook uit om na te denken over wat Zijn genade en waarheid in ons leven betekenen.
Johannes begint met de overvloed van genade die wij in Jezus ontvangen. Het beeld van overvloed roept een oneindige rijkdom op, een bron die nooit opdroogt. Dit benadrukt dat Gods genade niet beperkt is tot eenmalige vergeving, maar een voortdurende stroom van zegeningen en vernieuwing is. Het Griekse woord charis verwijst naar een gave die onverdiend is, een geschenk van Gods liefde. Deze genade overstijgt wat wij ons kunnen voorstellen. Heb jij ooit stilgestaan bij hoe groot deze genade is? Hoe het jouw leven dagelijks raakt?
Johannes wijst vervolgens op een belangrijke tegenstelling tussen Mozes en Jezus. ‘De wet is door Mozes gegeven, genade en waarheid zijn met Jezus Christus gekomen.’ Mozes bracht de wet, die Gods heiligheid en rechtvaardigheid onthulde, maar deze kon de mensheid niet volledig redden. De wet maakte duidelijk wat zonde is, maar bood geen oplossing voor het probleem. Met Jezus Christus kwam echter een nieuwe werkelijkheid: genade en waarheid. Jezus vervulde de wet en bracht wat de wet niet kon geven – verlossing en een herstelde relatie met God. Dit betekent niet dat de wet overbodig werd, maar dat Jezus het doel en de vervulling ervan is. Hij laat zien dat Gods waarheid niet alleen een lijst van regels is, maar een levende werkelijkheid die zich manifesteert in Zijn persoon.
Om deze tegenstelling tussen Mozes en Jezus beter te begrijpen, is het belangrijk eerst stil te staan bij wat de wet inhield en wat het doel ervan was. In het Oude Testament gaf God de wet aan Mozes op de berg Sinaï, zoals beschreven in Exodus 19-20. Deze wet bestond uit geboden en richtlijnen die God aan het volk Israël gaf (de Tien Geboden) en ze dienden als een spiegel van Gods heiligheid en rechtvaardigheid. De wet liet zien wie God is: zuiver, perfect en volkomen rechtvaardig. Tegelijkertijd maakte de wet duidelijk wat zonde is, namelijk alles wat ingaat tegen Gods volmaakte wil. Door de wet te gehoorzamen, konden de Israëlieten een heilige gemeenschap zijn, apart gezet voor God. Maar de wet had ook een keerzijde: ze maakte niet alleen duidelijk wat goed en fout was, maar ook dat geen mens in staat is om de wet volmaakt na te leven. Het hield de mensheid een spiegel voor, waarin hun zondigheid onmiskenbaar werd. Deze onmogelijkheid om de wet volledig te gehoorzamen leidde tot een probleem: zonde bracht een scheiding tussen God en mensen. Hoewel de wet offers voorschreef als tijdelijke oplossing voor de schuld van zonde, was deze regeling niet voldoende om de relatie tussen God en mensen blijvend te herstellen. De offers waren slechts een voorafschaduwing van iets veel groters dat nodig was: een perfecte en definitieve verzoening.
Hier komt Jezus Christus in beeld. Johannes benadrukt dat met Jezus iets nieuws is gekomen: genade en waarheid. Waar de wet grenzen stelde en zonde onthulde, brengt Jezus een oplossing die de wet zelf niet kon bieden. Genade wijst op Gods onverdiende liefde en goedheid, die zich in Jezus volledig heeft geopenbaard. Jezus kwam niet om de wet af te schaffen, maar om deze te vervullen (Matteüs 5:17). Dit betekent dat Hij de wet volledig gehoorzaamde en de ultieme offergave werd, zodat de zonde volledig kon worden weggenomen. Waar de wet wees op onze tekortkomingen, biedt Jezus vergeving en een herstelde relatie met God. Bovendien is waarheid in Jezus niet alleen een concept of een verzameling regels, maar een levende werkelijkheid. Jezus laat zien dat waarheid niet slechts een abstract idee is, maar een persoon: Hijzelf. In Johannes 14:6 zegt Jezus: ‘Ik ben de weg, de waarheid en het leven.’ Hij belichaamt wat waar is en wat ons bevrijdt van de macht van zonde. Door Jezus’ leven, dood en opstanding worden Gods heiligheid en rechtvaardigheid verenigd met Zijn liefde en genade.
