Getuigenissen (Johannes 1:19-51)

Inleiding

Thomas, 33 jaar, had een drukke week achter de rug. Zijn werk als projectmanager slokte al zijn energie op en de avonden waren gevuld met sociale verplichtingen waar hij eigenlijk nauwelijks zin in had. Hij voelde zich steeds leger. Op zondagochtend besloot hij het eens anders te doen. Hij trok zijn jas aan en liep naar het park. Het was vroeg en de stad leek nog te slapen. Het gras was bedekt met een dunne laag dauw en de lucht was fris, bijna koud. Hij had het park altijd een fijne plek gevonden om tot rust te komen, een plek waar de chaos van het dagelijkse leven even wegviel.

     Thomas volgde het grindpad langs de vijver. Hij hoorde het gekwetter van vogels in de bomen en voelde de spanning in zijn schouders langzaam wegzakken. Terwijl hij een bankje zocht, viel zijn blik op een kleine groep mensen verderop, bij een grote eik. Het was geen georganiseerde bijeenkomst – geen microfoons, geen podium – maar een man stond daar te praten, met een paar mensen om hem heen die aandachtig luisterden. Het leek allemaal heel spontaan.

     Nieuwsgierig liep Thomas erheen en bleef op een afstandje staan. Hij was niet het type om zomaar ergens op af te stappen, maar er was iets in het spreken van de man dat hem intrigeerde. De spreker was niet luidruchtig of dramatisch, maar sprak rustig, alsof hij een gewoon gesprek voerde. ‘Het leven zit vol vragen,’ hoorde Thomas hem zeggen. ‘We zoeken antwoorden op de verkeerde plekken. Maar wat als de vraag niet is wat jij zoekt, maar wie je zoekt?’

     De woorden kwamen onverwacht binnen. Thomas bleef staan. De man vervolgde: ‘We denken dat we alles onder controle moeten hebben, dat we alle antwoorden moeten weten. Maar soms is het enige wat je hoeft te doen, luisteren en openstaan voor iets of iemand die groter is dan jijzelf.’

     Een vrouw in de groep stelde een vraag. Thomas ving niet alles op, maar hoorde de spreker zeggen: ‘Het begint bij die ene vraag: wie zoek je?’ Die woorden bleven hangen. Wie zocht híj eigenlijk? Het was een simpele vraag, maar Thomas had er geen antwoord op. Hij dacht aan zijn vrouw, zijn kinderen, zijn familie, zijn vrienden, zijn teamgenoten van de voetbalclub, zijn collega’s. Was hij eigenlijk wel op zoek naar iemand? Zijn leven was toch compleet?

     Toen hij zijn gedachten nog probeerde te ordenen, keek de spreker ineens zijn kant op. Het was maar een fractie van een seconde, maar Thomas voelde zich gezien. Hij voelde een impuls om dichterbij te komen, maar aarzelde. Wat zou hij zeggen? Wat zouden die mensen denken? Toch bleef hij staan, alsof hij wachtte op iets wat hij zelf nog niet helemaal begreep.

     Misschien herken je jezelf in Thomas. Heb jij ook momenten waarop je niet goed weet wat of wie je zoekt? Of dat je denkt dat je alles al hebt, maar toch voelt dat er iets ontbreekt?

     In het bijbelgedeelte dat we zo gaan lezen, ontmoeten we mensen die ook op zoek zijn. Ze vinden een onverwacht antwoord, een persoon die hun leven voorgoed verandert. Laten we samen kijken naar Johannes 1:19-51 en ontdekken wat dit verhaal ons kan leren.

Bijbeltekst (NBV21)

Getuigenissen

[19] Dit is het getuigenis van Johannes. De Joden hadden vanuit Jeruzalem priesters en Levieten naar hem toe gestuurd om hem te vragen: ‘Wie bent u?’ [20] Hij gaf zonder aarzelen antwoord en verklaarde ronduit: ‘Ik ben niet de messias.’ [21] Toen vroegen ze hem: ‘Wie dan? Bent u Elia?’ Hij zei: ‘Die ben ik ook niet.’ ‘Bent u de profeet?’ ‘Nee,’ antwoordde hij. [22] ‘Maar wie bent u dan?’ vroegen ze hem. ‘Wij moeten antwoord kunnen geven aan degenen die ons gestuurd hebben – wie zegt u zelf dat u bent?’ [23] Hij zei: ‘Ik ben de stem die roept in de woestijn: “Maak recht de weg van de Heer,” zoals de profeet Jesaja gezegd heeft.’ [24] De afgevaardigden die uit de kring van de farizeeën kwamen, [25] vroegen verder: ‘Waarom doopt u dan, als u niet de messias bent, en ook niet Elia of de profeet?’ [26] ‘Ik doop met water,’ antwoordde Johannes. ‘Maar in uw midden is iemand die u niet kent, [27] Hij die na mij komt – ik ben het niet eens waard om de riemen van zijn sandalen los te maken.’ [28] Dit gebeurde in Betanië, aan de overkant van de Jordaan, waar Johannes doopte.

     [29] De volgende dag zag hij Jezus naar zich toe komen, en hij zei: ‘Daar is het lam van God, dat de zonde van de wereld wegneemt. [30] Hij is het over wie ik zei: “Na mij komt iemand die meer is dan ik, want Hij was er vóór mij.” [31] Ook ik wist niet wie Hij was, maar ik kwam met water dopen opdat Hij aan Israël geopenbaard zou worden.’ [32] En Johannes getuigde: ‘Ik heb de Geest als een duif uit de hemel zien neerdalen, en Hij bleef op Hem rusten. [33] Nog wist ik niet wie Hij was, maar Hij die mij gezonden heeft om met water te dopen, zei tegen mij: “Wanneer je ziet dat de Geest op iemand neerdaalt en blijft rusten, dan is dat degene die doopt met de heilige Geest.” [34] En dat heb ik gezien, en ik getuig dat Hij de Zoon van God is.’

     [35] De volgende dag stond Johannes er weer met twee van zijn leerlingen. [36] Toen hij Jezus voorbij zag komen, zei hij: ‘Daar is het lam van God.’ [37] De twee leerlingen hoorden wat hij zei en gingen met Jezus mee. [38] Jezus draaide zich om, en toen Hij zag dat ze Hem volgden, zei Hij: ‘Wat zoeken jullie?’ ‘Rabbi,’ zeiden zij tegen Hem (dat is in onze taal ‘meester’), ‘waar verblijft U?’ [39] Hij zei: ‘Kom maar mee, dan zul je het zien.’ Ze gingen met Hem mee en zagen waar Hij onderdak had gevonden. Het was ongeveer twee uur voor zonsondergang, en ze bleven die dag bij Hem.

     [40] Een van de twee die gehoord hadden wat Johannes zei en Jezus gevolgd waren, was Andreas, de broer van Simon Petrus. [41] Meteen zocht hij zijn broer Simon op, en hij zei tegen hem: ‘Wij hebben de messias gevonden,’ (dat is Christus, ‘gezalfde’) [42] en hij nam hem mee naar Jezus. Jezus keek hem aan en zei: ‘Jij bent Simon, de zoon van Johannes, maar voortaan zul je Kefas heten.’ (Dat is Petrus, ‘rots’.)