Het verschil tussen Mozes en Jezus is dus niet een kwestie van beter of slechter, maar een kwestie van vervulling. Mozes bracht de wet als een noodzakelijk en tijdelijk onderdeel van Gods plan, terwijl Jezus de wet volledig vervulde en het doel ervan verwezenlijkte. Dit maakt de komst van Jezus een keerpunt in de geschiedenis van Gods reddingsplan. Voor ons betekent dit dat we niet langer proberen Gods goedkeuring te verdienen door onszelf aan regels te houden, maar dat we mogen leven vanuit genade. Jezus nodigt ons uit om niet meer te leven onder de zwaarte van de wet, maar in de vrijheid van Zijn genade, die ons leven werkelijk vernieuwt.
Het woord ‘waarheid’ is diepgaand. Jezus openbaart niet alleen wat waar is, Hij ís de waarheid (Johannes 14:6). Hij toont ons wie God werkelijk is, zonder beperking of misverstand. Mozes kon slechts een glimp van Gods heerlijkheid zien, maar Jezus openbaart de volheid van God. Johannes benadrukt dit in vers 18: ‘Niemand heeft ooit God gezien, maar de enige Zoon, die zelf God is, die aan het hart van de Vader rust, heeft Hem doen kennen.’ In het Oude Testament lezen we dat niemand God kon zien en leven (Exodus 33:20), maar Jezus, die zelf God is, maakt de Vader zichtbaar. Dit is geen theoretische kennis, maar een persoonlijke en transformerende ontmoeting.
De uitdrukking ‘die aan het hart van de Vader rust’ wijst op de unieke en intieme relatie tussen Jezus en de Vader. Het beeld roept diepe verbondenheid en liefde op. Omdat Jezus deze unieke relatie met de Vader heeft, is Hij de enige die God volledig kan openbaren. Wanneer Johannes zegt dat Jezus God ‘heeft doen kennen’, gebruikt hij een woord dat niet alleen verwijst naar intellectueel begrip, maar ook naar een persoonlijke, ervaringsgerichte kennis. Jezus nodigt ons uit om niet alleen over God te horen, maar Hem werkelijk te kennen.
Deze verzen vormen een krachtige samenvatting van het evangelie. Ze laten zien dat Jezus niet slechts een profeet of leraar is, maar de belichaming van Gods wezen, vol genade en waarheid. Hij vervult de wet, openbaart de Vader en biedt ons een overvloed aan genade die ons leven volledig kan transformeren. Deze woorden roepen ons op om stil te staan bij de vraag: hoe reageren wij op deze overvloedige genade? Laten we ons vullen met de waarheid die Jezus brengt? Zijn we bereid om Hem werkelijk te kennen, zoals Hij ons de Vader bekendmaakt?
Deze verzen laten zien dat de komst van Jezus een keerpunt is in Gods relatie met de mensheid. In Hem worden Gods beloften vervuld en wordt de kloof tussen God en de mens overbrugd. Deze verzen nodigen ons uit om Jezus te erkennen als de unieke openbaring van God en om te leven in de genade en waarheid die Hij brengt. Ze herinneren ons eraan dat we niet leven onder een wet van veroordeling, maar in de vrijheid van Gods overvloedige genade. Wat betekent dat voor jouw leven vandaag? Hoe laat jij die genade en waarheid jouw woorden, daden en relaties beïnvloeden? Johannes nodigt ons uit om ons hart te openen voor deze levensveranderende realiteit en om de Vader te kennen zoals Hij werkelijk is, door Jezus Christus.
Kernboodschap
De kernboodschap van Johannes 1:1-18 is: in Jezus, het eeuwige Woord, ontmoet de wereld de Schepper die mens werd om licht, leven en waarheid te brengen. Deze unieke openbaring van God daagt ons uit om onze duisternis los te laten en in Zijn overvloedige genade te leven.
Dit bijbelgedeelte presenteert ons een indrukwekkend beeld van Jezus als het eeuwige Woord van God. Dit Woord, dat bij God was en zelf God is, schept niet alleen het universum, maar komt ook in de wereld om een tastbare, persoonlijke verbinding tot stand te brengen. Door de hele proloog heen zien we hoe Johannes de grootsheid van deze waarheid benadrukt: Jezus, de Schepper, wordt deel van Zijn schepping. Hij brengt licht in de duisternis en biedt leven aan de mensheid, die zonder Hem verloren is.
De kern van dit bijbelgedeelte draait om de openbaring van God in Jezus Christus. Johannes maakt duidelijk dat deze openbaring uniek is; niemand heeft ooit God gezien, maar Jezus maakt Hem zichtbaar. Hij is de enige die de Vader volledig kent, omdat Hij zelf God is en in een onbreekbare relatie met de Vader leeft. Door Zijn komst biedt Jezus niet alleen inzicht in wie God is, maar ook de mogelijkheid om een intieme relatie met Hem aan te gaan. Dit is wat Johannes bedoelt wanneer hij spreekt over ‘genade op genade’: een overvloedige, voortdurende stroom van genade die ons uitnodigt om in gemeenschap met God te leven.
In de woorden ‘het licht schijnt in de duisternis en de duisternis heeft het niet in haar macht gekregen’, herkennen we de spanning tussen het licht dat Jezus brengt en de duisternis van de wereld. Jezus wordt afgewezen door Zijn eigen schepping, zelfs door het volk dat God zo trouw heeft geleid. Toch is Zijn licht sterker. Het overwint niet alleen de duisternis, maar maakt ook duidelijk wat verborgen was. Dit licht, symbool van Gods waarheid en heiligheid, nodigt ons uit om in die waarheid te leven, zelfs als dat betekent dat we onze eigen tekortkomingen onder ogen moeten zien.
Het mens worden van het Woord vormt een keerpunt in de heilsgeschiedenis. Waar de wet van Mozes alleen de schuld van de mens kon blootleggen, brengt Jezus de vervulling van die wet door Zijn genade en waarheid. Hij nodigt ons uit om te leven in het licht van die waarheid, niet op basis van wat wij kunnen doen, maar door het geschenk van Zijn genade. Jezus’ komst als mens is een daad van onvoorstelbare liefde; het Woord dat alles schiep, kiest ervoor om kwetsbaar en menselijk te worden om ons te redden.
Voor ons vandaag is de boodschap van Johannes 1:1-18 nog steeds relevant. We leven in een wereld die vaak gekenmerkt wordt door duisternis: onrecht, pijn, verwarring en zonde. Johannes herinnert ons eraan dat deze duisternis niet het laatste woord heeft. Jezus’ licht schijnt nog steeds en niets kan het overwinnen. Dit biedt hoop en moed voor momenten waarin we ons overweldigd voelen door de gebrokenheid om ons heen of in ons eigen leven.
Daarnaast roept dit bijbelgedeelte ons op om onze eigen relatie met Jezus te onderzoeken. Hij nodigt ons uit om niet alleen kennis te nemen van het licht, maar om erin te leven. Dit betekent dat we onze duisternis – onze zonden, onze angsten, onze gebrokenheid – voor Hem brengen. Het vraagt om een keuze om Zijn genade te ontvangen en ons leven door Zijn waarheid te laten leiden.
De overvloedige genade die Johannes beschrijft, herinnert ons eraan dat Gods liefde geen grenzen kent. Het is een voortdurende stroom, een uitnodiging om steeds weer opnieuw te beginnen. Dit is bijzonder bemoedigend voor wie worstelt met schuld of het gevoel heeft te falen. Johannes 1:1-18 herinnert ons eraan dat Gods genade groter is dan onze fouten en dat Zijn waarheid ons bevrijdt.
Tot slot daagt dit bijbelgedeelte ons uit om na te denken over hoe wij Gods licht weerspiegelen in de wereld. Johannes spreekt over Jezus als het ware licht dat de wereld verlicht, maar roept ons ook op om in dat licht te wandelen. Dit betekent dat wij, als kinderen van God, geroepen zijn om een leven te leiden dat anderen naar Jezus wijst. Hoe dragen wij het licht van Christus in onze woorden, onze daden en onze houding naar anderen toe? Deze kernboodschap daagt ons uit om het licht niet alleen te ontvangen, maar ook door te geven, zodat anderen Gods genade en waarheid in ons kunnen zien.