     [43] De volgende dag besloot Jezus naar Galilea te gaan. Hij zocht Filippus op en zei tegen hem: ‘Volg Mij.’ [44] Filippus kwam uit Betsaïda, uit dezelfde stad als Andreas en Petrus. [45] Hij zocht Natanaël op en zei tegen hem: ‘We hebben de man gevonden over wie Mozes in de wet geschreven heeft en over wie ook de profeten hebben gesproken: Jezus, de zoon van Jozef, uit Nazaret!’ [46] ‘Uit Nazaret?’ zei Natanaël. ‘Kan daar iets goeds vandaan komen?’ ‘Ga zelf maar kijken,’ zei Filippus. [47] Jezus zag Natanaël aankomen en zei: ‘Dat is nu een echte Israëliet, een mens zonder bedrog.’ [48] ‘Waar kent U mij van?’ vroeg Natanaël. Jezus antwoordde: ‘Ik had je al gezien voordat Filippus je riep, toen je onder de vijgenboom zat.’ [49] ‘Rabbi,’ zei Natanaël, ‘U bent de Zoon van God, U bent de koning van Israël!’ [50] Jezus vroeg: ‘Geloof je omdat Ik tegen je zei dat Ik je onder de vijgenboom zag zitten? Je zult nog grotere dingen zien.’ [51] ‘Werkelijk, Ik verzeker jullie,’ voegde Hij eraan toe, ‘jullie zullen de hemel geopend zien, en de engelen van God zien omhooggaan en neerdalen naar de Mensenzoon.’

Exegetische uitleg

Nu we het bijbelgedeelte Johannes 1:19-51 hebben gelezen, is het tijd om dieper in te gaan op de tekst. In deze exegetische uitleg bespreken we het gedeelte vers voor vers of in kleine samenhangende eenheden. Dit helpt ons om de boodschap van dit verhaal beter te begrijpen en de kern ervan helder te krijgen. Na de exegetische uitleg zullen we deze inzichten gebruiken om de kernboodschap van dit bijbelgedeelte te formuleren en te reflecteren op de betekenis ervan voor ons leven vandaag.

 

Johannes 1:19-28. Het getuigenis van Johannes de Doper 

Deze verzen introduceren Johannes de Doper als een krachtige maar nederige getuige van de Messias. Zijn optreden had diepe indruk gemaakt op het Joodse volk. Hij sprak over bekering en doop en zijn sobere levensstijl riep beelden op van de grote profeten uit het Oude Testament, met name Elia. Deze overeenkomsten wekten niet alleen bewondering op, maar ook vragen bij de religieuze leiders. Ze stuurden priesters en Levieten om Johannes te ondervragen over zijn identiteit en gezag.

     De vraag ‘Wie bent u?’ staat centraal in deze verzen. Johannes reageert direct en resoluut: ‘Ik ben niet de messias.’ Dit antwoord maakt meteen duidelijk dat hij zich niet wilde laten verheffen tot een rol die hem niet toekwam. De leiders vragen door: ‘Bent u Elia?’ Johannes ontkent ook dit, hoewel hij de rol van Elia als voorloper van de Messias wel vervult, zoals voorspeld in Maleachi 3:23 (‘Voordat de dag van de Heer aanbreekt, die groot en ontzagwekkend is, stuur Ik jullie de profeet Elia.’). Vervolgens vragen ze of hij ‘de profeet’ is, een verwijzing naar Deuteronomium 18:15 (‘Hij zal in uw midden steeds weer een profeet laten opstaan, een profeet zoals ik. Naar hem moet u luisteren.’), waarin Mozes spreekt over een profeet zoals hijzelf die God zou zenden. Johannes antwoordt opnieuw met een eenvoudig ‘nee’.

     De priesters en Levieten raken gefrustreerd en eisen een duidelijk antwoord: ‘Wie bent u dan? Wat zegt u over uzelf?’ Johannes citeert Jesaja 40:3: ‘Ik ben de stem die roept in de woestijn: “Maak recht de weg van de Heer.”’ Met deze woorden plaatst hij zichzelf in de traditie van de profeten, maar zonder de focus op zichzelf te leggen. Hij ziet zijn rol als een dienaar die het volk oproept zich voor te bereiden op de komst van de Heer, zoals een boodschapper in die tijd letterlijk wegen effende voor een aankomende koning. In de oudheid was het gebruikelijk dat een koning werd aangekondigd door een boodschapper die vooruitging om zijn komst aan te kondigen en de wegen gereed te maken. Dit hield in dat obstakels zoals stenen en kuilen werden verwijderd en de paden werden geëffend, zodat de koning zonder belemmeringen zijn bestemming kon bereiken. Johannes gebruikt dit beeld om de geestelijke voorbereiding te benadrukken: de obstakels in het hart en leven van mensen moeten worden weggenomen door bekering en gehoorzaamheid, zodat ze gereed zijn om de komst van de Messias te ontvangen. Door zichzelf ‘de stem die roept in de woestijn’ te noemen, benadrukt Johannes dat zijn taak niet is om zelf de aandacht te trekken, maar om anderen te wijzen op de komst van de ware Koning, Jezus.

     De leiders vragen verder naar de dooppraktijk van Johannes. Doop was in die tijd vooral een ritueel voor niet-Joden die zich bekeerden tot het Jodendom. Dat Johannes ook Joden opriep tot doop, was ongebruikelijk en confronterend. Hij maakte duidelijk dat iemands afkomst geen zekerheid bood voor geestelijke reinheid. Zijn antwoord, ‘Ik doop met water, maar in uw midden is iemand die u niet kent’, wijst opnieuw weg van zichzelf en naar Jezus. Johannes maakt duidelijk dat zijn doop slechts een voorbereiding is. Hij onderstreept dit door te zeggen dat hij niet waardig is om de riemen van Jezus’ sandalen los te maken, een taak die in die tijd als vernederend werd beschouwd.

     Het gedeelte eindigt met de vermelding dat deze gebeurtenissen plaatsvinden in Betanië, aan de overkant van de Jordaan. Deze locatie is symbolisch. De Jordaan was de rivier waar het volk Israël het beloofde land binnentrok. Johannes’ bediening markeert een nieuw begin, waarin de ware Verlosser naar voren treedt om het volk te leiden.

     Deze verzen laten zien hoe Johannes de Doper zijn hele bediening toewijdt aan het wijzen op Jezus. Zijn woorden en daden roepen ons op om de focus niet op onszelf te leggen, maar om onze blik te richten op de Messias. Deze nadruk op getuigenis vormt een fundament voor het evangelie volgens Johannes en laat zien hoe Gods plan zich ontvouwt door eenvoudige mensen die zichzelf op de achtergrond plaatsen om Zijn heerlijkheid zichtbaar te maken.

 

Johannes 1:29-34. Johannes wijst op Jezus als het Lam van God 

Deze verzen beschrijven een sleutelmoment in de bediening van Johannes de Doper, waarin hij Jezus openlijk aanwijst als het Lam van God. Deze woorden, die hij uitspreekt op de dag na zijn confrontatie met de priesters en Levieten, zijn rijk aan symboliek en theologische betekenis. Johannes wijst niet alleen op Jezus’ identiteit, maar onthult ook Zijn missie: het wegnemen van de zonde van de wereld.

     De uitdrukking ‘het Lam van God’ was geladen met betekenis voor de Joodse toehoorders. Het bracht hen direct terug naar het dagelijkse offer van lammeren in de tempel, bedoeld om de zonden van het volk te bedekken (Exodus 29:38-42). Daarnaast verwees het naar het paaslam, een centraal symbool in het verhaal van de uittocht uit Egypte, beschreven in Exodus 12. Toen God Egypte met de laatste plaag strafte door alle eerstgeborenen te doden, kreeg het volk Israël de opdracht een lam te slachten en het bloed aan de deurposten van hun huizen te smeren. Dit bloed zou hen beschermen: de dood zou hun huizen voorbijgaan. Door Jezus het Lam van God te noemen, plaatst Johannes Hem in deze traditie en wijst hij vooruit naar het ultieme offer dat Jezus zal brengen. Dit is geen tijdelijke verzoening, zoals de offers in de tempel, maar een volkomen wegname van de zonde – een radicale en universele oplossing voor het probleem van de mensheid.

     Johannes benadrukt de grootsheid van Jezus door te zeggen: ‘Na mij komt iemand die meer is dan ik, want Hij was er vóór mij.’ Hoewel Jezus’ publieke optreden na Johannes begint, is Hij eeuwig. Dit verwijst terug naar de proloog van het evangelie, waarin wordt beschreven dat Jezus vanaf het begin bij God was (Johannes 1:1-2). Johannes maakt hier duidelijk dat hij slechts een voorloper is, terwijl Jezus de centrale figuur in Gods verlossingsplan is.

     In dit gedeelte zien we ook Johannes’ diepe nederigheid en afhankelijkheid van Gods openbaring. Hij erkent dat hij aanvankelijk niet wist wie de Messias was, totdat hij bij de doop van Jezus een teken van God ontving. ‘Wanneer je ziet dat de Geest op iemand neerdaalt en blijft rusten, dan is dat degene die doopt met de heilige Geest.’ Dit teken is diep symbolisch. De Geest die als een duif neerdaalt, bevestigt Jezus’ goddelijke identiteit en Zijn unieke roeping. In de Bijbel is de duif een symbool van vrede en hoop, zoals in het verhaal van Noach, maar ook van Gods aanwezigheid. Het feit dat de Geest op Jezus blijft rusten, benadrukt dat Hij volledig vervuld is met Gods kracht en wijsheid.

     Johannes noemt Jezus vervolgens degene ‘die doopt met de heilige Geest’. Dit onderscheidt Hem van Johannes zelf, die slechts met water doopt. De doop met de heilige Geest verwijst naar een diepere transformatie: niet alleen een uiterlijke reiniging, maar een innerlijke vernieuwing door Gods kracht. Dit vooruitzicht wordt werkelijkheid met de uitstorting van de Geest op Pinksteren, zoals beschreven in Handelingen 2.

     Tot slot getuigt Johannes met zekerheid: ‘En dat heb ik gezien, en ik getuig dat Hij de Zoon van God is.’ Deze woorden bevestigen dat Johannes niet alleen spreekt vanuit geloof, maar vanuit persoonlijke ervaring. Het getuigenis van Johannes vormt een krachtige schakel in het evangelie, waarin steeds opnieuw getuigenissen over Jezus leiden tot geloof. Door Hem de Zoon van God te noemen, erkent Johannes Jezus’ unieke relatie met de Vader en Zijn goddelijke aard.

     Dit bijbelgedeelte roept ons op om, net als Johannes, onze blik te richten op Jezus. Zijn identiteit als het Lam van God en de Zoon van God nodigt ons uit tot aanbidding en vertrouwen. De woorden van Johannes herinneren ons eraan dat redding niet ligt in menselijke inspanningen, maar in het volbrachte werk van Christus. Hoe reageren wij op deze openbaring? Durven wij Jezus te zien zoals Johannes Hem zag en ons leven af te stemmen op Zijn grote missie?

 

Johannes 1:35-39. De eerste ontmoeting van Jezus met twee discipelen 

Deze verzen beschrijven een scharniermoment in het evangelie: de eerste ontmoeting van twee discipelen met Jezus. Deze gebeurtenis lijkt op het eerste gezicht eenvoudig, maar bevat diepe spirituele en theologische lagen. Johannes de Doper speelt hierin een cruciale rol als getuige. Opnieuw wijst hij zijn discipelen op Jezus en zegt: ‘Daar is het Lam van God.’ Deze woorden zijn niet zomaar een aanwijzing, maar een krachtige verklaring van Jezus’ identiteit en missie. Het beeld van het lam verwijst naar de offers in de tempel en het paaslam in Exodus, maar krijgt hier een diepere betekenis: Jezus is het volmaakte offer dat de zonde van de wereld wegneemt. Johannes’ herhaalde getuigenis toont zijn toewijding om niet zichzelf, maar Jezus centraal te stellen.

     De reactie van de twee discipelen is opmerkelijk. Ze verlaten Johannes en beginnen Jezus te volgen. Dit is geen impulsieve actie, maar een bewuste keuze. Johannes had hen voorbereid op dit moment en nu nemen zij de stap om de Messias zelf te leren kennen. Het werkwoord ‘volgen’ is veelzeggend: het gaat niet alleen om een fysieke handeling, maar ook om een symbolische toewijding aan Jezus als hun nieuwe meester. Deze stap vraagt moed, want het betekent loslaten wat vertrouwd is en je openstellen voor het onbekende.

     Jezus’ vraag aan de discipelen, ‘Wat zoeken jullie?’, raakt aan de kern van hun verlangen. Het is een vraag die uitnodigt tot reflectie, niet alleen voor hen, maar ook voor ons. Wat zoeken wij in Jezus? Waarom volgen wij Hem? De discipelen antwoorden met een tegenvraag: ‘Rabbi, waar verblijft U?’ Deze vraag gaat verder dan nieuwsgierigheid naar een fysieke locatie. Het laat zien dat zij bij Jezus willen zijn, Hem willen leren kennen en deel willen uitmaken van Zijn leven. De titel ‘Rabbi’ toont hun respect, maar benadrukt ook dat zij Hem in deze vroege fase vooral als leraar zien.

     Jezus’ uitnodiging, ‘Kom maar mee, dan zul je het zien’, is eenvoudig en diepgaand. Hij legt geen voorwaarden op, maar nodigt hen uit om Hem te volgen en zelf te ontdekken wie Hij is. Deze uitnodiging weerspiegelt hoe Jezus werkt: Hij nodigt ons uit om Hem te vertrouwen, zelfs als we nog niet alles begrijpen. Voor de discipelen is deze ontmoeting levensveranderend. Ze blijven die dag bij Hem en hun tijd met Jezus legt de basis voor een relatie die hun leven voorgoed zal veranderen.