Theologische reflectie
Deze theologische reflectie is bedoeld om de diepere spirituele, theologische en praktische betekenis van Johannes 1:1-18 te verkennen. Dit bijbelgedeelte onthult onder andere belangrijke waarheden over het karakter van God, de persoon en het werk van Jezus Christus en ons leven als gelovigen. Door systematisch stil te staan bij deze aspecten willen we niet alleen beter begrijpen wat deze tekst betekent, maar ook hoe deze ons vandaag de dag aanspreekt en uitdaagt.
Het karakter van God
Johannes 1:1-18 biedt ons een indrukwekkend en ontzagwekkend beeld van wie God is. Het begint met de woorden: ‘In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God’, een krachtige proclamatie van Gods eeuwigheid en scheppende kracht. Deze woorden onthullen twee belangrijke aspecten van Gods wezen. Het benadrukt zijn transcendentie, wat betekent dat Hij verheven is boven alles en onafhankelijk van tijd en ruimte bestaat – Hij overstijgt het hele universum en is volledig anders dan Zijn schepping. Tegelijkertijd benadrukt de tekst ook Gods immanentie: Zijn aanwezigheid in en betrokkenheid bij de wereld die Hij heeft gemaakt. Het Woord dat God is, komt de wereld binnen en woont onder ons. Dit laat zien dat God, ondanks Zijn verhevenheid en onbegrijpelijke grootheid, ervoor kiest om dichtbij ons te zijn en zich met ons leven te verbinden. Hij is zowel de almachtige Schepper als de liefdevolle Redder die ons nabij is in ons bestaan.
Een van de meest opvallende aspecten van Gods karakter in deze tekst is Zijn genade. De frase ‘uit zijn overvloed hebben wij allen opnieuw genade ontvangen’ benadrukt dat God niet beperkt is in Zijn goedheid. Hij geeft overvloedig, opnieuw en opnieuw, aan wie Hem ontvangt. Dit is een genade die niet alleen onze fouten bedekt, maar ons voortdurend vernieuwt en transformeert. Tegelijkertijd zien we in Jezus’ komst de perfectie van Gods waarheid. Hij openbaart Gods heiligheid en wil zonder compromissen en toch doet Hij dat op een manier die vol genade is. Dit evenwicht tussen waarheid en genade weerspiegelt een diepgaande rechtvaardigheid die altijd in harmonie is met Zijn liefde.
Johannes benadrukt ook Gods onzichtbaarheid: ‘Niemand heeft ooit God gezien.’ Dit verwijst naar Gods heiligheid en de afstand die er van nature is tussen de Schepper en de schepping. Maar Jezus, ‘die aan het hart van de Vader rust’, overbrugt deze kloof. Dit toont Gods verlangen om gekend te worden. Hij wil geen God blijven die ver weg is, maar een God die intiem betrokken is bij ons leven.
De verwijzing naar Christus
Johannes 1:1-18 is volledig gefocust op Christus als de belichaming van Gods openbaring. Jezus wordt geïdentificeerd als het Woord, een titel die rijk is aan theologische betekenis. Het Griekse ‘Logos’ verbindt de scheppende kracht van God met de wijsheid en orde van het universum. Jezus is zowel de bron van het leven als het licht dat in de duisternis schijnt. Dit benadrukt niet alleen Zijn goddelijkheid, maar ook Zijn unieke rol in Gods reddingsplan.
Jezus wordt ook beschreven als de ‘eniggeboren Zoon van de Vader’. Deze titel onderstreept Zijn unieke relatie met God: Hij deelt dezelfde goddelijke natuur, maar is ook de Zoon die uit liefde gehoorzaam is aan de Vader. Dit komt tot uiting in Zijn menswording, waarin Hij Zijn heerlijkheid vrijwillig verbergt om onder ons te wonen. De frase ‘het Woord is mens geworden’ onthult een centraal thema van Johannes: God werd mens om Zijn genade en waarheid zichtbaar te maken.