     Het detail dat het ongeveer twee uur voor zonsondergang was, toont de authenticiteit en persoonlijke herinnering van de schrijver. Voor Johannes, die waarschijnlijk een van de discipelen is, was dit een onvergetelijk moment. Het markeerde het begin van een reis met Jezus die zijn leven en geloof volledig zou veranderen. Dit roept de vraag op: welke momenten in ons leven hebben ons dichter bij Jezus gebracht? En hoe blijven deze ontmoetingen ons vormen?

     Deze verzen laten zien hoe een ontmoeting met Jezus begint met een simpele uitnodiging, maar vervolgens ook vraagt om een bewuste reactie. De discipelen laten zich leiden door Johannes’ getuigenis en hun eigen verlangen om Jezus te leren kennen. Deze verzen herinneren ons eraan dat Jezus altijd uitnodigt: ‘Kom maar mee, dan zul je het zien.’ De vraag is hoe wij op Zijn uitnodiging reageren. Durven wij Hem te volgen, zelfs als we nog niet alles begrijpen? Zoals bij deze discipelen kan een enkele stap in geloof ons leven voorgoed veranderen.

 

Johannes 1:40-42. Andreas brengt Simon naar Jezus 

Deze verzen beschrijven een belangrijk overgangsmoment in de relatie tussen Jezus en Zijn eerste volgelingen. Dit gedeelte legt de nadruk op de impact van persoonlijke getuigenis en de kracht van een ontmoeting met Jezus, die niet alleen levens verandert, maar ook richting geeft.

     Het verhaal begint met Andreas, een van de twee discipelen die door Johannes de Doper naar Jezus waren verwezen. Andreas wordt hier geïntroduceerd als een doener: iemand die niet afwacht, maar handelt. Na een dag bij Jezus te hebben doorgebracht, is Andreas zo overtuigd van wie Jezus is dat hij meteen zijn broer Simon opzoekt. Deze actie illustreert de essentie van getuigenis: wat Andreas heeft ontdekt, wil hij niet voor zichzelf houden. Hij deelt het met iemand die hem dierbaar is, in dit geval zijn broer. De boodschap die hij overbrengt, is krachtig in zijn eenvoud: ‘Wij hebben de messias gevonden.’ De term ‘messias’ betekent ‘gezalfde’ en verwijst naar de beloofde koning en redder van Israël. In de context van het Jodendom in de eerste eeuw werd de messias gezien als degene die het volk zou bevrijden van onderdrukking en Gods koninkrijk zou vestigen. Andreas’ verklaring laat zien dat hij Jezus al als deze beloofde redder herkent, zelfs voordat Jezus Zijn bediening volledig is begonnen.

     Simon reageert door met Andreas mee te gaan naar Jezus. Wat volgde, moet een indrukwekkend moment zijn geweest. Jezus kijkt Simon aan en spreekt direct tot hem: ‘Jij bent Simon, de zoon van Johannes, maar voortaan zul je Kefas heten.’ De naam ‘Kefas’ is Aramees en wordt vertaald als ‘Petrus’, wat ‘rots’ betekent. In de Bijbel heeft een naam vaak een diepere betekenis; het onthult iets over de identiteit of de bestemming van een persoon. Door Simon een nieuwe naam te geven, geeft Jezus niet alleen een aanwijzing voor zijn toekomstige rol, maar legt Hij ook de basis voor Simons roeping als leider van de discipelen en fundament van de vroege kerk. Hoewel Simon op dat moment nog onstuimig en impulsief was, zag Jezus in hem de kracht en standvastigheid die hij door Gods genade zou ontwikkelen. Petrus zou uitgroeien tot een man die, ondanks zijn fouten en zwakheden, een sleutelrol speelde in de verspreiding van het evangelie en het opbouwen van de kerk. Deze naamswijziging laat zien hoe Jezus mensen ziet, niet alleen zoals ze zijn, maar zoals ze door Zijn genade en leiding kunnen worden – een krachtige herinnering aan de transformatie die mogelijk is in een leven dat aan Hem is toegewijd.

     De interactie tussen Jezus en Simon is kort, maar diepgaand. Het detail dat Jezus hem ‘aankeek’ wijst op een moment van intens persoonlijk contact. Jezus’ blik was niet oppervlakkig; Hij zag Simons hart en toekomst. Dit is kenmerkend voor Jezus’ manier van omgaan met mensen: Hij kijkt verder dan het uiterlijke en ziet wat er werkelijk toe doet. Dit roept de vraag op hoe wij reageren op de roeping van Jezus. Zijn we bereid onze oude identiteit achter te laten en ons te laten vormen naar Zijn plan?

     Deze verzen benadrukken ook de kracht van relaties in het verspreiden van het evangelie. Andreas’ getuigenis leidt tot Simons ontmoeting met Jezus en die ontmoeting verandert alles. Dit patroon van delen en doorgeven loopt als een rode draad door het evangelie. Het laat zien dat geloof niet alleen persoonlijk is, maar ook relationeel. Hoe vaak brengen wij, zoals Andreas, anderen bij Jezus? En hoe kunnen wij de vreugde en zekerheid die wij in Hem hebben, delen met degenen die dichtbij ons staan?

     In de bredere context van het evangelie volgens Johannes sluit dit gedeelte aan bij het thema van getuigenis. Johannes de Doper getuigde van Jezus en wees Zijn discipelen op Hem. Nu begint dit patroon zich uit te breiden: Andreas getuigt tegen Simon. Dit toont hoe het geloof zich verspreidt door persoonlijke relaties en ontmoetingen. Het herinnert ons eraan dat Jezus niet alleen geroepen heeft tot een abstracte missie, maar tot echte, persoonlijke interacties die mensenlevens veranderen.

     Deze verzen bieden een inspirerend beeld van hoe Jezus mensen ontmoet en verandert. Andreas en Simon beginnen aan een reis die hen niet alleen dichter bij Jezus brengt, maar ook bij hun eigen bestemming. Dit gedeelte nodigt ons uit om na te denken over onze eigen reis: wie hebben ons bij Jezus gebracht? En wie kunnen wij meenemen om Hem te ontmoeten? Zoals bij Simon kan een enkele ontmoeting met Jezus ons leven volledig veranderen en ons roepen tot een grotere bestemming.

 

Johannes 1:43-46. Jezus ontmoet Filippus en Filippus roept Natanaël 

Deze verzen brengen ons naar een nieuw moment in de groeiende kring van Jezus’ volgelingen. Jezus besluit naar Galilea te gaan en roept Filippus met de eenvoudige, maar allesomvattende woorden: ‘Volg Mij.’ Dit is geen algemene oproep, maar een direct en persoonlijk gebaar. Jezus zoekt Filippus op en dit onderstreept dat discipelschap altijd begint met Gods initiatief. Het is niet de mens die God vindt, maar God die de mens roept. De uitnodiging ‘Volg Mij’ vraagt meer dan fysieke navolging; het betekent een volledige toewijding, een leven waarin Jezus’ leer en voorbeeld centraal staan.

     Filippus reageert niet met woorden, maar met daden. Zijn eerste actie is om Natanaël te zoeken en hem te vertellen over Jezus. Filippus’ getuigenis is eenvoudig en krachtig: ‘We hebben de man gevonden over wie Mozes in de wet geschreven heeft en over wie ook de profeten hebben gesproken: Jezus, de zoon van Jozef, uit Nazaret.’ Dit laat zien hoe diep de verwachting van een messias geworteld was in de Joodse Schrift. Mozes had gesproken over een profeet zoals hijzelf (Deuteronomium 18:15) en de profeten hadden keer op keer gewezen op de komst van een redder. Filippus’ woorden tonen zijn overtuiging dat Jezus de vervulling van deze beloften is. Toch presenteert hij Jezus ook als de ‘zoon van Jozef’, wat Zijn menselijke afkomst benadrukt en aansluit bij hoe Jezus op dat moment werd waargenomen.

     Natanaëls reactie is sceptisch en enigszins sarcastisch: ‘Uit Nazaret? Kan daar iets goeds vandaan komen?’ Deze woorden onthullen een vooroordeel dat in die tijd wijdverbreid was. Nazaret was een klein, onbetekenend dorp zonder religieuze of politieke status. In de ogen van velen kon een Messias onmogelijk uit zo’n plaats komen. Natanaëls scepsis laat echter ook zien dat hij een kritisch denker is, iemand die niet zomaar iets aanneemt. Het is opmerkelijk dat Filippus niet probeert zijn vriend te overtuigen met argumenten. In plaats daarvan nodigt hij hem eenvoudig uit: ‘Ga zelf maar kijken.’ Dit antwoord toont het vertrouwen van Filippus in Jezus. Hij weet dat een persoonlijke ontmoeting meer overtuigingskracht heeft dan woorden ooit kunnen hebben.

     Deze interactie tussen Filippus en Natanaël illustreert een belangrijk principe: geloof wordt vaak overgebracht door persoonlijke relaties en getuigenis. Filippus’ enthousiasme en overtuiging werken aanstekelijk, maar hij legt de uiteindelijke beslissing bij Natanaël zelf. Dit patroon zien we door het hele Johannesevangelie: getuigenis leidt tot ontmoeting en ontmoeting leidt tot transformatie. Het roept ons op om na te denken over hoe wij anderen uitnodigen om Jezus te leren kennen. Vertrouwen wij erop dat Hij zichzelf aan hen zal openbaren?

     Deze verzen passen perfect binnen de bredere context van het evangelie, waarin Jezus steeds mensen persoonlijk ontmoet en roept. Dit gedeelte benadrukt ook dat Jezus niet afhankelijk is van menselijke status of verwachtingen. Hij roept Filippus, een gewone man uit Betsaïda, en Hij accepteert Natanaëls kritische houding. Deze verzen laten zien dat Jezus mensen ontmoet waar ze zijn, maar hen niet laat zoals ze zijn. Zijn uitnodiging, ‘Volg Mij’, geldt nog steeds en het is aan ons om te reageren. Durven wij, net als Filippus, anderen te vertellen over wat wij hebben gevonden? En hoe reageren wij als Jezus ons roept om Hem te volgen, zelfs als dat betekent dat we onze vooroordelen en twijfels moeten loslaten? Zoals Natanaël zal ontdekken, leidt een ontmoeting met Jezus altijd tot meer dan we ooit hadden verwacht.

 

Johannes 1:47-51. Jezus openbaart Zich aan Natanaël 

Deze verzen geven ons een indrukwekkend inkijkje in de manier waarop Jezus mensen ontmoet en hun leven radicaal verandert. Het is een moment dat begint met een eenvoudige observatie en eindigt met een krachtige belijdenis en een belofte van hemelse openbaring. Dit bijbelgedeelte laat zien dat Jezus niet alleen uiterlijke woorden en daden waarneemt, maar ook de diepste intenties van het hart doorgrondt.

     Wanneer Jezus Natanaël ziet aankomen, spreekt Hij direct over zijn karakter: ‘Dat is nu een echte Israëliet, een mens zonder bedrog.’ Deze uitspraak lijkt een groot compliment, zeker in de context van de geschiedenis van Israël. Jakob, de stamvader van het volk Israël, werd vaak geassocieerd met bedrog. Zijn naam betekent letterlijk ‘hielenlichter’ en verwijst naar zijn sluwe gedrag. Door Natanaël te beschrijven als iemand zonder bedrog, onderstreept Jezus dat Natanaël leeft naar de oorspronkelijke bedoeling van de naam Israël: een man die oprecht is in zijn geloof en relaties.

     Natanaël is verbaasd en vraagt: ‘Waar kent U mij van?’ Zijn reactie toont zijn sceptische en kritische aard, die eerder al zichtbaar was in zijn opmerking ‘Uit Nazaret? Kan daar iets goeds vandaan komen?’ Jezus’ antwoord verrast hem volledig: ‘Ik had je al gezien voordat Filippus je riep, toen je onder de vijgenboom zat.’ De vermelding van de vijgenboom is veelzeggend. In de Joodse traditie was de vijgenboom een symbool van vrede en een plek voor studie en gebed. Jezus toont hier Zijn bovennatuurlijke kennis door niet alleen te weten waar Natanaël zich bevond, maar ook door te impliceren dat Hij op de hoogte is van Natanaëls spirituele zoektocht.

     Deze onthulling leidt tot een krachtige ommekeer. Natanaël roept uit: ‘Rabbi, U bent de Zoon van God, U bent de koning van Israël!’ Deze belijdenis is opmerkelijk. De titel ‘Zoon van God’ benadrukt Jezus’ unieke relatie met de Vader, terwijl ‘koning van Israël’ verwijst naar de Joodse verwachting van een messiaanse heerser. Natanaëls woorden laten zien dat hij niet langer twijfelt, maar overtuigd is van Jezus’ identiteit. Wat begon met een kritische vraag, eindigt met een openlijke erkenning van wie Jezus is.

     Jezus reageert op Natanaëls belijdenis met een belofte die verder reikt dan het moment zelf: ‘Geloof je omdat Ik tegen je zei dat Ik je onder de vijgenboom zag zitten? Je zult nog grotere dingen zien.’ Jezus laat hiermee zien dat dit slechts het begin is. Hij voegt eraan toe: ‘Werkelijk, Ik verzeker jullie: jullie zullen de hemel geopend zien, en de engelen van God zien omhooggaan en neerdalen naar de Mensenzoon.’ Deze woorden verwijzen naar de droom van Jakob in Genesis 28, waarin Jakob een ladder zag die de aarde met de hemel verbond. Jezus maakt duidelijk dat Hij zélf die verbinding is. Als de Mensenzoon, de titel die Zijn goddelijke en menselijke natuur verenigt, is Hij de toegangspoort tot Gods koninkrijk.

     Deze verzen nodigen ons uit om na te denken over hoe wij Jezus herkennen en hoe wij reageren op Zijn openbaring. Jezus ziet niet alleen wat wij doen, maar kent ook ons hart en onze diepste verlangens. Net zoals bij Natanaël kan een ontmoeting met Jezus onze sceptische vragen transformeren in geloof en verwondering. Zijn belofte aan Natanaël, en aan ons, is dat we grotere dingen zullen zien wanneer we Hem volgen. Deze verzen herinneren ons eraan dat Jezus niet alleen de Messias is, maar ook de brug die ons met God verbindt. De vraag is: hoe reageren wij op Zijn uitnodiging om die werkelijkheid te ervaren?