Een ander belangrijk aspect is dat Jezus het licht is dat de duisternis verdrijft. Dit verwijst naar Zijn overwinning op zonde en dood en naar de manier waarop Hij ons laat zien wie we werkelijk zijn – en wie God is. Johannes laat zien dat Zijn licht zowel verlossend als onthullend is: Jezus verlicht onze duisternis, maar Hij confronteert ons ook met de waarheid over onszelf.
Relevantie voor ons geloofsleven
Voor ons als gelovigen biedt Johannes 1:1-18 een krachtig perspectief op wie Jezus is en wat Zijn komst betekent voor ons leven. Allereerst worden we uitgenodigd om het licht te ontvangen. Dit vraagt om een bewuste keuze om Jezus te erkennen als Heer en Verlosser. Johannes maakt duidelijk dat het niet genoeg is om over Hem te weten; we moeten Hem aannemen en in Zijn naam geloven. Deze keuze leidt tot een nieuw leven als kinderen van God, een identiteit die niet gebaseerd is op menselijke inspanning, maar op Gods genade.
Daarnaast roept dit bijbelgedeelte ons op om in het licht te wandelen. Jezus’ komst betekent dat we niet langer in de duisternis van zonde en wanhoop hoeven te blijven. Dit vraagt om een dagelijks leven dat wordt gevormd door Zijn waarheid en genade. Het betekent dat we eerlijk naar onszelf durven kijken, onze fouten erkennen en ons laten veranderen door Zijn liefde.
Tot slot leren we van Johannes 1:1-18 dat ons geloof niet alleen een individuele reis is. Johannes de Doper wordt gepresenteerd als een getuige en wij worden uitgenodigd om dezelfde rol te vervullen. Hoe kunnen wij in ons leven getuigen van het licht dat we hebben ontvangen? Hoe laten we anderen zien wie Jezus is door onze woorden, daden en houding?
Verband met andere bijbelteksten
Johannes 1:1-18 heeft een diepe verbinding met de rest van de Bijbel. Het begint met een directe verwijzing naar Genesis 1:1: ‘In het begin schiep God de hemel en de aarde.’ Net zoals Gods Woord de schepping bracht in Genesis, brengt het Woord van God in Johannes een nieuwe schepping. Deze parallellen benadrukken de continuïteit in Gods plan van redding.
De tekst roept ook beelden op van de tabernakel uit Exodus. Wanneer Johannes zegt dat het Woord onder ons heeft gewoond, gebruikt hij een woord dat letterlijk betekent ‘zijn tent opslaan’. Dit verwijst naar Gods aanwezigheid in de tabernakel en laat zien dat Jezus de vervulling is van die symboliek. Waar de tabernakel een tijdelijke verblijfplaats van Gods aanwezigheid was, is Jezus een permanente openbaring van wie God is.
Verder sluit Johannes’ proloog aan bij andere passages in het Nieuwe Testament, zoals Kolossenzen 1:15-20, waarin Paulus Jezus beschrijft als het beeld van de onzichtbare God en de schepper van alle dingen. Ook Hebreeën 1:1-3 benadrukt dat Jezus de volmaakte openbaring van God is, ‘de afstraling van zijn heerlijkheid’.
Andere relevante theologische thema’s
Een centraal thema in dit bijbelgedeelte is getuigenis. Johannes de Doper wordt gepresenteerd als een getuige van het licht, een rol die zowel nederigheid als moed vereist. Hij begrijpt dat hij niet het licht zelf is, maar dat zijn taak is om anderen naar het licht te wijzen. Dit thema van getuigenis loopt door het hele Johannesevangelie, waarin Jezus’ volgelingen worden uitgedaagd om Zijn licht te weerspiegelen in de wereld. Getuigenis is niet alleen een historische realiteit die tot Johannes de Doper beperkt blijft, maar ook een voortdurende oproep voor gelovigen vandaag. Wie het licht heeft ontvangen, kan niet zwijgen. Dit vraagt niet alleen om moed om te spreken, vooral wanneer dat tegen weerstand indruist, maar ook om de nederigheid om Christus centraal te stellen in plaats van zichzelf. Getuigen zijn is daarom zowel een daad van geloof als van liefde.