Kernboodschap

De kernboodschap van Johannes 1:19-51 is: wanneer wij ons richten op Jezus, openbaart Hij zichzelf als degene die onze diepste verlangens vervult, onze identiteit vernieuwt en ons uitnodigt om deel te worden van een grotere werkelijkheid waarin God zichtbaar en aanwezig wordt.

     In dit bijbelgedeelte zien we hoe Jezus zichzelf op verschillende manieren openbaart aan mensen die naar Hem zoeken. Het begint met Johannes de Doper, die Zijn identiteit als het Lam van God verkondigt. Vervolgens zien we hoe deze verkondiging leidt tot persoonlijke ontmoetingen waarin Jezus Zijn roeping, karakter en missie verder onthult. Elk personage in dit verhaal ontmoet Jezus op een unieke manier. Johannes de Doper benadrukt Zijn heiligheid en grootheid, terwijl Andreas en Simon Hem ontdekken als de Messias die richting en doel geeft aan hun leven. Filippus en Natanaël worden uitgenodigd om Jezus te volgen en ontdekken in Hem de vervulling van hun diepste verwachtingen. De manier waarop Jezus met ieder van hen omgaat, is persoonlijk, maar toont tegelijkertijd universele waarheden over wie Hij is en wat Hij doet.

     In de tekst zien we dat Jezus niet alleen zichzelf openbaart, maar ook de identiteit van degenen die Hem ontmoeten vernieuwt. Johannes de Doper begrijpt zijn eigen plaats in Gods plan beter door zijn getuigenis over Jezus. Simon ontvangt een nieuwe naam, Petrus, die vooruitwijst naar de roeping die Jezus voor hem in petto heeft. Natanaël wordt aangesproken op zijn oprechtheid en krijgt een visioen van wat hij in Jezus zal zien: een open hemel en Gods aanwezigheid op aarde. Dit proces van openbaring en vernieuwing weerspiegelt de manier waarop Jezus werkt. Hij toont zichzelf niet alleen aan mensen, maar verandert ook hoe zij zichzelf en hun plaats in Gods plan zien.

     Voor ons vandaag is deze kernboodschap nog steeds relevant en krachtig. Net als in het bijbelgedeelte verlangt Jezus ernaar om zichzelf aan ons te openbaren. Dit gebeurt niet alleen door grote gebeurtenissen, maar ook door eenvoudige, persoonlijke ontmoetingen – momenten waarop we Zijn stem horen of Zijn leiding ervaren. Jezus is degene die onze diepste verlangens vervult, omdat Hij ons laat zien wie God is en wat ons doel is in Zijn plan. Net zoals de discipelen uitgenodigd werden om Hem te volgen, worden wij vandaag geroepen om onze eigen verwachtingen, twijfels en zekerheden los te laten en Hem te vertrouwen.

     Daarnaast herinnert dit bijbelgedeelte ons eraan dat Jezus niet alleen zichzelf laat zien, maar ons ook wil vernieuwen. Hij ziet ons niet zoals we zijn, maar zoals we kunnen worden in relatie tot Hem. Dit nodigt ons uit tot een leven van overgave en groei, waarin we ons steeds meer richten op wie Jezus is en wat Hij door ons heen wil doen. Zijn uitnodiging is niet beperkt tot een specifieke groep of tijd; het is een blijvende oproep die ons dagelijks uitdaagt om Hem te volgen en te vertrouwen.

Theologische reflectie

Deze theologische reflectie is bedoeld om de diepere spirituele, theologische en praktische betekenis van Johannes 1:19-51 te verkennen. Dit bijbelgedeelte onthult onder andere  belangrijke waarheden over het karakter van God, de persoon en het werk van Jezus Christus en ons leven als gelovigen. Door systematisch stil te staan bij deze aspecten willen we niet alleen beter begrijpen wat deze tekst betekent, maar ook hoe deze ons vandaag de dag aanspreekt en uitdaagt.

 

Het karakter van God

In Johannes 1:19-51 zien we een glimp van Gods wezen: Zijn liefdevolle soevereiniteit en uitnodigende genade. God staat centraal in dit bijbelgedeelte als de initiator van de redding van de mensheid. Door Johannes de Doper te roepen als voorloper van Jezus, laat God zien dat Hij Zijn reddingsplan zorgvuldig en doelgericht uitvoert. Hij werkt door eenvoudige, nederige mensen, zoals Johannes, Andreas en Filippus, om Zijn grootheid en genade bekend te maken.

     Gods liefde en genade worden zichtbaar in de titels en rollen die Jezus krijgt: het Lam van God, de Zoon van God, de Mensenzoon. Deze titels onthullen een God die niet afstandelijk blijft, maar actief ingrijpt in de gebrokenheid van de wereld. Het beeld van Jezus als het Lam van God laat zien dat Gods liefde zó groot is dat Hij bereid is het ultieme offer te brengen om de zonde van de wereld weg te nemen. Tegelijkertijd zien we in de uitnodiging van Jezus aan de discipelen een God die persoonlijke betrokkenheid zoekt. Hij verlangt naar een relatie met ons, waarin wij niet alleen toeschouwers, maar ook deelnemers worden in Zijn plan.

 

De verwijzing naar Christus

Dit bijbelgedeelte is doordrenkt van Christus’ identiteit en missie. Johannes de Doper introduceert Jezus als het Lam van God, een titel die niet alleen verwijst naar het offerlam uit Exodus, maar ook naar Jesaja 53, waar de lijdende dienaar wordt beschreven. Deze titel onthult Jezus’ rol als Verlosser die vrijwillig de straf voor de zonde op zich neemt. Door deze woorden plaatst Johannes Jezus in het centrum van Gods reddingsplan, niet alleen voor Israël, maar voor de hele wereld.

     Jezus’ ontmoeting met de discipelen benadrukt Zijn persoonlijke betrokkenheid. Hij nodigt hen uit om Hem te volgen en te ontdekken wie Hij is. Dit bijbelgedeelte bevat ook een rijke christologische vooruitwijzing in Jezus’ woorden aan Natanaël: ‘Jullie zullen de hemel geopend zien, en de engelen van God zien omhooggaan en neerdalen naar de Mensenzoon.’ Deze uitspraak verwijst naar Jezus’ rol als de verbinding tussen hemel en aarde, vergelijkbaar met de ladder in Jakobs droom (Genesis 28). Als Mensenzoon is Jezus niet alleen de Redder, maar ook de ware toegang tot God.

 

Relevantie voor ons geloofsleven

Johannes 1:19-51 roept ons op om Jezus te zoeken, te volgen en Hem te vertrouwen. Zoals de discipelen bereid waren om alles achter te laten om Jezus te volgen, worden ook wij uitgedaagd om Hem te zien als het antwoord op onze diepste verlangens. De vraag die Jezus stelt, ‘Wat zoeken jullie?’, nodigt ons uit om na te denken over onze prioriteiten en verlangens. Waar zoeken wij vervulling? Wie of wat proberen wij te volgen?

     Dit bijbelgedeelte moedigt ons ook aan om een leven van getuigenis en discipelschap te omarmen. Johannes de Doper, Andreas en Filippus zijn voorbeelden van mensen die Jezus’ identiteit niet voor zichzelf houden, maar Hem delen met anderen. Het herinnert ons eraan dat ons geloof niet alleen persoonlijk is, maar ook gedeeld moet worden. Hoe vaak brengen wij, zoals Andreas, anderen bij Jezus? Hoe vertrouwen wij erop dat een ontmoeting met Hem levens kan veranderen?

 

Verband met andere bijbelteksten

Johannes 1:19-51 is diep verbonden met andere teksten in de Bijbel. Het beeld van het Lam van God sluit aan bij Exodus 12, waar het bloed van het paaslam Israël beschermt tegen het oordeel. Het verwijst ook naar Jesaja 53:7, waarin de lijdende dienaar als een lam naar de slacht wordt geleid. Deze profetieën vinden hun vervulling in Jezus’ dood en opstanding.

     De ontmoeting tussen Jezus en de discipelen weerspiegelt het bredere thema van roeping in de Bijbel. Net zoals God Mozes, David en de profeten riep om Zijn plan uit te voeren, roept Jezus Zijn discipelen om deel te worden van Zijn missie. Dit patroon zet zich voort in Handelingen, waar de discipelen de wereld in worden gestuurd om getuigen van Jezus te zijn (Handelingen 1:8). Het roept ons op om deze lijn door te trekken in ons eigen leven, als navolgers van Christus.

 

Andere relevante theologische thema’s

Een centraal thema in dit bijbelgedeelte is getuigenis. Johannes de Doper speelt hierin een sleutelrol door consequent te wijzen op Jezus, zelfs ten koste van zijn eigen populariteit. Johannes de Doper had een groot publiek en aanzien onder het volk, maar hij gebruikte zijn invloed niet om zichzelf te verheffen. In plaats daarvan erkende hij zijn rol als een voorbereider van de weg voor de Messias. Zijn woorden in Johannes 1:27, ‘Hij die na mij komt, is meer dan ik, want Hij was er vóór mij’, tonen zijn diepe nederigheid en inzicht in zijn roeping. Dit herinnert ons eraan dat getuigenis vraagt om een houding van dienstbaarheid en nederigheid. Een getuige wijst niet op zichzelf, maar op degene die centraal moet staan: Jezus. Dit kan een uitdaging zijn in een cultuur die zelfverheerlijking en persoonlijke prestaties vaak verheft. Het bijbelgedeelte laat zien dat een waar getuigenis vraagt om het loslaten van ego en het erkennen van Jezus als degene die het middelpunt van ons leven en onze boodschap is. Johannes’ bereidheid om zichzelf op de achtergrond te plaatsen leert ons hoe krachtig getuigenis kan zijn wanneer het volledig gericht is op Jezus.

     Discipelschap is een ander belangrijk thema. De reacties van Andreas, Simon, Filippus en Natanaël laten verschillende aspecten van discipelschap zien: nieuwsgierigheid, bereidheid om te volgen en een groeiend geloof in Jezus’ identiteit. Discipelschap begint in dit bijbelgedeelte niet met een diep inzicht of perfecte kennis van wie Jezus is, maar met een open hart en de bereidheid om Hem te leren kennen. Andreas is een voorbeeld van iemand die niet afwacht, maar meteen zijn broer Simon naar Jezus brengt. Dit laat zien hoe discipelschap zich vaak uitbreidt via relaties en persoonlijke getuigenissen. Natanaël daarentegen benadert Jezus aanvankelijk met scepsis. Zijn vraag, ‘Kan uit Nazaret iets goeds komen?’, weerspiegelt zijn kritische houding en vooroordelen. Toch zien we dat Jezus hem ontmoet waar hij is en door een persoonlijke openbaring verandert Natanaëls scepsis in een krachtige belijdenis van geloof. Dit toont aan dat discipelschap een proces is waarin mensen door ontmoetingen met Jezus groeien in geloof en toewijding. Het leert ons dat Jezus ons roept zoals we zijn, maar ons niet laat zoals we zijn. Hij vormt ons door relaties, ervaringen en Zijn Woord tot volgelingen die Hem steeds beter leren kennen en vertrouwen.

     Tot slot benadrukt dit bijbelgedeelte de rol van de Heilige Geest. Johannes de Doper maakt duidelijk dat zijn doop met water slechts een voorbereiding is op de doop met de Heilige Geest die Jezus zal brengen. Dit wijst vooruit naar Pinksteren, waar de Geest krachtig wordt uitgestort op de discipelen en hen toerust voor hun missie (Handelingen 2). In Johannes 1:33 zegt Johannes de Doper: ‘Ik had Hem niet herkend, maar degene die mij gezonden had om met water te dopen, had tegen mij gezegd: “Wanneer je ziet dat de Geest op iemand neerdaalt en blijft rusten, dan is dat degene die met de heilige Geest doopt.”’ Dit teken bevestigt Jezus’ identiteit en goddelijke roeping. De aanwezigheid van de Geest in Jezus’ bediening benadrukt dat Hij niet alleen mens, maar ook volkomen God is. Voor ons betekent dit dat we in ons discipelschap niet afhankelijk zijn van eigen kracht. De Geest, die met Pinksteren werd uitgestort, woont ook in ons en geeft ons de kracht, leiding en wijsheid om Jezus te volgen en Zijn getuigen te zijn. Dit benadrukt de afhankelijkheid van de gelovige op de Heilige Geest, niet alleen voor persoonlijke groei, maar ook om effectief te getuigen in een wereld die Jezus nog niet kent.

 

Johannes 1:19-51 biedt een rijk beeld van wie Jezus is en hoe Hij ons uitnodigt om Hem te volgen. Het openbaart Gods liefde, genade en soevereiniteit, terwijl het ons roept tot een leven van getuigenis en discipelschap. Door deze tekst te overdenken, worden we uitgenodigd om onze prioriteiten te herzien, ons geloof te verdiepen en ons leven af te stemmen op het grote plan van God.

Praktische toepassing

Dit bijbelgedeelte daagt ons uit om Jezus niet alleen als onze Redder te zien, maar ook als degene die ons uitnodigt tot een vernieuwde manier van leven, waarin we anderen bij Hem brengen en onze ogen openen voor de wonderen van Gods koninkrijk. Hieronder volgen vier concrete en uitdagende richtlijnen die je in je dagelijks leven kunt toepassen, zodat je kunt groeien in je persoonlijke geloof en Jezus’ navolging.

 

  1. Wees een brug voor anderen door ze uit te nodigen om Jezus te ontmoeten.

Net zoals Andreas en Filippus anderen naar Jezus brachten, worden wij geroepen om een brug te zijn tussen Jezus en de mensen om ons heen. Dit hoeft niet altijd via woorden te gaan, maar kan ook door je leven en houding. Maak er een doel van om bewust iemand in je omgeving – een collega, buurman of vriend – te wijzen op de hoop en vreugde die je in Christus hebt gevonden. Dit kan bijvoorbeeld door hen uit te nodigen voor een gesprek, een bijbelstudiegroep of zelfs een wandeling waarin je jouw ervaringen met Jezus deelt. Het vraagt moed en kwetsbaarheid om zo’n stap te zetten, maar zoals in dit bijbelgedeelte blijkt, kan een ontmoeting met Jezus iemands leven voorgoed veranderen. Stel jezelf de vraag: wie kan ik deze week bij Jezus brengen?