Een ander belangrijk thema is Gods plan van redding, dat in deze proloog op indrukwekkende wijze wordt ontvouwd. Johannes maakt duidelijk dat Jezus’ komst geen toevalligheid was, maar de vervulling van een plan dat begon in Genesis. Dit plan is zichtbaar in Gods belofte aan Abraham, in de bevrijding van Israël door Mozes en in de woorden van de profeten die een Verlosser aankondigden. Zelfs in de afwijzing door de wereld blijft Gods trouw onveranderd: Hij blijft redding aanbieden. Wat bijzonder is aan dit plan, is dat het zowel universeel als persoonlijk is. Jezus kwam niet alleen om de wereld als geheel te verlossen, maar ook om individuen te roepen tot een leven in Zijn licht. Dit herinnert ons eraan dat wij een plaats hebben in dit grote verhaal, niet als bijstanders, maar als mensen die persoonlijk door Hem worden gekend en gered.
Een laatste belangrijk thema is de unieke rol van Jezus. Johannes presenteert Jezus als de vervulling van de wet en de profeten, wat Zijn unieke positie in Gods heilsplan benadrukt. Waar Mozes en de profeten een glimp gaven van Gods plan, belichaamt Jezus de volledige openbaring ervan. Hij is niet slechts een boodschapper, maar het Woord zelf dat vlees werd. Dit benadrukt dat Jezus niet alleen het middelpunt van de Bijbel is, maar ook de lens waardoor we de rest van de Schrift moeten lezen. Alles in het Oude Testament wijst vooruit naar Hem en alles in het Nieuwe Testament vloeit voort uit Zijn komst. Voor ons betekent dit dat ons geloof niet slechts gebaseerd is op regels of tradities, maar op een levende relatie met Jezus, die ons toont wie God werkelijk is.
Johannes 1:1-18 is niet alleen een indrukwekkende inleiding tot het evangelie, maar ook een diepe reflectie op wie God is en hoe Hij zichzelf openbaart. Het roept ons op tot verwondering, aanbidding en een leven dat volledig wordt gevormd door het licht en de genade die Jezus brengt. Deze reflectie helpt ons niet alleen om de tekst beter te begrijpen, maar ook om dieper na te denken over wat het betekent om in relatie met God te leven. Het licht schijnt nog steeds en de uitnodiging om daarin te wandelen blijft voor ons allemaal staan.
Praktische toepassing
Dit bijbelgedeelte daagt ons uit om het licht, leven en waarheid die Jezus brengt, niet alleen te omarmen maar ook praktisch te laten zien in ons dagelijks leven. Johannes 1:1-18 laat zien dat God zich heeft geopenbaard in Christus, het Woord dat mens werd. Deze waarheid roept ons op om onze relatie met Hem te verdiepen en Zijn licht door te geven aan de wereld om ons heen. Hieronder volgen vier concrete en uitdagende richtlijnen om deze boodschap toe te passen, zodat we kunnen groeien in ons persoonlijk geloof en in onze navolging van Christus.
- Laat je leven transparant zijn, zoals een venster dat het licht doorlaat.
Het licht van Christus schijnt in de duisternis en nodigt ons uit om niet alleen het licht te ontvangen, maar het ook door te geven. Dit betekent dat je je leven bewust opent voor anderen, zodat zij door jouw woorden, keuzes en houding Christus kunnen zien. Transparantie vraagt moed: durf je te laten zien, inclusief je kwetsbaarheden en zwakke plekken. Dit kan bijvoorbeeld door in gesprekken eerlijk te zijn over je worstelingen, maar ook door te getuigen hoe Gods genade je door moeilijke tijden heen heeft gedragen. Organiseer eens een open huisavond waarbij je buren, collega’s of vrienden uitnodigt om samen te eten en deel tijdens die ontmoeting iets van je geloof, op een natuurlijke en niet-opdringerige manier. Zo wordt jouw leven een venster waardoor het licht van Christus kan schijnen in de levens van anderen.
- Confronteer actief de ‘duisternis’ in je omgeving.