 

  1. Onderzoek en doorbreek je eigen vooroordelen.

Natanaëls reactie, ‘Kan daar iets goeds vandaan komen?’, laat zien hoe gemakkelijk we mensen of situaties beoordelen op basis van onze eigen vooringenomen ideeën. Jezus daagt ons uit om voorbij uiterlijke indrukken te kijken en anderen te zien zoals Hij hen ziet. Neem de tijd om in jezelf na te gaan waar je vooroordelen liggen. Misschien oordeel je snel over bepaalde groepen mensen, collega’s of zelfs familieleden. Kies deze week één situatie waarin je geneigd bent tot snelle oordelen en neem bewust de tijd om iemand echt te leren kennen. Stel vragen, luister met een open hart en vraag God om je te laten zien wat Hij in die persoon ziet. Dit helpt je niet alleen om anderen met meer genade te benaderen, maar opent ook de deur voor onverwachte zegeningen en nieuwe relaties.

 

  1. Laat je verwonderen door het onbekende.

Jezus belooft Natanaël dat hij ‘grotere dingen’ zal zien en dat belooft Hij ons ook. Maar hoe vaak nemen we de tijd om deze belofte bewust te zoeken in ons leven? Maak er een gewoonte van om iedere dag te kijken naar wat God doet, zowel in kleine als in grote dingen. Dit kan door een ‘verwonderingsdagboek’ bij te houden, waarin je dagelijks noteert wat je hebt gezien of ervaren dat je herinnert aan Gods aanwezigheid. Misschien is het een gebed dat verhoord wordt, een onverwachte ontmoeting of zelfs iets eenvoudigs als een moment van rust tijdens een drukke dag. Door bewust te zoeken naar tekenen van Gods werk in jouw leven, leer je Hem te zien in het alledaagse en groeit je vertrouwen dat Hij jou leidt.

 

  1. Nodig Jezus uit in de gewone momenten van je dag.

De discipelen vroegen aan Jezus ‘Waar verblijft U?’ en Hij antwoordde ‘Kom maar mee, dan zul je het zien.’ Deze uitnodiging geldt ook voor ons. Jezus wil niet alleen op zondag of in gebed aanwezig zijn, maar in elk aspect van ons leven. Kies één alledaags moment – bijvoorbeeld tijdens het koken, wandelen of je werk – en spreek bewust met Jezus. Vraag Hem wat Hij je wil laten zien, bid voor wijsheid of dank Hem voor wat je die dag hebt ontvangen. Door Jezus in de gewone momenten van je leven uit te nodigen, maak je ruimte voor Zijn leiding en aanwezigheid, zelfs in de drukte van je dag. Dit kan transformeren hoe je naar je werk, relaties en dagelijkse taken kijkt.

 

Dit bijbelgedeelte herinnert ons eraan dat discipelschap begint met een eenvoudige uitnodiging: ‘Kom en zie.’ Het nodigt ons uit om anderen bij Jezus te brengen, onze vooroordelen los te laten, ons te verwonderen over Zijn werk en Hem toe te laten in elk aspect van ons leven. Deze richtlijnen zijn niet alleen praktisch, maar ook diepgaand: ze helpen ons om Jezus op nieuwe manieren te volgen en te vertrouwen. Welke stap neem jij vandaag om Jezus’ uitnodiging in je leven te omarmen?

Afsluiting

Laten we nog even terugkeren naar de inleiding. Toen Thomas die ochtend in het park stond, bleef hij langer hangen bij de groep dan hij van zichzelf had verwacht. De woorden van de spreker bleven in zijn gedachten echoën: ‘Het begint bij die ene vraag: wie zoek je?’ Uiteindelijk verzamelde hij de moed om dichterbij te komen. Hij stelde geen vragen, maar luisterde, terwijl de man sprak over vrede die niet afhangt van prestaties of perfectie, maar van een relatie met een levende God. Die ochtend werd een keerpunt voor Thomas. Niet omdat hij alle antwoorden vond, maar omdat hij besefte dat hij op zoek was naar iemand – naar Jezus. Het gesprek met de spreker leidde hem naar een kleine bijbelstudiegroep, waar hij stap voor stap begon te ontdekken wat het betekent om Jezus te volgen.

     Net als Thomas zoeken wij vaak antwoorden in de drukte van ons leven, maar Jezus nodigt ons uit om Hemzelf te zoeken. In Johannes 1:19-51 zien we hoe mensen, ieder op hun eigen manier, werden aangesproken door Jezus’ roep en door het getuigenis van anderen. Hun ontmoetingen met Hem veranderden hun levens en zetten hen op een weg van navolging. Datzelfde geldt voor ons: de vraag is niet wat wij zoeken, maar wie wij zoeken.

     Vergeet niet dat Jezus, net als bij Johannes’ discipelen, Filippus en Natanaël, naar ons toekomt en ons uitnodigt: ‘Kom en zie.’ Hij ziet ons, zelfs wanneer wij onszelf nog niet echt kennen, en Hij roept ons bij onze naam. Zijn uitnodiging is niet alleen voor een moment, maar voor een leven waarin we grotere dingen mogen zien – de openbaring van Gods koninkrijk en Zijn werk in ons leven.

     Zoals de psalmist zegt: ‘Gelukkig wie bij U hun toevlucht zoeken, met in hun hart de wegen naar U. Trekken zij door een dal van dorheid, door hen verandert het in een oase; rijke zegen daalt als regen neer. Steeds krachtiger gaan zij voort om in Sion voor God te verschijnen.’ (Psalm 84:6-8). Laten we deze week in vertrouwen op weg gaan, wetend dat God ons ziet, ons roept en ons leidt. Open je hart voor Zijn aanwezigheid in de gewone momenten van je dag. Laat je inspireren door de woorden die Jezus ook tegen jou spreekt: ‘Kom en zie.’

     Ga deze week met deze uitnodiging. God is met je, Hij leidt je en Hij opent deuren naar grotere dingen dan je ooit had durven dromen.

Reflectievragen bij Johannes 1:19-51

  1. Hoe laat dit bijbelgedeelte jou nadenken over wie of wat je in je eigen leven zoekt? In hoeverre is jouw zoektocht gericht op Jezus?
  2. Op welke manier kun jij, net als de discipelen van Johannes, een bewuste keuze maken om Jezus te volgen in je dagelijks leven? Welke concrete stappen kun je daarbij nemen?
  3. Wat betekent het voor jouw geloof dat Jezus jou persoonlijk ziet en roept, zoals Hij dat deed bij Natanaël? Hoe kun je hierop reageren?
  4. Hoe inspireert de titel ‘Lam van God’ jou in je geloofsleven? Wat betekent dit beeld van Jezus voor jouw relatie met Hem?
  5. Wanneer heb jij ervaren dat een ontmoeting met Jezus jouw perspectief of leven veranderde? Hoe kun je anderen uitnodigen om hetzelfde te ervaren?


Copyrights Marjolein Gommers

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.