De duisternis in Johannes verwijst naar zonde, wanhoop en vervreemding van God. Als volgelingen van Jezus worden we geroepen om niet passief toe te kijken, maar actief het licht te brengen waar duisternis heerst. Dit kan betekenen dat je een stem bent voor rechtvaardigheid op je werk, school of in je gemeenschap. Durf bijvoorbeeld onrecht te benoemen, zelfs als dat ongemakkelijk is. Stel voor om een maatschappelijk project te starten, zoals het ondersteunen van een lokale voedselbank of het organiseren van bijeenkomsten voor eenzaamheidbestrijding. Laat je licht schijnen door daden van gerechtigheid en barmhartigheid. Het licht dat je brengt, kan de ogen openen van mensen die vastzitten in situaties van wanhoop of verwaarlozing.
- Leef bewust in het ritme van genade.
Johannes beschrijft hoe wij ‘genade op genade’ ontvangen. Dit leert ons dat Gods genade een onuitputtelijke bron is, maar nodigt ons ook uit om dat ritme van genade te weerspiegelen in ons leven. Maak het een dagelijkse gewoonte om stil te staan bij de genade die je ontvangt, bijvoorbeeld door een genadedagboek bij te houden waarin je opschrijft hoe je Gods liefde en goedheid hebt ervaren. Probeer ook bewust genadig te zijn naar anderen. Dit kan betekenen dat je vergevingsgezind bent naar een collega die je heeft gekwetst of dat je in je gezin een sfeer van liefde en acceptatie creëert waarin fouten mogen worden gemaakt. Leef vanuit overvloed, niet vanuit tekort. Wees iemand bij wie anderen zich veilig voelen omdat ze weten dat ze niet op hun fouten worden afgerekend.
- Zoek God in de alledaagse momenten.
Het Woord ‘heeft in ons midden gewoond’ zegt Johannes, wat betekent dat Jezus niet ver weg is, maar in ons dagelijks leven aanwezig wil zijn. Dit vraagt om een bewuste houding van openheid voor Gods aanwezigheid, ook in de meest gewone situaties. Maak bijvoorbeeld tijd om tijdens een wandeling, terwijl je de natuur bewondert, na te denken over hoe groot en nabij God is. Of gebruik je reistijd om een bijbelpodcast te luisteren en zo je dag te vullen met Gods waarheid. Schrijf eens een gebed waarin je expliciet vraagt om God te ontmoeten in je dagelijkse bezigheden, zoals tijdens het koken, werken of sporten. Door God te zoeken in het gewone, leer je om Zijn aanwezigheid te herkennen in alles wat je doet. Dit helpt je om een leven te leiden dat constant in verbinding staat met Hem.
Deze richtlijnen helpen je om niet alleen te reflecteren op de kernboodschap van Johannes 1:1-18, maar die ook in de praktijk te brengen. Door transparant te zijn, de duisternis te confronteren, bewust in genade te leven en God te zoeken in het alledaagse wordt je leven een getuigenis van het licht, leven en de waarheid die Jezus brengt. Deze stappen zijn uitdagend en vragen om toewijding, maar ze beloven ook een leven dat diep verbonden is met Christus en een krachtige impact heeft op de mensen om je heen.
Afsluiting
Laten we nog even terugkeren naar de inleiding. Toen Mark terugkeek op die donkere periode, besefte hij dat het licht waar zijn moeder over sprak veel dieper ging dan hij ooit had gedacht. Het was niet alleen het licht dat hij door zijn camera probeerde vast te leggen of de zonnestralen die zijn gezicht verwarmden. Het was een licht dat hem door de meest donkere momenten had geleid, een licht dat hem hielp om te zien wat echt van waarde was. Hij dacht terug aan de woorden van zijn moeder: ‘Licht maakt dingen niet altijd mooier of makkelijker, maar het helpt je wel om te zien wat belangrijk is.’ Dat licht had hij gezien in de onverwachte bemoediging van een buurvrouw, de steun van een vriend en in de kleine tekenen van hoop die hij eerder over het hoofd zou hebben gezien. Het licht had hem niet alleen geholpen om de duisternis te doorstaan, maar ook om de betekenis ervan te begrijpen.
Net zoals Mark het licht begon te zien in de kleine tekenen van hoop, nodigt Johannes 1:1-18 ons uit om het licht van Christus te zien en te volgen. Dit is geen licht dat simpelweg fysieke duisternis verdrijft, maar een licht dat ons leven verandert. Het is het licht van het eeuwige Woord dat mens werd en onder ons kwam wonen. Johannes vertelt ons dat dit licht sterker is dan elke duisternis. Dat is een krachtige boodschap, want we weten allemaal hoe overweldigend de duisternis kan zijn – de pijn van ziekte, het verlies van geliefden, onzekerheid over de toekomst. Maar Johannes verzekert ons: de duisternis heeft het licht niet in haar macht gekregen. Dat betekent dat, ongeacht hoe groot de duisternis lijkt, Gods licht altijd overwint.
In Marks leven was het licht zichtbaar in kleine momenten – de warmte van een zonnestraal, een vriendelijk gebaar, een onverwachte bemoediging. Deze momenten weerspiegelen het grotere licht van Christus, dat ons uitnodigt om te leven in Zijn waarheid en genade. Johannes 1:14 vertelt ons dat het Woord mens werd en in ons midden kwam wonen. Jezus kwam niet alleen om de duisternis van zonde en wanhoop te overwinnen, maar ook om ons te laten zien hoe we in dat licht kunnen leven. Zijn genade nodigt ons uit om onze ogen open te doen voor Zijn aanwezigheid, zelfs in de meest gewone of moeilijke momenten.
Misschien voel je je, net als Mark, soms verloren in de duisternis. Misschien vraag je je af hoe je het licht van Christus kunt zien te midden van de uitdagingen van het leven. Johannes wijst ons erop dat dit licht niet alleen naar de wereld kwam, maar ook ons persoonlijk wil raken en leiden. Jezus is het licht dat ons helpt om onszelf, onze omstandigheden en de wereld om ons heen te zien zoals ze werkelijk zijn. In Hem ontdekken we niet alleen hoop, maar ook een diepere vreugde en zekerheid dat we nooit alleen zijn. Laat je daarom bemoedigen door deze waarheid: de duisternis kan het licht niet overwinnen. Zoals Jesaja 60:1 zegt: ‘Sta op en schitter, je licht is gekomen, over jou schijnt de luister van de Heer.’ Dit is niet alleen een belofte voor de toekomst, maar een realiteit waarin we vandaag mogen wandelen. Jezus’ licht is aanwezig in jouw leven – zelfs in momenten waarin alles lijkt te duisteren. Zijn licht herinnert ons eraan dat we geliefd, gezien en geleid worden door een God die dichtbij is.
Ga deze week in de zekerheid dat Gods licht met je meegaat. Zijn Woord is een lamp voor je voet en een licht op je pad (Psalm 119:105). Laat dit licht je leiden door de uitdagingen van het leven en wees een spiegel van dat licht voor anderen. Of het nu in een vriendelijk woord, een klein gebaar van liefde of een moment van bemoediging is – wees een drager van het licht dat Christus naar de wereld bracht. Want het licht dat Johannes beschrijft, is geen abstract concept, maar een levende realiteit. Het nodigt ons uit om te zien, te geloven en te wandelen in de waarheid dat Christus ons licht is, nu en altijd.
Reflectievragen bij Johannes 1:1-18
- Wat is volgens jou de diepste betekenis van het licht dat in de duisternis schijnt, zoals Johannes dat beschrijft? Hoe kun jij dit licht concreet in je eigen leven herkennen?
- In welke aspecten van jouw leven voel je je misschien overweldigd door duisternis? Hoe kan de wetenschap dat het licht van Christus onoverwinnelijk is je hierin bemoedigen?
- Wat betekent het voor jou persoonlijk dat het Woord mens is geworden en onder ons heeft gewoond? Hoe beïnvloedt dit je relatie met Jezus?
- Hoe daagt de oproep om als kind van God te leven jou uit in je dagelijkse keuzes en prioriteiten? Hoe kun je hierin groeien?
- Wanneer heb jij ervaren dat Jezus’ genade en waarheid zichtbaar werden in jouw leven? Hoe heeft dat je kijk op jezelf en op God veranderd?
Copyrights Marjolein Gommers
Reactie plaatsen
Reacties